Coping

De mens is een geologische kracht geworden. Waar de aarde miljoenen jaren over doet, fikst het intelligentste dier dat zij heeft voortgebracht in enkele generaties. In de zomer van 2012 concludeerde het vierendertigste Internationale Geologische Congres in Brisbane dat er een potentieel nieuw geologisch tijdvak is gestart: het antropoceen, een naam die is afgeleid van het oud-Griekse anthropos, mens.

Potentieel betekent nog niet helemaal officieel. Toch is de kern van de boodschap duidelijk. De aardlagen in wording veranderen sinds kort zo sterk dat het voor geologen aanleiding is zich af te vragen of we het holoceen waarin we leven, niet als afgesloten moeten beschouwen. Er dienen zich wetenschappelijke argumenten aan om een nieuw tijdvak te gaan benoemen. De veroorzaker is homo sapiens.

De argumenten gaan gepaard met een belangrijke vraag: wanneer zou dat nieuwe tijdvak moeten ingaan? Bij het begin van de industriële revolutie, omstreeks 1750? In het jaar van de eerste atoomproef, 1945? Of om en nabij 1990 toen de veilig geachte grens van 350 parts per million aan koolstofdeeltjes (CO2) in de atmosfeer doorbroken werd?

Het was geen trotse borstklopperij daar in Brisbane, het was een loeiend luchtalarm dat aansloeg. Het benoemen van geologische tijdvakken is een bedachtzaam proces dat zich in trage wetenschappelijke labyrinten afspeelt, op basis van achterafanalyses die gaan over tijdsbestekken van honderdduizenden en miljoenen jaren. Het zijn besluiten die betrekking hebben op momenten die in het diepe verleden liggen.

Het holoceen was net 12.000 jaar jong en in volle gang. Plotseling voelden geologen zich nog bij leven geconfronteerd met een wisseling van de wacht. Zo actueel hadden ze nog nooit hoeven denken. Dit was schokkend.

~~~

Natuurdocumentairemaker David Attenborough begint deel I van zijn boek Een leven op onze planeet (2020) met een getal: 66 procent. Het is 1937, hij is elf jaar. Het getal is een weergave van de hoeveelheid wilde natuur die dan nog op aarde te vinden is. Hij eindigt deel I met een ander getal: 35 procent. Het is 2020, David Attenborough is 94. De 66 procent is met krap de helft geslonken. Slechts een derde is er nog over van de wilde natuur, en de afname gaat gestaag door.

David Attenborough noemt zichzelf een bevoorrecht mens. Hij heeft zijn hele leven kunnen doen wat hij als jochie van elf al wilde: de ongerepte wildernis ontdekken, dieren ontmoeten in hun vrije leefgebied, de werelddelen bereizen. Zijn jeugddromen zijn zijn leven geworden. Op de laatste drempel aangekomen en terugkijkend, beseft hij echter dat zijn idee dat hij op zijn reizen de onaangetaste natuur ervoer, al die jaren een illusie was.

Attenborough schrijft:

‘De wouden, savannes en zeeën liepen al leeg. Veel grotere dieren waren al zeldzaam.’ (p. 103)

De natuur die hem als kind betoverd had, was een bleke afspiegeling van wat zij nog kort daarvoor geweest was. Hij bekent dat zijn blik vertroebeld werd door het shifting baseline syndrome: voor hem – lid van de jonge generatie opgroeiend in de jaren dertig en veertig – was de toen al verarmde aarde de norm.

‘Vergeten zijn de gematigde wouden waarin je dagenlang onderweg was, de bizonkuddes die pas na vier uur gepasseerd waren en vogelzwermen die zo groot en dicht waren dat ze de hemel verduisterden.’ (p. 103)

Dit waren beelden die alleen de generaties voor hem gezien hadden, beelden die met het verdwijnen van die generaties ook voorgoed verdwenen waren uit het collectieve geheugen.

Een leven op onze planeet ontroert. David Attenborough rouwt over de sombere staat waarin de natuur tijdens zijn 94-jarige leven gekomen is. Hij deelt een gewist verhaal van schoonheid. Hij neemt ons mee naar de wildernis van zijn generatie, die prachtig was, ook al was de verschraling al gaande. Hij gunt ons een blik in zijn geheugen, óns shifting baseline syndrome voorbij.

Een leven op onze planeet

Boek: Een leven op onze planeet – David Attenborough

~~~

Halverwege Een leven op onze planeet slaat de sfeer om. Attenborough heeft een verlangen in ons geplant naar een onbeschadigde en vitale aarde. Nu probeert hij dat verlangen in te zetten om ons aan te sporen te repareren wat kapot is en te redden wat nog heel is. Dat is mogelijk, vertelt hij, want het herstellende vermogen van de natuur is enorm. ’We moeten de wereld weer wild maken!’, roept hij uit (p. 121).

Om de wilde wereld te herscheppen oppert Attenborough een reeks van suggesties zoals je ze vaak tegenkomt. Het is het rijtje van energietransitie, verduurzaming van de landbouw, internationale afspraken over visvangst, herbebossing, doorbreken van de groeiverslaving enzovoort – het aloude rijtje dat ons laat zien dat we weten wat er moet gebeuren en dat we de kennis hebben om het tij te keren. Helaas is het ook het rijtje dat steevast wordt afgesloten met: ‘Om te slagen hebben we alleen maar wilskracht nodig’. Zo sluit ook David Attenborough af.

David Attenborough is, ondanks zijn verdriet, vast van plan een hoopvolle boodschap met de lezer te delen. Helaas heeft hij de uitroep waarmee hij die boodschap aankondigt bij voorbaat al ontmaskerd als een knullige wanhoopskreet. In de eerste helft van zijn boek heeft hij de weerbarstige realiteit uitvoerig geschetst. Nu doet hij het voorkomen alsof we om de boel weer in het gareel te krijgen, slechts een simpele knop hoeven om te zetten. Tegen beter weten in negeert Attenborough de belangrijkste oorzaak van de deplorabele staat van de aarde. Die is dat menselijke patronen hardnekkig zijn – de oplossingen, die we al decennialang kennen, lopen steeds weer vast op ons onvermogen ernaar te handelen.

~~~

Attenborough onderbouwt de optimistische wending van zijn betoog door ons over een voorbeeld te vertellen van de scheppingsdrang en veerkracht van het leven. Het is het verhaal van de plaats Pripjat in Oekraïne. Pripjat werd in 1986 een verlaten spookstad als gevolg van de ramp met de nabijgelegen kerncentrale Tsjernobyl. Nu, 34 jaar later, heeft een bos de stad overgenomen. Er groeien bomen door het beton van flatgebouwen, en struiken en klimop breken het asfalt en metselwerk open. Er hebben zich populaties vossen, elanden, herten, everzwijnen, bizons, bruine beren en wasbeerhonden gevestigd. De natuur heeft het gebied weer opgeëist; het is nu een reservaat voor dieren die daarbuiten zeldzaam zijn geworden.

Pripjat is een mooi voorbeeld van herstel, maar het gebied kwam pas opnieuw tot leven bij afwezigheid van de mens. Het slinken van de natuur om ons heen is het gevolg van onze áánwezigheid. Door onze activiteiten zijn er op aarde kantelpunten overschreden. De onomkeerbaarheid van die schade laat David Attenborough overtuigend zien in de eerste helft van zijn boek. Het is niet makkelijk om weerstand te bieden aan de impuls van de valse hoop. We vertellen elkaar graag verhalen met een goede afloop. Zijn voorbeeld ontkracht echter dat we er vertrouwen in mogen hebben dat we het tij zullen keren. Het laat eerder zien dat de aarde en haar wildernis zonder de mens beter af zijn.

~~~

Is dat mogelijk, een aarde zonder mens? Er sterven dagelijks diersoorten uit. We zijn een fysiek slecht toegerust en zwak wezen. Dus waarom niet ook homo sapiens? Natuurlijk, het is lastig voor te stellen; onszelf wegdenken is een pijnlijke oefening in verbeeldingskracht.

70.000 jaar geleden verkeerden we al eens op het randje. Het is waarschijnlijk dat onze populatieomvang toen was geslonken tot zo’n 20.000 exemplaren. We waren een kwijnende diersoort. Een kleine natuurramp zou voldoende zijn geweest om ons weg te vagen. Gelukkig deden we rond die tijd iets handigs. We verspreidden we ons vanuit Oost-Afrika over de gehele aarde. Dat hielp.

Maar ons geluk keerde pas echt met het einde van de laatste ijstijd en het begin van het holoceen. Er brak een tijdperk van klimatologische mildheid en stabiliteit aan, waarbij de niet erg sterke maar wel slimme homo sapiens kon floreren. Van jager-verzamelaars werden we agrariërs. En later producenten en dienstverleners.

Het mensvriendelijke klimaat was een geschenk uit de hemel dat tot voor kort heeft standgehouden en nog zo’n 40.000 jaar had kunnen duren, ware het niet dat het holoceen voortijdig tot zijn einde lijkt te komen.

Ons geluk is opnieuw aan het keren. Nu komt de aanleiding niet van buitenaf maar zijn we zelf de initiator. Van een natuurlijk wezen zijn we een cultureel wezen geworden. En het gedraagt zich onverzadigbaar. Door de transformatie zijn we zo vervreemd geraakt van onze oorsprong – we voelen ons zo losgeknipt van onze moederplaneet – dat we niet in staat zijn te onderkennen dat ons handelen ons bestaan ondermijnt.

‘Onderkennen’ bedoel ik niet in rationele zin. We weten wat ons te wachten staat, dat hebben we grondig uitgedokterd. Hele bibliotheekzalen zijn gevuld met onze rapporten, analyses en boeken daarover. Wat ik bedoel is dat de emotionele reflex ontbreekt; het loeiende luchtalarm mag zijn aangeslagen, we voelen ons niet aangespoord het daarbij passende gedrag te vertonen. Waar blijft de fight or flight respons?

~~~

In Oog in oog met Gaia (2020) vergelijkt de Franse filosoof Bruno Latour onze houding in deze penibele situatie met die in de grote menselijke conflicten. ‘Laten we er alvast niet op rekenen dat we door de nakende rampen tot meer bewustwording zullen komen’, zegt hij (p. 110). Vervolgens vertelt hij hoe in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog de Duitsers meer soldaten en burgers verloren dan in de vier jaar daarvoor. Iedereen in het Derde Rijk wist dat de oorlog verloren was, ‘van generaals tot achtergebleven moeders’, en toch ging het gevecht door en bleef het misdadige systeem nagenoeg intact. Het moest finaal ten onder gaan om werkelijk te kunnen stoppen.

En nu begint het decor waartegen alle vreselijke menselijke conflicten zich hebben afgespeeld een andere rol in ons bestaan te spelen. In plaats van de altijd vreedzame plek te zijn geweest die zich tijdens het conflict afzijdig hield en ons na het gevecht in haar veilige armen opving, vecht het decor onder het dreigende antropoceen nu tegen ons. De geogeschiedenis ontpopt zich, stelt Latour, als een ‘gegeneraliseerde oorlogstoestand’:

‘Hoe vreselijk de geschiedenis ook is geweest, de geogeschiedenis zal waarschijnlijk erger zijn, want datgene wat altijd rustig op de achtergrond was gebleven – het landschap dat het kader vormde van alle menselijke conflicten – mengt zich nu in de strijd.’ (p. 110)

~~~

Clive Hamilton zegt dat de vijand van actie hoop is, schrijft Latour (pp. 110-111). Hamilton is een Australische intellectueel en lid van het bestuur van de Climate Change Authority van de Australische regering. We moeten, aldus Hamilton, de hoop uitroeien die zo typerend is voor onze onverbeterlijk optimistische levenswijze. Dat is de eerste stap, voordat we wat dan ook ondernemen.

Wat Hamilton daarmee wil zeggen is: we moeten stoppen met elkaar verhalen te vertellen dat het ooit wel beter wordt, als we maar verduurzamen, internationale afspraken maken en afscheid nemen van onze groeiobsessie. Want onder die sussende toon verduurzamen we niet, maken we geen afspraken en nemen we geen afscheid van de groeiobsessie.

Dit is coping: we ontstressen de situatie door onszelf in te prenten dat het allemaal wel meevalt, we mogen immers vertrouwen op onze inventiviteit. Zo stellen we onszelf gerust. Dat is fijn, want nu kunnen we ons zonder gewetensnood blijven vastklampen aan het systeem dat zo behaaglijk voelt.

Het is het aloude patroon: we pretenderen de zaak onder controle te hebben en zien niet dat onze inventiviteit gewoontegetrouw pas ontwaakt als het kalf verdronken is. Denk aan 1953, denk aan 1945. Willen wij het zo? Attenborough vestigt zijn hoop op wilskracht, maar waar halen we die vandaan?

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

2 comments… add one
  • Huub Koch 30 nov 2020, 23:52

    Ja Stan, het is wat… de menselijke soort, waar ook wij toe behoren. Liever doof en blind voor wat er gebeurt, dan eerlijk toegeven wat er aan de hand is. Blijkbaar is het de enkeling die dat kan zien en als antwoord niet veel meer dan ironie of cynisme weet in te zetten. Het zit in de kleine dingen… dat was ons menselijk maakt, en ook onmenselijk – al is ook dat een gevolg van leven in een systeem dat de aarde als essentiële bron van ons bestaan ontkent.

    Een goede vriend – Arno – vertelde mij ooit hoe het er aan toe ging in de Rotterdamse haven bij een milieuprobleem. Als er olie was gelekt uit een schip werd daar een rubberen ring van tientallen meters omgelegd en bleef de schade – zogenaamd – beperkt. Als duiker bij Smit Internationale had hij dergelijke situaties vele malen meegemaakt, wereldwijd. Hij gaf toe dat zulke milieuacties volledig cosmetisch waren. Voor de pers leek het dat ‘er wat aan werd gedaan’, maar voor de omgeving, de mensen die het raakte… zij wisten wel beter. Uiteindelijk bracht het hem er toe twintig jaar lang woordvoerder te zijn van de Zuid-Hollandse milieu federatie. En in die functie heeft hij op strakke wijze de onderhandelingen gevoerd namens milieu organisaties bij de plannen voor de tweede Maasvlakte. Als voormalig commando, journalist en strateeg, die in de laatste jaren van zijn leven politicologie studeerde, wist hij maar al te goed op welke punten je onverbiddelijk moet zijn en wanneer je een tussenweg moest vinden om tegenstrijdige belangen te verzoenen. Hij had geen illusies. Op zijn uitvaart waren onder de 250 aanwezigen ook hoge ambtenaren die waardering uitspraken voor de wijze waarop hij de belangen van het milieu verdedigd had.

    Arno vond dat je niet mocht nalaten te doen wat mogelijk was. Optimistisch was hij zeker niet. Hij heeft inmiddels meer dan tien jaar geleden het tijdelijke voor het eeuwige verruild. Al vijftien jaar geleden voerde hij actie met zijn kompanen tegen het fijnstof probleem in Rotterdam. Toen al verzuchtte hij dat zolang mensen niet minder gebruik maken van de auto dit probleem onoplosbaar was en is. Hij probeerde af en toe de toestand te relativeren door te verwijzen naar beschavingen uit een ver verleden die nu begraven liggen onder een berg met zand. En wees naar de grote viaducten van onze snelwegen met de opmerking ‘hoe zullen over tienduizend jaar mensen kijken naar deze objecten, terwijl ze zich afvragen wat voor een beschaving dat moet zijn geweest, die zulke monumenten wist op te richten – net als de Egyptenaren hun piramides’.

    Daarmee komen we op de vraag die je ergens in dit artikel stelt… moeten we de hoop verliezen? Zolang onze kwetsbaarheid geen dagelijkse realiteit is blijft het lastig. Misschien liggen de antwoorden wel in de huidige toestand. Een heel klein virusje met een enorme impact. Het dwingt ons nog steeds om het geloof in de dromen van wereld dominantie op te geven. Het dwingt ons te minderen, onze plek in een ecosysteem te beseffen, en daar naar te handelen. Is dat realistisch? Is het mogelijk?

    Soms keert de wal het schip. Net als het Rode Leger dat in 1942 het vijfde leger van de Duitse Wehrmacht bij Stalingrad versloeg. Het begin van het einde, waarover je ook schreef. Maar wat kregen we er voor terug? De consumptiemaatschappij American Style… De geschiedenis van de menselijke soort is grillig. Want wat goed of slecht is weten we niet. Het zit in de kleine dingen… daarover kunnen we het eens zijn.

    Mooi stuk Stan. Dank voor de inspiratie. Je beschrijft het helder en duidelijk.

    • Stan Lenssen 1 dec 2020, 10:06

      Dank voor je diepgravende reactie Huub.

      Het is een belangrijke dag vandaag voor het klimaat. De rechtszaak van Milieudefensie tegen Shell start. Maar liefst vier zittingsdagen heeft de rechter ervoor uitgetrokken. De eis van Milieudefensie is simpel: Shell moet zich houden aan het akkoord van Parijs. Zo simpel en logisch als dat is, zo vanzelfsprekend is het niet voor Shell, een bedrijf met een geschiedenis van immoreel handelen.
      Ik duim voor Milieudefensie, ik duim voor het klimaat, ik duim voor ons allemaal. https://milieudefensie.nl/actie/klimaatzaakshell

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring