De burgerplicht van consumeren

Per minuut landt of stijgt er minstens één toestel: tussen de honderdvijftig en tweehonderd mensen die komen en gaan, zo’n tienduizend per uur, 240 duizend per etmaal – elke dag wordt er een stad ter grootte van Eindhoven verplaatst.

Ik woon dicht bij Schiphol. De warme, droge zomer duurt al weken. De grote doortocht is gaande. Vanaf tien hoog kan ik de vakantievluchten tellen. Vertrekkende landgenoten voor wie het hier nog niet zomers genoeg is, worden afgelost door arriverende toeristen die Amsterdam kort komen bevolken en hopen dat ze Nederland dan zien. Voor weer anderen fungeert de luchthaven als tussenstop naar hun vakantieoord.

Mijn grove rekensom klopt aardig met de statistieken. Er heerst recorddrukte op Schiphol: de luchthaven verwerkt deze zomer gemiddeld 220 duizend passagiers per dag. Vol overgave wijden we ons aan onze burgerplicht: we consumeren!

Een principe van vraatzucht

We worden steeds vraatzuchtiger; we moeten wel, willen we niet ingehaald worden door onze schulden.

Het economische principe waarop onze samenleving leunt, is eenvoudig. Met zijn allen produceren wij diensten en producten. Het totaal daarvan heet het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp wordt gefinancierd met geld dat de banken aan ons lenen in onze rol van producenten. Nu lenen banken alleen maar geld uit als zij het vertrouwen hebben dat ze het weer terugontvangen. Het bbp moet dus kopers vinden. Daar heb je dan die andere rol van ons, die van consumenten. In onze bedrijven hebben wij geld ontvangen voor de arbeid die wij leverden; daar nemen wij vervolgens het bbp van diensten en producten weer voor af.

Zo op het eerste oog is dit een prima systeem. De diensten en producten circuleren de ene kant op, het geld draait in de andere richting. Als die circulatie in balans blijft, is er geen vuiltje aan de lucht.

Maar wij zijn mensen, wij willen helemaal geen balans, er huist een enge drift in ons: we hongeren naar steeds meer. Onze diepste wens is dat het bbp zal groeien. We meten er ons succes aan af. Daarom hebben we iets afgesproken met onze banken: zij mogen geld creëren zodat de productie opgeschroefd kan worden. Creëren is in dit verband niets anders dan meer geld uitlenen dan er in de bankkas zit – geld dat er niet is dus. En dat doen banken graag; de wet staat hen toe op niets rente te verdienen, wie wil dat nu niet?

Natuurlijk is er nog steeds vertrouwen nodig dat al dat geld uiteindelijk wel in kas komt. Met andere woorden: het gegroeide bbp moet verkocht worden. Maar geen nood, de banken kunnen bouwen op ons als consumenten. Want in die rol rammelen wij graag wat extra met de buidel, niet zelden overigens met wederom rentedragende bijstand van diezelfde banken.

En zo is onze cirkel een opwaartse spiraal geworden – of neerwaarts, het is maar hoe je het bekijkt. We hebben een situatie geschapen waarin we meer spenderen dan we hebben. We legitimeren dat gedrag met het vertrouwen dat we groeien. In de kern vertrouwen we natuurlijk op niets anders dan onze eigen drift tot vraatzucht.

En het werkt, tot op de dag van vandaag, want – goede samenlevingsleden als we zijn – we schaden het vertrouwen niet: we consumeren. Met graagte kwijten we ons als brave burgers ervan dat de boel niet implodeert.

De gevolgen van de burgerplicht

Maar hoe zit het met de dag van morgen?

In haar streven de financiële schulden voor te blijven, doet onze toegewijde burgerplicht akelige dingen met de wereld.

In de VS belandt elke drie maanden genoeg aluminium via consumenten op de vuilnishoop om er de gehele commerciële luchtvaartvloot van te vernieuwen. (Sta er eens bij stil als je je dorst lest met een blikje: je consumeert aan waarde meer verpakkingsmateriaal dan dat je naar binnen klokt aan drinkproduct.)

In Europa gooien we per persoon per jaar honderd kilo goed voedsel weg. Een medemens kan daar een vol seizoen van eten. Overigens wijst de rijke wereld in totaal zonder blikken of blozen jaarlijks zeventig procent van de groente en het fruit af dat voor haar wordt geproduceerd. Er zit namelijk een vlekje aan, dus hop, op de stapel van inferieur en ongeschikt. Het meeste wordt uiteindelijk weggegooid.

Sinds 1970 zijn de populaties wilde dieren in de wereld gehalveerd. En telden we in 1980 nog twee miljard wilde vogels in Europa, in 2009 waren er nog maar 1,6 miljard over. Hoe zou het er nu voor staan?

Onze vraatzucht berooft Moeder Aarde van haar kostbaarste schatten, minder fortuinlijke mensen van een maal en andere aardbewoners van hun levensruimte. Het zijn maar enkele getallen uit al die voorbeelden die ik lees in Philipp Bloms Wat op het spel staat (2017) en Yuval Noah Harari’s Homo Deus (2018). Het is lastig om er optimistisch bij te blijven.

Intussen schiet het lekker op met de klimaatverandering. De warme, haast regenloze zomer blijkt geen op zich staand incident, ook al is de huidige droogte in geen driehonderd jaar hier voorgekomen. Op Radio 4 legt een professor van de Wageningse landbouwuniversiteit uit dat onze streken in rap tempo afstevenen op een mediterraan klimaat. Dat lijkt misschien aantrekkelijk (want waarom zou je in godsnaam het vliegtuig dan nog pakken?) maar de werkelijkheid is minder vrolijk. De droogte die we nu meemaken gaat ten koste van veel van onze mededieren. Allerlei soorten zullen het ontgelden. Onder andere vissen doordat plassen, beken en sloten opdrogen, en kwetsbare insecten zoals vlinders, hommels en bijen doordat planten verdorren voor zij in bloei komen en hen tot voedsel kunnen dienen.

Nee, het ziet er niet best uit voor de dag van morgen.

Een verslaafde blote aap

De belijdenis van onze burgerplicht stuurt aan op akelige gevolgen. Overigens betitelt Kate Raworth in haar boek Donuteconomie (2018) ons consumentisme heel anders. Zij spreekt over een maatschappelijke verslaving. We zijn eraan gewend geraakt dat consumeren tot emotionele bevrediging leidt. Nu kunnen we niet meer zonder. Bij elke pijntje, ruzietje, sombertje, bij elk prikje van frustratie, moet er iets gekocht worden. Dan ontvangen we zo’n heerlijke dopamineshot die ons alles even door een roze bril laat zien. Natuurlijk vraagt één shot al snel om meer, daarom heet het ook verslaving.

Philipp Blom gaat in Wat op het spel staat nog een stapje verder. Hij vergelijkt het consumentisme met een religie. Het is wel leuk om een stukje van hem hier te citeren, maar pas op, Blom is een vileine cynicus:

‘De heiligen binnen de Kerk spoorden de gelovigen aan om te vasten, sober te leven, te biechten, zichzelf te zien als ontoereikend en onwaardig. De heiligen op het beeldscherm en op andere advertising-iconostasen geselen hun gemeente met dezelfde boodschap. Je kunt nooit rijk genoeg, cool genoeg, slank genoeg, jong genoeg zijn. Om aan de communie te kunnen deelnemen, moeten de vroomste consumenten hard aan zichzelf werken en zich voortdurend vergelijken met beelden die in hun Photoshop-perfectie onbereikbaar zijn.’

Een religie gaat wat ver wat mij betreft. Kate Raworths denken sluit beter aan bij mijn persoonlijke ideeën omtrent de motivatie onder het consumentisme. We worstelen met een evolutionaire erfenis. Sinds de primatentijd hebben we onze habitat compleet verbouwd, maar is er organisch voor ons weinig veranderd. Onze drie biologische basisbehoeften – voortplanting, voedsel en veiligheid – sturen nog steeds ons gedrag: seks, consumeren en vastklampen aan het bekende. Daardoor handelen we op korte termijn en hebben we weinig oog voor de dag van morgen. We zijn een simpel zoogdier dat vaart op zijn instinct en naar binnen slokt wat het voor de voeten  komt. Een aap die zich niet zozeer bijzonder toont door een wijs gebruik van zijn verstandelijke vermogens, als wel door het feit dat hij in zijn blootje door het leven moet. Zoöloog Desmond Morris schreef daar in de jaren zestig al amusant en leerzaam over in De naakte aap.

De schreeuw om een nieuw verhaal

De burgerplicht van consumeren? Het is een idiote ideologie. Zij schept een waan die ons in een wedloop verstrikt houdt. Een waan waar we individueel niet gelukkig van worden en die de wereld sluipenderwijs vernietigt.

Maar er lijkt wat licht in de tunnel door te dringen. Langzaam – en hopelijk toch snel genoeg – daalt het inzicht in dat het anders moet. De jonge generatie economen is het klassieke consumptiemodel aan het verwerpen. Zij begrijpen dat het idee van het haasje-over spelen (dat economische groei in zijn huidige vorm is) aan zijn grenzen reikt. We moeten het gaan vervangen door complexere modellen. Zij denken na over modellen waarin sociale verbanden, ecologie, duurzaamheid, emancipatie, onderwijs en vele andere aspecten van het aardse leven ook een plaats krijgen. Kate Raworth geeft er een mooi voorbeeld van in haar Donuteconomie.

Consumptie als levensvisie heeft ons een welvarende leefwereld gebracht; het was lange tijd een scheppend fenomeen. Maar het is een fenomeen van na de oorlog (Blom, 2017). De tijd van de jaren vijftig, zestig en zeventig lijkt niet meer bij benadering op de wereld van nu. Het oorspronkelijk scheppende vermogen keert zich in de huidige jaren tegen ons in vernietigende trekken.

We kunnen helaas maar moeilijk inzien dat onze burgerplicht daarmee ook drastisch veranderd is. Als die naakte primaat die zich graag vastklampt aan het bekende, koesteren we amechtig een oud verhaal dat erom schreeuwt herschreven te worden. Sommigen hebben de pen nu opgepakt, maar er zijn er veel meer nodig.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 reacties… add one
  • Noelle 31 jul 2018, 12:35

    Hoi Stan,

    Na Harari was voor mij Simon Sinek een ‘nieuwe ontdekking’ als beroepsoptimist en schrijver/spreker. Mocht je hem nog niet kennen … te vinden via YouTube.
    “we weten niet genoeg om pessimist te kunnen zijn” hoorde ik de afgelopen weken diverse mensen zeggen.
    Dank weer voor een inspirerend stuk.

    • Stan Lenssen 31 jul 2018, 16:20

      Simon Sinek is bij mij bekend. Toch goed dat je hem weer eens noemt. ‘Start with why’ gelezen. Ik zal hem nog eens wat scherper in de gaten houden.
      Dank ook voor je quote: ‘we weten niet genoeg om pessimist te zijn’ – nadenkertje!

Geef een reactie

Privacyverklaring