De maatschappij van kiezen of delen

Waar komt de uitdrukking kiezen of delen vandaan? Ik lees het antwoord in Musch, het eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Witt, de raadspensionaris die vanaf het midden van de Gouden Eeuw bijna twintig jaar aan het roer stond van de Nederlandse Republiek. De Oranjes hadden Nederland daarvoor decennialang verarmd met oorlogszuchtige grillen. Onder Johan de Witts bestuur veranderde dat radicaal. Gesteund door zijn broer Cornelis zette hij zich in voor een land waarin de burgerij regeerde en waarin de handel een vreedzame voedingsbodem vond om op te floreren.

Johan en Cornelis werden voor hun succesvolle inspanningen cynisch genoeg door diezelfde burgerij met de dood beloond. In het jaar 1672, dat bekend staat als het Rampjaar, werden zij op een gruwelijke wijze vermoord bij een volksoproer. Het is nooit helemaal opgehelderd, maar de aanwijzingen zijn sterk dat hun royalistische opponent, Willem III de Prins van Oranje, het oproer steunde.

Musch, waarin de geschiedenis tot een roman is omgesmeed (dat leest lekker weg, maar wees je ervan bewust dat er een fictieve wereld wordt opgeroepen en je dus een vertekend beeld krijgt van de historische werkelijkheid), is geschreven door Jean-Marc van Tol, letterkundig historicus en bekend als tekenaar en co-auteur van de satirische strip Fokke en Sukke. De betekenis en oorsprong van kiezen of delen worden in Musch onthuld in een gesprek tussen Johan de Witt, zijn wiskundeleraar uit zijn studietijd professor Van Schooten, en zijn juridisch leermeester meester Van Andel. Bij de laatste is hij op dat moment in de leer voor het vak van advocaat.

Wij vallen hieronder middenin hun conversatie. Johan de Witt heeft kort daarvoor op vaardige wijze een geschil tussen twee kunsthandelaars opgelost. Daarbij heeft hij kiezen of delen toegepast. In hun gesprek reflecteert het drietal op dat gebeuren. Meester Van Andel heeft in eerste instantie het woord (p. 130):

‘“(…) Ik heb wel vaker meegemaakt dat voormalige compagnons ruzie met elkaar kregen over de verdeling van hun gezamenlijke bezit en jarenlang bleven bakkeleien. Maakten ze uiteindelijk zoveel kosten dat ze alsnog failliet gingen en er niets meer te verdelen viel. Met mijnheer De Witts methode hadden ze binnen een half uur de boedel verdeeld, zonder op kosten gejaagd te worden. Geniaal. Ik heb er geen andere woorden voor.”

Johan kucht. “Het principe van kiezen of delen werd reeds bij de Bataven toegepast bij erfrechtkwesties,” zegt hij.

“Als ik het goed begrijp,” zegt professor Van Schoten, “houdt het in dat het lot bepaalt dat de ene partij goederen mag opsplitsen in twee gelijke delen en de andere partij daar vervolgens uit mag kiezen? Eerlijker kan niet. Degene die de verdeling maakt zal altijd proberen een zo eerlijk mogelijke balans te vinden.”’

Intermezzo – een boektip

De levens van Johan en Cornelis de Witt beslaan een razend interessante periode uit de Nederlandse geschiedenis. De broers belichaamden een vroeg-historisch, en daardoor uitzonderlijk, liberaal experiment. Wie daarin geïnteresseerd is, raad ik aan De ware vrijheid van historicus en journalist Luc Panhuysen te lezen. Dat is een aangrijpende biografie over het leven en werk van beide broers. Hun gezamenlijke geschiedenis sleept je mee in de spannende intriges van het bestuur van de Nederlandse Republiek in de zeventiende eeuw. Al lezende krijg je een realistisch aanvoelende indruk van hoe het er in de Gouden Eeuw in onze vaderlandse politiek aan toe moet zijn gegaan. En passant schetst de biografie ook een levendig beeld van de normen, gebruiken en klassen die heersten in de toenmalige Nederlandse samenleving.

De ware vrijheid - Luc Panhuysen

Boek: De ware vrijheid – Luc Panhuysen

Terug naar kiezen of delen

Kiezen of delen roept bij mij al snel associaties op met het aloude kop of munt. Dat heeft misschien te maken met de context waarin wij de uitdrukking in de huidige tijd gebruiken. Kiezen of delen in ons moderne spraakgebruik gebiedt het maken van een keuze waarvan de uitkomst meestal niet duidelijk is, en die je dus net zo goed van het lot kunt laten afhangen.

Kiezen of delen op de Bataafse manier is fundamenteel anders. Waar kop of munt een mini-loterij is van twee partijen die altijd resulteert in een winnaar en een verliezer, daar is het Bataafse kiezen of delen een mini-loterij die altijd resulteert in twee winnaars (of, maar dat is voor de zwartgalligen, in twee verliezers).

Zoals we in de conversatie van De Witt, Van Schooten en Van Andel zagen, worden er drie stappen gezet bij het Bataafse kiezen of delen. Allereerst wordt de hulp van het lot ingeroepen om een – voorlopige – winnaar en verliezer aan te wijzen (dat zou heel goed met een kop of munt-worp kunnen gebeuren). Vervolgens krijgt de winnaar de opdracht om ‘de prijs’ die op het spel staat in twee delen te splitsen. En omdat hij weet dat de verliezer als eerste uit die twee delen mag kiezen, wordt de winnaar bij zijn verdelingstaak gedwongen het belang van zijn opponent gelijkwaardig aan zijn eigen belang te wegen. In de derde stap tenslotte mag de verliezer zijn voorkeursdeel uit de splitsing kiezen, waarna het andere deel voor de winnaar resteert. Aldus eindigt ook de verliezer als een winnaar en vindt een verdeling plaats die recht doet aan beide partijen.

Kiezen of delen als liberaal principe

Het lijkt erop dat de oude Bataven met hun kiezen of delen een goede truc gevonden hadden om potentieel conflictueuze verdelingskwesties tussen twee partijen zonder strijd op te lossen. Beschikten de Bataven over muntgeld? Ik weet het niet, misschien trokken zij wel strootjes om de eerste stap in kiezen of delen te zetten. Maar hoe de Bataven die eerste, lotsafhankelijke stap ook inrichtten, zij hanteerden in de vervolgstappen van hun kiezen of delen een systeem dat het uitgangspunt van gelijke kansen herstelde. Op die manier wisten zij waarschijnlijk de rust en vrede binnen de stam te bewaren. Vermoedelijk, zo lijkt me, was het dat wat ze met hun kiezen of delen boogden.

We springen naar het heden. Kiezen of delen zoals de Bataven dat deden, zou ons aan moeten spreken in onze liberale maatschappij. Het principe creëert gelijke uitgangsposities voor individuen en het laat die individuen de vrijheid om, binnen de gegeven omstandigheden, hun eigen keuzes te maken. Bovendien waarborgt het principe dat het ene individu geen keuzes kan maken die het andere individu zouden kunnen benadelen. Kiezen of delen lost dus precies die waarden in die wij in onze moderne samenleving belangrijk zeggen te vinden.

Kiezen of delen op zijn Bataafs erkent het zelfbeschikkingsrecht en de autonomie van het individu én het erkent het recht op gelijke kansen voor het ene individu ten opzichte van het andere. En in dat recht op gelijke kansen gaat dit kiezen of delen zo principieel te werk dat het zelfs een mechanisme hanteert om de gelijke kansen te herstellen voor de persoon die de pech heeft dat het lot hem in eerste instantie in een achtergestelde positie plaatst. Het mag vreemd lijken, maar kiezen of delen brengt mij door die laatste gedachte naar de galerij van mijn flat …

Bij ons op de galerij

In onze vrije, westerse maatschappij vertellen we elkaar graag dat iedereen gelijke kansen heeft. Dat is een mooie liberale gedachte, maar ik heb mijn twijfels over hoe die gedachte in de praktijk uitpakt. Als ik om mij heen kijk zie ik namelijk een realiteit die mij het volgende regelmatig laat afvragen: is het niet eigenlijk zo dat iemands afkomst, iemands geboortegrond en de plek waar iemand opgroeit uiteindelijk haar of zijn maatschappelijke succes in onze samenleving bepalen?

Ik woon in een flat in Osdorp in Amsterdam. Dat is een wijk die veel sociale problemen kent. Daar kan ik heel scherp volgen bij wie de kop of munt-worp bij aanvang van het leven al de verliezende kant op valt. Ik denk bijvoorbeeld aan een buurjongen op onze galerij, vier deuren verder. Hij is nu vijf en heet Falah, dat welslagen betekent. Zijn ouders hebben hem in liefde en hoop die naam gegeven – hun oorsprong is Marokkaans. Een jaar of acht geleden zijn zij in Nederland komen wonen. Ze hopen dat Falah hier een mooie toekomst tegemoet gaat. Maar Falah heeft dan wel wat te overwinnen, want Falah treft de pech van een beroerde startpositie. De Nederlandse samenleving is namelijk bepaald geen hartelijke haven voor jongens zoals hij. Falahs startpositie zou hier gunstiger zijn wanneer hij Thomas had geheten, wanneer zijn ouders Nederlands waren geweest en zijn wieg in Amsterdam-Zuid had gestaan.

Onthutsende ontmaskering

Op de hoek van mijn schrijftafel ligt een belangrijk boek. Onwillekeurig moet ik eraan denken nu ik het over Falah heb. Het is de Nederlandse vertaling van A Theory of Justice, dat is geschreven door de Amerikaanse filosoof John Rawls (in 2002 overleden). A Theory of Justice is onthutsend voor mij als westerling, want het ontmaskert de liberale gelijkheidsgedachte. Het boek maakt zichtbaar dat de ‘vrijzinnige’ westerse maatschappij haar zegeningen lang niet voor iedereen even toegankelijk aanbiedt. Als je bijvoorbeeld niet-blank geboren wordt, of als je wieg staat in een arm arbeidersgezin, dan werpt dat blokkades voor je op om mee te kunnen profiteren van die zegeningen.

Succes is in onze maatschappij veel minder dan we doorgaans menen een gevolg van eigen verdiensten. De praktijk is dat hoe het de meeste mensen vergaat, voornamelijk afhangt van of het muntje dat bij aanvang van hun leven wordt opgeworpen, hen toevallig goedgezind is.

In onze liberale maatschappij – en kijkend naar het land van John Rawls – valt het muntje bijvoorbeeld duidelijk verkeerd als het bepaalt dat je wieg in Detroit staat. Dan groei je op in een stad die leegloopt, waar de bedrijvigheid vertrekt en plaats maakt voor verloedering, en waar je ouders moeten ploeteren in meerdere banen om de eindjes aan elkaar te knopen. En, dicht bij huis, in Amsterdam deelt het muntje dat geworpen wordt voor een jongen als Falah ook niet bepaald een winnend welkom uit.

Sluier van onwetendheid

John Rawls had, toen hij zijn boek schreef, goed in de gaten dat de mensen die hij er vermoedelijk mee zou bereiken de kansrijken van de samenleving zouden zijn: de mensen die geboren worden in maatschappelijk succesvolle milieus, als kinderen van blanke ouders, als kinderen waarvan de vaders en moeders hoger onderwijs genoten hebben – dezelfde mensen dus die de maatschappij besturen. John Rawls greep dat vermoeden aan als een mogelijkheid die hem voor zijn boek goed van pas kwam. Hij presenteert de lezers van zijn A Theory of Justice een beroemd geworden gedachte-experiment, waarvan hij hoopte dat het hen zou inspireren  tot het maken van rechtvaardige keuzes, mochten zij het bestuurlijke leven ingaan. Het gaat als volgt:

Stel je eens voor dat je opnieuw geboren zult worden, maar je bent totaal ongewis over  de omstandigheden waarin en over jouw eigenschappen als persoon. Je weet niets over je klasse, je sekse, je religie, je ouders, je intelligentie, je huidskleur, je etnische afkomst, je gezondheid enzovoort. Dat zit allemaal verborgen achter, wat John Rawls noemt, een veil of ignorance, een sluier van onwetendheid. Vanachter die sluier mag je echter, voordat je wedergeboorte een feit wordt, eerst bepalen volgens welke criteria de maatschappij waarin jij gaat leven, zal zijn ingericht. Zou je in die maatschappij dan niet allerlei zekerheden inbouwen om ervoor te zorgen dat klasse, sekse, religie, ouders, intelligentie, huidskleur, etnische afkomst, gezondheid enzovoort er niet toe doen? Dat is heel waarschijnlijk. Anders wordt jouw comeback immers een kansspel dat erg ongelukkig kan uitpakken.

Dezelfde of gelijke kansen?

John Rawls was er vast van overtuigd dat een maatschappij waarin zijn gedachte-experiment als een referentiekader zou dienen om bestuurlijke keuzes te maken, een veel egalitairder gezicht zou hebben dan de samenleving die wij nu kennen. Dientengevolge zou zij ook rechtvaardiger zijn.

De eerste uitgave van A Theory of Justice dateert van 1971. Het boek is nog steeds verbazend actueel. En misschien zelfs actueler dan in de jaren van John Rawls, vanwege de toegenomen invloed sindsdien van het neoliberalisme. Dat zou dezelfde kansen bieden aan iedereen. In principe doet het dat ook. Dat lijkt dus heel mooi. Maar er schuilt een adder onder het gras in de vorm van de laisser-faire-inslag die eigen is aan het neoliberalisme. Daardoor is er in onze maatschappij een praktijk ontstaan waarin die ‘dezelfde kansen voor iedereen’ op een ongelijkwaardige wijze voor iedereen bereikbaar zijn. Het is die ongelijkwaardigheid waar onze samenleving anno 2019 mee kampt. Er gaapt een gat tussen dezelfde kansen en gelijke kansen, en naar mijn idee groeit dat gat nog steeds.

Voor veel mensen is onze liberale maatschappij een maatschappij van kiezen of delen geworden – maar niet het kiezen of delen dat de Bataven praktiseerden. Het is het gedwongen kiezen of delen dat uitdrukt dat er eigenlijk geen keuze is. Jij in jouw positie met je wieg in een achterstandswijk, je allochtone afkomst en je Islamitische naam moet je maar schikken naar de sociale achtergesteldheid die jouw verliezende lot met zich meebrengt; of, jij in jouw positie met je welvarende, hoog opgeleide ouders, je goede gezondheid en je blauwe ogen valt automatisch een toekomst ten deel die gezegend is met welvaart en deuren die overal voor je opengaan. Is dat de verdeling die wij eerlijk achten? Voor mijzelf sprekend: ik zie het liever anders.

Waar hebben wij nu behoefte aan?

Laten we de blik richten op Nederland. Johan de Witt streefde naar een rechtvaardige samenleving. Bijna vier eeuwen geleden betekende dat op de eerste plaats het scheppen van een bestuursstructuur die de burgerij de mogelijkheid gaf het onderdrukkende juk en de willekeur van een vorstenhuis van zich af te schudden. Daar hadden wij toen behoefte aan – al beklijfde wat Johan de Witt bereikte maar kortstondig.

Het probleem van het vorstenhuis hebben wij op een elegante wijze later alsnog weten op te lossen. Gelukkig zijn wij, vooral in de vorige eeuw, ook veel meer naar een rechtvaardige verdeling van welvaart en kansen toe gaan groeien, dus naar een samenleving met een egalitairder gezicht. Dat konden wij doen onder andere dankzij het liberale denken dat we meekregen in het erfgoed van Johan de Witt.

Maar nu, in de tijd van het neoliberalisme – dat zich ontpopt als een liberalisme dat zover is doorgeschoten dat het meertijds op een egoïstisch individualisme lijkt -, zie ik een grote dreiging opdoemen: we zijn de rechtvaardiger geworden samenleving, waarin we gelijke kansen voor iedereen als belangrijk moreel uitgangspunt voor de inrichting van die samenleving hanteerden, uit aan het hollen. En let op: gelijke kansen is dus niet een synoniem van dezelfde kansen.

Het wordt, wil ik maar zeggen, dringend tijd voor correctiemechanismen, analoog aan de goede truc die de Bataven met hun kiezen of delen gevonden hadden. Daar hebben wij nú behoefte aan.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Privacyverklaring