De Valstrik van Thucydides

De Valstrik van Thucydides is de vermeende wetmatigheid dat het tussen een opkomende en een gevestigde supermacht tot oorlog moet komen. In de geschiedenis is het namelijk bijna altijd zo gegaan.

De Valstrik wordt gesponnen doordat de een zich door de ander bedreigd voelt. Een kleine vonk van angst ontsteekt ergens een lont; dan begint een sluipend proces dat in een gevaarlijke dynamiek ontaardt. Sissend slingert het brandpunt zich voort, van incident naar incident, van confrontatie naar confrontatie, richting de onvermijdelijke bom waar de boel explodeert in een vernietigend treffen.

Een oorlog tussen supermachten is altijd onzinnig. Niemand wint. Het is een rampzalig eindpunt van een opeenstapeling van kleinigheden. Het is het resultaat van een spel om de macht waarin geen van de partijen toe wil geven, totdat het punt wordt bereikt waarop de kracht van de natuur genadeloos ingrijpt en een nieuw evenwicht forceert.

Thucydides was een Atheense generaal en geschiedschrijver. In zijn Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog heeft hij het krachtenspel van hierboven beschreven voor de oorlog die van 431 tot 404 v. Chr. woedde tussen de Griekse grootmachten Athene en Sparta (uit: Botsende supermachten, Jan van der Putten, 2017). Niemand won in die oorlog. Jan van der Putten schrijft hierover (p. 22): ‘De Peloponnesische Oorlog eindigde in een nederlaag voor het verwoeste Athene en een pyrrusoverwinning van het uitgemergelde Sparta. Beide stadstaten, die eerder die eeuw samen de machtige Perzen hadden verslagen, zijn de ramp waarop hun rivaliteit uitliep nooit meer te boven gekomen.’

Thucydides concludeerde dat het niet anders kan verlopen bij rivaliserende supermachten. De opkomst van de een boezemt de ander zoveel angst in dat een oorlog onvermijdelijk is. De Valstrik van Thucydides lijkt op een natuurwet maar is dat natuurlijk niet. Dat is een geruststelling, want ook in onze tijd hebben we te maken met een supermacht die opkomt en daarbij een andere supermacht angst inboezemt. Wat minder geruststellend is, is dat het niet om lokale grootmachten gaat maar om wereldmachten, en dat de handwapens van weleer zijn ingeruild voor meedogenloze hightech wapens. Mocht de Valstrik van Thucydides zich ontrollen, dan gaan we allemaal ten onder.

Dit gaat natuurlijk over China en de Verenigde Staten.

Waarom de VS bang zijn

De mate waarin een mogendheid wereldlijke macht kan laten gelden, wordt niet bepaald door wat een president vanachter de neoklassieke zuilen van zijn ambtswoning de wereld in twittert; zij wordt bepaald door het vermogen van de bewoners van een natie of werelddeel om een economische deuk in een pakje boter te kunnen slaan. De hoeveelheid macht van een geografisch gebied in relatie tot de rest van de wereld zou je kunnen uitdrukken in de volgende rekensom: het aantal inwoners van dat geografische gebied vermenigvuldigd met het algemeen heersende welvaartspeil van die inwoners (hoe het precieze verhaal achter dat welvaartspeil in elkaar steekt, valt te lezen in Waar de pincode van de wereld huist).

In de beleving van veel westerlingen was Azië lang de derde wereld, een gebied van grote armoede en onderontwikkeling – niet echt significant. Maar er is in slechts enkele decennia iets ongelofelijks gebeurd met het algemeen heersende welvaartspeil in het Aziatische werelddeel, met China voorop. Azië heeft zich uit het moeras weten op te trekken en veel Aziaten kunnen zich qua welvaartspeil langzaamaan met westerlingen meten, en, zoals het zich laat aanzien, gaat het nog wel eventjes door met de Aziatische groei. Samen met het toenemende welvaartspeil neemt ook de wereldlijke macht van het Aziatische werelddeel toe. Wij zien die ontwikkeling en passen onze kijk op de wereld en onze relatie met de wereld aan. Met ‘wij’ bedoel ik de bondgenoten van Amerika, bijvoorbeeld ‘wij’ in West-Europa.

De VS zijn bang. Niet zozeer voor China; ze zijn bang hun overwicht in de wereld te verliezen. Plotseling blijkt dat dat overwicht niet zo vanzelfsprekend is. Ze zien het economische krachtenveld verschuiven; ze zien dat de ogen van de wereld mee verschuiven. Er is een onontkoombare kentering gaande van west naar oost, en tot grote schrik van de VS is die kentering ook te zien in de ogen van hun aloude bondgenoten. De belangrijkste veroorzaker van de angst van de VS is niet China; de belangrijkste veroorzaker is hun besef van hun machteloosheid, een machteloosheid die door de draaiende reactie van de bondgenoten wordt bevestigd.

Wij voegen ons naar China

Wij in West-Europa verplaatsen onze blik van de VS naar China. Wij hebben regelmatig kritiek op China, dat klopt. En, vanuit ons liberale standpunt bekeken, is die kritiek vaak terecht. Maar er is ook steeds meer sympathie en bewondering voor China. We hoeven maar om ons heen te kijken: Chinese filosofische stromingen als het confucianisme en het taoïsme staan in de belangstelling, we beginnen ons te interesseren voor de Chinese historie en voor de Chinese kunst, China is een geliefde reisbestemming aan het worden, we bestellen en verhandelen artikelen via de webportalen van de Chinese Alibaba Group. We hebben China lang verdrongen, maar nu tonen we acceptatie en zelfs meer dan dat. Ons gedrag is boordevol tekenen die erop wijzen dat we ons echt aan het openen zijn voor China. En China opent zich voor ons.

Afgelopen zomer verzorgde cultuurfilosoof Evert Jan Ouweneel een college op de VU in Amsterdam over de verschuivingen op het wereldtoneel. Hij stelde daar dat de Chinees-Aziatische cultuur ons denken en doen op alle fronten zal gaan beïnvloeden. In de praktijk is dat proces al volop gaande. We zijn eenzelfde proces binnengetreden als we in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben doorgemaakt. Zoals wij ons toen zijn gaan voegen naar de Amerikaanse cultuur, zo zijn we ons nu aan het voegen naar de Aziatische cultuur. Dat gaat vanzelf, want wij zien dat China en andere Aziatische landen ons iets te bieden hebben. De VS zien dit proces met lede ogen aan. Hun machtsmonopolie is aan het afkalven. Diep vanbinnen zullen ze dat vast al wel beseffen, ze zijn alleen nog ver verwijderd van de aanvaarding van de nieuwe werkelijkheid. En de belangrijke vraag voor de totale wereld is: zullen ze haar ooit aanvaarden?

Vanwaar de Chinese ambitie

China groeit in alle opzichten en laat zich niet stuiten. Waar komt die Chinese ambitie vandaan? Daarvoor moeten we ons wat inleven in de Chinese historie en de Chinese kijk op de wereld.

China was altijd al een wereldspeler. Het land is er alleen eventjes tussenuit geweest. Toen wij hier in de Nederlanden onze Gouden Eeuw vierden, bestierden de Chinezen al eeuwenlang de grootste economie ter wereld (met India daar vlak achteraan als een goede tweede). Van de VS was toen nog geen sprake. China heeft een rijke beschaving. Die gaat tot zo’n drieduizend jaar terug. De Chinezen hebben ook een diepe relatie met hun geschiedenis; ze zijn daar veel meer mee bezig dan wij (Verbijsterend China, Jan van der Putten, 2015).

Het ging mis, zo’n beetje in de tijd dat bij ons de industriële revolutie startte. China zakte af; daar zijn allerlei oorzaken voor te noemen. China ging niet mee in de grote industriële ontwikkeling die op gang kwam. China zette zich ook sterk af tegen, wat zij zagen als de barbaarse westerse mogendheden die op niets anders uit waren dan China te koloniseren. Dat laatste was overigens nauwelijks bezijden de waarheid. Het effect was in ieder geval dat China zich sloot. Er braken twee eeuwen van armoede aan, met als triest dieptepunt de enorme hongersnoden onder het rampzalige bewind van Mao Zedong. Daarbij kwamen tientallen miljoenen mensen om.

Maar eind vorige eeuw wist China zijn rug weer te rechten. Deng Xiaoping startte een nieuw, economisch beleid met kapitalistische trekken. Het leek tegenstrijdig voor een communistische staat, maar Chinezen staan daar duidelijk heel anders in; het moest doelmatig zijn, daar ging het om. Hoe doelmatig dat was, hebben we beleefd en nu staan we hier.

Onder andere twee grote erfenissen uit de Chinese historie spelen een rol in de Chinese ambitie (Van der Putten, 2015). Ten eerste heeft China een diep gevoelde krenking overgehouden aan het  kolonialistische optreden van westerse mogendheden in de negentiende en twintigste eeuw; China is vast van plan zich van die gevoelens te ontdoen. Ten tweede ziet China zich als het centrum van de wereld. Deze visie ontlenen zij aan hun geloof in een Hemels Mandaat dat zij zouden hebben ontvangen van de universele kracht die alles bestuurt (waarmee geen god of schepper van het heelal wordt bedoeld). Dat Hemels Mandaat betekent dat de Chinese ‘vorst’ gezag heeft over ‘alles wat onder de hemel is’, met andere woorden: gezag over de wereld. Het Hemels Mandaat grijpt terug tot drieduizend jaar in de geschiedenis en geeft China recht op een gezaghebbende positie in de wereld. Daar zijn het land, zijn machthebbers en het Chinese volk vast van overtuigd. China zal zijn kansen om het gezag te herstellen niet verspelen. Net zo min zal China zich de genoegdoening van de diepe krenking laten ontglippen.

Ons onbegrip voor China

Jan van der Putten schrijft in Verbijsterend China (2015, p. 43): ‘Veel westerse misverstanden over China komen voort uit onze onwetendheid over het Chinese verleden en over de vitale relatie van de Chinezen met hun geschiedenis.’

We begrijpen China slecht. Zo hebben wij, liberale democraten die we zijn, lang gedacht dat China met zijn opkomende welvaart vanzelf wel een democratie zou worden. Maar daar valt tot op heden niets van te bespeuren. Zelfs de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 hebben in dat opzicht niets veranderd. Wij schatten de Chinezen verkeerd in. Wij konden en kunnen ons maar niet voorstellen dat de waarde vrijheid, waar wij hier zo’n grote gewichtigheid aan toekennen, voor de Chinezen helemaal niet zo wezenlijk is. Zij hechten, algemeen gesproken, veel meer aan gemeenschapsdenken en respect voor hiërarchische verhoudingen.

Er is nog zo’n verschil waarin ons onbegrip tot uitdrukking komt. Wij kunnen een rigide houding innemen als het om principes gaat. In China hebben ze daar veel minder last van. De Chinese houding is pragmatisch. Chinezen combineren meerdere denkrichtingen in één persoon. Door onze ogen bezien, kan dat soms volledige tegenstrijdigheden opwekken (zoals hun kapitalistische zwaai), maar zijn pragmatisme stelt de Chinees in staat zich makkelijk te voegen naar de ander of naar een andere situatie. Wij kunnen dat opportunistisch vinden, het wijzigt niets aan het feit dat deze eigenschap China op dit moment enorm tot voordeel strekt in de wereld.

Een macaber toekomstbeeld

Zouden wij China wat beter begrijpen, dan zouden wij de wereld wat beter begrijpen – en misschien wat geruster zijn. Dat geldt met name voor de VS. Dan zou de Valstrik van Thucydides hier helemaal niet ter sprake hoeven komen.

Einstein zou ooit de volgende voorspelling hebben geuit (Van der Putten, 2017, p. 20): ‘Ik weet niet met welke wapens de Derde Wereldoorlog uitgevochten zal worden, maar de Vierde zal worden uitgevochten met stokken en stenen.’

Einsteins macabere toekomstbeeld hoeft niet van toepassing te worden op de rivaliteit tussen de VS en China. China is niet uit op vijandschap, concludeert Jan van der Putten in beide boeken die ik heb genoemd in dit artikel. In Botsende supermachten (2017, p. 23) haalt hij een uitspraak aan van president Xi Jinping tijdens een bezoek aan de VS: ‘De zogenaamde Valstrik van Thucydides bestaat niet. Maar als grote landen keer op keer strategische misrekeningen maken, dan kunnen ze zo’n strik voor zichzelf spannen.’ China wil helemaal geen vijandschap met de VS, zegt Xi Jinping hier, China wil wel het respect dat het verdient als wereldmacht. China heeft ook niet de intentie een dreiging te zijn. Westerse mogendheden die China toch zo beschouwen, worden verblind door oude gevoelens uit een machtsverhouding met een andere grote natie die inmiddels is opgeheven.

Al sinds Deng Xiaoping is China een voorstander van goede betrekkingen met de Verenigde Staten (en het gehele Westen). Maar nu de macht en het aanzien van de VS tanende zijn, in ieder geval in relatieve zin, slaat de schrik de VS om het hart. Niet vanwege China, maar vanwege de onverwachte helderheid die de werkelijkheid ineens laat zien: hegemonie is geen natuurlijk recht.

China ziet wereldvrede als fundamenteel voor zijn ontwikkeling en China is er niet op uit om een nieuwe hegemonie te vestigen, argumenteert Jan van der Putten. China wenst een harmonieuze wereld. Intussen verbijten de VS zich krampachtig. Het enige resultaat dat dat oplevert, wordt raak getroffen door deze zin uit Botsende supermachten (2017, p. 90): ‘Trump is hard bezig Amerika klein en China groot te maken.’

China profiteert! China krijgt namelijk alle kans om zich als een verantwoordelijke mogendheid op te werpen. Xi Jinping grijpt die kans met graagte. Op gebieden als milieu, nucleaire wapenbeheersing en deelname aan vredesmissies neemt China steeds meer de leidende rol van een wereldmacht die haar verantwoordelijke gezicht laat zien.

De VS worstelen! En dat terwijl er een elegante uitweg is. De VS hoeven niets anders te doen dan te erkennen dat ze niet de enige wereldmacht zijn, stelt Jan van der Putten. Dat is namelijk iets heel anders dan het onderspit delven. Maar valt zo’n herkadering van de realiteit te verwachten van een man als Trump?

Intussen kunnen wij weinig anders doen dan ons troosten met heilzame gedachten en hopen dat het niet tot de Valstrik komt.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 reacties… add one
  • Huub Koch 25 sep 2018, 12:33

    Dag Stan, dit artikel en de troostende gedachten, die je als lezer kunt vinden kunt vinden via de link onderaan, vindt ik opvallend. Getuigen van een nieuw elan dat me zeer aan het hart gaat. Heus, van je kwaliteiten als blogger ben ik al, zolang als ik je ken (jaartje of tien?), overtuigd. Op de een of andere manier overstijg je op dit moment die constatering. De teksten die ik de laatste tijd van je lees hebben niet alleen vleugels van zichzelf, ze nemen de lezer ook mee de ruimte in. Waar vandaan het perspectief adembenemend is. Herkenbaar ook. Troostrijker dan wat we daar gewoonlijk voor aanzien. Als je het mij zou vragen, wat hier aan de orde is – waar deze drijvende kracht over gaat – dan zeg ik: ‘woede’. Maar dan wel een vruchtbare woede, die je doet voelen waar je kracht ligt. En daar kunnen mooie dingen uit voortkomen. Als we in onze kracht gaan staan, en tot vervulling brengen wat onze bestaansreden is. Ik wens je een fijne dag. Hartelijks van Huub.

    • Stan Lenssen 25 sep 2018, 13:00

      We kennen elkaar al eventjes Huub 🙂 Je hebt scherp geanalyseerd wat er gaande is bij mij. Die vruchtbare, gevleugelde woede brengt me inderdaad op een plek waar ik me thuis en stevig voel. Het ontstaat heel intrinsiek – ik ben benieuwd waar het toe leidt. Warme dank voor je bevestiging en aanmoedigende woorden.
      Een mooie dag en tot snel,
      Stan

Geef een reactie

Privacyverklaring