De wederkerigheid van (zelf)waardering

Neem er even je gemak van, dan lees ik je iets voor:

‘In die tijd begon de vakantie. Voor de vijftienjarige zoon van het districtshoofd, Carl Joseph von Trotta, leerling van de cavaleriecadettenschool te Mährisch-Weisskirchen, was zijn geboortestad een zomers oord: zowel zijn eigen thuis als het thuis van de zomer. De kerst- en paasvakantie bracht hij bij zijn oom door. Naar huis ging hij alleen in de zomervakantie. De dag van zijn aankomst was altijd een zondag. Dat gebeurde volgens de wens van zijn vader, het districtshoofd Franz baron von Trotta und Sipolje. Op welke dag de zomervakantie in het internaat ook begon, thuis moest dat een zondag zijn. ’s Zondags had baron von Trotta und Sipolje geen dienst. De hele ochtend van negen tot twaalf reserveerde hij voor zijn zoon.

(…)

Zijn vader kwam, Carl sloeg zijn hakken tegen elkaar, het knalde door het stille, oude huis. Het districtshoofd opende de deur en liet zijn zoon met een licht handgebaar voorgaan. De jongen bleef staan, hij maakte van de uitnodiging geen gebruik. Dus ging zijn vader naar binnen, Carl Joseph volgde hem en bleef op de drempel staan: “Maak het je gemakkelijk!” zei het districtshoofd na een tijdje. Nu pas liep Carl Joseph naar de grote leunstoel van rood pluche en ging zitten, tegenover zijn vader, met zijn armen stijf tegen elkaar en zijn pet en zijn witte handschoenen op zijn knieën.

(…)

“Hoe gaat het met kolonel Marek?” – “Dank u, papa, heel goed.” – “Nog altijd zwak in de meetkunde?” – “Ja, papa!” – “En hoe gaat het met paardrijden? Vorig jaar was het niet bijzonder…” – “Dit jaar,” begon Carl Joseph, maar hij werd onmiddellijk onderbroken. Zijn vader had zijn smalle hand uitgestrekt, die half in de ronde, glanzende manchet verborgen zat. Goudgeel glinsterde de grote, vierkante manchetknoop. “Het was niet bijzonder, zie ik daarnet. Het was…” het districtshoofd zweeg een ogenblik en zei toen met toonloze stem: “… een schande!” Vader en zoon zwegen. Hoe zacht het woord ‘schande’ ook was uitgesproken, het woei nog door het vertrek. Carl Joseph wist dat na strenge kritiek van zijn vader een ogenblik stilte geboden was. Het vonnis moest ten volle worden opgenomen, verwerkt, ingeprent, ingelijfd in hart en hoofd.’

———

Mooi en meesterlijk. De tekst komt uit Joseph Roths roman Radetzkymars. De scène is de opmaat naar een bandeloos leven van zoon von Trotta. Carl Joseph zal zichzelf gaan verliezen in gokken, alcohol en affaires.

Joseph Roth had een scherpe pen. Nog scherper wellicht was zijn zicht op de menselijke ziel.

De schande van het gat

We hebben vaak alleen oog voor het gat dat nog gedicht moet worden. Baron von Trotta und Sipolje straft zijn zoon voor het gat dat hij heeft laten vallen. Subtiel, maar genadeloos. Het regime dat hij hanteert, heeft verstrekkende gevolgen voor Carl Joseph. In het verdere verloop van de roman bereikt de vader precies wat hij niet wilde.

Een eeuw later is de menselijke ziel geen spat veranderd. Wel is de subtiliteit van ons handelen nog toegenomen. Veel minder vaak is het de ander die de straf uitdeelt. Wij geven onszelf ervan langs voor alle gaten die we als ons falen zien. Dat gebeurt in alle stilte, maar niet minder genadeloos.

Naar jezelf kijken

Wij hebben allemaal behoefte aan waardering. Dat is een universeel verlangen. Waardering hebben we nodig om ons veilig te voelen. Worden we gewaardeerd, dan horen we erbij en ervaren we erkenning voor onze krachten en talenten. Het is vanuit die geborgenheid dat we het vertrouwen vinden om vervolgstappen te zetten.

In de tijd van Carl Joseph stuurde je jezelf niet. Je werd gestuurd. Bijvoorbeeld door je vader, die op zijn beurt weer een stuurman boven zich had. Je voelde je niet autonoom; daar was geen sprake van. Waardering moest daarom van buitenaf komen.

Onze tijd lijkt anders, vrijer. Wij hebben meer over onszelf te zeggen. Dat voelt prettig. De verantwoordelijkheid die op onze schouders rust is daarom wel zwaarder, want onze tijd kent een geniepige opdracht: creëer je eigen geborgenheid.

En wat is de praktijk? We kijken terug, zien een gat dat we hebben laten vallen, en geven onszelf een ferme oplawaai: hoe heb ik zo dom kunnen zijn; hoe heb ik dat over het hoofd kunnen zien; wat ben ik een prutser!

Niet bepaald gedrag dat je geborgenheid laat voelen.

Naar de ander kijken

Erger nog wordt het als we gaan vergelijken.

Ja, laten we het perspectief eens verruimen. Je kijkt niet alleen naar jezelf, maar ook naar de ander; naar hoever hij of zij ervoor staat.

Het is vaak een glasharde, kille spiegel. Die ander is al zo veel verder; althans, dat is de overtuiging. De confrontatie werkt verlammend. Nog niet bekomen van de zelf toegekende oplawaai, gaat de eigenwaarde nu helemaal onderuit.

Met jaloerse blikken voegen we dat wat die ander al wel bereikt heeft gretig toe aan ons eigen rijtje. Zonder ons te realiseren dat we een valse-hoopsyndroom oproepen. Want, helaas, we zijn te onvermogend om op het rijtje actie te laten volgen. De wereld voelt dan ook compleet vijandig. Onze blokkade is totaal.

We straffen onszelf graag

Is terugkijken naar ons eigen handelen een probleem?

Nee, het is de manier waarop.

We straffen onszelf te graag. We weten allemaal dat je een kind het beste iets kunt leren door het positief te stimuleren. Een compliment als het struikelt en toch doorzet, maakt het zelfstandiger en sterker. Maar voor onszelf hanteren we andere normen. We gedragen ons als het districtshoofd von Trotta, terwijl we weten wat het effect is op zoon Carl Joseph.

Er is een anderen manier: mild zijn voor jezelf. Vergeef jezelf als het misgaat en wees dankbaar voor het leermoment. Dat leidt uiteindelijk tot een groter verantwoordelijkheidsgevoel, en een beter resultaat in het vervolg. Het is niet anders dan bij dat kind. Psychologe Kelly McGonigal schrijft erover in De kracht van wilskracht. Zij trekt haar conclusies op basis van degelijk onderzoek.

Zelfkritiek creëert geen vooruitgang. Eerder een fixed mindset. Zo’n mindset is funest. Hij roept schaamte op voor elk falen en laat je de pijn van blunderen voelen. Je kijkt wel tien keer uit om nog een stap vooruit te wagen.

Jaloerse blikken doden

Is kijken naar de ander het probleem?

Nee, het is de manier waarop.

We veinzen waardering voor de ander, maar intussen doet het pijn vanbinnen. Wat zou het je opleveren als je op zo’n moment de ander echte erkenning zou geven?

Valt dat je moeilijk? Adem dan diep in en daal af naar de plek in jouw lichaam waar zich de pijn bevindt. Doorleef hem en herken hem. Is het een impuls van teleurstelling – misschien zelfs jaloezie? De pijn begrijpen, is de pijn beheersen.

Verander nu je reactie. Wees oprecht bewonderend. Dan draait de situatie zomaar om. De ander wordt een rolmodel dat je spiegelneuronen prikkelt om van hem of haar te leren. Door de ander te waarderen, help je blijkbaar ook jezelf vooruit.

Een nobele daad

Wil je jezelf sturen?

Boetes werken niet, zo weten we uit onderzoek. Ben Tiggelaar schrijft er beeldend over in Dromen, Durven, Doen. Hij heeft er ook een naam voor: het ‘flitspaal-effect’, analoog aan de hardrijders die direct na de flitspaal toch weer vol op het gas gaan.

Wat wel werkt – en ook dat weten we uit onderzoek – zijn indentiteitsversterkende maatregelen. Kelly McGonigal toont dat in De kracht van wilskracht. In een mooi voorbeeld laat ze ons daar zien hoe mensen graag meer betalen voor groene energie als ze dat erkenning geeft als milieubewuste personen.

Waardering is niets anders dan een identiteitsversterkende actie. Identiteit is de ‘ervaring van wie je bent’. Door waardering wordt die ervaring positief beïnvloed; je gaat meer van jezelf houden.

Waardering van jezelf door jezelf is één ding; waardering ontvangen van een ander werkt nog sterker. Want dan pas, zo beseffen wij sociale dieren, dan pas genieten we echt erkenning, want dan houdt ook de groep van ons.

Nu is het aardige van waardering: zij werkt twee kanten op. Door jezelf te waarderen, zul je jezelf meer erkend voelen. En die erkenning maakt dat het makkelijker voor je wordt om ook anderen te waarderen.

Dus stel eens een nobele daad en geef jezelf een ferme schouderklop in plaats van een ferme oplawaai.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach - PCC gecertificeerd door ICF - International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

2 reacties… add one

  • Noelle 5 jul 2017, 15:39

    Dank je wel voor weer een mooi stuk!
    Ik lees je altijd met waardering en plezier.
    Noelle

Geef een reactie