Een apparaat met een bewustzijn

Zullen wij eens in staat zijn een apparaat te creëren dat beschikt over een bewustzijn? Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik vind dat een beladen vraag.

Nog niet zo heel lang geleden zou ik resoluut gezegd hebben: ‘Nee, dat gaat niet lukken!’ Maar dat leek meer op een standpunt om er snel van af te zijn, dan op een weloverwogen antwoord.

Het was ook een uiting van wishful thinking natuurlijk. Een apparaat met een bewustzijn is immers een apparaat met een eigen ‘ik’. Dat is beangstigend, want dat komt heel dicht in de buurt van een eigen wil. Zo’n apparaat zou zich – vanwege die wil – misschien wel zelf kunnen gaan sturen, volledig los van menselijke input. Het zou ook een ego kunnen vormen. En wat een ego met mensen doet weten we inmiddels: het maakt het slechtste in ons los – dus ik hield mijn hart vast voor een apparaat …

Nee, zo’n apparaat dat zich naast ons verheft als een compleet nieuw wezen, en waarvan wij de schepper zijn, dat leek me onbestaanbaar. In het kwaadste geval zou het de concurrentie met ons kunnen aangaan. Wat een grap; staan we plotseling niet meer alleen bovenin de piramide, maar hebben we een ‘natuurlijke’ vijand geschapen.

Zo’n apparaat, suste ik mijzelf gerust, kan niet mogelijk zijn. Je kunt niet iets creëren dat de potentie heeft om boven jou te gaan staan. Dan spelen we voor een klungelende god die verstrikt raakt  in zijn eigen plannetje.

Maar de laatste tijd ontstaan er barstjes in mijn sussende gedachten. Twee grote denkers van onze tijd zijn daarvoor verantwoordelijk. Ik ben werk van hen aan het lezen en ik merk dat hun ideeën iets beroeren in mij.

Daniel Dennett

Daniel Dennett wordt gerekend tot de grootste westerse filosofen van nu. Hij is schrijver van onder andere Het bewustzijn verklaard en Van bacterie naar Bach en terug. Daniel Dennett werd geboren op 28 maart 1942. Hij beleefde een turbulente jeugd. Zijn vader werkte in de Tweede Wereldoorlog voor de Amerikanen als spion in Beiroet, waar de familie Dennett toen woonde. In 1947 verongelukte hij bij een nooit verklaard vliegtuigongeluk. De familie toog terug naar de Verenigde Staten. Daniel groeide daar verder op en ging filosofie studeren aan Harvard.

Dennetts loopbaan kent veel briljante en vernieuwende momenten. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk, waaronder in 2012 de Erasmusprijs, en schreef en schrijft nog steeds baanbrekende publicaties en boeken. Daniel Dennetts grootste expertise ligt op het snijvlak van filosofie, computerwetenschap en bewustzijn.

Als je Daniel Dennett de vraag waar dit artikel mee begon, voor zou leggen, zou zijn antwoord wel eens kunnen zijn: ‘Wij zijn zelf een robot, dus ja, waarom niet?’

Dennett is een typische representant van het mechanistische denken: de mens is volledig in kaart te brengen, er is niets mysterieus aan ons. Het feit dat we nog lang niet alles over onszelf weten, doet daar helemaal niets aan af. Dennett is vol vertrouwen dat we dat punt op een goed moment wel degelijk zullen bereiken.

Ons bewustzijn is ontrafelbaar, is de overtuiging van Dennett. Het is het resultaat van vele minuscule chemische procesjes – Dennett gebruikt graag de metafoor van talloze kleine robotjes die tezamen onze ‘ziel’ vormen. Zodra we dat totaal begrijpen, kunnen we het ook reproduceren. Dan zijn we hard op weg naar een ‘schepping’ die zich naast ons verheffen kan.

Douglas Hofstadter

Niet minder briljant dan Daniel Dennett is Douglas Hofstadter (geboren op 15 februari 1945). Als ik zijn werk lees, blijkt dat Daniel en Douglas behalve generatiegenoten ook dikke vrienden zijn.

Hofstadter komt uit een wetenschappelijk nest. Zijn vader Robert werd Nobelprijswinnaar natuurkunde in 1961. Zelf won Douglas al als jonge wetenschapper van 35 jaar de Pulitzerprijs voor zijn boek Gödel, Escher, Bach.

Ik heb met veel genoegen, interesse en vooral ontzag zijn boek Ik ben een vreemde lus gelezen. In dat boek stuitte ik op enkele opmerkelijke feiten over Hofstadter (2010). Zo spreekt hij vlot een hele reeks moderne talen en speelt verdienstelijk zijn lievelingscomponist Chopin op de piano. Hij vertelt van oorsprong wiskundige te zijn, maar al snel blijkt dat hij zich op een ongekend breed terrein van wetenschappen heeft ontwikkeld.

Zoals hij zelf schrijft, is hij zich voor de werking van het menselijke brein, onze ‘ziel’ en ons bewustzijn gaan interesseren na de geboorte van zijn verstandelijk beperkte zus Molly. Douglas was toen twaalf. Al lezende in zijn boek, realiseerde ik me dat ook de vroege dood van zijn vrouw Carol een stimulans moet zijn geweest om zich in de materie van de geest te verdiepen. Zij overleed aan een hersentumor. Douglas bleef met twee kleine kinderen achter. Over die beide zo bepalende mensen en gebeurtenissen in zijn leven, schrijft Douglas op een ontroerende wijze.

De zo breed georiënteerde Hofstadter spreekt over zichzelf als ‘een soort van specialist; ik ben gespecialiseerd in denken over denken’. In zijn denken over het denken verplaatst hij het perspectief naar een positie boven het biologische orgaan dat ‘brein’ heet. Hij drukt het plastisch uit:

‘De hersencellen zijn niet de dragers van het bewustzijn; het bewustzijn wordt gedragen door patronen. Het gaat om het patroon waarin alles is georganiseerd, niet om de substantie. “It ain’t the meat, it’s the motion!” (…) En patronen kunnen worden gekopieerd van het ene medium naar het andere (…).’

Zodra we dus de patronen leren kennen, leren we ons denken kennen. Daar hoeven we het brein niet voor uit elkaar te peuteren. We kunnen in zo’n model de aard van het denken los zien van het lichaam. In die zin wijkt Hofstadter af van het mechanistische beeld dat zijn vriend Dennett schetst. Maar beide denkwijzen – hoe vreemd om dat woord hier te gebruiken – leiden in dezelfde richting: het systeem begrijpen, is het systeem kopiëren.

In Hofstadters vergelijking met patronen zit een troostrijke potentie: elke ‘ik’ kan in zekere mate voortleven in een andere ‘ik’. Mensen die elkaar goed kennen, leren elkaars patronen kennen en kunnen zo ook reproduceren. In de geest van ieder mens huist ook het bewustzijn van haar of zijn geliefden, al is het ‘grofkorreliger’ zoals hij het mooi uitdrukt. Van mensen die je na staan en die het leven verlaten, neem je daarom nooit volledig afscheid. Middels hun patronen bewaar je een stukje van hun ‘ziel’.

Hoe dichterlijk Hofstadter zijn ideeën ook schildert, hij blijft een wiskundige. Dat kan en wil hij niet verloochenen. Wij zijn verklaarbaar, want wij zijn onderworpen aan wetten.

‘God dobbelt niet’, citeert hij Einstein, die daarmee bedoelde te zeggen dat niets in de natuur zonder oorzaak gebeurt. En hij citeert verder: ‘Het boek van de natuur is geschreven in de taal van de wiskunde’. Dit is een beroemde uitspraak van Galileo Galilei. Met het noemen daarvan bevestigt Hofstadter zijn eigen opvatting dat alles beschrijfbaar  is in symbolen. Wat het ‘denken’ aangaat, komt dat beeld terug in zijn volgende woorden: ‘(…) bewustzijn is de symbolendans in onze schedel. Of, om het nóg bondiger te maken: bewustzijn is denken.’

Zodra we scherp hebben hoe de passen van de symbolendans eruit zien, en zodra we kunnen ontvlechten hoe de patronen tot stand komen, begrijpen we hoe het bewustzijn werkt.

Hofstadter, Dennett en de vrije wil

Een apparaat met een bewustzijn – dat impliceert dat het een eigen ‘ik’ heeft. Dat komt heel dicht in de buurt van een eigen wil, schreef ik zojuist. Onwillekeurig zie ik dan Star Wars-achtige taferelen van robots die zich autonoom gedragen. Dat beeld is bedreigend, hoe knap het ook wezen mag. Het knabbelt namelijk aan onze menselijke autonomie. We hebben dan een concurrent geschapen.

Hoe reëel is eigenlijk die bedreiging? Om op die vraag een antwoord te vinden, is het behulpzaam om eens te kijken naar hoe het zit met onze vrije wil.

Wat zeggen Dennett en Hofstadter over de menselijke vrije wil?

Hofstadter is er duidelijk over: het ‘ik’ dat aan de grondslag zou liggen van de vrije wil is een illusie. Op het moment dat we geboren worden, hebben we niet eens een ‘ik’. Die ‘ik’ ontstaat langzaam, als we onze persoonlijkheid ontwikkelen. We leren dan naar onszelf kijken – wat hij aanduidt  met ‘de vreemde lus’. Die eigenschap is handig in het sociale verkeer. Het bezit van een ‘ik’ maakt ons mentaal sterk, creatief en gedreven. Zeer nuttig om te overleven, dat ‘ik’, maar nog steeds wel een illusie.

Daaruit volgend is ook wat wij ‘vrije wil’ noemen een illusie. Hoewel de ‘ik’ in ons suggereert dat wij volledig frank en vrij onze besluiten nemen, is er in werkelijkheid iets heel anders aan de hand. O zeker, wij hebben wel een wil, wij maken wel degelijk keuzes, maar die zijn verre van vrij. Maar laat ik hier Hofstadter (2010) citeren, want die kan het veel beter vertellen dan ik:

‘Een combinatie van drukmiddelen, sommige van binnenuit, andere van buitenaf, schrijft ons voor welk pad we moeten volgen door die idiote dwaaltuin die “het leven” heet. Daar is niets heel raadselachtigs aan. (…) Het wordt pas onzinnig als we beweren dat onze besluiten daarbij en daarenboven op de een of andere manier “vrij” zijn. Ze zijn het resultaat van fysieke gebeurtenissen in ons hoofd! Hoezo, vrij?’

Dat was Hofstadter. Bij zijn vriend Dennett wordt het wat vager. Hij lijkt minder stellig en spreekt toch wel degelijk van een vrije wil. Maar zodra hij die gaat definiëren, komt ook hier de conclusie om de hoek dat een strikt vrije wil niet bestaat. Wel heeft de mens het vermogen om in zekere mate de toekomst te voorspellen en om zaken bewust te vermijden of ze juist aan te gaan. De mens anticipeert daardoor op wat komen gaat. Die eigenschap ontwikkelt zich tot een steeds fijner instrument, waardoor de mens steeds beter in staat is om de consequenties van zijn handelen te beheersen. Maar de allereerste prikkel daartoe wordt gewoon biologisch ingegeven door ‘het systeem’.

Goed, een strikt vrije wil bestaat niet. Er vinden fysische gebeurtenissen plaats in ons hoofd, met als resultaat dat we al of niet vermijdingsgedrag vertonen. Dat sluit aan bij het baanbrekende onderzoek van Benjamin Libet uit de tweede helft van de vorige eeuw, dat al liet zien dat de vrije wil niet bestaat. Natuurlijk hebben Dennett en Hofstadter daar ook uitgebreid kennis van genomen.

Een apparaat met een vrije wil?

We kunnen dus vaststellen dat onze eigen – menselijke – wil zich slechts kan bewegen binnen behoorlijke beperkingen. We zitten comfortabel gevangen in een groot causaal verband. Er is geen natuurwet die wij kunnen ontlopen. Ja, van een ‘wil’ is zeker wel sprake, maar van een ‘vrije wil ‘ allerminst.

Waarom gebruik ik hier het oordeel ‘comfortabel’?

Omdat wat voor ons geldt, ook voor robots geldt. Er zal geen apparaat ooit door mensenhanden gecreëerd worden dat zich boven de wetten van de natuur verheft. De simpele reden daarvoor is, dat wijzelf alleen binnen die wetten kunnen handelen. Wij hebben immers geen vrije wil; al ons denken en dus ook al ons creëren, komt uit die wetten voort en speelt zich binnen die wetten af.

Dus de eventueel door ons geschapen concurrent zal zich slechts kunnen bewegen binnen dezelfde beperkingen als wij. Het apparaat mag misschien keuzegedrag vertonen, van enige vrijheid zal geen sprake zijn. Elke actie van het apparaat zal vooraf bepaald zijn. Ook al fluistert het bewustzijn van het ding het in dat het die actie volledig zelf bedacht heeft, het zal net zo gefopt worden als de mensheid.

Alles goed en wel, maar net als mij zul je je misschien nog niet geheel gerustgesteld voelen door dit idee. Want stel je voor, er komt een moment dat dat apparaat onze slimheid benadert, en dus onze mogelijkheden. Wij zijn ertoe in staat om het die talenten te geven. Het is slechts wachten op het moment dat we ons eigen denken volledig kennen, volgens Hofstadter en Dennett. Dus stel je zo’n slim apparaat eens voor – misschien gaat dat apparaat wel zélf bewuste apparaten scheppen …

Nu, misschien dat het volgende je dan tóch gerust zal stellen: ik had het net over ‘gefopt worden’ – wie is eigenlijk degene die hier de apparaten fopt? Heel juist ja, diegene is de mens!

Een parallelle wereld

Gelukkig, eind goed al goed. We hebben niets te vrezen.

Of is er misschien toch iets …

Al eens gehoord van selectieve perceptie? Dat begrip wijst ons erop dat we het leven alleen kennen door het venster van onze geest.

Maar parallel aan dat venster, wat is daar allemaal nog gaande; hoe zeker weten wij dat wijzelf niet al een apparaat met een bewustzijn zijn … ?

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

0 reacties… add one

Geef een reactie