Gist

Als het coronavirus ons grote probleem was dan konden we ons gelukkig prijzen. Het bedreigt op geen enkele manier onze existentie. Toch gedragen onze politieke leiders zich daar wel naar.

Ik heb het idee dat ze in een fuik gezwommen zijn waaruit ze zich niet meer weten te redden. Het hele coronaspel is er een van getallen geworden die niet meer in een relativerende context worden geplaatst. De pandemie is getransformeerd tot een scorebord waarop leiders en landen elkaar de maat nemen; wie komt er als winnaar uit de bus en wie als verliezer?

Onze politieke leiders maken de eerlijke evaluatie niet, bang als ze zijn voor gezichtsverlies, en bang als ze zijn voor het verlies van de kiezersgunst. Want stel je voor dat je, op basis van de kennis van nu, zou moeten toegeven dat de maatregelen die je hebt genomen ontwrichtender hebben huisgehouden in de maatschappij dan het virus zou hebben gedaan wanneer het niet of milder zou zijn aangepakt – alles in ogenschouw nemend uiteraard, niet alleen de cijfers van het scorebord. Dat is voortschrijdend inzicht dat lastig uit te leggen is.

Nee, dan is het beter om het ingeslagen pad zonder toetsing te vervolgen. Op het risico af dat het de opvoering van een kostbare komedie is die de maatschappij en haar sociale structuur ernstig zal schaden. Dat moet dan maar. In alle beroering is het werkelijke gewicht van de pandemie toch lastig te doorzien voor de kiezer.

Onze leiders houden zich ledig met COVID-19 alsof ons voorbestaan ervan afhangt. Tegelijkertijd negeren ze de echte existentiële bedreiging – de klimaatverandering. Ten aanzien van die crisis leggen ze een opvallende inertie aan de dag.

Er bestaat een instantie die wel evalueert, het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN. Het IPCC bracht in de afgelopen maand een verontrustende conclusie naar buiten. Helaas ging die aan de meesten van ons voorbij, zo ook aan veel van onze leiders. We waren gepreoccupeerd met corona. Dat gold ook voor de media. Het was geen voorpaginanieuws. Dat had het wel moeten zijn. Econoom Dirk Bezemer vat de IPCC-conclusie in zijn column in De Groene Amsterdammer van 8 oktober 2020 als volgt samen:

‘De boodschap is dat we nog tien jaar CO2-uitstoot over hebben, willen we een redelijke kans (66 procent) hebben om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken. Voor een betere kans moeten we sneller afbouwen. Lukt het niet, dan gaan er een aantal bijzonder nare effecten optreden.’

Bij ‘bijzonder nare effecten’ moet je denken aan:

  • Een economische ineenstorting.
    Bij de bankencrisis zakte het mondiale bruto nationale product (zeg maar, de wereldeconomie opgeteld) met 2 procent. Bij de klimaatcrisis wordt dat vóór 2100 mogelijk 50 procent, schatten deskundigen.
  • Hele steden, kustgebieden en eilanden die verdrinken.
    Toen in 2015 het akkoord van Parijs werd opgesteld, dachten we nog aan 90 centimeter zeespiegelstijging. Anno 2020 smelten de ijskappen en gletsjers zo snel dat 2,4 meter mogelijk wordt. Eilandrijken in de Grote Oceaan en de Indische Oceaan zijn al aan het verdwijnen. Jakarta – 10 miljoen inwoners – is in acuut gevaar. Steden als New York, Venetië en Amsterdam hebben nauwelijks meer tijd om de vloedgolf af te wenden.
  • Grote delen van de aarde worden onleefbaar door de hitte.
    In de zomer van 2003 werd West-Europa getroffen door een hittegolf. Daarbij vielen liefst 2000 doden per dag. Zo worden al onze zomers als de aarde 4 graden opwarmt. Op dat punt stevenen we rechtstreeks af. Als we niet direct ingrijpen kun je in 2100 in het hele Midden-Oosten, Australië, India, en in grote delen van de VS, Rusland, China, Zuid-Amerika, Zuid-Europa en Afrika niet meer wonen. Het wordt er te vaak heter dan 35 graden, de rode lijn voor menselijk leven.

Het zijn drie voorbeelden. Historicus David Wallace-Wells vond er genoeg om een boek te vullen: De onbewoonbare aarde (2020). Lezen!

Ik ben diep ongerust. Maar wat mij werkelijk doodsbenauwd maakt, is de politieke apathie.

Af en toe hoor ik nog zeggen dat de klimaatverandering gewoon een natuurlijk verschijnsel is. Als je dat denkt, heb je het óf heel goed begrepen, óf juist helemaal niet.

Om met de tweede ‘of’ te beginnen. Het is wel degelijk de mens die het klimaat ontwricht. Wij zorgen voor die enorme uitstoot aan broeikasgassen, waarvan CO2 de bekendste is. Sinds het begin van de industriële revolutie, zo rond 1750, is de atmosfeer daardoor met 1,1 graad Celsius opgewarmd. We hebben nu bijna de ‘veilig’ geachte 1,5 graad van het akkoord van Parijs opgesoupeerd. Dat kunnen we grotendeels op het conto schrijven van de generaties die nu leven. De CO2-uitstoot van de laatste 25 jaar is ongeveer de helft van het totaal dat de mensheid ooit heeft geproduceerd.

Om met de eerste ‘of’ te besluiten. Wij zijn zelf deel van de natuur, onmiskenbaar. Soms stuurt de natuur haar onderdanen op rare fratsen uit. Je zou de mensheid kunnen vergelijken met een populatie gistcellen in druivensap. De cellen voeden zich met suikers. Ze floreren, ze groeien razendsnel in aantal, onderwijl de verteerde suikers uitpoepend als alcohol. Dat gaat goed totdat het alcoholniveau de 15 procent bereikt. Het eigen afval vergiftigt dan de cellen, de gistgemeenschap sterft uit – ze heeft haar leefwereld vernietigd.

De wijn is bijna klaar. De vraag is hoe zoet hij smaken zal.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring