Grip op de chaos van een Rampjaar

1672 staat in de Nederlandse geschiedenis te boek als het Rampjaar.

Het was het jaar waarin de gebroeders de Witt, de 2 briljante staatsmannen die de Nederlandse Republiek bestuurden, op beestachtige wijze werden omgebracht door een doldrieste bevolking die in blinde paniek was. Enkele maanden daarvoor in datzelfde jaar werd het land overrompeld door de grootste aanvalsmacht die Europa had aanschouwd sinds de Romeinse tijd (Luc Panhuysen, Rampjaar 1672).

De Franse Zonnekoning, Lodewijk XIV walste in 1672 vanuit het oosten Nederland binnen met een niets en niemand ontziend leger dat werd begroot op 200.000 man. Geholpen door zijn bondgenoten, Engeland en de bisschoppelijke legers van Munster en Keulen, was hij vastbesloten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in te lijven bij zijn oppermachtige Franse koninkrijk.

Het was de Gouden Eeuw. Nederland was rijk als nooit tevoren, maar had haar defensie schromelijk verwaarloosd. Er werd met grote jaloezie door buitenlandse mogendheden naar het succesvolle landje gekeken. Het lag daar in die noordwest-hoek van Europa onbeschaamd en onbeschermd rijk te wezen. Een verleidelijke prooi voor buitenlandse agressors.

Moordend, plunderend, brandstichtend en verkrachtend denderden de Fransen over de Nederlandse bevolking heen. Overal zochten de mensen een veilig heenkomen. Kooplieden en regenten trachtten hun persoonlijke rijkdommen te redden. De bevolking voelde zich verraden en in de steek gelaten. Er braken oproeren en opstanden uit.

Er was geen redden aan. Middenin haar grootste bloeitijd, stevende de Republiek af op haar ondergang. ’s Lands bestuur was ‘onthoofd’, de bevolking totaal ontredderd en op de vlucht. Niemand had meer enige grip op de situatie. Het laatste uur voor Nederland leek geslagen.

In deze complete chaos voltrok zich echter stap voor stap een mirakel: de Republiek overleefde en vond zichzelf opnieuw uit.

Spiegels

Staten hebben veel gemeen met mensen. Het zijn structuren ontsproten aan ons denken. Doortrokken van hoe wij in elkaar steken. Onze staten en hun geschiedenissen houden ons spiegels voor.

De spiegel van chaos is er één van. Zoals een staat in chaos kan verkeren, kun je als individu hetzelfde ervaren. Het kan soms net zo heftig zijn.

Chaos is altijd de geboorte van iets nieuws. Dat is een natuurwet. Net zoals het een natuurwet is dat dat met pijn gepaard gaat. Maar hoe ga je om in die fase van chaos met de pijn die je voelt? Hoe hou je de moed en kracht om de geboorte plaats te laten vinden?

Laten we eens kijken in de spiegel van de Republiek.

De positieve kant van chaos

Chaos is een ervaring. Het is niet hoe de wereld werkelijk is. Van bovenaf gezien is alles te beschrijven, zijn er logische verbanden en is er oorzaak en gevolg. Maar chaos toont onze nietigheid aan. Het is te complex, te groot en te veel voor ons als mens om te bevatten.

We voelen hoe klein en onmachtig we eigenlijk zijn. Het is onmogelijk geworden om de controle nog te behouden.

Maar alles heeft 2 kanten. Er schuilt een grote kracht in dat gevoel van chaos. Gestript van alles wat we dachten te hebben, worden we poedelnaakt op onze kern teruggeworpen.

In dat gevoel van chaos is er feitelijk ook een soort van orde. Onze ego’s doen een stap opzij. Ze maken plaats voor een veel zuiverder kijk op onszelf. Dat is bevrijdend. Het opent onze ogen voor onze sterkste kanten. Altijd in de chaos komt er dan ook een punt waarin we zien wat ons in de situatie werkelijk te doen staat.

In 1672…

De Nederlandse Republiek bereikte in het Rampjaar ook dat punt. Het leger was zwak en machteloos. Het had zich vele 10-tallen kilometers het land in laten jagen. Voorbij de IJssel en voorbij Utrecht.

Maar daar kreeg het een nieuwe opdracht. De Republiek beneden zeeniveau zag nog één wanhopige mogelijkheid om de Franse opmars te stoppen: zichzelf onder water zetten. Het leek een poging tot zelfmoord.

De Waterlinie werd ingezet. Een enorme waterstaatkundige krachttoer. De krijgsmacht van de Republiek stak gecontroleerd dijken door, zette sluizen open en joeg de eigen boeren van hun weilanden en gronden. De polders liepen onder met het water van de Zuiderzee en de grote rivieren.

Langzaam vormde zich een brede, rafelige, onoverzienbare brakke plas. Een strook ondergelopen land die zich uitstrekte van Amsterdam en Muiden, zuidwaarts naar Geertruidenberg en ’s-Hertogenbosch. Op vele plaatsen meer dan 15 kilometer breed. Ondiep weliswaar en doorwaadbaar her en der, maar dat was onzichtbaar voor de Fransen.

Er was een grote, onneembare binnenzee ontstaan. Holland en Zeeland waren nu als een burcht beschermd door een enorme slotgracht. Belangrijke steden als Middelburg, regeringscentrum Den Haag en Amsterdam, toentertijd de machtigste handelsstad ter wereld, konden even opgelucht ademhalen.

Het bestuurlijke en economische hart waren voorlopig veiliggesteld. De Republiek had in de chaos haar grootste kracht ontdekt en als een verrassingswapen ingezet. De Fransen waren perplex. De kleine staat had ze tot staan gebracht. En niet alleen dat: het maakte ze vertwijfeld. Hierop hadden ze geen weerwoord.

Waartoe chaos je uitdaagt

Het is onze natuurlijke neiging om te trachten grip te krijgen op de situaties in ons leven. Het lastige van chaos is dat hij glad is als een aal. Je krijgt hem niet te pakken, wat je ook probeert.

Dus ga de tegenovergestelde uitdaging eens aan: probeer er gewoon geen grip op te hebben en zie wat er gebeurt. Laat de chaos zijn eigen dynamiek volgen.

Zoals gezegd, wij zijn te nietig om het te onderscheiden, maar er is wel degelijk een logica, een oorzaak en gevolg, en dus een resultaat. Het is de grote kunst om dat vertrouwen steeds te hebben. Dus dat je – ondanks dat je de logica zelf niet kunt zien – weet dat die er wel is.

Dan verdwijnt de angst voor de chaos en krijg je de moed om de dingen zelf hun beloop te laten hebben. Een benarde positie wordt dan een positie van mentale rust en veiligheid.

Het is niet zozeer een keus, het is de enige mogelijkheid. Vanuit die positie zul je zien dat er verrassende dingen gebeuren die je tot steun zijn. Dat pept het moreel op. Het zal je uit de staat van ‘freeze or flight’ bevrijden.

In 1672…

De kleine Republiek was aan het worstelen, maar dat gold minstens zo voor de legers van de Zonnekoning en zijn bondgenoten.

De vijandelijke regimenten waren vanuit een aantal oostelijke speerpunten het land binnengevallen. Naarmate de invasie vorderde, verspreidde de krijgsmacht zich. De frontlinie werd een brede lijn die zich diagonaal over het land uitstrekte. Van de provincie Groningen via de oostkust van de Zuiderzee, langs de Waterlinie naar het zuiden.

De agressor moest een steeds groter front bewaken. De strijd duurde inmiddels langer dan gedacht, mede door de Waterlinie. De inval was ingezet in de lente. Het was inmiddels al enkele maanden in het najaar. In het open veld werden de soldaten geplaagd door aanhoudende regen en natte kou.

De krijgslieden van Lodewijk XIV waren hier niet in hun element. De Nederlanders wel. Met speciale, platte schuiten bevoer het leger van Holland de kunstmatige plas en joeg de vijand steeds van de dijken en doorsteken die nog boven het water uitkwamen.

De Fransen leken vast te zitten in hun eigen overtuigingen over oorlog voeren. Ze kwamen pas laat op de gedachte om zelf een binnenschuit te ontwikkelen, waarop ze massa’s militairen de oversteek konden laten maken. Hun rieten boten bleken echter steeds te zinken onder het gewicht van de menselijke lading.

Het moreel onder de troepen was toen al danig gedaald. Het instandhouden van de brede frontlinie had veel energie gevergd. Wat een bliksemsnelle veroveringsoorlog had moeten zijn, was verzand in een impasse.

Enerzijds liepen de Fransen vast in hun eigen succes. Anderzijds liepen ze vast in de modder en nattigheid van het Nederlandse klimaat en het Nederlandse landschap.

Aan de westelijke zijde van de plas veerden de inwoners van de Republiek langzaam op. Er was iets fundamenteel aan het veranderen. Bovendien was er onverwacht ook iets echt te vieren: intussen op de Noordzee, had de Nederlandse zeevloot, onder aanvoering van admiraal Michiel de Ruyter, een paar klinkende overwinningen op de Frans-Engelse vloot behaald.

De dynamiek van de chaos gaf verrassende dingen prijs. Er gloorde hoop!

Er zijn altijd lichtpunten naar de uitweg

Na ‘freeze or flight’ groeit de moed weer.

Jacquelyn Small zegt in Healing the Shame that Binds You (John Bradshaw): ‘There is nothing that has to be done, there is only someone to be.’

Daarmee verwoordt zij, vanuit een mindfulness-standpunt, het krachtige gevoel dat je krijgt als je vanuit vertrouwen het leven zijn eigen dynamiek laat volgen. Je verheft jezelf er bovenuit, waardoor de teneur verandert.

Projecteer dat eens op chaos en je ervaart hetzelfde. Je ziet lichtpunten aan de einder. Wat eerst zo onoverzichtelijk leek, blijkt ook vol nieuwe kansen. Wat je ervaart is paradoxaal: juist door los te laten, krijg je toch grip op de situatie. Vanuit vertrouwen groeit ook zelfvertrouwen.

Je wordt je veel zelfbewuster van wie je bent. Je plek in de wereld voelt veel steviger. In plaats van dat je redeneert vanuit wat er allemaal zou kunnen misgaan, redeneer je vanuit wat je allemaal voor mogelijkheden in je hebt. Dat is veel overzichtelijker dan chaos.

In 1672…

Soms schuilt in je nietigheid je grootste kracht.

Het zwakke leger van het kleine land voelde zich sterker worden. Aan de andere kant was er het besef dat een grote aanval om de Fransen te verdrijven of hun linies te doorbreken, absoluut niet realistisch was.

Je kunt vechten als een leeuw als je over superieure kracht beschikt. Die had de Republiek niet. Je kunt ook vechten als een vos, stelt Luc Panhuysen in Rampjaar 1672. Slim je kans afwachten, en met gerichte acties gevoelige prikken uitdelen. De vos slaat toe bij verrassing.

Zo’n gerichte actie was het plan om de vesting Woerden te ontzetten. Het was een gewaagd idee, waarbij gebruik werd gemaakt van de vrees van de Fransen voor een aanval op het noordelijker Naarden. Een eerdere aanval daar was mislukt. Dat waren de Fransen niet vergeten. De Nederlanders evenmin. Ze maakten het onderdeel van hun plan.

Via schijnbewegingen werd de vrees van de Fransen bevestigd. Ze lieten zich weglokken naar het noorden. De weg naar het werkelijke doelwit kwam vrij.

Woerden werd omsingeld door Nederlandse eenheden. De daar nog aanwezige Fransen waren compleet overrompeld. De commandant zag nog wel kans om het alarmvuur te ontsteken. Dat werd verderop in Naarden gezien. Spoorslags togen de Fransen met 3000 man weer zuidwaarts.

Daar stootten zij op de Nederlandse eenheden. Er volgde een bloedig treffen. Een zaagmolen ging in vlammen op en belichtte het strijdtoneel. De Nederlanders voerden met 2 kanonnen en voetvolk beschietingen uit. Er werd zeer hevig gevochten. Gebrek aan ervaring en aan vechtkracht deed ze echter de das om. Ze verloren steeds meer terrein. De soldaten wierpen één voor één de wapens weg en zetten het op een lopen.

De aanval op Woerden mislukte. Toch had het Nederlandse leger laten zien dat het terug kon vechten. Aan Nederlandse kant waren 600 gesneuvelden te betreuren, aan Franse zijde een veelvoud: 2000.

Veldmaarschalk Waldeck, chef generale staf, concludeerde dat Woerden toch winst had opgeleverd. ‘We hebben ontdekt’, zei hij, ‘dat de Fransen ook maar mensen zijn.’

Het leger van de Zonnekoning bleek niet zo ongenaakbaar als steeds gedacht. De Nederlandse krijgsmacht kon afrekenen met een overtuiging die haar tot dusver zeer beperkt had.

Sterker uit de strijd

De Nederlanders van de Gouden Eeuw zagen het Rampjaar als een straf van God.

Ze waren te welvarend, te gemakzuchtig, te verwend en te zelfingenomen. En nu greep God in met zijn beproevingen. Ze moesten maar eens laten zien dat ze het waard waren.

In onze tijd zien we dat anders. Maar toch is er een les te herkennen. Het is de les van jezelf herontdekken.

Ieder leven kent wel een rampjaar. Vaak is het te groot en te onoverzichtelijk om het nog te kunnen sturen. Er zijn krachten actief waar je als persoon geen grip op hebt.

Dan wordt je net als die Gouden Eeuwers helemaal poedelnaakt teruggeworpen op jezelf. Je wordt gedwongen jezelf opnieuw uit te vinden. Behalve dat dat taai is, misschien wel een haast onmenselijke opgave, kan dat ook een grote kans zijn die je als persoon uiteindelijk sterker maakt.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

4 comments… add one
  • Huub Koch 9 feb 2016, 14:39

    Wederom een mooie post, Stan. En interessant hoe je de geschiedenis weet te verweven in de tegenwoordige tijd. Leven de Chaos!

    • Stan Lenssen 9 feb 2016, 14:46

      Dank Huub. En ach Chaos… Hij is van alle tijden 🙂

      • Gerard Sipkens 9 feb 2016, 18:10

        Mooi hoe je verandering van overtuigingen in deze geschiedenis hebt uitgelicht.

        • Stan Lenssen 9 feb 2016, 20:00

          Dank Gerard, en bovendien gaf het lezen van het boek over het Rampjaar mij nog iets: het bevestigde mij dat overtuigingen niet alleen spelen bij individuen, maar dat zelfs hele groepen door één en dezelfde overtuiging belemmerd of bekrachtigd kunnen worden in hun handelen.

Leave a Comment

Privacyverklaring