Utopia

Ik kijk naar het schilderij Het nieuwe Moskou van Joeri Pimenov. Erg schokkend ziet het tafereel er op het eerste gezicht niet uit. Een jonge vrouw achter het stuur van een open auto. Ze rijdt het uitgaansleven in van een bruisende, wereldse stad. Haar voorkomen wekt de indruk dat ze welgesteld is; haar cabriolet, haar verzorgde kapsel, de kleding die ze draagt, alles aan haar straalt geld uit. Heel het straatbeeld doet dat. Luxe auto’s verplaatsen zich breeduit door het stadsverkeer, goed geklede vrouwen en mannen bevolken de stoepen, iedereen lijkt op stap. Hier heerst welvaart; hier kan men zich de luxe van het restaurant en de schouwburg permitteren.

Het is een filmisch tafereel dat zich, aan de auto’s te zien, in de jaren dertig afspeelt. Vanuit een verhoogde positie ben ik toeschouwer. Ik kijk over de vrouw heen een brede, drukke straat in. De voorgrond wordt beheerst door warme gele en rode tinten. Langzaam vervagen die naar het grijs van de gebouwen in de verte. Mijn blik wordt de diepte in getrokken. De straat verdwijnt linksom in een flauwe bocht tussen de hoge gebouwen. Het beeld heeft iets van een affiche waarin een toneelstuk of speelfilm wordt aangekondigd. Ik krijg het gevoel alsof ik, meerijdend met de jonge vrouw, beland in de vrolijke wereld van de reclame.

Toch brengt het schilderij mij ook meteen aan het twijfelen over die vrolijkheid. De kolossale grijze torens die achterin het beeld oprijzen in massief beton – ze lijken nog in aanbouw -, maken zich breed in een dreigende houding, alsof ze zeggen willen: ‘Wacht maar, dit zullen nog donkere tijden blijken.’ Bovendien valt het mij op dat de lucht grauw is en dat het wegdek eruit ziet alsof het zojuist geregend heeft. Desalniettemin rijdt de vrouw met een open dak en wemelt het van de voetgangers. Het tafereel roept ambivalente gevoelens op. Het lijkt zo onbekommerd en toch krijg ik het idee dat zich hier iets heftigs afspeelt. En dat klopt …

Joeri Pimenov-Het nieuwe Moskou-Utopia

Afbeelding: Het nieuwe Moskou, Joeri Pimenov, 1937 – Weblog Rusland in woord en beeld, http://www.ruslandinwoordenbeeld.com/blog/2016/9/27/c2p4wzd7t11y7tf2ri10p8sb43qj8i

Ik kwam het schilderij van Pimenov op het spoor door een boek van Ruslandkenner Michel Krielaars: Alles voor het moederland. Hij beschrijft daarin de levens van de Russisch-Joodse schrijvers Isaak Babel en Vasili Grossman. Pimenov was een tijdgenoot van Babel en Grossman. Dat was de eerste helft van de vorige eeuw, meer precies: de periode van de Stalinterreur. De Sovjet-Unie is dan bezig met de opbouw van een socialistische heilstaat. De revolutie van 1917 heeft de tsaristische aristocratie van het oude Rusland weggevaagd. Naar het Marxistische model zou de macht nu aan de arbeiders moeten zijn. In werkelijkheid verkeert de Sovjet-Unie in de ijzeren greep van Josif Stalin. Met een centraal geleide planeconomie wil hij het slagen van de socialistische heilstaat afdwingen. Het succes van zijn nieuwe maatschappij moet het daverende bewijs zijn van zijn gelijk: een Utopia is maakbaar. De wereld moet dat zien en niet in de laatste plaats moeten ook de Sovjetburgers dat zien.

Het doek van Pimenov suggereert een stad van voorspoed, waarin de mensen het leven vieren. Daarmee is het een iconische verbeelding van Stalins triomf. Pimenov was niet per se een vriend van het toenmalige Sovjetregime. Net als van alle kunstenaars werd van hem echter verwacht dat hij zich schikte naar de censuur van Stalin; hij diende zich te houden aan wat het socialistisch realisme heette. Daarin was voorgeschreven dat kunst eenvoudig te begrijpen moest zijn, optimisme en enthousiasme op moest roepen, en bovenal de vooruitgang van de Sovjetstaat moest verbeelden. Zoals zovelen boog Pimenov het hoofd voor de staat om zijn kunst te kunnen blijven maken. Het nieuwe Moskou toont een zelfbewuste samenleving die pronkt met haar voorspoed. Met grove, vastberaden penseelstreken in gloedvolle kleuren bewijst het doek eer aan het Stalinregime. Tegelijk heeft het ook iets onheilspellends – wil Pimenov mij als kijker daarmee wijzen op wat er intussen werkelijk gaande is?

Joeri Pimenov schilderde zijn doek in 1937. In dat jaar betaalden de Sovjetburgers een enorme prijs voor de schepping van de utopische heilstaat. 1,7 miljoen van hen werden gearresteerd, 350.000 werden naar de goelags verbannen en 800.000 werden met een nekschot omgebracht. Het was het bloedigste jaar van een periode die de geschokte wereld later de Grote Terreur (1934 – 1939) is gaan noemen. Van het oorspronkelijke enthousiasme voor het ideaal van een socialistische samenleving was bij de Sovjetburgers in 1937 weinig meer over. Hadden zij aanvankelijk geloofd in de belofte van gelijkheid en vrijheid, dat vertrouwen was nu omgeslagen in desillusie en angst. Gelijkheid bestond niet. Er was een nieuwe elite ontstaan binnen de Communistische Partij. Alleen als je deel uitmaakte van die elite had je het goed. En ook van vrijheid was geen sprake. Je diende volledig toegewijd te zijn aan de ideeën van de leider van de Sovjetstaat. Wie iets deed wat het gezag niet beviel, werd gezien als een vijand en kon rekenen op het strafkamp of erger. Stalin gedroeg zich paranoïde: hij zag overal tegenstrevers die weggezuiverd moesten worden. De massale arrestaties, verbanningen, executies en het verraad dat daarbij hoorde tussen collega’s, vrienden en familieleden – vaak uit wanhoop om zelf aan het noodlot te kunnen ontsnappen – gingen aan niemand voorbij. Elke familie kende haar slachtoffers.

Op het schilderij van Pimenov rijdt een moderne jonge vrouw via een brede straat het centrum van de hoofdstad van de Sovjet-Unie binnen. Michel Krielaars vertelt (pp. 20-21): ‘Ze komt uit de richting van het Dzerzjinski-plein, waar de dag en nacht werkende geheime politie van Josif Stalin kwartier houdt in het statige gele gebouw van een voormalige verzekeringsmaatschappij. (…) Recht voor de vrouw in de cabriolet rijst het nieuwe Gosplan-gebouw op, het beleidscentrum van de communistische planeconomie. Het overschaduwt het belendende Huis van de Vakbonden, dat gevestigd is in het vroegere paleis van de Adelsvereniging. Aan de gevel hangt een grote rode banier, om aan te geven dat de aristocraten hier niets meer te zoeken hebben.’ Een verwijzing naar de legitimiteit van de kennelijke welvaart van de jonge vrouw is de rode anjer aan de linkerstijl van de voorruit. Het is het symbool van de arbeidersbeweging. De rode bloem komt terug in het patroon van de jurk of blouse die ze draagt. Het beeld is klip-en-klaar: in de socialistische heilstaat heeft de burger die meedoet het goed. De jonge vrouw is een voorbeeld, een rolmodel.

Toen ik de eerste keer het schilderij zag, werd ik getroffen door de gelijkenis die het oproept met de atmosfeer van het uitgaansleven van de bourgeoisie in een grote metropool in West-Europa of Amerika, ten tijde van de jaren dertig. Zoiets als het beeld van de uitgelaten drukte bij aanvang van een zaterdagavond op een brede, chique avenue in het centrum van het New York van die tijd, wanneer de welgestelden op weg zijn naar een theatervoorstelling, een concert of ergens gaan dineren. Frappant is dat Michel Krielaars hetzelfde gevoel beschrijft (p. 22): ‘Je waant je bijna in het New York van die tijd – op Broadway om precies te zijn.’

Om te onderzoeken of ik een bevestiging kan vinden van die aangevoelde gelijkenis met New York, googel ik naar foto’s van het straatbeeld van de Amerikaanse metropool in de jaren dertig. In luttele minuten duiken er tientallen plaatjes op. Naast voor de hand liggende verschillen, zoals de lichtreclames en mensen van verschillende etnische achtergronden, zie ik inderdaad ook opvallende overeenkomsten met het doek van Pimenov: er heerst bedrijvigheid, er rijden luxe auto’s, en smaakvol geklede mensen tonen zich zelfverzekerd aan de buitenwereld. De foto’s weerspiegelen vooruitgang (nota bene in een decennium van crisis), levenslust, zelfbewustheid en vrijheid. Precies die elementen zijn voor mij zo herkenbaar voor de sfeer in een westerse metropool. Het zijn ook precies die elementen die Pimenov tot leven laat komen in de figuranten op Het nieuwe Moskou. Maar klopt die gelijkenis dan ook met de werkelijkheid toendertijd in de Moskouse straten?

Weer googel ik naar foto’s voor antwoorden. Nu van Moskou in de jaren dertig. De plaatjes die ik dan vind, laten een heel ander beeld zien dan het schilderij van Pimenov. De luxe auto’s ontbreken volledig en de voetgangers lijken in niets op de modieuze, trotse mensen die Pimenov zo opzichtig schilderde. Hun kleding is functioneel en donker, en ze wekken de indruk zich met een trage en gebogen gang te verplaatsen. Deze foto’s van het openbare leven in Moskou van de jaren dertig doen mij in geen enkel opzicht denken aan het elan en de levenslust van Het nieuwe Moskou. De gelijkenis die het doek uitstraalt met een westerse metropool, komt mij dan ook heel ironisch over. Is dit een utopische voorstelling die moet misleiden, of is dit de kunstenaar die zich opstandig toont en uitdrukking geeft aan een verlangen naar een vrije, zelfbewuste wereld?

Ik kijk nog eens naar het schilderij van Pimenov. Het valt me nu op dat er iets ontbreekt. Ik krijg geen idee van de stemming van de jonge vrouw, ik zie haar alleen van achteren en moet maar raden naar haar gezichtsuitdrukking. Is ze vrolijk, verwachtingsvol, uitgelaten? Of is ze teleurgesteld, bedroefd, angstig? Pimenov laat er niets over los; de jonge vrouw kijkt strak voor zich uit. Ik vang zelfs geen glimp van haar blik op via de achteruitkijkspiegel. Durfde Pimenov het niet aan om ook haar ogen te schilderen; was hij misschien bang voor wat hij dan tot uitdrukking gebracht zou hebben?

 

New York - Seventh Avenue 1938

Afbeelding: New York 1938, Seventh Avenue – Pinterest, https://nl.pinterest.com/pin/346003183855912734/

 

New York - Times Square 1934

Afbeelding: New York 1934, Times Square – MCNY Blog, https://blog.mcny.org/2016/08/23/new-york-illustrated-by-camera-manhattan-in-the-1930s/

 

Moskou - Sukharev Tower Moskou 1930

Afbeelding: Moskou 1930, Sukharev Tower – Pinterest, https://nl.pinterest.com/pin/280630620511693710/

 

Moskou - Torgsin warenhuis 1930

Afbeelding: Moskou 1930, Torgsin warenhuis – Master & Margarita, https://www.masterandmargarita.eu/nl/02themas/h28.html

 

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 comments… add one
  • Huub Koch 4 jan 2019, 12:39

    Dank voor je nieuwsbrief Stan. Ik had deze posting al eerder gezien – na de podcast van jou met Erno Hannink te hebben beluisterd – en dacht even dat ik iets had gemist. Toch, vandaag in mijn inbox.

    De hoogste waarde van elk kunstwerk is te bestaan zonder vooraf bepaalde betekenis, maar wel afgeleid van de ervaring van de ontmoeting. Kunst is provoceren, vragen oproepen die alleen het publiek kan beantwoorden. De ontmoeting is waar het om gaat, niet de betekenis. Als betekenis het doel zou zijn, dan is het propaganda of reclame. De betekenis van kunst is echter – ‘alles wat je ervan wilt maken.’ Dit is zijn kracht. Als je het bovenstaande echt tot je door laat dringen, dan wordt je gedwongen om stil te staan. Stil te worden – of nog beter – stil te zijn. Andere keuzes te maken.

    Natuurlijk heb je dan nog steeds vragen over jouw rol in het geheel. Van betekenis zijn – zonder die vooraf te bepalen (in de ont-moeting). Je vak uitoefenen (met liefde voor je ‘metier’). Geld verdienen (slapend rijk worden of genoegen nemen met minder – dat laatste is meer ontspannen). Groeien of niet (het bezit van de zaak is het einde van het vermaak – zeker als je personeel moet aannemen). Beginnen en stoppen (accelereren of op de rem gaan staan op het juiste moment – hoe serieus neem je jezelf). Wat wijsheid is (vooruitzien, omzien, of aanwezig zijn bij wat er is). Je bent wat je bent, niet wat je denkt, voelt, of ervaart. (gewaarzijn-bewustzijn).

    Even had ik de indruk dat na je laatste woorden nog meer bespiegelingen zouden volgen. Dat bleek helaas niet het geval. Tot slot nog wat foto’s. Of dat voldoet als bewijs blijft de vraag. Het is – net als je laatste zin – een open einde.

    Ik herken de essayist in jou. En uit je verhaal in de podcast begrijp ik dat schrijven naast coaching een grote passie is. Daar mogen wij al jarenlang van meegenieten. En wat mij betreft mag je daar nog heel lang mee doorgaan. Alle goeds voor dit jaar en wat er op volgen mag.

    Hartelijks van Huub.

    • Stan Lenssen 4 jan 2019, 13:26

      Oprecht heel erg bedankt Huub. Wat je leest zijn mijn indrukken en gedachten bij het schilderij van Pimenov, zonder enig bewijs te willen voeren. Altijd in ontwikkeling, vandaar een open einde – om op voort te borduren in eigen persoonlijke gedachten voor elke individuele lezer. Voor jou ook alle goeds dit jaar.

Leave a Comment

Privacyverklaring