Hoe het misgaat met de sociale media

Meestal stel ik mijn wekker in op vijf minuten vóór het nieuws, zodat ik ’s ochtends met muziek wakker wordt. Deze keer had ik me vergist. Ik viel middenin het verhaal van de nieuwslezer. Hij bracht een verontrustend bericht.

Waar ging het over?

Een alarmerend aantal mensen trekt bij de dokter aan de bel. De stress die zij dagelijks ervaren neemt onhoudbare vormen aan. Zij ondervinden een druk waartegen zij zich machteloos voelen. Hij komt elk moment en op elke plek op hen af. Ze worden er ziek van.

Het is een noodkreet die we vaker horen – zo vaak, dat hij bijna klinkt als een cliché. Zo vaak, dat we hem nauwelijks nog verstaan. Maar mijn oren stonden inmiddels op scherp. Dit ging precies over dat onderwerp dat ik in mijn coachpraktijk regelmatig tegenkom – precies ook over dat onderwerp dat ik in mijn boek bespreek: De waan van de wedloop.

Er was iets opmerkelijks aan dit nieuwsbericht. Er werd iets in toegegeven dat meestal onuitgesproken blijft: een groot deel van de stress wordt veroorzaakt door het gebruik van de sociale media. Het zijn dus niet alleen het werk en de verwachtingsdruk van de maatschappij, die mensen parten spelen; nee, een flinke portie van het probleem komt voor eigen rekening.

Het radiobericht gaf er geen cijfers over, maar het wordt steeds duidelijker dat de sociale media een stressfactor van belang geworden zijn. Dit is een besef dat al langer bestaat bij breinwetenschappers – lees bijvoorbeeld Theo Compernolles boek Stress, vriend en vijand -,  maar nu pas komt het langzaam uit de heimelijkheid.

Het is alsof we het nu pas durven toe te geven. Zou dat te maken hebben met het feit dat hieraan gedrag ten grondslag ligt dat we niet opgelegd krijgen, maar waar we zelf voor kiezen? Wie zal het zeggen. Het raakt in ieder geval onmiskenbaar aan onze persoonlijke verantwoordelijkheid – en dat doet pijn.

De media van het volk

Wat is dat toch voor paradoxaals met die sociale media? Het begon allemaal zo gemoedelijk en zo onschuldig. En – niet te vergeten – met de beste intenties. Eindelijk hadden we media ‘van het volk’; media waarop we onszelf konden roeren, plaatsen waar tweerichtingsverkeer mogelijk bleek. Niet meer dat directieve van de krant, de radio en de tv.

Op deze media konden we iets terug gaan zeggen. En beter nog: we kregen de mogelijkheid om zelf een discussie te initiëren, over wat dan ook.

Bovendien brachten deze nieuwe media ons nog andere verrassende mogelijkheden. Zo kon je verloren gegane contacten weer terugvinden en herstellen. En wilde je bouwen aan een ‘vriendenkring’, dan was dat voortaan in een wip gebeurd.

Voor de ondernemende types toonden deze media zich een regelrechte snoeptrommel. Dure pr-bureaus hadden ze niet meer nodig. Hier, op die sociale media, konden ze zelf hun marketingmannetje of -vrouwtje staan. (Het is niet heel vreemd dat de opkomst van de zelfstandige professional hand in hand ging met de opkomst van deze media.)

Prachtig toch, die sociale media. Eindelijk een open wereld, eindelijk zeggenschap, eindelijk vrienden, eindelijk meedoen – voor iedereen!

Maar wat is er van ons geworden op die sociale media? We gedragen ons er als junkies in een psychedelisch paradijs. En als echte junkie kunnen we de verlokkingen van die aantrekkelijke, onwerkelijke wereld helemaal niet aan. Met als desastreus gevolg dat we ziek te bed komen te liggen in de wereld die wel werkelijk is.

Ze zijn fantastisch, al die mogelijkheden die de media van het volk ons bieden. Maar – hoe gratis ze ook zijn – we betalen er een hoge prijs voor. Met stress die op elk moment en op elke plek op ons af komt; met stress waar steeds meer mensen ziek van worden.

Wat is sociale media-stress?

Misschien reageert je binnenste met ongeloof als je dit leest, en kun je je er niks bij voorstellen. Gelukkig maar, dan ben je er waarschijnlijk van verschoond gebleven. Houden zo, want voor heel veel mensen is de sociale media-stress een realiteit die ze bij momenten tot wanhoop drijft. Om jou als scepticus mee te laten voelen, even een globale beschrijving van hoe die stress bij zijn slachtoffers in zijn werk gaat.

Deze mensen kunnen geen mobiel of beeldscherm meer zien of ze voelen zich genoodzaakt hun accounts te checken. Zelfs de gedachte aan zo’n apparaat is al genoeg om deze situatie op te roepen. En ze kunnen haar onmogelijk weerstaan. Ze reageren als vanuit een impuls. Zoals dorst de impuls oproept om te móeten gaan drinken. Met dit verschil dat dorst maar af en toe aanwezig is, terwijl de drang om naar de mobiele telefoon te grijpen zich permanent manifesteert. In De waan van de wedloop haal ik een schokkend cijfer aan: ‘(…) tussen de 67 en 80 procent van de mobielbezitters checkt zijn of haar schermpje zelfs zonder dat er een bliepje is afgegaan!’

Wat deze mensen overkomt, is dat ze voortdurend in de greep zijn van de virtuele wereld. Alsof de autonomie hen ontnomen is om nog in de echte wereld te vertoeven. Ze turen voortdurend op hun smartphones; willen wel anders, maar kunnen het niet laten. Elk signaal van hun beeldscherm – een bliepje, een lichtflits, een like, een binnenkomend tekstje – laat een minuscuul alarm in hun brein en lichaam afgaan. Ze móeten ernaar kijken, én erop reageren.

Al die signalen zijn stiekeme stressoren die hen onophoudelijk belagen en die daardoor knagen aan hun weerbaarheid. Wat deze mensen voelen, is een voortdurende machteloosheid. Ze zijn gevangen in een dwangbuis van handelingen die zich alarmerend belangrijk voordoen. Natuurlijk zegt hun ratio hen regelmatig dat het anders is, maar de impuls die keer op keer opspeelt, is voor die ratio veel te sterk. Deze mensen voelen zich geleefd. Ik begrijp heel goed dat ze daar ziek van worden.

Waarom blijven mensen hun accounts maar checken?

Het is letterlijk verslaving. Een verslaving die te maken heeft met oeroude systemen.

Ons thuis was niet altijd de wereld van overvloed die wij nu kennen. Evolutionair gezien nog maar kort geleden, doolden we rond op een onherbergzame, vijandige steppe. Een plek waar voedsel schaars was, de concurrentie letterlijk moordend, en de gevaren enorm. Als je daar iets eetbaars tegenkwam, moest je razendsnel in actie komen. Bij de minste twijfel viste je achter het net, of werd je zelf een smakelijke hap.

Alles draaide om overleven. Ons brein was daar perfect op afgesteld. Het hanteerde een slimme truc. Op het moment dat er iets eetbaars naderde, of een aantrekkelijk maatje om mee te paren, of een andere optie die ons kon helpen in dat overleven, presenteerde het ons de ijzersterke belofte: dat wat nu op je afkomt, zal je zielsgelukkig maken – als je het te pakken krijgt! Dat was genoeg voor ons om alle ratio te laten varen en blindelings in actie te komen.

Zo werkte dat. En na de hap, de daad, of om het even welke andere actie, waren we natuurlijk helemaal niet zielsgelukkig; eerder teleurgesteld, want het hele circus begon weer van voor af aan.

We tuinden telkens in een slinkse verkooptruc. Maar we overleefden, en daar ging het om.

Nu, een lichtflits later, in een setting die totaal veranderd is, is ons brein nog steeds zo afgesteld. Die slinkse verkooptruc, daar zijn we nog steeds gevoelig voor. Hij wordt in stelling gebracht door een spel van stofjes in ons hoofd. Dat triggert een verlangen dat telkens even heerlijk voelt. Tegelijkertijd echter, worden we op een dreinende onrust getrakteerd. Dat is de stimulus die ons in actie brengt – tegenwoordig noemen wij dat stress.

Dit is een bijzonder effectief systeem. Het wordt volledig uitgelegd in De waan van de wedloop. Helaas werkt het in de 21e eeuw letterlijk verslavend. Want het is niet meer de steppe die bepaalt welke prikkels ons ontmoeten; we zijn het zelf die dat nu doen. En waar de steppe bij toeval en gedoseerd te werk ging, bombarderen wij elkaar onophoudelijk met signalen.

De prikkels zijn de bliepjes en de likes, de tekstjes en de flitsjes, de emoticons en de appjes. Ze lopen allemaal via onze schermpjes. De slimme verkooptruc laat ze nog  steeds eventjes heerlijk voelen, maar direct daarop volgt onverbiddelijk de stress.

Wij zijn tegelijkertijd dealer en producent van onze eigen drug. De onuitputtelijke beschikbaarheid ervan, zorgt dat we onze accounts onophoudelijk blijven checken. Er hoeft niet eens een bliepje af te gaan.

De lachende derden zijn natuurlijk de media van het volk. Want Facebook, Twitter, LinkedIn, Pinterest, WhatsApp, Snapchat – noem ze allemaal maar op – kennen uiteraard de effecten. Ze spannen zich zelfs bewust in om er optimaal van te profiteren.

Of hier sprake van manipulatie is? De vraag is haast retorisch.

De schadelijke effecten

Weinig aan de hand, een vriendelijke, vrij onschadelijke drug – misschien is dat nu jouw gedachte. Maar de noodkreet waarmee ik wakker werd vanochtend klonk helemaal niet zo onschadelijk.

Het was jammer dat de geuite nood niet nader werd toegelicht. Toch is het niet zo moeilijk om te zien wat voor schadelijke effecten deze drug teweeg brengt. Ik noem er vier, als om een topje van een ijsberg te onthullen.

1. Het schadelijke effect van de verdeelde aandacht

Als mensen steeds door allerlei signalen worden opgeslokt en afgeleid, krijgen ze het gevoel de controle over hun leven te verliezen.

Het idee dat we controle hebben over ons leven is voor ons belangrijk. Hoe steviger dat idee verankerd is, hoe hoger onze veerkracht is; hoe beter we dus in staat zijn om lastige situaties te lijf te gaan.

Psychologen gebruiken hiervoor graag het begrip ‘algemene competentieverwachting’. We hebben het dan niet alleen over het gevoel het leven aan te kunnen, het gaat ook over het gevoel van autonomie. Want ook daaraan knabbelt sterk verdeelde aandacht.

Van buitenaf opgelegde, sterk verdeelde aandacht haalt positieve gevoelens die belangrijk voor ons zijn onderuit. De ironie is natuurlijk dat er in dit geval niets van buitenaf wordt opgelegd; we doen het zelf. Maar de verslaving maakt dat we dat niet als zodanig zien. Bovendien doen we ook nog eens massaal mee aan het spel, waardoor we het idee hebben dat onze eigen bijdrage verwaarloosbaar is.

2. Het schadelijke effect van aandachtstekort

De aandacht is sterk verdeeld – over allerlei prikkels en signalen. Alles wat aandacht krijgt, zal dus maar kort van die aandacht profiteren. In een eerder artikel over het wedloopsyndroom schreef ik al eens over de ‘oppervlaktemaatschappij’ die ruimte schept voor populisme en waarin we eigenlijk nergens meer écht goed in worden.

Op het populisme zal ik hier niet ingaan. Meer daarover vind je in mijn eerdere artikel over het volksgericht. In het huidige verband is het ‘nergens meer écht goed in worden’ interessant. Er ontstaat een merkwaardig, paradoxaal besef bij mensen door het aandachtstekort: ze hebben de ervaring heel hard te werken, maar tegelijkertijd zien ze dat hun prestaties minder worden – ze zijn minder in staat om echte kwaliteit te leveren en diepgang in hun werk te leggen. Dat is ernstig, want het tast hun intrinsieke motivatie aan. Juist die intrinsieke motivatie maakt dat mensen lol beleven aan hun werk.

Het ziet er treurig uit – en zo voelen veel mensen dat ook – als je je motivatie alleen maar kunt putten uit je verdiende geld en de dingen die je daarvoor koopt. Dan stellen we ons al gauw de beroemde vraag ‘Is that alle there is?’ uit de cynische song van Peggy Lee.

Waar doen we het dan allemaal voor? Gaat het alleen maar om consumeren? Is dat de zin van ons bestaan hier op aarde? Fijn hoor, dat hectische leven met zijn bliepjes en schermpjes, en met zijn aandachtstekort. Door Edward Hallowell is het officieel gedoopt tot ADT (Attention Deficit Trait). Je kunt erover lezen in het boek Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig? van Raj Raghunathan (2016).

Voor veel mensen is het leven waarin de sociale media een prominente rol spelen een veel minder grote zegen dan gedacht. Want de prijs is niet alleen dat ze de overtuiging krijgen dat hun leven stuurloos is, ze hebben ook het idee dat hun in datzelfde leven geen vervullende idealen gegund zijn.

3. Het schadelijke breineffect

Over dit derde schadelijke effect kan ik kort zijn. Het maakt het echter niet minder luguber. Chronische, zeurende stress kan tot ernstige beschadiging van de motor in ons hoofd leiden. Alsof je er, terwijl hij draait, scherp zand in strooit.

Margriet Sitskoorn (2016) beschrijft in IK2 dat bij chronische stress cellen in de hippocampus kunnen sterven. Als dat gebeurt, wordt ons geheugen slechter en raakt onze stemming in mineur. Ook wordt de amygdala – het oeroude angstcentrum van het brein – supergevoelig. Angst en nervositeit nemen daardoor toe. We merken dat doordat we bijvoorbeeld sneller op onze tenen zijn getrapt en middenin de nacht zomaar wakker worden, nat van het zweet.

De beschadiging van het brein is vergelijkbaar met wat er gebeurt bij mensen die veel de wereld over vliegen en zichzelf stelselmatig onvoldoende tijd gunnen om steeds weer te herstellen van hun jetlags. Meer hierover kun je lezen in Het geheim van je brein (Aamodt & Wang, 2008).

4. Het schadelijk tijdseffect

Goed, een laatste schadelijke effect, mocht je je inmiddels nog niet voldoende overtuigd voelen.

Er gebeurt iets met onze tijd. Ja, zul je misschien denken, nogal voor de hand liggend: ik verdoe mijn tijd met het turen naar een schermpje. Maar dat is niet waarop ik doel, alhoewel ik hoop dat die gedachte inderdaad inmiddels post begint te vatten.

Waar ik je hier op wil wijzen, is dat al die prikkels, al die versnipperde focus, al die kortstondige, oppervlakkige aandachtsmomentjes mensen het gevoel geven dat ze te weinig tijd hebben. Er moet te veel in elk uur worden gepropt; ‘het’ komt nooit af!

En dat gevoel knaagt aan een veel groter gevoel: de duurzame ervaring van geluk. Hoe haastiger het leven aanvoelt, hoe minder fijn we dat leven ervaren. Ik citeer even (Raghunathan, 2016): ‘Uit onderzoeksresultaten blijkt dat het gevoel te weinig tijd te hebben (…) dodelijk is voor geluk.’

Tijd is een basis-levensbehoefte, net zoals licht, lucht, eten en drinken. Als we geen tijd hebben – eerlijk gezegd is dat vooral een kwestie van menen – dan vallen we onverbiddelijk ten prooi aan het wedloopsyndroom. Dan zijn we afgezakt naar de laagste trede van de beroemde behoeftentrap van Maslow, zo ongeveer de plek waar we in de oertijd stonden.

Wat hebben we eigenlijk te zoeken op die sociale media?

Ja, wat zoeken we eigenlijk op al die sociale media? Ik haal de drie psychologische basisbehoeften van Ap Dijksterhuis (2015) graag weer eens aan (uit zijn boek Op naar geluk):

  • We willen erbij horen.
  • We willen iets goed kunnen.
  • We willen kunnen doen wat we willen doen.

Het zal in dit verband duidelijk zijn waar het om draait: we willen erbij horen! Die behoefte staat niet per ongeluk bovenaan. Zij is een van de sterkste drijfveren die mensen in beweging brengt. Facebook en consorten hebben dat heel goed in de smiezen. En – eerlijk is eerlijk – hun uitgangspunt om ons platformen te bieden om dat ‘erbij horen’ te laten slagen, is in de grond van de zaak een nobel streven.

Er schort alleen veel aan de manier waarop. Een van de belangrijkste instrumenten die de sociale media inzetten om ons te verleiden mee te surfen op hun platformen, is de belofte van succes. Vooral ondernemende mensen, zoals de eerder genoemde zelfstandige professionals, zijn daar gevoelig voor.

Maar eigenlijk hebben alle mensen wel in stevige mate een gevoeligheid voor het woord ‘succes’. Want gaat het niet om succes in ondernemen, dan gaat het wel om succes in de loopbaan, op het artiestenpad, in het liefdesleven, aan de speelautomaat, op het voetbalveld, enzovoort. Het is dan ook zo dat wie succes belooft, met grote zekerheid alle ogen op zich gericht weet. En laat een beeldscherm zich nou heel goed lenen voor die vorm van oogcontact.

De sociale media weten dat. Mensen turen dus graag naar hen op hun schermpjes. Maar of mensen daarmee succes bereiken? Wat veel vaker gebeurt, is dat zij hun oorspronkelijke langetermijndoel vergeten en zich verliezen in mediummaximalisatie (Raghunathan, 2016). Het middel wordt dan doel op zich. Soms is het medium een diploma, een certificaat of een medaille, maar in het geval van de sociale media kunnen we het woord ‘mediummaximalisatie’ zeer letterlijk nemen.

Daniel Dennett (1999) geeft in zijn boek Het bewustzijn verklaard een metaforisch voorbeeld dat toont hoe wij in botsing kunnen komen met de middelen die wij in ons denken inzetten om onze doelen te bereiken. Ik las het laatst en vind het treffend. Hier een verkort citaat:

‘Sportzeilers die langs een gevaarlijke kust varen, blijven gewoonlijk uit de problemen door op een bepaald punt af te gaan. Ze zoeken een zichtbare maar ver verwijderde boei op in de richting die ze ongeveer moeten hebben, (…) Een uur lang proberen ze recht op het doel af te sturen en corrigeren daarbij alle afwijkingen. Maar af en toe raakt een schipper tijdens dit proces zo versuft dat hij vergeet op het laatste moment uit te wijken, zodat zijn boot frontaal op de boei botst!’

Een manier om de botsing te vermijden

Mensen komen voortdurend in botsing met de sociale media. De noodkreet op de radio in de vroege ochtend getuigt daarvan. De schadelijke effecten zijn de letsels die ze bij die botsingen oplopen.

Gelukkig zit er in de noodkreet een element van ‘de hand in eigen boezem steken’. Gelukkig – want de oplossing van het probleem zit hem in de menselijke attitude, onze eigen houding dus. Rücksichtslos uit alle sociale media stappen is al te simplistisch als oplossing, maar aan de eigen attitude werken is heel goed mogelijk.

Waar het om gaat bij die sociale media, is dat je de stress voorkomt door te leren zien wat fictie is en wat van werkelijke waarde. Of, zo je wilt: wat tot de slinkse verkooptruc behoort en tot die zaken waar je werkelijk iets aan hebt. Dat doe je door aan jezelf te werken in de zin van zelfontwikkeling van de geest. Want alleen van binnenuit kun je de sufheid van de schipper voorkomen.

Daar bestaan hulpmiddelen voor, zoals meditatie, yoga, zen en mindfulness; gereedschappen die ik je zeker aanraadt omdat zij bevorderlijk zijn voor een goede breinhygiëne. Maar pas op: het is geen deal die je met deze middelen sluit – zo van, als ik maar mediteer dan compenseert dat wel mijn schadelijke gedrag. Want onvermijdelijk wordt het mediteren zelf dan het object van mediummaximalisatie. Zit je, met andere woorden, de hele tijd op je kussen en heb je niet in de gaten dat dát de boei is waarop je bent gebotst.

Ik bedoel maar te zeggen: het gaat om een meer omvattende manier van zelfontwikkeling. Dat is de manier waarbij het bewustzijn groeit en het gedrag automatisch mee verbetert. Het is een manier die we eigenlijk allemaal wel kennen. Hij leidt tot scherpte en focus, we voelen ons effectief en kalm, en beleven plezier aan de wereld waarvan we actief deel uitmaken.

Maar hier stop ik, want op dit punt aangekomen kan ik veel beter het stokje overgeven aan mijn boek De waan van de wedloop. Daar wordt de manier waarop ik doel inzichtelijk en in vlotte taal beschreven.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

2 reacties… add one

Geef een reactie