Hoe nuttig is geluk?

Martin Seligman begint zijn boek Authentic Happiness met  een opmerkelijk verhaal. Het betreft een studie naar het leven van 180 nonnen in de vorige eeuw. De volgende vraag stond daarbij centraal: is het hebben van een somber of opgeruimd karakter van invloed op iemands levensduur? De conclusie van de studie was: gelukkige nonnen leven langer.

Meer specifiek zegt Seligman het volgende hierover:

’90% van het meest opgewekte kwart van de nonnen was ouder dan 85 jaar geworden, terwijl van het minst vrolijke kwart slechts 34% die leeftijd had bereikt. Van het meest opgewekte kwart haalde zelfs 54% een leeftijd van 94 jaar, terwijl van het minst vrolijke kwart slechts 11% die leeftijd bereikte.’

Twee voorbeelden wil ik je niet onthouden.

In 1932 legde Cecilia O’Payne haar geloftes af. Ter gelegenheid van die heuglijke gebeurtenis schreef ze toen het volgende korte, biografische stukje:

God gaf me een goede start in het leven door me te zegenen met een genade van onschatbare waarde. […] Het afgelopen jaar dat ik als kandidaat studerend aan de Notre Dame heb doorgebracht, was een erg gelukkig jaar. Nu kijk ik met veel vreugde uit naar het ontvangen van de heilige habijt van Onze Lieve Vrouwe en naar een leven vol goddelijke liefde. 

In datzelfde jaar legde ook Marguerite Donnely haar geloftes af. Ook zij schreef een kort stukje over haar leven:

Ik ben op 26 september 1909 geboren als oudste van 7 kinderen, 5 meisjes en 2 jongens. […] Mijn kandidaatsjaar heb ik in het moederhuis doorgebracht, waar ik scheikunde en Latijn voor het tweede jaar gaf aan het Notre Dame Institute. Met de genade van God hoop ik mijn best te doen voor deze orde, voor de verspreiding van religie en voor mijn persoonlijke verlossing.

Toen Martin Seligman zijn boek schreef in 2002 leefde Cecilia nog steeds. Ze was inmiddels 98. In haar hele leven was ze niet één dag ziek geweest. Marguerite was reeds lang gestorven. Zij kreeg een fatale beroerte op haar 59ste.

Lees hun korte stukjes nog eens en kijk eens goed naar het verschil in toonzetting. Dat is opvallend.

Wat maakt dit onderzoek zo belangrijk?

De informatie van nonnen is betrouwbaar. En niet omdat ze zo godvrezend zijn.

Nonnen leiden een beschermd bestaan, volgens vaste patronen. Ze eten hetzelfde, ze roken niet, ze drinken geen alcohol, ze ontvangen dezelfde medische verzorging en ze bevinden zich allemaal in een gelijkaardige, celibataire samenlevingsvorm. Met andere woorden: het leven van de individuen is zeer vergelijkbaar. Er is een minimum aan verstorende factoren.

Als je een dergelijke studie zou doen onder bijvoorbeeld de inwoners van Amsterdam, dan kun je er weinig mee. Er spelen te veel verschillen in individuele levensomstandigheden. De ene Amsterdammer sport wat vaker dan de ander. De ene drinkt graag een borrel, terwijl de ander zich dat juist ontzegt. Je hebt alleenstaande Amsterdammers en getrouwde Amsterdammers. Er zijn diverse andere samenlevingsvormen. Wat hangt nu met wat samen? Het is niet te zeggen?

Maar bij nonnen is het kader vast. Dat maakt dat je veel meer van je conclusies op aan kunt.

Waarom zouden we geluk verlangen?

Heb je je ooit afgevraagd: waartoe dient geluk? Het is een interessante vraag, juist omdat geluk zo typisch hoort bij mensen.

Geluk is een product van bewustzijn. Van alleen de hogere primaten net onder ons, zoals de chimpansee en de gorilla, en enkele andere diersoorten, waaronder de dolfijn en de olifant, hebben we vastgesteld dat deze ook een vorm van bewustzijn hebben. Maar deze lijkt van een veel primitiever aard. We kunnen daarom redelijk veilig stellen dat het kunnen ervaren van geluk exclusief voor mensen is weggelegd.

Maar waartoe dient deze staat van zijn dan? Voor het directe overleven van dag tot dag, of voor het voortbestaan van de soort, is geluk niet nodig. Miljoenen diersoorten, van amoebe tot onze geliefde hond, stellen het al ontelbare generaties zonder en weten zich uitstekend te handhaven.

Of zou het wel een overlevingsmechanisme zijn, maar dan in een zeer gesofistikeerde vorm? Een overlevingsmechanisme dat verder gaat dan alleen het individu of de soort. Dat zo slim is dat het ervoor zorgt dat ons voortbestaan het puur fysieke bestaan overstijgt. Een mechanisme dat ook waarborgt dat onze kennis, kunde en sociale verworvenheden kunnen overleven. Een overtreffende trap van overleven dus, waar alle volgende generaties van profiteren.

Het is speculeren, maar het zou zomaar kunnen.

Een verhelderende theorie

Als we de gedachte van hierboven volgen, dan blijkt dat die mooi aansluit bij het onderzoek van Seligman c.s. Een van de onderzoekers uit die groep, Barbara Fredrickson, won de Templeton Positive Psychology Prize – een lucratieve prijs in de psychologie – met haar theorie over de functie van positieve emoties.

Positieve emoties dienen in de evolutie een belangrijk doel, stelt Fredrickson. Ze verbreden onze permanente intellectuele, fysieke en sociale capaciteiten. Daarnaast bouwen ze reserves op waaruit we kunnen putten als er zich een dreiging of een kans voordoet.

Haar theorie geeft een mogelijk antwoord op de vraag: waartoe dient gelukkig zijn? Kort samengevat komt het volgens Fredrickson erop neer dat geluk ons het volgende geeft:

  1. Intellectuele verbreding
  2. Opbouw van fysieke reserves
  3. Opbouw van sociale reserves

1. Intellectuele verbreding

Positieve emoties maken ons scherper. Denk aan de flow-ervaring die zich kan voordoen als je iets creëert. Je wordt intellectueel uitgedaagd en weet van geen ophouden meer. Tijd en omgeving verdwijnen; alles loopt perfect in het nu. Van Einstein is bekend dat hij hier zo in kon opgaan dat ze hem van het werk moesten halen om te zorgen dat hij zich niet uitputte, en nog aan slapen en eten toekwam. Van flow-ervaringen weten we dat ze ons stimuleren om tot meesterschap te geraken.

Een andere relatie tussen geluk en intellectuele verbreding is te vinden in de vele psychologische onderzoeken waarbij mensen met positieve gevoelens geprimed worden. Priming is het oproepen van associaties bij een persoon, bijvoorbeeld door hem bepaalde woorden te laten lezen of horen. In dit geval woorden met een klank waar je blij van wordt, zoals: verliefdheid, zon, clown. Ze blijken daarna sneller vraagstukken en puzzels op te kunnen lossen.

2. Opbouw van fysieke reserves

Positieve emoties helpen ons fit en gezond te blijven. Denk aan het betrouwbare bewijs dat de 180 nonnen ons leverden. Ze beschermen ons ook tegen de aftakeling van het ouder worden. Hier hebben we zelf een grote hand in. Ons brein is neuroplastisch, het laat zich kneden. Positieve prikkels kun je oproepen. En voor wie scherp waarneemt zijn ze altijd te vinden, in elke situatie.

Onderzoek laat zien dat de fysieke reserves zich letterlijk vertalen in een hogere productiviteit en zelfs in een hoger inkomen. Ze geven ons ook meer veerkracht, zodat we beter om kunnen gaan met vervelende gebeurtenissen.

3. Opbouw van sociale reserves

Positieve emoties helpen ons banden met anderen te leggen. We gaan allemaal het liefst om met sympathieke mensen die in een opgeruimde stemming verkeren. Gelukkige mensen zijn daarom goede verbinders. Dat brengt ze in een opwaartse spiraal. Omgekeerd namelijk leidt de sociale steun die zij daarvoor terug ontvangen tot een groter geluksgevoel en minder stress. Gelukkige mensen geven veel om anderen; ze ontvangen er ook veel voor terug.

Meer sociale reserves vertalen zich ook in generositeit. Er is een direct lijntje tussen de mate van iemands verbondenheid en de mate van iemands altruïsme. Een verbonden persoon zal zijn of haar bronnen van geluk graag met vreemden delen. Over overleven gesproken.

Viktor Frankl

Een jaar of 6 geleden las ik De zin van het bestaan van de Oostenrijkse psychiater Viktor Frankl. Het is misschien wel het meest indrukwekkende boek dat ik ooit onder ogen kreeg. Het verhaalt over zijn verblijf in het concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog. Viktor Frankl verliest daar zijn familie en zijn geliefde vrouw. Het leven is er erbarmelijk. Het wordt beheerst door verdriet, honger, ziekte, dood en verderf.

Ondanks de omstandigheden is Viktor Frankl vastbesloten zijn waardigheid te behouden en staande te blijven. Dat lukt hem ook. Hij zoekt en vindt in zichzelf een onoverwinnelijke mentale kracht. Zijn indringende ervaringen worden voor Viktor Frankl de aanzet tot de ontwikkeling van een therapeutische leerstelling – de logotherapie – die in de psychiatrie veel navolging krijgt.

Het klinkt misschien macaber, maar Viktor Frankls verblijf in het concentratiekamp was één grote ontdekkingstocht. Die bracht hem een antwoord op de vraag wat ons mensen essentieel drijft. Hij zegt daarover:

‘Het streven van de mens naar betekenis is een primaire drijfveer in zijn leven en geen “secundaire rationalisatie” van driften.’

En even verderop, over de ontdekkingstocht die daarbij hoort:

‘Ik meen echter dat de betekenis van ons bestaan niet door onszelf wordt verzonnen, maar veeleer ontdekt.’

De zin van het bestaan is een indrukwekkend bewijs van de menselijke veerkracht. Viktor Frankl toont ons bovendien iets belangrijks over het universele verlangen van mensen naar geluk: voor geluk heb je niets nodig. Het heeft niets te maken met materiële zaken of met je vrij kunnen verplaatsen. Het is een bewustzijnstoestand waar je zelf aan kunt werken. Alles dat je daarvoor nodig hebt, zit al in je. Wat je staat te doen, is innerlijk op pad te gaan en het te gaan ontdekken.

Vond Viktor Frankl een vorm van geluk in zijn troosteloze situatie? Het lijkt er haast op, hoewel het gevaarlijk oordelen is voor een ander.

Laatst woonde ik een lezing bij van filosofe Stine Jensen. Zij gaf een definitie van geluk die ik helaas niet letterlijk genoteerd heb, maar waarvan ik de essentie heb onthouden: het volledig kunnen zijn in de situatie waarin je je bevindt en je daarbij in een vredig evenwicht voelen. Vanuit deze definitie beschouwd, zou je kunnen zeggen dat Viktor Frankl gelukkig was.

Viktor Frankl wist zichzelf niet alleen te handhaven in zijn situatie; hij wist zich mentaal te voeden met positieve gedachten over het streven van de mens naar betekenis. Dat bracht hem in een stemming waarin hij intellectueel kon presteren en waarin hij zich fysiek en sociaal gesterkt kon voelen. Hij wist uit alle ellende verrijkende elementen op te diepen die uiteindelijk leidden tot de logotherapie.

Ja, hij had een vredig evenwicht gevonden. Dat zal hem zeker geholpen hebben in zijn overlevingsdrang.

Win-winsituaties

Geluk gaat verder dan overleven. Geluk geeft win-winsituaties, het creëert synergie. Het individuele verhaal van Viktor Frankl onderstreept dat nog maar eens.

Een win-winsituatie was ook de uitvinding van de drukpers, zo rond 1450. De waarde die de pers creëerde was vele malen groter dan de kosten van de productie en de ontwikkeling ervan. De wereld veranderde er drastisch door. Internet, dat ontstond rond 1960, is minstens zo’n zelfde synergetisch wonder.

Denk je eens in wat in beide gevallen gebeurde op het vlak van de intellectuele verbreding en sociale reserves. En zouden de grondleggers van deze ontwikkelingen gedurende hun ontdekkingstocht niet regelmatig in een gelukzalige flow verkeerd hebben?

Dus hoe nuttig is geluk?

Geluk heeft een grote en belangrijke biologische functie voor de diersoort die mens heet. Het is een zeer gesofistikeerd overlevingsmechanisme. Onderzoekers worden steeds unaniemer in die conclusie.

Geluk is meer dan nuttig voor ons:

  • We worden langere overlevers
  • We worden een sterkere soort, want betere verbinders
  • We kunnen generaties overstijgen, dankzij onze cumulerende intellectualiteit en creativiteit
Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Privacyverklaring