Hoed u voor het valse-hoopsyndroom

Thijs is programmeur. Thijs schrijft apps. Daar is ie goed in. Heel zijn ziel en zaligheid stopt hij erin. Thijs geniet van de creatie.

Meestal werkt Thijs in opdracht. Voor bedrijven. Nu heeft hij er een voor zichzelf gebouwd, met daarachter een mooi business-model: de Caravan-deler.

Dit wordt wat hij altijd wilde: zijn grote doorbraak! Want, weet Thijs, het stikt van de op stal staande caravans. Haast het hele jaar ongebruikt. Dat is zonde. De eigenaars willen die leegstand te gelde maken, kan niet anders.

Thijs ziet het voor zich: de Uber voor caravans. En hij gaat het worden!

Maar hoe? Geen benul. Gelukkig is er internet. Daar vindt Thijs zijn business-goeroe. ‘I am the best!’, prijst de website overtuigend aan. Dus wie kan Thijs beter helpen?

De goeroe ziet potentie: ‘Een ton of drie Thijs, het eerste jaar al. Dat is duidelijk! Investeer een paar duizend in mijn diensten. Laat mij je helpen. Ik leer je alle tips en tricks. Ik open deuren voor je.’

Thijs is stil. Zo veel geld! Ik, een geslaagd ondernemer, een topper. Mijn ouders en mijn vrienden, wat zullen ze trots zijn, wat zullen ze jaloers zijn!

De goeroe denkt: hij twijfelt. ‘Bij nader inzien Thijs, mijn ervaring zegt me nog iets. De markt is huge. Delen is hot. De Nederlander rijk, zijn handelsgeest groot. Het tweede jaar tik jij het miljoen aan! Betaal mij vooraf 15.000 en het komt allemaal in orde.’

Thijs ziet nog meer voor zich: Sprout Magazine, Het FD, Jeroen Pauw, Umberto Tan, allemaal willen ze hem spreken. Thijs, de grote ondernemer, de Steve Jobs van de Lage Landen.

Een handdruk, een contract. De goeroe 15.000 euro rijker. En Thijs? Die gaat het maken!

Een jaar verder. Thijs zit thuis, op de bank. Het is allemaal anders gelopen. De tips en tricks? Ze werkten niet; niet voor Thijs. Marketing en verkoop? Thijs werd er nerveus van. Zijn doel, het eerste jaar drie ton? Een half jaar na de handdruk waren er nog nauwelijks apps verkocht.

En publiciteit? Een paar afspraken met lokale media. Dat was de hele oogst; nergens hapte een grote jongen toe.

Crowdfunding? Ook geprobeerd. Een idee van de goeroe: ‘Wel zelf doen Thijs. Zelf je deuren openen. Zelf ervan leren.’ Er kwam niets van.

Dan maar praten met investeerders, pitchen, partners vinden. Stress! Thijs kreeg letterlijk de bibbers. Lag nachten wakker. Durfde niet, dan weer een klein stapje wel.

Al met al, het was slopend. Veel gesprekken met de goeroe, veel ideeën, vooral veel grote vergezichten. Het klonk fantastisch. En toch, Thijs werd er zoetjesaan steeds onzekerder en zieker van. Het zou hem toch niet lukken.

Rood omrande ogen, bleke kop en onverzorgd. Zo zit Thijs nu op de bank. Zijn spaarpot is leeg. Zijn vrienden ziet hij even minder. Zijn ouders helpen hem met geld. Hij schaamt zich voor zijn falen. Thijs heeft geen fut en zin meer om nog apps te schrijven. Thijs voelt zich opgebrand, mislukt, erin getuind.

Verlangen

Verlangen is een breinverschijnsel: een spel van stofjes in ons hoofd. We worden er onrustig van.

Ons brein houdt ons voor de gek. Met de beste bedoelingen. Als je het volgende bordje waarneemt in de supermarkt: ’30% korting!’, dan gebeurt er iets geks. Er gaat een onbewuste trigger af die zegt: ‘Kopen, nu! Want dat zal je gelukkig maken.’ Die belofte van gelukkig maken is zo sterk, dat veel mensen eraan toegeven. Om er natuurlijk, eenmaal voorbij de kassa, achter te komen dat er helemaal niets veranderd is. Ja toch; ze voelen zich teleurgesteld.

Wat zijn dan die beste bedoelingen?

Heel simpel: overleven. Het is allemaal erg hard gegaan de laatste millennia. Het brein waant zich echter nog steeds op de steppe. Voedsel is schaars, dus als je een makkelijk hapje tegenkomt, is er geen tijd te verspillen. Je moet in actie komen. En wat helpt dan beter dan een ijzersterke belofte? Het hapje wordt verorberd, en natuurlijk voel je je niet gelukkiger, hooguit heeft het goed gesmaakt. Maar Moeder Natuur heeft haar taak volbracht. Je overleeft weer voor een klein moment. Daar is het om te doen.

Helaas werkt het in de supermarkt anders dan op de steppe. Achter het bordje ’30% korting!’ prijkt alweer een nieuwe aanbieding: ‘2 voor de prijs van 1!’. En draai een ander gangpad in en je krijgt vandaag de koffiemelk gratis bij een pak vers gebrande bonen. En zo laadt menig ‘verstandig en zuinig denkend’ persoon zijn winkelkarretje vol met nutteloze spullen, om na het afrekenen van een onverwacht hoog bedrag, de kassabon gefrustreerd nog eens langs te lopen: ‘Hoe heb ik dat allemaal kunnen kopen?’ Ja, de moderne marketeers hebben goed op Moeder Natuur gestudeerd.

Dopamine

Hier is dopamine in het spel (De kracht van wilskracht, Kelly McGonigal). Dopamine is een stofje in ons brein dat verantwoordelijk is voor ons gevoel van verlangen. Het wordt aangemaakt op het moment dat we bijvoorbeeld voedsel waarnemen, of een aantrekkelijke partner, of een nieuw product of aanbod.

Net als alle andere neurotransmitters heeft dopamine tot doel om boodschappen in ons brein over te brengen. Voor dopamine is die boodschap: handelen. Om te zorgen dat dat handelen ook werkelijk gebeurt, anticipeert het stofje op genot. Het zegt ons: ‘Er ligt een grote beloning in het verschiet, maar je moet er nog wel even wat voor doen.’

Dopamine is bedoeld om ons in actie te laten komen, niet om ons gelukkig te maken.

We worden dus niet blij, er ontstaat eerder een gevoel van euforische opwinding. Dopamine maakt ons alert, wakker, geboeid, er komt iets moois aan. Dat werkt zo goed, dat ratten er zelfs hun eten voor lieten staan in testsituaties. Zij kregen elektrodes geplaatst in de hersenen op de plek van de dopamine-aanmaak. Met een handel konden ze vervolgens dat gebied bij zichzelf met een schokje stimuleren. Toen ze dat eenmaal in de gaten hadden, bleven ze zichzelf met stroomstoten bestoken. Ze hadden geen enkele belangstelling meer voor de lekkere hapjes die werden neergelegd. Ze wilden liever alleen het verlangen ervaren. Uiteindelijk vielen ze van uitputting neer.

Het valse-hoopsyndroom

Thijs tuinde in het valse-hoopsyndroom. Dat is de officiële term voor een ‘aandoening’ waarbij dat hele systeem van dopamine en verlangen enorm wordt getriggerd. De onderzoekers Polivy en Herman zijn de naamgevers. En inderdaad, veel ‘goeroes’ zetten het mechanisme graag in.

Het is echter geen goede manier om tot verandering te komen. Daar is het ook niet voor bedoeld. Het is een strategie om je prettig te voelen. Je creëert er hoop mee. Dat hoeft niet verkeerd te zijn als hoop datgene is waaraan behoefte is. Maar het wordt dubieus in situaties als bij Thijs.

Wat geeft mensen een echt goed gevoel?

Dat is het voornemen tot veranderen. Het vervult ons met hoop. Hoe groter de verandering, hoe groter de hoop. Dat is waar het valse-hoopsyndroom gebruik van maakt. Alle dopamine-bellen slaan aan het rinkelen. We branden van verlangen om die grote verandering te bereiken. Dus we roepen vol euforie heel hard JA tegen de goeroe.

Maar al het optimisme is hier gespeend van realisme. Onze kunstmatig opgeroepen motivatie – ‘We gaan dit varkentje wel even wassen!’ – slaat al heel snel om in teleurstelling als alles toch veel minder haalbaar blijkt dan we dachten. We hebben ons veel te ambitieuze doelen gesteld en nu zitten we met de gebakken peren.

Stress

De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst.

Dopamine creëert een belofte die zowel plezierige opwinding als onaangename stress geeft. Het zijn die tegenstrijdige gevoelens waardoor de onrust ontstaat. We kunnen ons daarom nooit gelukkig voelen door verlangen.

Maar, nogmaals, dat is ook helemaal niet de bedoeling. Het gaat om de actie. Het systeem steekt daartoe slim in elkaar. Want wanneer het brein dopamine afgeeft, veroorzaakt de dopamine ook meteen de afgifte van stresshormonen. Daardoor ervaren we naast de belofte ook spanning, en die zet ons in beweging. Verlangen is belofte, gevolgd door stress.

Thijs werd behoorlijk geplaagd door stress. Nu is er niet zo heel veel mis met stress. Stress kan heel positief uitpakken. Stress kan je veerkracht verhogen. Je kunt er spannende situaties mee te lijf. En met succes!

Positieve stress zal een sterke intrinsiek gevoelde motivatie oproepen. Dat gebeurt als je wordt uitgedaagd om een paar tandjes bij te zetten om ergens in te slagen; er wordt net wat meer van je geëist dan normaal. Dan ontstaat er flow en persoonlijke groei, hetgeen fantastisch voelt en aardig in de buurt van werkelijk geluk komt. Er is wel één cruciale voorwaarde: de eisen moeten aansluiten bij jouw interesses en capaciteiten.

Maar als de druk te hoog wordt en vooral als de druk te lang aanhoudt – bijvoorbeeld door het steeds maar niet bereiken van je gestelde doelen – dan wordt de stress schadelijk (Theo Compernolle, Ontketen je brein): het slapen lukt steeds slechter, de stofwisseling raakt ontregeld, het immuunsysteem laat het afweten, je wordt ziek, je brandt op.

Aanhoudende stress veroorzaakt veel ellende en het kan lang duren voor je daar weer bovenop komt.

Schaamte en Mindset

Er zijn 2 vormen van schaamte stelt John Bradshaw in Healing the Shame That Binds You:

Toxic shame

De schaamte waarin we hard over onszelf oordelen. We hebben ernstig gefaald, menen we. We voelen onszelf mislukt. We denken dat anderen ons zeer negatief beoordelen.

Healthy shame

De schaamte die ons laat zien dat we grenzen hebben. Dat is handig. Daar kunnen we voortaan rekening mee houden. Ze beschermt ons tegen onverantwoord handelen.

Dit is een zienswijze die mooi aansluit bij de 2 vormen van mindset van Carol Dweck, Mindset:  The New Psychology of Success:

Fixed mindset

Je kunt niet groeien als persoon. Je talenten en vaardigheden liggen vast. Je bent tot een zekere hoogte gekomen, maar nu stopt het. Meer zit er voor jou niet in.

Growth mindset

Je ziet de wereld als een speelveld van mogelijkheden. Er is nog genoeg om in te groeien. Je bent een werk in uitvoering dat nog vol potentie is.

De paradox van de grote beloften en extreme doelen is dat ze vaak precies bereiken wat ze juist niet beogen. De oogst is slechts teleurstelling en frustratie. Dat maakt ze een voedingsbodem voor toxic shame en een fixed mindset.

Uitdagen van je comfortzone is goed, want in ontwikkeling schuilt het geluk van mensen. Het is het afleggen van die weg waar we van genieten. Daarom is het iedereen gegund zich te ontwikkelen.

Maar diezelfde weg wordt rigoureus afgestopt, zodra je ten prooi valt aan het valse-hoopsyndroom. Ik geef toe:  de scheidslijn is soms slecht te herkennen, is het holle euforie of is het realistisch optimisme? Laat je echter niet te veel foppen door de dopamine. Zodra je na het grote verlangen steeds frustratie en teleurstelling voelt, is het oppassen geblazen.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

4 comments… add one
  • Wilma 4 okt 2016, 20:46

    Dank Stan, inzichtelijk en herkenbaar. Ook ik heb ooit een peperduur business traject zonder de redultaten die het mij wel voorschotelde. Maar ik mis hier de vraag en het antwoord wat Thijs beter WEL had kunnen doen?

    • Stan Lenssen 4 okt 2016, 21:19

      Dank voor je reactie Wilma,
      Fictieve Thijs leert ons een les, dat is zijn bedoeling: streef naar haalbare doelen, zodat je growth mindset intact blijft. Zo hou je een weg in stand die vervullend kan blijven voelen.

      • Wilma van Tuyl 5 okt 2016, 13:57

        Ja helder. Noodzakelijk ook om je doelen en motivatie niet uit het oog te verliezen. Is het niet net zo belangrijk en wijze les voor business coaches om deze les ter harte nemen, en geen gouden bergen te beloven aan deelnemers?

        • Stan Lenssen 5 okt 2016, 14:02

          De spijker op zijn op kop Wilma, en dit geldt natuurlijk voor iedereen die een dienst of product aan anderen levert.

Leave a Comment

Privacyverklaring