Is angst onze baas?

‘De wezenlijke beslissingen in ons leven zijn dilemma’s, of zoals het in de psychologie ook wel wordt genoemd: “double binds”, moreel tegenstrijdige opdrachten, waartussen het zo moeilijk kiezen is omdat we bij élke keuze brokken maken.’

De wijsheid hierboven komt uit De prijs van de vrijheid (Dohmen & Van Buuren, 2011). En zij klopt, want iets wordt pas wezenlijk in ons leven als het – linksom of rechtsom – diepe sporen nalaat.

We hebben het hier niet over alledaagse kleine beslissingen. Bij die beslissingen fungeren de normen en waarden die we in onze samenleving hebben afgesproken als ijkpunten. Zolang we die maar zorgvuldig in acht nemen, lost het spoor van de beslissing zich achter ons op – of blijven de brokken beperkt tot kruimels.

Zoals bijvoorbeeld het wel of niet laten doorgaan van de afspraak met de tandarts, terwijl je net de avond ervoor van een onvoorziene feestelijke maaltijd hebt genoten. Ga je daar liggen in die stoel en laat je hem nog ‘mee- en nagenieten’ van de kruidige spijzen die jij nuttigde? Nee, besluit je, ik bel hem af met een leugentje om bestwil – er is iets tussengekomen – en maak een nieuwe afspraak. Natuurlijk maak je keurig je excuses voor deze late afzegging en betaal je netjes de rekening, die – volgens overeenkomst – onvermijdelijk volgt op deze late absentie.

Eind goed, al goed; het etentje valt wat duurder uit, maar op geen enkele wijze zijn hier normen geschaad. En zelfs het kleine leugentje past binnen wat wij aanvaardbaar vinden in het maatschappelijk verkeer.

De echte brokken ontstaan pas als je er absoluut niet onderuit komt om normen en waarden geweld aan te doen. Zo’n situatie laat zich lastiger verzinnen. Toch kennen we er allemaal wel voorbeelden van uit ons leven.

Diepe sporen in mijn ervaringswereld

Lang, lang geleden ben ik eens vroegtijdig gestopt bij een werkgever die veel in mij had geïnvesteerd. Ik was aangenomen als trainee, en had in mijn eerste halve jaar al voor duizenden guldens – zo lang geleden dus – aan interne cursussen gevolgd. Maar ik voelde mij absoluut op de verkeerde plek. Elke dag werd de gang naar de fabriek waar ik was gestationeerd zwaarder. Een opkomende depressiviteit grijnsde mij steeds grimmiger toe.

Dit kon niet goed aflopen. Hier moest ik mee stoppen. Maar het was middenin de jaren tachtig, de werkeloosheid was torenhoog; wie een baan gevonden had zoals ik, had de hoofdprijs in de loterij gewonnen. Zou ik opzeggen, dan zou dat een onvergeeflijke maatschappelijke zonde zijn. Bovendien wist ik dat ik de toorn van mijn werkgever over mij af zou roepen; naar alle waarschijnlijkheid kon ik ook nog een claim voor een studieschuld aan mijn broek verwachten.

Maar zou ik doorgaan met deze baan, dan wist ik dat het ook niet goed af kon lopen. Ik zag het doembeeld al voor me: volledig depri thuis – het woord burn-out werd nog niet gebezigd, maar zo zouden we die ongewenste toestand nu waarschijnlijk noemen. Maanden uitgeschakeld, levend onder een grauwe hemel, verstoken van enige opbeurende vooruitzichten. En dan weer terug naar die plek? Of vanuit het ziekbed solliciteren? Bij beide opties was ik kansloos.

Ja, dit was zo’n double bind waarbij je altijd brokken maakt. Een knallende botsing met normen en waarden, en een knetterend loyaliteitsconflict. De voorzienigheid hielp mij gelukkig een handje. Toen de nood op zijn hoogst leek, vond ik een nieuwe baan in een veel bevredigender richting. Tweemaal de hoofdprijs in de loterij in één jaar; ik was waarlijk een zondagskind! Dat besef gaf me voldoende energie om het voorziene conflict met mijn werkgever op diplomatieke wijze te slechten; de consequenties bleven beperkt.

Ik kwam zonder zichtbare krassen uit deze situatie. Ik voelde me herboren, na een maandenlang kwellende angst. Mijn ervaringswereld was enkele diepe sporen rijker geworden, dat wel. Van die brokken zou ik nog veel profijt beleven, weet de coach in mij achteraf – herkaderen maakt scherpe randen zacht.

Het échte probleem

Zijn dilemma’s de echte problemen? Ik was maandenlang bang. Bang voor de botsing met normen en waarden: de botsing met de maatschappij, met andere mensen. Maar ook bang voor de botsing met mijzelf. Onvermijdelijk ging er een botsing komen. Ik moest kiezen. Ik was de verantwoordelijke persoon, degene die aan deze situatie een draai moest geven. Ik was bang voor mijn eigen keuze.

We worden bang als we voelen dat het erop aankomt. Als alle vingers naar ons wijzen, dan komt het echte probleem boven. Dat is niet het keuzevraagstuk zelf; dat is het gevoel dat ermee gepaard gaat. Een beklemmend, oncontroleerbaar, donker gevoel. We noemen het ‘angst’.

Is angst onze baas? Angst kan ons leven aardig regeren als het er écht op aankomt.

Dood en verandering

Angst komt niet alleen op bij lastige dilemma’s.

Hoeveel mensen zijn er wel niet bang voor de dood? Daar valt niks te kiezen. De pech voor ons, bewuste wezens, is dat wij beseffen dat het vroeg of laat met ons gedaan is. Eenden hebben geen last van die vloek van het bewustzijn – vermoedelijk.

Als je weet dat er op een slecht moment alleen nog maar leegte is – een leegte waarin jij een machteloos ‘niets’ bent dat je voorstellingsvermogen te boven gaat -, ja, dan heb je wel wat recht op angst.

Erg fijn voelt dat natuurlijk niet. Gelukkig zijn er troostrijke gedachten die je vóór het ‘niets’ in kunt zetten.

Zoals het idee dat we allemaal één zijn, in één grote stroom energie; gevuld met steeds wisselende kleine stroompjes die zich voordoen in allerlei gedaantes. Wat we zien is materie; tastbaar in harde en zachte vormen, in steen en levende wezens. Wat we zijn is beweging. Geen gekke gedachte en gesteund door de wetenschap bij monde van mensen als Albert Einstein. Je kunt helemaal niet dood. Je valt weliswaar uiteen, maar komt weer terug in verrassende andere manifestaties van energie.

En het machteloze ‘niets’ bestaat eigenlijk ook niet. Als je maar durft te denken als cognitief wetenschapper Douglas Hofstadter. Dan wordt je bewustzijn een verzameling van patronen: complexen van ideeën, gedachten en creatieve uitingen, als een soort van software in je hoofd. Patronen zijn geen materie; zij zijn een ordening van informatie. En informatie is kopieerbaar. Je kunt helemaal niet dood. Je patronen leven voort. In je schrift, in je muziek, in je ontwerpen, in je denkbeelden, in ál je creaties; en – heel bijzonder – in de patronen in de hoofden van je naasten.

En toch, ondanks alle troost, angst komt vóór de dood bij veel mensen. We zijn nou eenmaal niet allemaal een Seneca die kalm het zelfdodingsbevel van een krankzinnige keizer accepteert.

Angst komt ook vóór verandering. In tegenstelling tot bij de dood, ontmoeten we dan wel weer allerlei dilemma’s. Misschien zijn we daarom wel zo vaak bang voor dingen die gaan veranderen. We voelen het aan ons water: daar komen ze die double binds, we gaan weer brokken maken!

Regeert angst onze tijd?

We hebben er alle reden toe, want ‘the times they are a changin’, overigens anders dan Bob Dylan bedoelde in 1964. Het is nog nooit zo hard gegaan. De moderne tijd stort een cascade van veranderingen over ons heen die zo heftig is, dat het haast niet van een gezonde geest getuigt als je daar vreesloos onder blijft.

Laat ik er eens eentje noemen die op het eerste gezicht onschuldig lijkt.

Er zijn voor mensen twee bronnen van geld voor een inkomen: arbeid en bezit. De meesten van ons zijn altijd aangewezen geweest op de eerste bron. Daar was lange tijd niks mis mee. Tot voor kort. Want deze grootste groep mensen komt in een steeds knellender positie.

Het zijn degenen die kunnen profiteren van bezit, die meer en meer de winnaars zullen zijn in de welvaartsrace. Ik woon in Amsterdam en zie die ontwikkeling dagelijks om mij heen: de pandenspeculanten floreren. Zij trekken een gevaarlijk groeiende zeggenschap over de economie van die stad naar zich toe. Amsterdam is hierin helaas niet bijzonder. Het is een ontwikkeling die zich wereldwijd voltrekt.

Nu lijkt dat nog niet direct een bedreiging voor arbeid, maar wat ik je wil laten zien, is dat het veel erger wordt dan het is. Want arbeid verschuift naar robots; dat is een niet te stuiten proces dat zich in een razend tempo voltrekt. En diezelfde speculanten van hierboven trekken ook die robots naar zich toe, want – en ik kan er helaas niets anders van maken –  robots zijn … bezit. Jouw arbeid verschuift naar speculanten! Dus waar gaan we naartoe? Profiteert wie bezit heeft, straks van alle bronnen van welvaart? En heeft degene die alleen arbeid kan leveren niets dan dikke pech?

Ik beken: ik vind dit beangstigend. Hier moeten we iets mee als maatschappij. Een basisinkomen voor iedereen? Andere creatieve vormen van herverdeling van de welvaart? Er zijn ideeën, maar ik zie weinig gebeuren. De politiek is druk met navelstaren, de bezitters sluiten hun machtige gelederen, en de mensen die van oudsher arbeid leveren klampen zich vast aan versleten verworvenheden – ik geloof dat iedereen bang is.

Terror management

Maar, lees ik in De levens van Jan Six van Geert Mak (2016): ‘“Als we willen dat alles blijft  zoals het is, moet alles anders worden”, riep de onstuimige Siciliaanse edelman Tancredi di Falconeri in De tijgerkat. “Ben ik duidelijk?”’

Die Tancredi di Falconeri had gelijk: alleen bereidheid om te veranderen helpt ons om het goede van de wereld te behouden of, beter nog, het verder te ontwikkelen. Afschudden van die angsten dus – die angsten die ons nu laten bevriezen.

Makkelijk gezegd als je een onstuimige Siciliaanse edelman mag zijn in een historisch epos. Minder makkelijk als je leeft in de realiteit van de 21e eeuw.

Dagelijks worden we op tv bestookt met beelden die onze angsten zorgvuldig onderhouden. Ook de krant en internet tappen stevig uit een dergelijk vaatje. En wij maar denken dat zij ons een eerlijke schets van de werkelijkheid tonen.

Heb je er al eens bij stilgestaan dat ons wereldbeeld door de media naar hún wens wordt ingekleurd? We zien alleen de excessen; we zien een heleboel goede zaken niet. We krijgen de wereld gepresenteerd door camera’s die verre van objectief zijn en die zeer selectief te werk gaan.

Daar zit een adder onder het gras. De adder laat zich mooi beschrijven door de ‘terror management theory’ die Kelly McGonigal (2013) in De kracht van wilskracht bespreekt. Deze komt er kort gezegd op neer dat het zien van veel ellende ons aanzet tot consumeren.

Bij de aanblik van al die ingedikte, sombere tijdingen voelen we ons machteloos. Aan die machteloosheid willen we nu – meteen(!) – iets doen. Dus rennen we naar de koelkast en slaan we aan het snacken – of grijpen we naar de laptop en slaan we aan het shoppen. Hè hè, dat voelt in ieder geval even beter.

Het veroveren van reclameseconden in de blokken rond het journaal, is een miljoenenstrijd die gevoerd wordt door giganten. Dat geldt idem dito voor alle andere massamedia die iets vergelijkbaars doen als het journaal. Denk jij niet – net als ik – dat die giganten dan wat terugverwachten?

De angst wordt in stand gehouden. We worden gewoon gefopt en het mechanisme dat dat toelaat is onze eigen drang tot terror management.

En, is angst onze baas?

We zijn nog altijd autonome wezens, dus aan ons de keus.

Ik kan wel raden wat de keuze wordt. Natuurlijk willen we niet dat angst onze levens regeert! Maar wat helpt?

Van nature hebben we de neiging om negatieve gevoelens te onderdrukken. Voor angst is dat in elk geval een slechte strategie. Uit psychologisch onderzoek weten we dat dan al te makkelijk ‘ironic rebound’ optreedt (McGonigal, 2013). In gewoon Nederlands: angst wordt een boemerang.

Onderdrukken maakt ons vatbaar voor datgene dat we juist niet willen. Een voorbeeld: je zit in een sollicitatiegesprek en wilt uiteraard de juiste dingen zeggen. Daar heb je je dan ook volledig op voorbereid. Maar helaas, je schrikt je dood als je jezelf hoort praten; je kraamt de slechtst denkbare zinnen uit.

Zo herkenbaar voor veel mensen – in veel situaties. Het goede voornemen werkt volledig averechts. De gespannenheid, de angst om het verkeerd te doen, ontaardt in een rampzalige selffulfilling prophecy.

Een reddingsboei

Maar wat is dan wel de weg om met gevoelens van angst om te gaan?

Een zeer terechte vraag. Ik vond hem een boekje waardig: Het boekje tegen angst. Want er zijn een paar belangrijke werkelijkheden over angst die iedereen zou moeten weten, omdat ze iedereen van nut kunnen zijn.

Ik heb veel over angst geleerd in mijn jaren als coach en ondernemer. Het boekje beschrijft een aantal van die ervaringen en lessen. Openhartig, in klip en klare taal. Het beschrijft ook de oplossingen die ik heb gevonden om met angst- en stressgevoelens om te gaan; oplossingen die mijn leven en dat van cliënten van mij hebben verrijkt en veranderd.

Het zal me niet verbazen als ze jou net zo zullen helpen. En hopelijk kom je dan net als ik tot de slotsom dat er maar één iemand de baas is in jouw leven. Je mag zelf raden wie.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 reacties… add one

Geef een reactie (een * betekent een vereist veld)

Privacyverklaring