Klein leed

Op de lagere school moest ik een keer vreselijk huilen. De aanleiding was nogal dom. Nou ja, dat denk je als je groot bent. Ik weet niet meer in welke klas het was, ik weet alleen nog dat het bij een juffrouw was, niet bij een meester. Ze had ons verteld dat je in een zin een komma plaatst als er bij het uitspreken even rust gehouden wordt. Korte tijd later nam ze ons een dictee af. Stukje bij beetje las ze de zinnen voor. En braaf, achter ieder stukje en beetje, plaatste ik een komma.

Ik was er trots op dat ik het zo goed begrepen had en rekende op een acht of een negen. Maar toen we onze blaadjes na het nakijken terugkregen en ik het mijne opensloeg, voelde ik alle bloed uit mijn lichaam zakken. Ontelbaar veel felrode balpenkringetjes tolden rond op het papier. Ze markeerden mijn komma’s. Zoveel fouten bij elkaar, en ik had ze gemaakt. Mijn ogen liepen vol, ik zag de kringetjes in elkaar overvloeien, en zette het op een brullen.

Het is klein leed waarnaar ik heimwee heb. Het valt mij op dat ik de laatste tijd graag terugga naar mijn vroege jeugd. Dan zitten we in de jaren zestig. 68 procent van de populaties zoogdieren, vissen, vogels, reptielen en amfibieën die nu verdwenen zijn, bestond toen nog. Ik wilde dierenarts worden, het liefst in Afrika. Op onze zwart-wit-tv zag ik hierover een serie – Daktari. Er speelde een chimpansee in mee en een loensende leeuw. De chimpansee heette Judy, de leeuw Clarence. 

Ik was veel bezig met dieren. Zo had ik een groot, zwaar natuurboek, Reuzen van de dierenwereld; uren kon ik mijzelf erin verliezen. Dan ging ik zitten in kleermakerszit en legde het met de harde kaft behoedzaam open op mijn schoot. Ieder blad dat ik omsloeg gaf een plof, ik kon het voelen vallen. Ik dook onder tussen de walvissen, olifanten, octopussen en kwallen. De foto’s waren enorm en in kleur, de verhalen erbij indrukwekkend. Dat boek liet een wereld zien die ik nog wilde ontdekken. Ik was er zuinig op.

In mijn leven ben ik vaak verhuisd. Elke verhuizing was ook een opruiming. Bij één ervan is het boek verloren gegaan. Ik heb het bij het grofvuil gezet of bij het oudpapier. Misschien, en dat hoop ik, maar de kans is klein, heb ik het naar De Slegte gebracht. Het was in de jaren waarin ik dacht dat ik iets voorstelde omdat het me materieel goed ging. Ik werd minachtend. Zoiets zou ik nu nooit meer uithalen met een boek van betekenis. Zeker het eerste niet. Als ik een stuk van mijn leven zou mogen overdoen, dan is het die periode.

Op een kleine internet-speurtocht vond ik de titel van het boek terug bij een antiquariaat. Ik weet niet of het precies dat boek is uit mijn jeugd; er stond geen afbeelding bij. Ik heb het toch besteld. Het is misschien een laatste kans om een aantal van die 68 procent uit de jaren zestig nog eens op schoot te leggen en hun onvoorstelbare gewicht te voelen. Een kans ook om iets van een aantal jachtige jaren waarin de tredmolen mijn leven dirigeerde, goed te maken.

Overal om mij heen klinken machines. Ze hebben het gewonnen van het gezang van de vogels. Ik hoor een bladveger, ik hoor een bouwlift, ik hoor een hogedrukspuit, ik hoor een zaagmachine, ik hoor een vliegtuig, ik hoor een slijptol, ik hoor auto’s. Ik fantaseer het niet. Dit is nu gaande, ter plekke. Hier. In een Amsterdamse woonwijk. Ik hoef er mijn raam niet voor open te zetten en ik hoef er mijn oren niet voor gespitst te houden.

De mens wil tijd winnen, maar is hem aan het verliezen. Ons moederprobleem is het ontbreken van rust; daar komt al het andere uit voort.

In deze maanden kom ik regelmatig op een middelbare school voor blinde kinderen. Voor enkele van die kinderen ben ik de coach die ze ondersteunt bij het maken van een keuze voor een vervolgopleiding. Aan één van hen, een meisje, vroeg ik bij onze kennismaking me uit te leggen hoe zij de teksten van een computerbeeldscherm leest. Zij vertelde me dat ze daar een braillelezer voor gebruikt. Ze ging het me demonstreren.

Het viel me op met hoeveel kalmte ze dat deed. Ze pakte de tas van haar laptop, vond al tastend de opening en haalde behoedzaam, één voor één, alle spullen eruit – de laptop zelf, de muis, het snoer met de adapter en de braillelezer. Zorgvuldig gaf ze alles een plekje op de lessenaar voor haar en voelde nog eens na met haar handen op welke plaats en in welke positie alle onderdelen lagen. Daarna sloot ze op de tast de snoeren aan, kantelde het beeldscherm omhoog, startte de laptop op en opende een document, intussen mij uitleggend wat zij aan het doen was. Toen ze hiermee klaar was, kreeg ik met dezelfde behoedzaamheid en rust die al de hele tijd in haar handelen lagen, een lesje in de werking van de braillelezer. Mijn leerlinge hoefde niets te herhalen, nergens nog eens opnieuw naar te verwijzen, alles wat zij demonstreerde en vertelde was mij in één keer duidelijk.

Het is niet zo moeilijk het belang van rust te begrijpen als je blind bent. Je weet dan hoe schadelijk snelheid is en hoe vruchtbaar bewuste aandacht.

Hoe het indertijd is afgelopen met de komma’s ben ik vergeten. Vermoedelijk heeft mijn brullen de juf tot een troostende reactie bewogen. Anno 2020 maak ik nog dagelijks schrijffouten. Zojuist nog werd ‘bezwoer’ ‘bezwoor’ in een WhatsAppbericht. Tegenwoordig zijn ze zelden het gevolg van misplaatste ijver. Ze komen door haast en een gebrek aan aandacht. Ik zou willen pleiten voor meer komma’s in onze levens; ze zijn voor onszelf en voor de aan ons overgeleverde wereld van groter belang dan alle drukte eromheen.

Het boek is binnen en het is het goede! Soms blijkt geschiedenis omkeerbaar. Hopelijk is dit een gunstig omen.

Reuzen van de dierenwereld
Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

4 comments… add one
  • Marlène 1 okt 2020, 14:39

    Wat een pracht verhaal weer, Stan. In alle rust en met alle aandacht gelezen en ervan genoten.
    Groetjes, Marlène

  • Huub Koch 1 okt 2020, 23:30

    Dag Stan,

    Zo herkenbaar, ik zal wel oud worden, Daktari, Judy en Clarence. Prachtig, voor altijd zal ik de lach van die aap in mijn oren horen klinken.

    En dan de boeken die in een wereld zonder televisie of internet voeding voor onze verbeelding betekenden.

    Nee, Rotterdam was geen stille stad. Het geluid van heipalen die de grond in werden geslagen om gebouwen te laten verrijzen of de metro aan te leggen was aan de orde van de dag en klonk door de hele binnenstad, waar ik woonde.

    De wereld van de blinde mens die je beschrijft heb ik een beetje leren kennen door de Friese dichter Tsjebbe Hettinga. De aandacht en rust die je daar in tegenkomt behoren tot het pre-mindfulness tijdperk. De gedichten die hij schreef hebben een bezwerende kwaliteit. Bezwerend in de zin van ‘een wereld oproepen met woorden’.

    https://www.youtube.com/watch?v=51d-KXMiuVo

    De woorden en de beelden voeren tegenwoordig een concurrentiestrijd. Wat dat betreft kan er geen winnaar zijn. Maar beelden raken betekenisloos als ze niet worden geduid of aangeraakt door het woord. De woorden zijn in wezen stemmen die zachtjes beschrijven wat gezegd wil worden. Kijken is mooi, maar het luisteren in ere houden dat is waar het volgens mij echt om gaat. Uitzonderingen daargelaten als het gaat om de hogeschool van de fotografie.

    Veel plezier met je boek. Ook ik heb regelmatig boeken uit mijn jeugd die verdwaald waren geraakt weten terug te vinden en wederom thuis laten komen. Wat een rijkdom!

    Fijne dag!

    Huub

    • Stan Lenssen 2 okt 2020, 11:32

      Hi Huub,
      De jaren zestig, het was een tijd van wederopbouw en onstuimige groei. Dat laatste in veel opzichten 😉
      Er werd druk gebouwd in het hele land en zeker in jouw Rotterdam, dat natuurlijk nog pas twintig jaar eerder zwaar gehavend uit de oorlog was gekomen.
      Van Den Bosch, waar ik opgroeide en dat alsmaar uitdijde, herinner ik me nog hoe ik vanuit de schoolbanken het trage gedreun van het heien verderop in de wijk hoorde. Katjoengg … katjoengg … katjoengg … het geluid was altijd wel ergens, er moeten kilometers paal de grond in zijn gegaan.
      Groeten,
      Stan

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring