Middelmatigheid verdient beter

Ik weet niet of schrijfster Emily Dickinson het werkelijk heeft gezegd, maar in de film A Quiet Passion (Boulter, Papadopoulos & Davies, 2016) die over haar leven is gemaakt, spreekt actrice Cynthia Nixon in een indrukwekkende vertolking de volgende woorden: ‘Amerika is het enige land ter wereld dat de dood ziet als een persoonlijk falen.’

Alles is maakbaar in het leven, dat is het adagium waaronder veel Amerikanen gebukt gaan; dus waarom ook niet het leven zelf? En als dan toch het onvermijdelijke plaatsvindt, heb je ergens iets niet goed gedaan. Er is één troost: er is niemand die jou op die suffe daad nog aan kan spreken. In het land van de onbegrensde mogelijkheden zou dat anders onherroepelijk tot aanklachten leiden, over het graf heen.

Wij verkneukelen ons graag over die claimerige Amerikanen, maar we zijn natuurlijk geen spat beter. In ons opportunisme gebruiken we ze graag als rolmodellen. Dat wil zeggen: de succesvollen onder hen. We vliegen ze voor veel geld over naar ons oude Europa waar we ze onthalen met alle egards. Of we maken zelf verwachtingsvol de oversteek.

We bejubelen ze als popsterren en adoreren ze als goeroes, zolang het ons tot voordeel strekt. We laten hen ons in al hun wijsheid graag vertellen wat de truc is van hun succes, zodat ook wij de magie toe kunnen passen, zodat het ook voor ons appeltje-eitje wordt.

Hoe maakbaar is succes?

Succes is maakbaar – we geloven het maar wat graag. En nu wil ik je niet desillusioneren, want we hebben onze toekomst inderdaad meer in de hand dan we in de regel vermoeden, maar ik gebruikte niet voor niets de woorden ‘gebukt gaan onder’ over de Amerikanen en hun libertaristische levensopvatting – de vrije wil als allesbeheersende factor.

De maakbaarheid van het leven heeft haar grenzen en die liggen niet bij ons graf. We komen de grenzen al veel eerder tegen. Het lijkt alleen absoluut not done om dat te erkennen – in die zin lijken we inmiddels veel op de aanbeden Amerikanen -, met als gevolg: veel verdriet en frustratie.

En niet omdat we niet bereiken wat we graag zouden willen; nee, veeleer omdat we ons een stumperd voelen, een mislukkeling, een nepperd. We hebben afgedaan voor de wereld, onze taak – die toch ‘appeltje-eitje’ was – niet kunnen volbrengen. De schande is groot. Gelukkig bewaren we een glimlachende façade. Des te harder daarachter schrijnt echter de schaamte. Des te harder verloochenen we onszelf en zijn we een échte nepperd.

‘Willen’ versus ‘bereiken’

Het is niet moeilijk om enthousiasme aan te wakkeren met een opzwepend verhaal over een succesvolle persoon.

  • Neem een Steve Jobs voor de ondernemers;
  • neem een Nelson Mandela voor de staatsmannen;
  • neem een Moeder Teresa voor de filantropen;
  • neem een Neelie Kroes voor de bestuurders;
  • neem een Mahatma Gandhi voor de verzoeners;
  • neem een Simone de Beauvoir voor de schrijvers-filosofen;
  • ja, neem zelfs een Donald Trump voor de snoevers die alles kunnen.

Je ziet, het rijtje bestaat lang niet uit louter Amerikanen. Er zijn voorgangers zat die ons in vuur en vlam kunnen zetten, die ons doen wensen: ja, dat wil ik ook! Maar ‘willen’ is werkelijk iets anders dan het kunnen bereiken.

Er zoemt een stil verdriet rond in elke ruimte. Een stil verdriet over ambities die nooit gerealiseerd zullen worden. Oh nee, dat opzwepende verhaal is niet moeilijk te presenteren. Er zijn ontelbare TED-talks die dat dagelijks voor ons doen. Maar de meeste van die filmpjes prikkelen iets compleet anders dan zij beogen. De bedoelingen zijn goed, maar de gevolgen desastreus! Zelden zetten zij aan tot grote prestaties; veel vaker voeden zij het ‘valse hoopsyndroom’.

Onderwaardering voor bescheidenheid

Moeten we werkelijk torenhoge ambities nastreven?

Eerder schreef ik in Wat moet je dan nog met goud? over de Khoisanvolken die in de jaren van de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw een grote vrijheidsstrijd uitvochten in Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië. Onder leiding van Hendrik Witbooi trokken zij ten strijde tegen de Duitse kolonisator. De roman Ik ben Hendrik Witbooi van Conny Braam (2016) vertelt over deze schandelijk vergeten geschiedenis.

De Khoisan waren trots en ontwikkeld, maar leefden uiterst eenvoudig. Aan hiërarchie deden ze nauwelijks. Zij beslisten samen; Hendrik Witbooi stond in hun midden en niet boven hen. Ze waren wars van pracht en praal, en hadden een groot respect voor de ander en voor diens vrijheid. Bezit en geld vonden zij verderfelijk.

De Khoisan vroegen weinig van de wereld en weinig van elkaar. Zij verstonden de ‘kunst van bescheidenheid’. In hun visie waren er geen grote ambities nodig om een goed leven te hebben en gelukkig te zijn.

Wat ik mis in onze wereld is waardering voor middelmatigheid. Wat ik mis in onze wereld is waardering voor kleine ambities. Wat ik mis in onze wereld is waardering voor bescheidenheid.

Onderwaardering voor de grootste groep mensen

Er is weinig waardering voor de grootste groep mensen. En dat is zo onterecht! Zonder middelmatigheid loopt de maatschappij vast. We hebben haar heel hard nodig.

Ik kom genoeg mensen tegen in mijn coachpraktijk die het zat zijn om maar opgejut te worden. Wat zij zoeken, lijkt heel simpel: een leven van genoeg, waarin de dagen voldoening geven. Maar op de een of andere manier lijkt onze maatschappij niet in die eenvoud te kunnen voorzien.

We jagen elkaar op om het onbereikbare te bereiken. Het leidt maar tot één resultaat: een collectieve maatschappelijke frustratie. De burn-outcijfers zijn de schreeuwende getuigen, zoals ik vaststel in mijn boek De waan van de wedloop.

Amerikanen die nuanceren

Het is nergens voor nodig om de schaamte te laten schrijnen als je niet aan de onverzadigbare verwachtingen van onze maatschappij kunt voldoen. Denk aan de waardigheid van de Khoisan. Zij leefden goed en gelukkig in al hun bescheidenheid.

De uitspraak van Emily Dickinson – bij monde van Cynthia Nixon – schildert de Amerikanen af als hard en veeleisend. Maar uit datzelfde Amerika komen ook heel  genuanceerde geluiden. De, in 2016 overleden, gelauwerde emotie-expert John Bradshaw schrijft in zijn boek Healing the Shame That Binds You over twee soorten schaamte: ‘toxic shame’ en ‘healthy shame’.

Toxic shame is de schaamte die je doet wegkruipen en die je blokkeert. Het is de schaamte die je dat ‘nepperd-gevoel’ geeft.

Healthy shame is de schaamte die je laat zien waar jouw grenzen liggen. Het is de schaamte die je afhoudt van onbezonnen daden. Zij neemt je in bescherming, zodat het valse hoopsyndroom jou niet in zijn macht krijgt.

Het is belangrijk dat je de schaamte die je voelt als iets niet wil lukken in een gezond kader plaatst. Toxic shame stopt je ruw af. Healthy shame geeft zelfkennis van waaruit je weer verder kunt. Doordat zij je jouw grenzen toont, geeft ze je belangrijke informatie: ze toont je jouw ontwikkelingsrichting.

Om het nog anders uit te drukken: toxic shame is een trigger voor een ‘fixed mindset’; healthy shame is een trigger voor een ‘growth mindset’. De fixed mindset toont zich in de glimlachende façade. De growth mindset toont zich in gevoelens van eigenwaarde, vertrouwen en trots. Hij komt tegemoet aan de realiteit, want hij stimuleert je om te groeien op een wijze die jou past. Psychologieprofessor Carol Dweck (2008) – ook uit Amerika – schrijft er boeiend over in haar boek Mindset.

Middelmatigheid is de motor

Het is niet zo lastig om opzwepende succesverhalen op te dissen; het is een veel grotere uitdaging om de realiteit te verkondigen. En om voor en over die realiteit anderen ook in vuur en vlam te zetten. Dat is veel lastiger, maar wel noodzakelijk. Want: de meeste mensen zijn geen Steve Jobs, Moeder Teresa of Neelie Kroes. Veruit de meeste mensen staan heel ver verwijderd van het eerder opgesomde rijtje.

Veruit de meeste mensen zijn middelmatig: ik, jij, wij allemaal – ik hoop niet dat ik iemand nu beledig. En vooruit, de een is wat minder gemiddeld dan de ander. Als je dat veilig vindt, schaar jezelf gerust onder die noemer. Maar uiteindelijk geldt: middelmatigheid, dat is de realiteit!

En dat is maar goed ook, want stel je voor: al die enorme ego’s en daar een wereld vol van …

Maar diezelfde ego’s kunnen niet buiten ons, want zonder middelmatigheid verdampt de verbinding. Middelmatigheid is de motor.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

0 reacties… add one

Geef een reactie