Nieuw plezier

Ik vind het lastig om mild te blijven, terwijl ik weet dat het nodig is, voor de anderen en voor mij. Daarom was ik zo blij met wat ik las in Ecologisch wezen van Timothy Morton, hoogleraar Engelse literatuur aan de Rice University in Houston (2018, p. 235):

‘Volgens mij gaat ecologische politiek over het uitbreiden, aanpassen en ontwikkelen van nieuwe vormen van plezier – en niet over het beknotten van de povere pleziertjes die we nu ervaren, zolang we vasthouden aan onze huidige handelwijze. Hoe zou plezier eruit kunnen zien voorbij de olie-economie?’

Zometeen meer over mild blijven, maar eerst iets over Ecologisch wezen en over Timothy Morton.

Ecologisch wezen

Ecologisch wezen is een boek over ecologie. Die zijn er al veel. Maar dit boek is anders dan alle andere. Ten eerste stort Ecologisch wezen geen feitenbrij over je uit; het onthult geen schokkende data, het treedt niet in detail over milieuproblemen, het doet geen moeite om de lezer van groene tips te voorzien – niets van dat alles, Ecologisch wezen is vrij van alle ecologische wetenswaardigheden die je als lezer misschien zou verwachten. En ten tweede is Ecologisch wezen volledig a-politiek (uitgezonderd dan die ene opmerking van hierboven); het boek laat zich niet uit over maatschappelijke visies, het geeft geen stemadvies, het bespreekt geen strijdende stromingen, het is niet moralistisch en het is vrij van retoriek.

In ecologisch opzicht is Ecologisch wezen een behoorlijk nutteloos boek. Dat is een statement van de schrijver zelf, meteen op de eerste bladzijde. Maar waarom heeft hij het dan geschreven?

Ecologisch wezen - Timothy Morton

Boek: Ecologisch wezen – Timothy Morton

Omdat Timothy Morton van mening is dat we één aspect in de milieudiscussie die we voeren al te makkelijk negeren, terwijl het beslist ook onze aandacht verdient. Dat aspect is – in mijn woorden – dat die hele ecologische rampzaligheid die zich over de mensheid aan het uitstorten is iets doet met de individuen die eronder bedolven worden, en dat heeft effect op de inhoud en de toon van de milieudiscussie. Dat is het thema van Ecologisch wezen.

Nu bedoel ik met ‘ecologische rampzaligheid’ niet – wat je zou kunnen denken – de milieucatastrofe die zich aan het voltrekken is; in dit verband bedoel ik met ‘ecologische rampzaligheid’ de berg van beschuldigende verwijten die neerdaalt over homo sapiens.

En met het woordje ‘zich’ wil ik laten zien dat er iets paradoxaals aan de hand is met het ‘uitstorten’. Hoewel het ‘uitstorten’ een handeling is die wij zelf verrichten, manifesteert die handeling zich tegelijkertijd als een autonoom fenomeen van een systeem waarbinnen wij als individuen naar het lijkt niet veel te zeggen hebben (al denken we misschien van wel, maar onze vrije wil blijkt de meeste tijd en buiten ons besef om te worden opgeheven door de zwermgeest waaraan wij onderhevig zijn).

Ten slotte doel ik met ‘iets’ op wat er gebeurt met het beeld dat wij over onszelf hebben en over onze verhouding met onze wereld. Dus wat de berg van beschuldigende verwijten doet met wie we zien als wij in de spiegel kijken en ons beschouwen in onze habitat.

Je zou kunnen zeggen dat Timothy Morton Ecologisch wezen geschreven heeft om te onderzoeken wat wij van onszelf vinden in relatie tot de wereld, onder al het retorische geweld over ecologie dat er op ons neerdaalt. Je zou ook kunnen zeggen dat hij het boek heeft geschreven om te onderzoeken hoe wij ons mentaal staande proberen te houden op een ineenschrompelende aarde, intussen al of niet de pijn voelend van een bepaald schuldbesef.

Ecologisch wezen kruipt in een laag in onze overtuigingswereld die we door de stofwolken van onze bedolven staat al bijna niet meer zien. Daar zitten wij; gehurkt, opeengepakt en angstig; of opgewonden, boos en strijdvaardig; of losjes, onnozel en ontkennend; hoe dan ook, op enige manier met een zelfbeeld reagerend op die denkbeeldige priemende vinger die zegt: ‘Jullie hebben het gedaan, lossen jullie het nu ook maar op!’ De vraag die Timothy Morton vervolgens tracht te beantwoorden is: welke wegen staan er voor ons open om ons in die laag toch een waardig en zinvol wezen te voelen en vanuit die positie een waardige en zinvolle milieudiscussie te voeren waarin we elkaar respecteren?

In ecologisch opzicht mag Ecologisch wezen een behoorlijk nutteloos boek zijn, het beschouwen van deze vraag onder het huidige gesternte lijkt me, als het al niet waardevol is, dan toch op zijn minst razend interessant.

Timothy Morton

Timothy Morton (1968) heeft, hoewel taalkundige, in de afgelopen twee decennia vooral naam en faam gemaakt als ecologiefilosoof. Timothy Morton profileert zich niet als een denker die conclusies voor ons handelen verbindt aan de ecologische feiten die wij veroorzaakt hebben; hij houdt zich meer bezig met de vraag hoe wij ons als mensen verhouden tot elkaar en tot onszelf in de in ecologisch opzicht zo sterk veranderende wereld.

Hij schrijft niet licht verteerbaar, de filosoof Timothy Morton; hij associeert er lustig op los. Zo lustig, dat het mij al snel duizelde bij het lezen van de eerste bladzijden van Ecologisch wezen. Morton sleept er alles en iedereen bij, van sf-film Blade Runner, abstract expressionist Mark Rothko, punkheld Johnny Rotten, filosofen Heidegger, Hegel en Kant, tot newwaveband Talking Heads. Timothy Morton legt in zijn teksten een wervelwind van verbanden aan en die zijn niet altijd even makkelijk te volgen. Daar moet je tegen kunnen – ik moest mij er in elk geval erg op afstemmen. Ik kreeg door zijn wilde stijl de neiging snelheid te willen maken bij het lezen. Tegelijkertijd had ik de aandrang om al die namen bij associaties op mijn smartphone op te zoeken zodat ik er meer begrip van kreeg, wat weer een rem op die snelheid zette. Frustratie, dat is wat ik daardoor in eerste instantie voelde bij de schrijfstijl van Timothy Morton. Ik wilde hem inhoudelijk kunnen blijven volgen en dat lukte dus overduidelijk niet door de onrust die hij bij mij teweeg bracht.

Totdat ik concludeerde dat ik misschien te veel in één keer verlangde, en dat ik daardoor het leesplezier in deze creatieve schrijver verloor. Ik besloot het anders aan te pakken en mijn drang om geconcentreerd te blijven om hem per se te kunnen blijven volgen, te laten vallen. Dat bracht een heel andere leeservaring; ik kreeg lol in zijn teksten. Nu had ik ruimte geschapen om te kunnen genieten van zijn ritme, zijn creativiteit en zijn veelkleurigheid. Hoewel ik hem niet in alles kon doorgronden, kon ik nu in elk geval genieten van de tonaliteit en muziek in zijn teksten, en benam ik mijzelf niet de lust om later nog eens opnieuw die teksten door te nemen. Met Timothy Morton had ik zo’n schrijver te pakken die ik blijkbaar beter kan lezen als een meertrapsraket, waarbij bij elke overlezing de doorgronding van de tekst toeneemt. 

Ik lees in een recensie over Ecologisch wezen in Trouw van 14 maart 2018, geschreven door Merel Kamp onder de titel Timothy Morton geeft de mensheid ecologische psychotherapie, een typering van de denker Timothy Morton die mijn leeservaring met hem aardig bevestigt:

‘Morton geldt als een even creatieve als moeilijk te duiden denker die kunst, literatuur en filosofie moeiteloos vermengt tot een eigen, uniek geluid. (…) Echt publieksvriendelijk is Ecologisch wezen dus bepaald niet te noemen. Wie geen voorkennis heeft van bijvoorbeeld fenomenologie, zal door Mortons versnipperde uitleg en gebruik ervan zo nu en dan danig in de war raken. Ook wie die voorkennis wel bezit, zal overigens in de war raken. Niet in de laatste plaats omdat het boek moeizaam leest: Mortons associatieve, speelse manier van schrijven en denken, lijkt zich niet gemakkelijk in het Nederlands te laten vertalen. En wat de een als speels en associatief ervaart, is voor de ander wellicht onnavolgbaar en al te vrijblijvend.’

Ik ben blijkbaar niet de enige die door Timothy Morton in verwarring raakt. Je bent gewaarschuwd, maar laat die waarschuwing er niet toe leiden dat je deze interessante denker in het debat over het klimaat gaat omzeilen. Hij voegt met zijn beschouwingen over hoe de mens mentaal in de ecologische ramp staat unieke inzichten toe, terwijl anderen deze lastige maar belangrijke materie liever links lijken te laten liggen.

Waarom mild blijven

Hoe zit het nu met de noodzaak om mild te blijven?

Het is makkelijk oordelen over anderen en te vinden dat je zelf zo goed bezig bent door niet te willen vliegen, geen auto te hebben, over te stappen naar een duurzame bank, veganist te zijn enzovoort. Ik heb het nu over mijzelf, maar ik wordt er niet vrolijk van als ik mezelf betrap op dergelijke eigenvleierij. Want het geeft me geen geruststelling van mijn geweten noch enige trots van lekker bezig te zijn; het geeft me daarentegen een donkere beleving van de buitenwereld en een negatieve kijk op anderen. Ik vraag me af of die donkerte en negativiteit productief en terecht zijn. Mijn intuïtie fluistert me in van niet.

Timothy Morton heeft het in Ecologisch wezen vaak over antropocentrisme: die denkwijze waarbij de mens zichzelf in het middelpunt van de wereld plaatst en waarbij hij alles afmeet aan zijn menselijke maatstaven, zodat er een wereldbeeld ontstaat waarin de mens de norm is en de mens de norm stelt. Zo’n wereldbeeld maakt het, paradoxaal genoeg, problematisch om een mens te zijn. Je kunt namelijk niets op een eerlijke en rustige manier van een afstandje bekijken. Als je als mens een visie wilt ontwikkelen op wat er gaande is in een antropocentrische  wereld, dan is die visie direct enorm gekleurd en vergeven van emoties. Alles gaat namelijk over jou en over medemensen, die altijd heel veel lijken op jou, misschien wel meer dan je lief is; je objectief opstellen, is feitelijk onmogelijk en oordelen over anderen liggen voortdurend op de loer.

Antropocentrisme leidt niet zelden tot misantropie: mensen die mensen veroordelen en chagrijnig van elkaar worden. Dat is niet bepaald een geschikte uitgangsbasis om problemen op te lossen. Maar vindt mijn eigenvleierij nu juist niet ook haar oorsprong in antropocentrisme? En neigen de gevoelens die ik ervaar niet tevens in de richting van misantropie? Terwijl ik dus zelf net de conclusie trek dat chagrijn en oordeel slecht helpen om problemen op te lossen, ben ik tegelijkertijd zwaarmoedig de verwijtende vinger aan het heffen.

Er is een vriendelijker alternatief. Dat is: mild blijven. Dus niet oordelen en boos worden, maar accepteren dat de overtuigingen en gedragingen van anderen nou eenmaal anders kunnen zijn dan je het zelf graag zou zien. Dan hoef je ten opzichte van die anderen geen vijandige positie in te nemen. Daar voel je je als mens natuurlijk een stuk vrolijker onder, en het lijkt me een productievere houding bij het oplossen van problemen, omdat er ruimte is om met elkaar in gesprek te gaan en elkaars zorgen te delen.

Maar hoe doe je dat, mild blijven? Timothy Morton komt met een antwoord dat eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld is: je moet het antropocentrisme gewoon ontkennen!

Mag dat dan? Ja, dat mag, want de waarheid is dat antropocentrisme een waanbeeld is. Antropocentrisme is een behoorlijk tautologisch begrip. Het zegt iets over de aard van de mensheid, echter niet alleen door zijn betekenis, maar ook doordat het een construct is van een partijdige denker – van een mensheid die, op het moment van het creëren van dat woord, kennelijk de behoefte had om zich boven de eenheid waartoe hij behoorde te verheffen. Het woord ‘antropocentrisme’ is een zelf geplaatste koningskroon die zegt: ‘Hé, kijk mij nou, ik sta boven al het andere!’ Door onszelf met die kroon te tooien, hebben we het ons niet makkelijk gemaakt; hij stelt ons verantwoordelijk voor alles, en verklaart ons dus ook schuldig als het misgaat.

Timothy Morton wijst ons op de geruststellende waarheid dat wij nergens boven staan en slechts alleen ergens toe behoren; hij wijst ons erop dat antropocentrisme een drogreden is die ons aanzet tot schuldgevoelens en die ons een excuus verschaft om aan vingerwijzen te mogen doen. Ik vind dat een hele opluchting, want die waarheid helpt om een milde houding in te nemen ten opzichte van de anderen en ten opzichte van mijzelf, als ik zie dat wij falen in onze inspanningen en in de oprechtheid van onze intenties om natuur en milieu te sparen. Die waarheid opent dus mijn ogen voor die andere waarheid: dat we ons falen niet kunnen helpen – en dat is niet fatalistisch bedoeld -, we zijn namelijk ook maar als willoze wezens gebaard door de evolutie, net als de rest van het levende spul hier op aarde.

Een milde houding is een productieve houding omdat zij een gespreksplatform biedt, en een milde houding is een medicijn tegen zwaarmoedigheid; zij helpt om niet verblind te raken door alles wat er mis is, maar om het zicht te houden op alles wat de moeite waarde is, op de natuur die er nog wel is en die mooi is, en te blijven zien dat er nog zoveel is dat ons kan helpen.

Henry David Thoreau

Ik wil nog iets uitweiden over onze klaarblijkelijke behoefte om ons als mensheid met een koningskroon te tooien.

Timothy Morton doet mij op een bepaalde manier denken aan Henry David Thoreau (1817-1862), de Amerikaanse schrijver en filosoof die in 1845 de bossen introk nabij zijn woonplaats Concord in de staat Massachusetts, en daar twee jaar lang in eenvoudige omstandigheden verbleef in een door hemzelf opgetrokken hutje aan de rand van het kleine meer Walden Pond. Hij deed verslag van zijn verblijf in de natuur en zijn overpeinzingen daar in het prachtige, poëtische Walden, een klassieker uit de Amerikaanse literatuur.

Zowel Morton als Thoreau herinneren ons er voortdurend aan dat we geen wezens zijn die zich autonoom kunnen handhaven boven de natuur, maar dat we met die natuur vermengd zijn, en dat zij ons integraal omvat en niets opheeft met het individuele en verhevene zoals wij dat als mensen ten aanzien van onszelf kunnen ervaren.

Thoreau is interessant in het verband van dit essay omdat hij weleens wordt genoemd als de eerste milieuactivist, hoewel dat waarschijnlijk een te geromantiseerd beeld van hem is. Hij had op Harvard gestudeerd en was de zoon van een potlodenfabrikant. Zijn vader zag hem waarschijnlijk als voorbestemd om hem in het bedrijf op te volgen, maar daar kwam niets van; Henry was een denker, hij hield ervan alleen te zijn met de natuur, met zijn boeken, met zijn overpeinzingen – en met pen en papier om zijn gedachten en waarnemingen vast te leggen.

De spoorweg die door het bos liep waar hij verbleef en die regelmatig in Walden ter sprake komt, symboliseert in Walden de opkomst van de industrie en de moderniteit. Thoreau verzette zich hevig tegen het materiële denken dat die moderniteit met zich meebracht. Hij minachtte de boer en de industrieel die slechts dollars wilden verdienen. Hij was naar mijn idee echter minder een activist dan dat hij een minimalist was; hij hield van een eenvoudig bestaan en leefde daar strikt naar. Hij was een groot natuurliefhebber en -kenner, en koesterde de verbondenheid die hij met de natuur voelde. Het volgende stukje uit Walden vind ik een ontroerende illustratie daarvan (2019, p. 147):

‘Dit is een heerlijke avond waarop het hele lichaam één zintuig is en door elke porie verrukking opneemt. Met een vreemd gevoel van Vrijheid kom en ga ik door de Natuur en maak ik er deel van uit. Nu ik, al is het koel en ook bewolkt en winderig, in hemdsmouwen langs de stenige oever van het meer wandel en niets bijzonders zie dat mijn aandacht trekt, passen alle elementen bij mij. De brulkikkers trompetteren om de nacht in te leiden, de tonen van de geitenmelker [de nachtzwaluw] worden van over het water meegevoerd met de wind die het doet rimpelen. Een gevoel van eenheid met de dwarrelende elzen- en populierenbladeren ontneemt me bijna de adem; toch wordt mijn serene gevoel net als het meer gerimpeld maar niet verstoord.’

Blij van nieuw plezier

Ik neem je mee terug naar Timothy Morton en zijn Ecologisch wezen, en naar het begin van mijn verhaal, waar ik je vertelde dat ik zo blij was met de woorden die ik las van Timothy Morton. Ik heb je nog niet uitgelegd waarom die woorden mij zo blij maakten. Nu, bij het aanstippen van mijn associatie van Morton met Thoreau, is er een mooi moment ontstaan om die uitleg te geven.

Morton en Thoreau geven ons een groot cadeau door ons op onze plaats te wijzen. Wat er allemaal mis is met de natuur en het milieu, met de ecologie, dat kunnen we daadwerkelijk niet helpen. We zijn ook maar een product van die ecologie – Morton sluit er zijn boek zelfs mee af: je bént een ecologisch wezen, stelt hij daar. Dat we het niet kunnen helpen, betekent natuurlijk niet dat we de problemen die we zien in de natuur en het milieu niet kunnen vérhelpen, of dat we dat maar moeten nalaten. Maar het ontslaat ons wel van een grote last: het gevoel van schuld!

We mogen dus met veel meer ontspanning de problemen aanpakken. En dat levert iets vitaals op: het geeft lucht en ruimte om weer op zoek te gaan naar plezier – plezier is toegestaan! Dat brengt een gevoel van bevrijding; we hebben onze onschuld teruggekregen. En het is precies dat wat mij zo blij maakt, want is dat in zijn diepste kern niet een veel eerlijker manier van met onszelf omgaan?

We mogen weer gaan denken over waar we het allemaal voor doen, we mogen op zoek naar dat warme gevoel van zingeving. En of dat dan betekent dat we andere levensmissies gaan vinden die minder ophebben met onze huidige oppervlakkige materiële ervaringen, met de aanbidding van het consumentisme, dat laat ik even in het midden – Thoreau zou het vanzelfsprekend toegejuicht hebben. Maar hier gaat het om iets fundamentelers en Morton verwoordt dat fantastisch knap in Ecologisch wezen. Wat hij ons laat inzien, is het volgende:

We mogen stoppen met onszelf te kwellen als we ecologische politiek bedrijven. Het gaat er niet om dat we elkaar een pak rammel geven voor wat we Moeder Aarde, onszelf en onze erfgenamen aangedaan hebben en nog aandoen, en dat we door dat pak rammel een andere, betere weg inslaan. Wezenlijk is dat we ons juist niet kwellen met schuldbesef, met boetedoening of met een vonnis, maar dat we inzien dat er op ons als mensheid een volledig nieuwe missie wacht; een missie die we zelf mogen inkleuren en die ons een nieuwe, diepgaande vorm van plezier in het leven kan verschaffen.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Privacyverklaring