De waanzin begrijpen

Op het einde van 2018, enkele dagen voor Kerstmis, las ik Is dit een mens van de Joods-Italiaanse schrijver en chemicus Primo Levi (1919-1987). Het boek is een verslag van Primo Levi’s ervaringen in het concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog.

Primo Levi was in december 1943 door de Duitsers in de Noord-Italiaanse bergen gevangengenomen – hij was lid van een verzetsgroep die zich daar schuilhield. De groeiende Duitse behoefte aan arbeidskrachten in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog behoedde hem ervoor dat hij direct werd gedood. Primo Levi werd naar het werkkamp Buna-Monowitz in Auschwitz gedeporteerd. Daar verrichte hij, met omstreeks tienduizend anderen, dwangarbeid voor een rubberfabriek van IG Farben. De omstandigheden waren er verschrikkelijk; de meesten die in Buna-Monowitz terechtkwamen stierven binnen drie maanden. Primo Levi behoorde echter tot de enkelen die het kamp overleefden.

Direct na de bevrijding schreef Primo Levi over zijn ervaringen in het concentratiekamp het boek Is dit een mens. In het voorwoord legt hij uit dat hij een dwingende behoefte voelde om anderen deelgenoot te maken van wat hij had meegemaakt. Dat was, vertelt hij (p. 8), ‘vóór de bevrijding en daarna, een zo onmiddellijke, heftige impuls geworden dat het met andere elementaire behoeften om de voorrang streed; mijn boek is geschreven om aan die behoefte te voldoen, en dus in de eerste plaats als innerlijke bevrijding.’ Is dit een mens is een bundel van achttien min of meer losstaande, essayistisch geschreven artikelen. Aan elkaar geregen, vertellen ze het verhaal van Primo Levi’s overlevingsstrijd in het concentratiekamp; van zijn aankomst in januari 1944 tot aan de bevrijding door de Russen vrijwel exact een jaar later.

Is dit een mens - Primo Levi

Boek: Is dit een mens – Primo Levi

Primo Levi doet in zijn boek in kalme, weloverwogen zinnen verslag van wat hij meemaakte; nergens neigt hij naar drama of heroïek, hij laat alleen de droge feiten spreken. Tegelijkertijd etaleert hij die feiten met een akelige precisie. Zijn nuchtere vertelstijl en zijn scherpe oog voor details maken het boek tot een beklemmend relaas. Als de groep gevangenen waartoe Primo Levi behoort in het kamp arriveert, beschrijft hij dat bijvoorbeeld als volgt (p. 22):

‘We zijn uitgestapt, ze hebben ons in een groot, kaal, nauwelijks verwarmd lokaal gebracht. Wat een dorst hebben we! Het zwakke ruisen van het water in de verwarmingsbuizen brengt ons tot razernij: al vier dagen hebben we niet gedronken. Maar er is een kraan: erboven een bordje waarop staat dat het verboden is te drinken omdat het water verontreinigd is. Onzin, ik twijfel er niet aan of dat bordje is pesterij, “zij” weten dat wij sterven van dorst, en ze zetten ons in een kamer, en er is een kraan, en Wassertrinken verboten. Ik drink en spoor mijn kameraden aan dat ook te doen; maar ik moet het water weer uitspugen, het is lauw, zoetig, er zit een moeraslucht aan.

Dit is de hel. Zo moet de hedendaagse hel eruitzien, een grote, lege kamer, en wij die daar staan, doodmoe, en er is een druppende kraan en je kunt het water niet drinken, en we wachten op iets dat ongetwijfeld verschrikkelijk zal zijn en er gebeurt niets en er blijft niets gebeuren. Hoe moet je nog denken? Je kunt niet meer denken, het is of je al dood bent. Sommigen gaan op de grond zitten. De tijd gaat druppel voor druppel voorbij.’

In zijn later geschreven voorwoord bij Is dit een mens vertelt Primo Levi de lezer dat zijn boek geen poging is om nieuwe beschuldigingen over de vernietigingskampen aan te voeren – eerder herbergt het een opdracht: het boek kan (p. 7) ‘als materiaal dienen om enkele eigenschappen van de mens eens rustig te overdenken. (…) De geschiedenis van de vernietigingskampen behoort door ieder mens begrepen te worden als een sinister alarmsignaal.’

Toen hij zijn boek eenmaal had voltooid, realiseerde Primo Levi zich kennelijk dat zijn heftige impuls tot een overtuigend en indringend document over de Holocaust had geleid; Is dit een mens was een werk geworden dat anderen aan het denken kon zetten over de verschrikkingen die mensen elkaar aan kunnen doen wanneer zij zich laten leiden door vooroordelen en blinde volgzaamheid. Primo Levi besefte dat zijn boek een maatschappelijk belang kon dienen. Ik kan me voorstellen dat dat besef hem ertoe bracht de opdracht van hierboven aan het voorwoord toe te voegen. Hij is gericht aan mij – de lezer – en doet een appèl op mijn waakzaamheid over mijn geweten: ik dien erop erop bedacht te zijn dat ‘de mens’ – ik dus ook – zich makkelijk mee laat slepen wanneer een onverdraagzame samenleving van hem vraagt om mee te werken aan een systeem waarin mensen worden buitengesloten, louter om wie zij zijn. Is dit een mens is de spiegel die mij laat zien wat de verschrikkelijke gevolgen kunnen zijn als ik niet alert ben op de mogelijk negatieve invloed van zo’n onverdraagzame samenleving op mijn overtuigingen en mijn handelen.

Dat is de opdracht aan de lezer. Hoe zit het met Primo Levi’s persoonlijke opdracht?

Primo Levi legt nergens uit wat hij precies voor ogen heeft als hij spreekt over de ‘innerlijke bevrijding’ die het schrijven van Is dit een mens hem moest brengen. Al lezende krijg ik de indruk dat het schrijfproces voor hem vooral een poging was geweest om het onbevattelijke bevattelijk te maken – een poging om de waanzin die hij om zich heen gezien had en die hijzelf ondergaan had, te begrijpen. Het lijkt erop dat hij begrijpen zag als een manier om rust te vinden bij zijn vreselijke ervaringen. Wellicht bedoelde hij dat met ‘innerlijke bevrijding’.

In Primo Levi’s boek laat de waanzin zich van twee kanten gelden. Op de eerste plaats zijn er de vernederingen door de Duitsers, en de honger, de vrieskou, de ziektes, de continue nabijheid van de dood, de slavernij en de vergassing (de Jodenvervolging ging in Buna-Monowitz gewoon door; regelmatig waren er ‘selecties’ waarbij Joodse mensen werden weggevoerd naar de gaskamers van Auschwitz). Op de tweede plaats is er de ontmenselijking die zich over hemzelf en zijn medegevangenen voltrekt. Vooral de onontkoombaarheid van die ontmenselijking schokte Primo Levi diep. Hij schrijft daarover (p. 28-29):

‘(…) we liggen op de bodem. Lager dan zo kun je niet zinken (…) Laat men zich nu een mens voorstellen wie de mensen die hem lief zijn ontnomen worden, en zijn huis, zijn gewoonten, zijn kleren, alles kortom, letterlijk alles wat hij bezit: dat zal een leeg mens zijn, een mens die niets anders meer is dan lijden en behoefte, die geen waardigheid meer heeft en geen oordeelsvermogen, omdat wie alles verloren heeft maar al te gemakkelijk ook zichzelf verliest: een mens over wiens leven en dood met een licht hart beschikt kan worden, zonder enig gevoel van medemenselijkheid, in het beste geval uitsluitend op grond van nuttigheidsoverwegingen. Als men dat alles bedenkt zal men de dubbele betekenis van de term “vernietigingskamp” begrijpen en inzien wat ik wil uitdrukken met die woorden: wij liggen op de bodem.’

Is dit een mens beschrijft de doelbewuste lichamelijke en geestelijke afbraak van de gevangenen van het concentratiekamp. Het citaat hiervoor is een stukje uit het verslag van de ‘inwijding’ van de nieuw-aangekomenen in het kamp, waaronder Primo Levi. Het is het moment waarop het tot hem doordringt dat de afbraak voor hem en zijn medegevangenen is begonnen; hij beseft dan wat de term ‘vernietigingskamp’ tot in zijn uiterste consequentie inhield. In de weken en maanden daarna ondervindt Primo Levi de afbraak verder. Het systeem zal zich als een trefzekere automaat inzetten om hem en zijn medegevangenen te marginaliseren tot uitgemergelde, ontzielde lichamen, ontdaan van elk sprankje veerkracht – het systeem zal de meesten van hen naar een totale staat van apathie brengen, als een voorportaal van de dood, die dan vanzelf komt.

De psychologie heeft later een naam gegeven aan die staat van volkomen apathie: aangeleerde hulpeloosheid. Na de bevrijding in 1945, toen de spookachtige beelden van graatmagere lijven die vanachter prikkeldraad met dode ogen naar hun bevrijders staarden vrijkwamen, zag de wereld welke verschrikkelijke persoonsverandering achter die term schuilgaat.

De beelden die de wereld zag en schokten, toonden slechts de buitenkant van de menselijke afbraak. Primo Levi beschrijft in zijn boek de afbraak van binnenuit. Hij laat zien hoe hij en zijn medegevangenen emotioneel en mentaal veranderden van sociale mensen in egoïstische dieren. Zij werden wezens die naar de laagste middelen grepen om hun tijd te rekken, want – wisten zij – was je eenmaal door het systeem van het concentratiekamp gedegenereerd tot de staat van volkomen apathie, dan was je verloren. Degenen die dat overkwam werden Muselmann genoemd. De enige activiteit die je dan nog kon ontplooien, was wachten op de dood. Maar wie de Muselmann wist uit te stellen, wist de dood uit te stellen. Alles was daarvoor geoorloofd. Primo Levi laat bovendien zien hoe het systeem als in een paradox profiteert van die overlevingsdrang: het morele verval zorgde voor een gemene, uitputtende strijd tussen de kampgevangenen, een strijd die als een vliegwiel de afbraakmachine aan de gang hield. Het was de waanzin in zijn uiterste vorm. Algemeen gold daarom: als er geen wonder kwam dat je van de hel verloste, werd iedereen uiteindelijk vanzelf een Muselmann.

Wanneer Primo Levi bezig is het proces van ontmenselijking in woorden te vatten, stuit hij op een belangrijke, fundamentele vraag: heeft het zin om een herinnering te bewaren aan de ‘extreme menselijke staat’ van hen die dit overkwam? Daarop antwoordt hij (p. 101):

‘Ik beantwoord die vraag met ja. Ik ben ervan overtuigd dat geen enkele menselijke ervaring zinloos of te verwaarlozen is, en bovendien dat de bijzondere wereld die ik hier beschrijf fundamentele, zij het niet altijd positieve waarden onthult. Men bedenke dat het Lager ook en niet in de laatste plaats een reusachtig biologisch en sociaal experiment is geweest.’

Dat klinkt onheilspellend, het roept de medische experimenten in herinnering die nazi-kamparts Josef Mengele in Auschwitz uitvoerde. Voor Primo Levi lijkt deze beeldvorming echter de opmaat naar begrijpen; hij probeert afstand te nemen door te rationaliseren en te objectiveren. Hij vervolgt even verderop met (p. 101-102):

‘Ik geloof niet aan de meest voor de hand liggende, gemakkelijkste conclusie: dat de mens in de grond een egoïstische, domme bruut is en zich als alle beschavingsvernis van hem wordt afgepeld als zodanig gedraagt, zodat de Häftling dus niets anders zou zijn dan een mens zonder remmingen. Ik denk eerder dat men, wat dit betreft, niet verder kan gaan dan de constatering dat dringende nood en lichamelijke ontbering veel sociale instincten en gewoonten tot zwijgen brengen.

Daarentegen houd ik het volgende voor een opmerkelijk feit: er blijken twee duidelijk onderscheiden mensengroepen te bestaan, de verlorenen en de geredden. Andere tweedelingen (goeden en kwaden, wijzen en dwazen, laffen en dapperen, pech- en geluksvogels) zijn veel minder scherp, lijken minder vast geworteld en bieden vooral ook ruimte aan tal van ingewikkelde tussenvormen.’

Wat opvalt is dat Primo Levi zich in zijn tweedeling van verlorenen en geredden niet beperkt tot de gevangenen in het kamp; hij spreekt over de totale mensheid. Daar valt dus ook de Duitse onderdrukker onder. Door bewust te kiezen voor de etiketten ‘verlorenen’ en ‘geredden’, schakelt hij elk oordeel uit over kwaad en goed, en over schuld en onschuld. Door te spreken over verlorenen en geredden, geeft Primo Levi er blijk van compassie te tonen met iedereen. Hij stelt zich ongelofelijk ruimhartig op. Dat is een vaststelling die overigens past voor het hele boek; zelden slaat Primo Levi een beschuldigende toon aan, hij constateert voornamelijk. Waarom doet hij dat?

Primo Levi kon het zichzelf in mijn beleving niet veroorloven om haatdragende gevoelens in zichzelf te voeden. Hij wilde immers begrijpen, hij zocht naar verklaringen en antwoorden. Daarvoor was het noodzakelijk om het geheel te blijven overzien, iedereen incluis. Haatgevoelens zouden zijn begripsvorming belemmeren omdat hij daarmee zijn onderdrukkers buiten zou sluiten. Hij moet daarom mededogend zijn voor de slachtoffers én voor de onderdrukkers. Wat Primo Levi doet, is een haast boeddhistische compassie praktiseren om zijn doel van begrijpen te kunnen bereiken; het is een compassie die boven sentimenten uitstijgt en een besef belichaamt van de onderlinge verwevenheid van mensen, hetgeen – als er al over schuld gesproken zou worden – een gedeelde schuld inhoudt. Dat is hetzelfde besef vanwaaruit hij in het voorwoord zijn opdracht aan de lezer geeft.

Is Primo Levi geslaagd in zijn begrijpen?

De kampgevangenen, waartoe hijzelf behoorde, en hun tot het uiterste zelfzuchtige gedrag begrijpen? Ja, daar lijkt hij in Is dit een mens wel van te getuigen. Zij waren de slachtoffers, zij hadden geen andere keus dan het laatste te doen wat hen restte: zich vastklampen aan het leven, het voorportaal van de dood zo lang mogelijk gesloten laten. Behalve hun dierlijke overlevingsinstinct beschikten zij in het concentratiekamp over niets anders meer om daarvoor in te zetten.

Maar de waanzin van de Duitse onderdrukker begrijpen was voor Primo Levi uiteindelijk een onmogelijkheid. Het schrijven van Is dit een mens heeft hem voor wat betreft dat deel van zijn zoektocht naar innerlijke bevrijding geen verlossing gebracht. Dat blijkt uit een brief aan zijn Duitse vertaler die hij schreef toen zijn boek ook in Duitsland werd uitgegeven, en waarvan een deel als bijlage achterin Is dit een mens is opgenomen. Het volgende fragment uit die brief is alleszeggend (p. 206):

‘Ik heb het Duitse volk nooit gehaat (…) Maar ik kan niet zeggen dat ik de Duitsers begrijp; en iets wat men niet kan begrijpen vormt een pijnlijke leegte, een stekel, een voortdurende drang die bevredigd wil worden. Ik hoop dat dit boek in Duitsland enige weerklank zal hebben; niet alleen uit eerzucht, maar ook omdat de aard van die weerklank me de Duitsers misschien beter zal doen begrijpen en die drang tot rust kan brengen.’

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 comments… add one
  • Yvet 31 jan 2019, 22:40

    Hoi Stan,
    Dit is het meest indringende boek wat ik ooit gelezen heb en een absolute aanrader. Afgelopen week met de kinderen naar het oorlogsmuseum geweest, en hoe goed het ook wordt geprobeerd om de waanzin in beeld te brengen, het voelt in musea of films vaak afstandelijker, alsof je er een heel klein beetje immuun voor bent geworden. Het boek van Primo Levi was zo indringend dichtbij, het is me altijd bij gebleven. Heb begrepen dat hij op veel latere leeftijd alsnog zelfmoord pleegde. Dat intrigeerde me ook.
    Succes met het schrijven van je nieuwe boek!

    • Stan Lenssen 1 feb 2019, 12:39

      Datzelfde gevoel herken ik Yvet, een boek kan zoveel indringender zijn dan kant-en-klare beelden – alsof goed geschreven woorden je iedere keer weer prikkelen om de beelden opnieuw te vormen tegen de achtergrond van wat je inmiddels zelf weer in het leven bent tegengekomen.
      Misschien ken je ook De zin van het bestaan van Viktor Frankl, ook beslist de moeite waard om eens naar te kijken. Ik heb dat verschillende jaren terug gelezen en het maakte diepe indruk, net als het boek van Primo Levi.

      Dank je wel voor je reactie en voor je succeswensen 🙂

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring