Slaaf van een schermpje

Wij zijn een treurig ras. Zaten we dertigduizend jaar terug nog op een avontuurlijk zomerkamp rond het vuur verhalen te vertellen, tegenwoordig jagen we verzinsels na in een illusionaire wereld die zich afspeelt op een schermpje.

Wat is er gebeurd?

De culturele evolutie

Tot pak ‘m beet die dertigduizend jaar geleden, lieten wij onze ontwikkeling lijdzaam afhangen van de genetische evolutie. Met hele kleine stapjes was uit de primatenlijn de mens gegroeid. Daar waren zo’n zestig miljoen jaar mee gemoeid geweest.

Tot dan toe waren onze mogelijkheden steeds afhankelijk gebleven van hoe Moeder Natuur sleutelde aan onze genen. Maar ergens rond het zomerkampvuur drong het door: wij konden ons aan dat proces onttrekken!

Het gesleutel had tot iets geleid wat Moeder Natuur wellicht nog zou gaan spijten: homo sapiens kon denken. Er was een slimme aap ontstaan, eentje met spectaculaire cognitieve vermogens – een aap die zelf creëren kon. Zoals dertig millennia later blijken zou, zou hij Moeder Natuur daarmee gevaarlijk naar de kroon gaan steken.

Maar goed, het kwartje was gevallen. Want was het niet mogelijk gebleken om op eigen houtje naar koude streken te verhuizen? We hadden Moeder Natuur niet gevraagd om een warme vacht, om dan vervolgens honderdduizenden jaren later (of miljoenen, wie weet) de stap pas te kunnen wagen. Nee, we leenden immers al enige tijd de pels van andere dieren en maakten er beschermende kleding van. We hadden Moeder Natuur ook niet gevraagd om grotere klauwen en een roofdiergebit, om jacht te kunnen maken op veel sterkere dieren. Hadden we niet onze speren, pijlen en bijlen? En hadden we daarmee niet bewezen dat we het zonder de hulp van aangeboren gereedschappen minstens zo goed afkonden?

Was onze wereld niet geweldig vergroot en waren onze mogelijkheden niet geweldig toegenomen door deze eigen bedenksels? Maar zeker! Waar hadden we Moeder Natuur eigenlijk nog voor nodig?

En zo startte die dertigduizend jaar terug de culturele evolutie. Homo sapiens stak arrogant de neus omhoog voor de traagheid van het genetische ontwerpproces en volgde voortaan zijn eigen pad. Dankzij het denken kon hij zich razendsnel aanpassen aan veranderde omstandigheden en behoeften (de cognitieve revolutie). Yuval Noah Harari (2017) formuleert het mooi in Sapiens: ‘Dit opende een inhaalstrook van culturele evolutie die de verkeersopstoppingen van de genetische evolutie omzeilde.’

Het mensenbrein werd kleiner

Ontwikkeling op ontwikkeling stapelde zich op. Voor elk probleem wist het mensenbrein wel een oplossing te bedenken. Misschien is de grootste cultureel-evolutionaire prestatie wel, dat er ook oplossingen kwamen om de oplossingen over te dragen: de mens creëerde slimme manieren om van generatie op generatie zijn kennis door te geven.

In Het bewustzijn verklaard heeft ook Daniel Dennett (1999) het over de inhaalslag van de culturele evolutie. Daardoor verviel volgens hem de noodzaak van selectiedruk: het brein hoefde zich niet meer verder te ontwikkelen, terwijl het toch tot steeds grotere prestaties kwam.

De genetische evolutie werd aldus buitenspel gezet. Kwam de fysieke ontwikkeling van het mensenbrein dan stil te staan? Of, erger nog, werden we weer dommer?

Ik wil je niet verontrusten, maar er zijn aanwijzingen dat het gemiddelde mensenbrein kleiner is geworden sinds de tijd van het kampvuur (Harari, 2017). En ook de rest van onze fysiek is er niet bepaald op vooruit gegaan.

Hoewel we collectief veel meer weten dan onze vroege voorgangers, hebben we op individueel niveau behoorlijk ingeleverd. Het denken is ons niet gratis in de schoot geworpen.

Onze schermpjes

Een van de zaken waarin de culturele evolutie heeft geculmineerd, is onze afhankelijkheid van schermpjes. Als we even zonder schermpje zijn, voelen velen van ons zich totaal onthand. Alsof het leven nergens anders plaatsvindt, voelen wij de drang om er steeds naar te turen.

Onze honden, als ze zouden kunnen denken, zouden ons gedrag als uiterst krankjorum beoordelen. ’s Avonds voor de tv zoeken zij graag ons gezelschap. Maar ze gedragen zich slimmer dan wij. Ze oogsten geborgenheid en knuffels. Hetgeen zich op dat flikkerende vlak afspeelt, is voor hen totaal niet interessant. Ze zijn gezegend met het onvermogen om te kunnen onderscheiden wat zich daar in pixels vormt. Honden tuinen niet in de illusie.

Wij leven daarentegen in een koker en menen dat dat de reële wereld is. Waar de mens op enig moment aan denkt, wordt door hem ervaren als het belangrijkste in zijn leven. Al het andere is secundair; het wordt nauwelijks gezien, terwijl het objectief bekeken wel eens van veel groter belang kan zijn.

In meer algemene zin heet dat fenomeen kokerillusie – door Daniel Kahneman (2016) zo treffend naam gegeven in de must read voor elke moderne mens: Ons feilbare denken.

De slimme aap tuint in de onechtheid van pixels. En het is niet alleen zijn tv, hij sjouwt een keur aan schermen en schermpjes met zich mee. Ik hoef ze niet te noemen, kijk maar om je heen. Het zou me hogelijk verbazen als je er niet al binnen een paar meter enkele tegenkomt. We houden ze namelijk graag binnen handbereik – dat moet ik ook persoonlijk bekennen.

Een van de gevolgen van de culturele evolutie is dat onze mensenwereld van constructen aan elkaar hangt. Constructen zijn verzinsels: wetten, geld, goden, naties, bedrijven, enzovoort. Ze zeggen de hond allemaal niets, maar de slimme aap des te meer. De stand van die constructies leest hij af op zijn schermpjes – ook zo’n construct, zij het in tastbare vorm.

Ontlezing

Constructen zijn in beginsel nuttig. Ze zijn zelfs vaak datgene waarvoor wij leven. Maar constructen kunnen datzelfde leven ook aardig troebleren. Laten we het hier bij het schermpje houden.

We zijn eraan verslaafd geraakt. Ik stel dit niet als een vorm van metaforisch taalgebruik; voor velen is het letterlijk zo. Wat er bij hen gebeurt bij het gebruik van schermpjes, is volledig analoog aan de verslaving aan nicotine, alcohol en andere drugs.

Elke verslaving werpt troebelen op, in het individuele leven en in de maatschappij.

Zo zijn we mede door het schermpje – en ondanks de toegenomen mogelijkheden – veel minder gaan lezen. In een artikel van Eefje Oomen in Het Parool van 18 januari 2018 las ik dat er de afgelopen jaren veel veranderd is in de leesintensiteit van de Nederlanders. Oomen verwijst naar een nieuw SCP-rapport: Lees:Tijd.

Ik heb het er even bij gepakt. Het ziet er treurig uit: in de periode van 2006 tot en met 2016 nam het aantal Nederlanders dat leest in de vrije tijd af van 90 procent naar 72 procent. Denk je dat dat meevalt? Het wordt anders als je beseft dat het gaat om slechts vijf uur per week. Bovendien – en dat is belangrijk – is die tijd een optelsom van zowat alles wat gelezen wordt: de traditionele boeken, kranten, tijdschriften, huis-aan-huisbladen en folders, plus de moderne tekstmedia, zoals nieuwssites, apps en andere online informatie.

Je kunt je natuurlijk afvragen of ontlezing erg is; we hebben tegenwoordig immers al die andere manieren (audio en video bijvoorbeeld) waarop we informatie overdragen. Maar de experts zijn behoorlijk eensgezind. Zij benadrukken dat wie teksten niet goed begrijpt, niet goed meekan in de maatschappij. De hoeveelheden tekst die wij toegestopt krijgen in diezelfde maatschappij, neemt alleen maar toe. Teksten begrijpen, betekent regelmatig en voldoende lezen. Dat is namelijk de oefening die eraan vooraf gaat. Lezen is een vaardigheid die je blijvend moet trainen, je leven lang, omdat zij anders vervaagt.

En meer ellende

Ik heb de trend van ontlezing er even uitgelicht om de destructieve impact van onze relatie met onze schermpjes te illustreren. Helaas is het maar één negatief effect van vele.

Zo zijn we ook stevig aan het afbouwen op een van de meest bevredigende en creatieve activiteiten die de mens kent: het hebben van een écht goed gesprek met een medemens, zo’n gesprek waarin twee mensen de volle aandacht aan elkaar geven en waarin ze werkelijk diep kunnen gaan.

Ook op het individuele vlak voelen we de gevolgen van onze schermaddictie. Mocht je nog van mening zijn dat je hier te maken hebt met een gezonde versie van verslaving, realiseer je dan het volgende: de misschien wel meest gehanteerde toepassing op onze mobieltjes, tablets en laptops, is een veel onderschatte veroorzaker van stress en burn-outklachten. Ik heb het over de al te vaak geprezen sociale media.

Vredig maar vervreemd

We zijn werkelijk ver afgedwaald van het kampvuur van dertigduizend jaar geleden.

Nu zitten we hier, voor de tv, de hond zo trouw aan onze voeten. Het lijkt zo’n vredig tafereel. Maar, om Harari (2017) er nog eens bij te halen: ‘Deze omgeving biedt ons meer materiële middelen en een langer leven dan eerdere generaties hadden, maar geeft ons vaak een vervreemd, depressief en gestrest gevoel.’

Vervreemd is een toepasselijk woord: we raken steeds verder verwijderd van belangrijke vaardigheden die ons grote vreugde en vervulling schenken. De slimme aap laat zich leven door impulsen van buitenaf, in plaats van door initiatieven van binnenuit.

Beeldschermen suggereren (inter)activiteit, ze creëren helaas passiviteit. We hebben ze het centrum van ons leven laten claimen. Helaas kun je niet afspreken met jezelf: ik hou het bij tien minuten. Verslaving ondermijnt de vrije keuze.

Er is maar één manier: rigoureus afscheid durven nemen – hup, over de reling die tv!

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 reacties… add one

Geef een reactie (een * betekent een vereist veld)

Privacyverklaring