Steel wat tijd terug

Het loopt tegen het einde van de zomer. De meeste mensen zijn inmiddels terug van vakantie. Alleen de late vierders leven nog in vrolijke vrijheid. Maar ook voor hen komt het einde in zicht.

Zo zoetjesaan hervat het werkende leven zich. Het is uit met de zon, het zand tussen de tenen, de etentjes buiten en de avonden op het terras bij kaarslicht.

De bekende patronen krijgen weer alle voorrang. Natuurlijk, het is even wennen; we voelen ons brak die eerste dagen, we slapen ’s nachts rommelig en de confrontatie geeft spanning. De werkplek, de collega’s, het grote gebouw, de receptie, de lift – het zou allemaal vertrouwd en veilig moeten voelen; toch triggert alles onrust.

Maar we houden de rug recht. De batterij is weer opgeladen, geen twijfel mogelijk. Dus ‘Ach,’ wuiven we ons bedrukte gemoed weg, ‘het zijn opstartprobleempjes.’

De haastmaatschappij

Terwijl de weerstand zich doet voelen en de zomerherinneringen plaatsmaken voor de oude gewoontes, schakelen we ongemerkt ook weer een tandje bij. En nog een, en nog een. En binnen een week al weten we niet beter als waren we nooit weggeweest. We zijn weer thuis in de ‘haastmaatschappij’, een term die Koen Haegens (2012) treffend poneert in het boek Neem de tijd.

Maar ho, stop, pas op de plaats! Geef je je zo makkelijk gewonnen? Heb je niet net een paar weken ervaren dat jouw tijd in jouw leven een kostbare zaak is; misschien wel de enige zaak die je werkelijk tot de jouwe mag rekenen? En nu geef je die tijd weg? Opnieuw en zonder enig verzet? Aan de baas die jou claimt; aan de agenda die jou leeft; aan de telefoon die jou oproept, ongevraagd en onophoudelijk; aan een bewustzijnsloos bestaan  van maandag tot en met vrijdag, en van vakantie tot vakantie?

De verdwenen natuur

Wat is er toch gebeurd met onze tijd en met onze grip op onze levens?

Vroeger, heel vroeger – de meesten kennen dat alleen uit de verhalen – leefden we met de natuur. Met zachte hand zorgde zij voor het ritme. We keken niet op klokken. We draaiden mee in het licht van dag en nacht, en in het weer van de seizoenen.

Als de haan kraaide, stonden we op. ’s Zomers wat vroeger, ’s winters een paar uur later. We keken naar buiten, naar de kleur van de hemel. Was het een dag om te hooien, het land te ploegen, te zaaien? Of was het een dag om binnen te blijven, warm bij het haardvuur, de sokken te stoppen, het huis op te ruimen, wat gereedschap te onderhouden, een spel te spelen of een boek te lezen?

We telden de minuten niet. In een perfect biologisch samenspel van mens en natuur, ontrolde de dag zich. Zei ik ‘van mens en natuur’? Welnee, we waren zelf nog natuur. En op het einde van de dag en aan het einde van de seizoenen, vierden we het leven. Want we waren dankbaar voor wat het ons gegeven had.

De fabriek

Ergens twee eeuwen terug werd alles anders rondom de tijd. De industrieën kwamen op. En met het ontstaan van de fabriek verdween het thuis als de centrale plaats. Werken en leven werden bruusk uit elkaar getrokken.

In de fabriek stonden stampende, stomende machines; veeleisende apparaten die zich dwangmatig gedroegen. Ze lieten zich niets gelegen liggen aan zonsopgang en zonsondergang, of aan het weer van de seizoenen. Ze bleven onvermoeibaar draaien, continue en zonder pauzes.

Duizenden mensen waren nodig om de fabrieken te bemannen – en te ‘bevrouwen’, en in het begin zelfs te ‘bekinderen’. Later werden dat er miljoenen en zelfs miljarden. Het werd gemeengoed, dat werken in de fabrieken.

Eigenwijze, koppige arbeiders waren het, die mannen, vrouwen en kinderen. Gewend aan het ritme van de natuur, wilden ze eigenlijk niets liever dan zich daaraan houden. Maar dat ging niet, de stampende dwingelanden vroegen om niet aflatende aandacht.

Dus overal verschenen op enig moment klokken. Tijdwijzers, om de arbeiders er op gezette momenten aan te herinneren dat het absoluut noodzakelijk was om weer aan de slag te gaan; de kostbare apparaten wachtten.

Regen of vorst waren geen redenen meer om stil te zitten en tot rust te komen. Evenmin was het zo dat het voorjaar en de zomer het ritme opschroefden. Het leven werd monotoon en elke minuut erin gelijkwaardig. Het onvermijdelijke vond plaats: aan tijd kwam een prijs te hangen!

Op die manier is het gebeurd: de tijd werd ons ontnomen. De fabriek eiste hem op. Zij weekte ons los uit de natuur en stuurde vanaf dat moment ons leven.

Tot op de dag van vandaag is dat niet veranderd. Natuurlijk, de verpakking is verbeterd. Het ronkende, grauwe gebouw werd een stille, glanzende toren. De expressie van de minuut veranderde van rinkelende munten in slimme bits en bytes, die ons flexibeler van dienst zijn. En, in tegenstelling tot onze voorgangers mogen wij ons autonoom wanen in wikken en wegen. Maar het is ‘de fabriek’ die nog steeds beschikt over ons doen en laten.

Tijddieven

Sluipenderwijs zijn we de afgelopen twee eeuwen beroofd van onze zorgzame verbinding met Moeder Natuur. Maar waren we echt die tegensputterende arbeiders die er met de wijzers van de klok op gewezen moesten worden dat het werk weer ging aanvangen? Of vonden we het ook wel prima?

Het materiële leven beloofde immers zoveel makkelijker te worden. Met de regelmaat van diezelfde klok kregen we voortaan een bedrag in onze handen. Zeker, in het begin was dat slechts karig. Maar met de transformatie naar de glanzende toren, heeft ook de mee getransformeerde arbeider zich zijn ‘fair share’ toegeëigend.

Als we eerlijk naar onszelf kijken, moeten we concluderen: we gaan al twee eeuwen mee in een faustiaanse deal.

Zeker, er zijn ‘tijddieven’ (Haegens, 2012) aan het werk geweest. Maar zij konden zich manifesteren doordat zij de ruimte kregen. Wij hebben ze laten begaan.

En nog steeds laten we de teugels voor ze vieren. De tijddieven beperken zich allang niet meer tot het domein van negen tot vijf, en tot de maandag tot en met de vrijdag. Geen enkel moment ontzeggen we ze. We vouwen de gladde toren op in een notebook en stellen ons permanent beschikbaar.

Het is zover gekomen dat we niet beter weten. Alsof het nooit anders is geweest, is de haastmaatschappij onze thuisplek geworden.

Ordinaire handelswaar

Waardoor werd tijd zo aantrekkelijk om te stelen? Het antwoord was al eerder leesbaar: tijd werd geld. Koen Haegens (2012) gebruikt in Neem de tijd het woord ‘commodificering’.

Het ontstaan van de industrieën werd van begin af aan gekenmerkt door de inzet van kapitaalgoederen. Om deze zo snel mogelijk terug te verdienen, werd een continue aanwezigheid van mensen wenselijk; de machinerie moest aan de gang worden gehouden. Het was afgelopen met Moeder Natuur die haar werk vanzelf wel deed.

Aldus ontstond een heel andere kijk op arbeid. Voortaan zette de klok de toon. Frederick Taylor en anderen introduceerden nieuwe ideeën waarin arbeid in strikte eenheden werd opgedeeld. Het ‘Scientific management’ deed zijn intrede. En het werd snel en breed omarmd, want het maakte productiviteit meetbaar en stuurbaar. Door deze ontwikkelingen werd tijd een waarde-element binnen het maatschappelijke systeem.

Tijd werd een ‘commodity’, een goed waarvoor voortaan betaald diende te worden. Dat is met veel van onze levensbronnen gebeurd. Water, energie, radiogolven, leefruimte; ooit waren ze vrijelijk beschikbaar. Maar de mens heeft ze een voor een onderworpen aan de wetten van vraag en aanbod. Door de industrialisatie werd ook tijd ordinaire handelswaar. Natuurlijk trekt dat dieven aan.

Steel wat tijd terug

Maar intussen ben jij net terug van vakantie. Je bent brak en er wringt een lichte spanningsknoop in je buik. De zogenaamd volle batterij voelt leger dan ooit tevoren. Mooi verhaal over tijd, maar wat nu gedaan?

Het antwoord is voor de hand liggend: steel wat tijd terug!

Daarvoor nodig ik je uit voor een onorthodoxe actie. Heb even lak aan kantoor, aan je collega’s en je chef; heb even lak aan jezelf als je toevallig eigen baas bent. Doe samen met mij het volgende: wandel naar het raam, ga daar lekker losjes staan met je handen in je zakken – en als je geen zakken hebt, kruis dan ontspannen je armen. Richt je ogen naar buiten, kijk naar de einder en maak je blik perifeer, dat wil zeggen: nergens echt op gericht.

Dommel nu weg in gedachten; denk aan de vakantie. Je gaat terug. Roep de indrukken weer op waar je van hebt genoten: de stille beelden van de kunst; het ruisende galmen van de bouwwerken; de exotische klanken van de vreemde talen; het bonken van de branding; het fluiten van de vogels; de indringende geuren van de markten; de kruidige smaken van de gerechten; … laat het allemaal weer binnenkomen alsof je opnieuw ter plekke bent.

En nu kom je terug. Rustig, het is nog steeds jouw tijd.

Heb je genoten? Ik mag het hopen, want je hebt zonet iets ongehoords gedaan. Je hebt jezelf verloren in mijmerij. Je hebt je bezondigd aan dagdromen.

Een verfoeilijk tijdverdrijf

Dagdromen is voor ons mensen een natuurlijke neiging, waar we ons graag aan overgeven. Maar het is geen beste activiteit, als we de tijddieven mogen geloven. Zij vergt kostbare arbeidsminuten. Dat is een foutje van Moeder Natuur dat niet past in het moderne denken. ‘Het foutje’ is er dan ook bij de meesten van ons al in jeugdige jaren met straffe hand uit gewerkt.

Maar hebben de tijddieven gelijk?

Nieuwe, breed gedragen inzichten laten iets anders zien. Dagdromen blijkt helemaal niet zo’n zinloos, verfoeilijk tijdverdrijf. Het is een bron van creativiteit. Ik kom het tegen in allerlei recente psychologische uitgaves. Mentaal Kapitaal van Elke Geraerts (2015) en Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig? van Raj Raghunathan (2016), zijn er bijvoorbeeld uitgesproken over.

Je gedachten nu en dan de vrije loop laten, verbetert – met name bij breinwerkers – de productiviteit en de kwaliteit van werken. Daar kunnen zelfs tijddieven alleen maar vrolijk van worden. En – oh paradox, beste tijddieven – de voedingsbodem die dagdromen oproept, is een staat van verveling. Ik benadruk het nog even: verveling is absoluut vereist!

In het tweede werk dat ik noemde – met die slimme titel – stuitte ik overigens op nóg een originele manier om wat tijd terug te stelen. Die manier is het ervaren van ontzag. En dat werkt heel simpel. Door het zien van ontzagwekkende beelden, zoals walvissen, watervallen, olifanten en dergelijke, vertraagt onze tijdwaarneming en krijgen we het gevoel dat we tijd over hebben.

Een alter ego

Het is prettig om even weg te soezen in aangename gedachten, en het is gaaf om je te vergapen aan de reuzen van de dierenwereld, maar het levert uiteraard geen duurzame verbetering op van onze tijdsbeleving.

Het feit dat velen van ons zich beroerd voelen na de vakantie en dat het ze tegenstaat om weer aan het werk te gaan, is natuurlijk een levensgroot signaal dat er fundamenteel iets dient te veranderen. We kunnen ons niet blijven verstoppen achter de onwaarheid dat de batterij zou zijn opgeladen en alleen even op temperatuur moet komen. Een mens steekt echt anders in elkaar dan een accu.

Ik schrik als ik het volgende lees:

‘In sommige kringen lijkt een burn-out steeds meer een vast onderdeel te worden van de carrière. Een fase waar je doorheen moet, zoals dat eufemistisch heet.’ Het zijn de woorden van Koen Haegens (2012).

Of wat hij schrijft een overdrijving is? De druk is in elk geval enorm en we blijven elkaar verder opjagen. Haegens verwijst naar de politiek; die zou dit moeten oplossen.

Ik denk dat dat te makkelijk is. Wij hebben samen ‘de fabriek’ gebouwd. Wij gaven tijddieven de gelegenheid om toe te slaan. Maar in feite is ‘de tijddief’ niets anders dan een alter ego van onszelf.

Is er een simpele oplossing? Ik heb hem niet voor je, maar waar ik wel van overtuigd ben, is dat zij ergens in onszelf ligt en sterk samenhangt met onze levenshouding. Stof om over na te denken; te dagdromen wellicht.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

4 reacties… add one

  • Gerard Sipkens 23 aug 2017, 13:09

    Hoi Stan,
    ik werd getroffen door jouw opmerking “het zien van ontzagwekkende beelden” uit het boek van Raj Raghunathan.
    Ik had die ervaring van ‘vertraagde tijdsbeleving’ toen ik in een national park stond met gigantische bomen. Je voelt je dan nietig bij zo’n beeld van eeuwenlange natuurlijke groei. Tijd krijgt dan echt een andere dimensie! Tijd lijkt schaars, maar tijd is ook eindeloos.
    Groet, Gerard.

    • Stan Lenssen 23 aug 2017, 14:43

      Wat een bijzondere ervaring Gerard. Een mooie bevestiging ook. Dank voor het delen. Groet,
      Stan

  • Noelle 23 aug 2017, 20:11

    Voordeel van oud worden kan zijn dat je je bewust wordt van de krimpende toekomst. Voor sommige dingen is LATER zelfs al voorbij.

    Tijd kun je nooit bijkopen. Maar we hebben allemaal, heel eerlijk, 24 uur per dag …. 7 dagen in de week. Hoe je die ‘uitgeeft’ mag je elke dag opnieuw kiezen.
    Ik voel me al jaren RIJK … met altijd tijd genoeg.
    Veel mensen kiezen voor veel werk om spullen te kopen die ze niet nodig hebben, om indruk te maken op mensen die ze niet eens aardig vinden … Je kan ook anders kiezen!
    Later … als je oud bent …. de kinderen groot …. de hypotheek afgelost …

    Of eerder … en tevreden zijn met minder … wat nog steeds veel meer is dan de meeste mensen zullen hebben.

    In Afrika zeggen ze nog steeds:’jullie hebben de klok … wij hebben de tijd’.

    • Stan Lenssen 23 aug 2017, 20:25

      Dank je wel voor je aanvullingen Noelle. ‘Terugstelen’, zoals ik in het artikel met een knipoog opwerp, is natuurlijk een onmogelijkheid. Je hebt tijd, of je hebt geen tijd; het is een ingesteldheid.

Geef een reactie