Symbool van superioriteit?

De overdondering van de Indianen door de Europeanen in de 15e en 16e eeuw vertoont een opmerkelijke gelijkenis met die van de Afrikanen.

Zowel de Indianen als de Afrikanen zagen de Europeanen bij hun komst als wilden; grof gebouwd als ze waren, met ruige, woeste gezichtsbeharing en lijven vol littekens door ziekten als de pokken. Daarbij waren ze vies en stinkend, en zagen ze er oorlogszuchtig uit in hun vreemde uitdossingen.

Weken- soms maandenlang hadden ze doorgebracht in de beperkte ruimte op hun schepen. De omstandigheden op die schepen waren vreselijk. De bemanningen leefden opeengepakt in hun eigen vuiligheid. Ze leden aan allerlei kwalen door het eenzijdige, schrale eten, en het water was al snel bedorven, dus ze dronken bier.

Het was een stinkende, ongezonde bende. Gedurende hun levensgevaarlijke reis hadden de manschappen doodsangsten uitgestaan, waren ze ziek geweest en hadden ze makkers verloren. Nu kwamen ze aan land en waren ze wel aan een verzetje toe.

Zowel de Indianen als de Afrikanen zagen dit ongeregelde, kwijnende zootje aan en konden niet anders dan concluderen dat ze het wel van hen zouden winnen door hun eigen superioriteit. Maar helaas, je kunt het niet winnen van buskruit en kanonnen als je die zelf niet hebt. (1491 van Charles Mann en Ik ben Hendrik Witbooi van Conny Braam)

Etnocentrisme

Etnocentrisme is universeel. De sociale groep waartoe wij behoren is ons referentiepunt. Van daaruit beoordelen wij andere groepen. Onze overtuigingen zijn juist, anders waren het geen overtuigingen. De ander heeft het, met andere woorden, bij het verkeerde eind.

En zo komt het dat bijna elk volk denkt dat de eigen cultuur superieur is. De Indianen dachten het, de Afrikanen dachten het en de Europeanen dachten het. Het is een menselijke eigenschap. Zij heeft al tot veel ellende geleid. Paradoxaal genoeg maakt zij ons allen in één moeite door ook een beetje meer gelijk.

Kruisbestuiving

Maar de overtuiging van superioriteit gold niet altijd. Veel blanke nieuwkomers die in Noord-Amerika aan land gingen, leefden graag onder de Indianen. Het waren de vrijheid en de sociale gelijkheid die zij als een verademing ervoeren. In Europa waren zij dat niet gewend. Daar moesten lagere klassen zich naar hogere klassen schikken. De Indianen zagen een dergelijke ongelijkheid als totaal onrechtvaardig.

De huidige Noord-Amerikanen voeren de waarden vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel. Er zijn aanwijzingen dat dit voor een deel zijn oorsprong vindt in die eerste contacten tussen de twee culturen.

Wij hebben tegenwoordig het idee dat er veel vijandigheid bestond tussen de Indianen en de Europeanen. En het is waar, de Europeanen werden niet met open armen ontvangen. Omgekeerd gedroegen zij zich als agressors.  Bij aanvang van de kolonisatie beschikten zij als enigen over paarden, buskruit en geweren. Hun technische en militaire suprematie hebben zij ongenadig uitgebuit.

Maar de keerzijde is weinig belicht. Charles Mann schrijft in 1491:

Gedurende de eerste twee eeuwen van de kolonisatie bestond er nauwelijks een grens tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers. De twee samenlevingen mengden zich op een manier die nauwelijks meer voorstelbaar is; de Europeanen zagen hun inheemse buren van heel dichtbij. In een brief aan Thomas Jefferson beschrijft de ouder wordende John Adams het Massachusetts van zijn jeugd als een multiraciale samenleving.

Indianen en kolonisten onthaalden elkaar over en weer in hun wigwams en huizen. Er was een rijk sociaal verkeer op gelijk niveau. Noord-Amerika kende nog nauwelijks wetgeving. Mensen handelden instinctief, naar een gevoel van juistheid.

Zowel de Europeanen als Indianen konden elkaar op bepaalde manieren blijkbaar waarderen. De nieuwe Noord-Amerikanen leerden daaruit over hun nu zo geroemde vrijheid en sociale gelijkheid (los van de discussie of ze die waarden wel helemaal verwezenlijken). De oorspronkelijke Noord-Amerikanen adopteerden van hun kant Europese cultuur, kennis en technieken. Er vond, met andere woorden, kruisbestuiving plaats.

De noodzaak van een shift

Helaas hield de wederzijdse waardering geen stand. Er is een paradigma shift voor nodig om echt te ontdekken hoe waardevol we voor elkaar zijn. De in ons vastgebeitelde overtuiging dat we zelf superieur zijn, dient volledig plaats te maken voor de onvoorwaardelijke acceptatie van gelijkheid.

… net zoals het ontdekken van de wetten van de beweging der planeten pas mogelijk was toen de mensen afstand deden van het begrip van de onbeweeglijkheid van de aarde,

schrijft Leo Tolstoj in Oorlog en vrede.

Zo’n shift bedoel ik.

Probeer het eens

Een overtuiging veranderen die zo diep geworteld is als de superioriteitsgedachte, is haast ondoenlijk.

Zojuist hadden we het over de erbarmelijke hygiëne op de Europese schepen. Maar in die eeuwen was dat in heel Europa zo. Men dacht dat het slecht was om je te wassen. Het oude zweet en vuil hielden de poriën mooi afgesloten, waardoor geen kwalijke dampen konden binnendringen (De levens van Jan Six, Geert Mak).

Absurd, zeggen we nu. Maar dat ziekten veroorzaakt worden door micro-organismen die je door een slechte hygiëne cultiveert… men had geen idee, de straat was het riool! En de stank en vuiligheid, die nam men op de koop toe, of werden verdoezeld met parfums en poeders.

Maar stel je nu eens voor dat de wetenschap plotseling ontdekt dat die oude Europeanen toch gelijk hadden. Dus dat je ziektes voorkomt door je van nu af aan nauwelijks meer te wassen. Er komen compleet tegengestelde richtlijnen aangaande hygiëne. Je kleding draag je maandenlang tot ze hard en plakkerig wordt. Je koestert de korsten vuil die opdoemen in je lichaamsplooien. En de mee-eters die in je gezicht ontstaan, zijn je bewijs van goed gedrag.

Denk je dat dat gaat werken? We worden zeker anderhalve eeuw lang al opgevoed met steeds strengere hygiëneregels. Zo’n beetje elke West-Europeaan neemt, zo niet dagelijks, dan toch wel meerdere keren per week, een douche of bad. Alleen al bij de gedachte om terug te keren naar de geuren van weleer, gaat het jeuken.

En het begint met de ontkenning: we zullen die wetenschappers in eerste instantie niet eens geloven, net zoals we ze niet meteen geloofden toen het hele gedoe met de hygiëne begon.

Het neuroplastische brein

Een overtuiging en het daaraan gekoppelde gedrag veranderen, is makkelijker gezegd dan gedaan.

Maar de mens kan zichzelf vormen in de richting die hij wil zijn. Wij hebben dat fantastische neuroplastische brein. Wij kunnen onszelf trainen in het reguleren van onze oordelen en stemmingen. We kunnen, als we dat willen, steeds beter worden in het neutraliseren van negatieve emoties. Breinwetenschapper Margriet Sitskoorn vertelt daar boeiend over in haar boeken (leestip: Het maakbare brein).

De gouden regel lijkt te zijn dat hetgeen waarmee wij ons omringen bepaalt hoe wij ons als mensen ontwikkelen. Met andere woorden: je wordt waar je je aan blootstelt.

De cynische vraag is natuurlijk: willen wij onszelf veranderen? En welke richting willen we dan op? Waarmee gaan we ons omringen?

Gelijkheid is een feit

In 1875 noemde Victor Hugo vrijheid, gelijkheid en broederschap de drie treden naar het hoogste podium (uit: Broederschap van Frans Timmermans). Vrijheid is een recht, gelijkheid een feit en broederschap een plicht. Als we geen erkenning geven aan gelijkheid en de plicht van broederschap niet vervullen, zullen we nooit echte vrijheid kennen.

Kortzichtige leiders omringen zich met muren. Als symbool van superioriteit. Daarmee het feit van gelijkheid ontkennend. Dan heb je het niet begrepen. Achter een muur sluit je ook jezelf op. Je kunt nog zo hard roepen dat vrijheid voor jou zo’n belangrijke waarde is, je verliest je vrijheid.

Het kan ook anders. Het haast ontbreken van een barrière tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers in de eerste eeuwen van koloniaal Noord-Amerika is een lichtend voorbeeld. De energie daarvan is tot op heden nog tastbaar aanwezig in de waarden van de Noord-Amerikaanse staten.

Alleen als we afstand doen van het idee dat we zelf superieur zijn, zullen we gedrag vertonen waardoor we de bijdrage van de ander leren ontdekken. Dat gedrag hebben we nodig voor de oplossing van onze problemen. Dan maken we onszelf werkelijk vrij.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach - PCC gecertificeerd door ICF - International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

2 reacties… add one

  • Gerard Sipkens 8 feb 2017, 16:12

    Hoi Stan, weer een mooi artikel! Over je omringen door muren: er is natuurlijk een lange traditie zowel in Europa (stadstaten in de vroege middeleeuwen) als in China vanaf ruim 700 jaar voor Christus. Naast de overtuiging van de eigen superioriteit ook de angst voor de ‘barbaren’. In de huidige termen: “make America great again” en hou de rest buiten. Superioriteitsgevoel met een flinke onderstroom van angst voor de ander.
    Groet, Gerard.

    • Stan Lenssen 8 feb 2017, 18:14

      Dank voor je reactie Gerard,
      Ja, die traditie. Ik had gehoopt dat we hem zo langzaamaan achter ons hadden gelaten. Maar het blijkt belangrijk dat we ons de lessen steeds weer in herinnering roepen.

Geef een reactie