Tegeltjeswijsheid

Je staat er helemaal alleen voor – ineens dringt het door: dat kristalheldere inzicht, dat onwankelbare weten dat alles wat jou aangaat op jouw smalle schouders rust. Om jou heen staat een vette zwarte scheidslijn. Wat daarbinnen gebeurt is geheel en al jouw verantwoordelijkheid. Geen ander zal je bijstaan, zelfs niet je levenspartner.

Zijn wij eenzaam?

Uiteindelijk moet ieder mens het alleen doen. Klinkt dat zwaar? Bekijk het eens wat lichter. Geen van ons is meer dan een tegeltje in een toiletgebouw. Mooi, glimmend, vierkant; strak omlijst door een cementen voeg. Zo zijn er duizenden tegeltjes, miljoenen, miljarden. Al wat die tegeltjes hebben te doen, is er te zijn. Elk op zich.

Dat lijkt eenzaam. Maar samen zijn ze één geheel. Zodra één tegeltje ontbreekt, vervalt die eenheid. Je kent ze wel, die toiletgebouwen, treurig van de kaalgeslagen plekken, versus die toiletgebouwen die fris en fruitig tonen door hun glanzende keramiek.

Geen tegeltjesplek kan onbezet zijn. De tegeltjes zijn er voor elkaar, want alleen dan werkt die mooie wand.

Een hoge prijs voor het denken

Tegeltjes denken niet. Ze zijn er – da’s genoeg. Dat geldt voor alle dingen, zelfs voor de meeste levende wezens. Zij kunnen zich niks voorstellen bij ‘het onwankelbare weten dat alles wat jou aangaat op jouw smalle schouders rust’.

De mens betaalde een hoge prijs toen hij leerde denken. Waar andere wezens op de oude aardse steppe enkel in een beschermende stress-stand schoten zodra zij naderend gevaar ontwaarden (en weer relaxed doorgingen met grazen zodra het gevaar geweken was), gebeurde er bij die excentrieke rechtop lopende aap met dat grote hoofd iets heel anders.

Die hoefde zich maar een leeuw of tijger voor te stellen en alle alarmbellen gingen bij hem af. Zo kon het gebeuren dat hij op een zonnige, vredige dag op het open, overzichtelijke grasland geen enkel probleem waarnam, maar toch in een voortdurende staat van angst verkeerde. Een heel vervelende bijwerking van zijn mogelijkheid tot denken. Het leven werd er bepaald niet lichter door.

Hoe het komt dat wij ‘alleen’ zijn

De mens is een spiegelende aap. Dat kan het leven voor hem aardig pittig maken. Hij ziet niet alleen zijn omgeving; hij ziet ook zichzelf in die omgeving. En hij ziet niet alleen het moment; hij kan ook beelden oproepen uit het verleden; hij kan zelfs beelden verzinnen in de toekomst, beelden die helemaal niet bestaan.

Dat alles heeft tot gevolg dat die spiegelende aap gedoemd is om in een permanente illusie te leven: hij denkt dat hij op zich staat, los van de wereld; hij denkt dat hij een ‘zelf’ is.

‘Het menselijk bewustzijn is zo ongeveer het laatst overgebleven raadsel. Een raadsel is een verschijnsel waarvan mensen – nog – niet weten hoe ze erover moeten nadenken.’ Dat zegt filosoof en cognitief wetenschapper Daniel Dennett (1999) in zijn boek Het bewustzijn verklaard.

En wij maar tobben …

Want, wij menen dat ons ‘zelf’ – opgeroepen door ons bewuste denken – het middelpunt van alles is, ofwel de bron van waaruit alles plaatsvindt. Ja, dat is een zware last die dan op je schouders drukt.

Daniel Dennett doet iets interessants en uitdagends in dat prachtige boek van hem: hij draait de zaken om. Ons ‘zelf’ is helemaal geen bron, stelt hij, ons ‘zelf’ is een product van ons narratieve vermogen: wij ‘spinnen’ ons ‘zelf’ met onze verhalen.

Kijk, dat is een verlichtende zienswijze. Die spiegelende aap schetst zijn wereld in verhalen. En kijkend in de spiegel van die wereld, starend in de navel die hij ziet, vertelt hij ook verhalen over wat er achter die navel zit en wat dat wezen daar allemaal beroert. Zo heeft de spiegelende aap het ‘zelf’ gesponnen en het ‘ik’ verzonnen.

Het is geen lichtvoetig boek, dat Het bewustzijn verklaard. Daniel Dennett heeft honderden pagina’s nodig om tot zijn inzichten te komen. Maar zijn redenaties zijn gedegen en overtuigend, met als troostende conclusie: het ‘zelf’ is apekool. Dat maakt het een stuk lichter op de schouders van de lezer.

Zoiets als eenheid

Het is wel bijzonder hoe wij toch steeds de behoefte voelen om te leunen op moderne wetenschappers voor het ontrafelen van onze lastige raadsels. En zeker, ik beken, ik ben het zelf die de wetenschapper erbij haalt. Maar al enkele eeuwen voor Christus, en vele eeuwen voor de wetenschap, kwam Siddhartha Gautama – de Boeddha – tot de slotsom dat er geen onderscheidend zelf bestaat; dat is allemaal illusie.

Maar wat geen illusie is, is dat er constante beweging is, constant verval, constante opbouw – kortom: verandering. De spiegelende aap draait mee in dat proces.

Alles loopt voortdurend in elkaar over. Wat de Boeddha ons natuurlijk toen al leerde, is dat er geen individualiteit is, maar wel eenheid. En daarvan kun je niet gescheiden worden. Zoiets als een mooie, glimmende tegelwand.

De slechte dienst die we onszelf bewijzen

Kijk, zo neemt ons lot een vrolijker wending. We zijn helemaal niet eenzaam; althans we hebben er geen enkele reden toe om ons zo te voelen. We bewijzen ons zelfs een slechte dienst met een dergelijke zelfkwelling. Het volgende citaat is veelzeggend:

‘John Cacioppo, een onderzoeker die gedurende een aanzienlijk deel van zijn indrukwekkende carrière de effecten heeft bestudeerd van het gevoel psychologisch van anderen te zijn gescheiden, is van mening dat je eenzaam voelen wel eens een van de bepalendste factoren kan zijn voor allerlei lichamelijke en geestelijke aandoeningen, van depressiviteit en slapeloosheid tot zwaarlijvigheid en diabetes. Het is interessant dat het daarbij gaat om het gevoel van eenzaamheid (niet het feitelijk eenzaam zijn) (…)’

Het stukje komt uit Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig? van Raj Raghunathan (2016). De eerste  zin is misschien ellenlang, maar de moeite waard om nog eens over te lezen.

Heilzaam navelstaren

Dat denken van ons vraagt dan wel een hoge prijs, het schenkt ons ook mogelijkheden om de hoge prijs te dempen. De spiegelende aap kan zijn navelstaarderij bewust inzetten om zijn gevoel van eenzaamheid te transformeren in heilzame mentale eigenschappen. Een hele grote stap hoeft hij daarvoor niet te zetten: navelstaren wordt dan mediteren.

Daarvoor gaan we terug naar de Boeddha. Mediteren is een belangrijke activiteit in het Boeddhisme. Het Boeddhisme gaat ervan uit dat de volgende vier mentale eigenschappen essentieel zijn voor onze psychische gezondheid:

  • liefdevolle vriendelijkheid
  • mededogen en compassie
  • empathische vreugde
  • gelijkmoedigheid

Door meditatie worden deze eigenschappen gecultiveerd. Inmiddels blijkt dat niet zomaar een stelling van het Boeddhisme, er verschijnt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat de stelling ook ondersteunt (leestip: Siddhartha’s brein van James Kingsland (2016)).

Intuïtief zijn we steeds geneigd ons ‘zelf’ op te roepen. In het kielzog daarvan manifesteren zich makkelijk gevoelens van angst en eenzaamheid. Door meditatie verandert dat intuïtieve gedrag met zijn bijbehorende gevoelens. De vier heilzame mentale eigenschappen worden dominant. En laten die nou net uitdrukking geven aan het tegenovergestelde van het ‘zelf’, dat wil zeggen: aan onze eenheid.

De eenheid leren zien

We moeten het helemaal zelf uitzoeken met ons pakketje taken hier – wat een treurnis.

De troost is dat we desondanks een zijn met elkander. Maar we hebben ons ‘zelf’ wel nodig om er te zijn. Anders wordt het niks met het pakketje taken. Wie neemt er dan verantwoordelijkheid voor jouw plek op de tegelwand?

We hebben te leven met de illusie van het ‘ik’ – die slang die voortdurend in zijn eigen staart bijt, zich erover verwonderend wat hij daar te pakken heeft. Soms denk je dat je er iets van snapt, maar precies op dat moment ontglipt het je weer als een gladde aal. Dat is een steevast patroon.

‘De weg leren is het ik leren.’
‘Het ik leren is het ik vergeten.’
‘Het ik vergeten is verlicht worden door alle talloze dingen.’

Zo wordt de oeroude zenmeester Dögen geciteerd in het prachtige Een tijdelijke vertelling van Ruth Ozeki (2013). Dit gaat over zazen. Zo noemt het Boeddhisme mediteren.

Mediteren is jezelf pogen te leren kennen. Het gaat er niet om dat dat lukt (logischerwijs zou dat ook een illusie zijn), het gaat erom dat je het doet. Je gaat vanzelf ervaren dat je een bent met alle talloze dingen.

Het onwankelbare weten dat alles wat jou aangaat op jouw smalle schouders rust, blijkt uiteindelijk helemaal niet zo onwankelbaar.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 reacties… add one
  • Noelle 23 jan 2018, 12:29

    Wat schrijf je toch onderhoudende stukken. Dank je wel.

Geef een reactie

Privacyverklaring