Verbinding, oerkracht van de 21e eeuw

Op een keer, toen hij in zijn grot lag te slapen, droomde hij dat hij zijn eigen slapende lichaam zag. Hij kwam […] de grot uit. De hemel was helder en hij kon miljoenen sterren zien. Toen gebeurde er binnenin hem iets wat zijn leven voor eeuwig veranderde. Hij keek naar zijn handen […] en hoorde zijn stem zeggen: ‘Ik ben uit licht gemaakt, ik ben uit sterren gemaakt’. Hij keek naar de sterren en besefte dat niet de sterren licht creëren, maar dat […] het licht de sterren creëert. ‘Alles is uit licht geschapen’, zei hij, ‘en de ruimte ertussen is niet leeg.’ En hij wist dat alles wat bestaat één levend wezen is.

Wat je zojuist gelezen hebt, is een stukje uit de inleiding van Don Miguel Ruiz’ The Four Agreements, een boekje dat laat zien hoe enkele eenvoudige afspraken met jezelf tot ware levenskunst kunnen leiden.

Het stukje beschrijft een moment uit een mythisch verhaal dat 3000 jaar terug speelt. Een man wil zich de kennis van zijn voorvaderen meester maken en komt tot het grote inzicht dat alles één is in één grote verbondenheid.

Het is een vertelling uit de Tolteekse traditie, een levensbeschouwing gesticht door het volk van de Tolteken. Deze beschaving is inmiddels verdwenen. Zij vond haar oorsprong in Midden-Amerika.

Het is frappant dat de eenheid van mensen onderling en de eenheid van mensen met het universum stelselmatig in vele religies, levensovertuigingen en levensbeschouwingen overgedragen wordt.

Dat we allemaal verbonden zijn, is inmiddels boven alle twijfel verheven. Sinds Einsteins speciale relativiteitstheorie weten we dat energie en massa in elkaar kunnen overgaan. Fundamenteel gezien is er geen onderscheid tussen de twee. Feitelijk is alles daarom één.

De 21e eeuw

We zijn 3000 jaar verder en oud ontmoet nieuw, dankzij briljante geesten zoals die van Albert Einstein. Waar we lange tijd alleen het geloof hadden, hebben we sinds de renaissance opnieuw de wetenschap.

Twee werelden die elkaar van oudsher plachten te bestrijden, weten elkaar 5 eeuwen later met steeds grotere regelmaat te vinden. Oude inzichten die we voorheen slechts konden geloven, krijgen nu hun wetenschappelijk bewijs.

Het lijkt of we waarlijk leven op het gewricht van een nieuw tijdperk waarin we het allemaal anders gaan doen.

Hoe? Dat is de grote, onbeantwoorde vraag. Maar de mogelijkheden op technisch, communicatief en creatief vlak komen ons grenzeloos voor. En wat zich in pakweg de afgelopen 30 jaar aan revolutionaire ontwikkelingen heeft afgespeeld, op vrijwel alle vlakken die ons mens-zijn raken, is overweldigend.

De comeback van verbinding

We hebben 3 industriële revoluties achter ons gelaten en geconstateerd dat die steeds dichter op elkaar volgden. Inmiddels zitten we in ‘the age of innovation’ en is verandering de grote constante geworden.

Hoe gaan we daarmee om?

Verbinding is een oerkracht die het mensdom sinds de vroegste geschiedenis vergezeld heeft. De mens als diersoort is er groot en sterk door geworden. Zo groot en sterk dat zij zich verheven heeft boven alle andere soorten. Of dat een terechte plek is, zal de toekomst leren.

Onze verbinding komt voort uit het inzicht dat we allen één zijn. Er is een tijd geweest, niet heel lang, dat we die verbinding kwijt leken. Maar nu, in de aanvang van de 21e eeuw, lijkt zij haar comeback te maken.

Verbinding belooft ons antwoorden te vinden op de vraag: hoe gaan we om met die constante verandering? Ik geloof sterk in die belofte en – getuige de comeback – ben ik niet de enige.

De veranderingen gaan te snel om het wetenschappelijk bewijs af te wachten. Vertrouwen is daarom het sleutelwoord. En dat lijkt terecht. De aanwijzingen dat verbinding werkt, zijn namelijk sterk.

1. Delen belangrijker dan bezitten

In het PIM-trendrapport ‘Welkom in het tijdperk van de homo socius’ wordt gesproken van een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin delen, zoals het delen van ervaringen, meningen, kennis en bezit, belangrijker is dan bezitten (uit IK2 van Margriet Sitskoorn).

Wat is er aan de hand? Het lijkt er sterk op dat de mate waarin iemand verbindingen kan leggen – want dat is wat delen ultimo is – grotere waarde begint te krijgen dan de bezitspositie die iemand heeft. Dat is  wel een bijzondere constatering in een tijdperk waarvan ook wel gezegd wordt dat zelfzuchtigheid en narcisme hoogtij vieren.

Blijkbaar vinden we aan de ene kant individualiteit wel belangrijk, maar beseffen we ook steeds meer dat het tot bloei laten komen van het individu niet afhangt van materiële verworvenheden. Het gaat om iets anders: de ontwikkeling van ons diepste zelf. Dat maakt gelukkiger dan bezit.

We zien in dat ons geluk een resultante is van hoe we met onszelf, met de ander en met de wereld omgaan. Dat gaat primair om verbinding. Hoe we de dingen dus samen doen. Daaruit putten we onze nieuwe voldoening. Niet uit de uiterlijke façade. Van bezitten naar delen is een logische gedragsverandering.

2. De erkenning van empathie als zintuig

Sinds enige tijd weten we dat ons brein beschikt over spiegelneuronen. Deze gespecialiseerde zenuwcellen bepalen dat wij niet de standalone computer zijn die we altijd dachten te zijn, maar ze verbinden ons als een intelligent werkstation in een sociaal netwerk dat vele malen krachtiger is dan de som der delen.

Deze cellen geven ons het vermogen mee te voelen, mee te denken en mee te handelen met de ander. Let eens op wat er gebeurt op een bijeenkomst als iemand in de ruimte arriveert die kort daarvoor slecht nieuws ontvangen heeft. De bedrukte stemming slaat onmiddellijk over op de anderen. We voelen mee en we leven mee.

Dat doen spiegelneuronen. We noemen dat ook wel empathie. Het is een bij mensen hoog ontwikkeld vermogen dat ons in staat stelt om als één organisme gezamenlijk op te treden. Zonder deze spiegelende hersencellen is sociale omgang onmogelijk.

Ons empathisch vermogen hebben we lang ondergewaardeerd. Het zou soft zijn, iets voor gevoelige geesten. Een vervelende eigenschap die ons afhoudt van daadkracht. Vooral vrouwen zouden er ‘last’ van hebben.

En inderdaad, vrouwen hebben actievere spiegelneuronen dan mannen (Het gelaagde brein, Martin Appelo). Vrouwen spelen dan ook een veel verbindender rol in dat grote sociale netwerk van het mensdom.

En dat speelt het vrouwelijke deel van de mensheid in de kaart in het nieuwe tijdperk. Bij de jongste generaties zien we de veranderingen al. Vrouwen doen het beter dan mannen. Vooral op functies die om een hoog communicatief en intellectueel niveau vragen. Bijvoorbeeld in de medische beroepen.

Empathie rijst op uit de underdog-positie. Naast de primaire zintuigen – gezichtsvermogen, gehoor, reuk, smaak en tastzin – is het het zesde zintuig dat we onmogelijk kunnen missen in het nieuwe tijdperk.

Daniel Pink vertelt ons in Een compleet nieuw brein dat we het conceptuele tijdperk aan het betreden zijn. De vaardigheden van ons ‘linkerbrein’ zijn in de afgelopen industriële tijdperken en daarna in het informatietijdperk, altijd de drijvende krachten geweest. Hij doelt daarmee op de vaardigheden van logica, planmatig denken, efficiency en dergelijke.

Het nieuwe tijdperk vraagt daarentegen veel meer van ons vermogen om een visie te vormen, ons vermogen tot het creëren van balans; in uiterlijke zin (design) en in innerlijke zin (spiritualiteit). Ook en vooral doet dat conceptuele tijdperk een beroep op onze sociale intelligentie: hoe verhouden wij ons tot de ander? In de kleine sociale context – familie, werkkring, vriendenkring – en in de grote sociale context – de kringen daarbuiten.

We dienen mondialer te kunnen denken. Grensoverschrijdende problemen vragen om oplossingen. Statengrenzen vervagen letterlijk, en niet alleen door de vlucht van de techniek. Bevolkingsgroepen zijn zich aan het verplaatsen en lopen in elkaar over. Het zijn bewegingen die onvermijdelijk zijn. Al wie zich daartegen verzet, voert een achterhoedegevecht. Al wie zich ervoor inzet om deze ontwikkelingen te begeleiden en er een goede vorm aan te geven, geeft ook zichzelf de kans om te floreren in de nieuwe werkelijkheid.

Daniel Pink laat ons zien dat kwaliteiten als inventiviteit, empathie, vreugde en zingeving steeds meer zullen bepalen wie slaagt of struikelt. De vaardigheden van het ‘rechterbrein’ nestelen zich in de bestuurdersstoel. Empathie benoemt hij letterlijk als een van de nieuwe zintuigen.

Daniel Pink staat niet alleen in deze visie. Steeds vaker kom je ook de term ‘21st century skills’ tegen om aan te duiden dat onze tijd om nieuwe vaardigheden vraagt. Communicatie en samenwerking zijn daarin belangrijke leer- en innovatievaardigheden (IK2, Margriet Sitskoorn). Zonder spiegelneuronen, zonder empathie zouden deze vaardigheden geen bestaansgrond hebben.

3. Organisaties worden platter

Er is een onstuitbare ontwikkeling gaande in de manier waarop wij onze samenwerkingsverbanden structureren. Zij valt het meeste op in het bedrijfsleven: de sterk hiërarchische organisatie is aan het verdwijnen.

Het bedrijfsleven is als geen andere plek in onze maatschappij een voorbeeld waar het besef doordringt dat de nieuwe constante verandering is.

Lange tijd gaf de sterk hiërarchische organisatie de zekerheid en stabiliteit die veel mensen waarderen. Maar een ver doorgetrokken hiërarchie creëert ook starheid en blokkeert persoonlijke ontwikkeling.

Om op dat eerste aspect eens in te gaan. Starheid doet bedrijven de das om. Bedrijven die zich slecht kunnen aanpassen leggen het loodje. ‘Survival of the fittest’ staat allang niet meer voor het recht van de sterkste. Het staat – en stond eigenlijk altijd al – voor: wie zich flexibel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden heeft de beste kaarten tot succes in handen.

Het bedrijfsleven heeft harde lessen geleerd. Een onsterfelijk geachte moloch als Kodak miste de revolutie van de digitale camera en ging ten onder. En stel je voor wat er gebeurd zou zijn met Philips als zij niet het lef hadden gehad om het roer drastisch om te gooien naar LED? Dan was de grootste lampenfabrikant ter wereld, samen met de gloeilamp als ooit belangrijkste kunstlichtbron, als een nachtkaars uitgegaan.

De zekerheid en stabiliteit van de strakke hiërarchie is zeer betrekkelijk gebleken. Zij leidde tot weinig beweeglijkheid. En juist die beweeglijkheid is bij snelle veranderingen zo belangrijk.

En daarmee kom ik op het tweede aspect: persoonlijke ontwikkeling. Mensen willen zich van nature kunnen ontplooien. Wij vinden het een genot om ‘de puzzel op te lossen’. Het is onze intrinsieke motivatie die ons voortdrijft om te exploreren en te presteren. Om dat te kunnen doen, dienen zelfverantwoordelijkheid en autonomie de ruimte te krijgen.

In een strak hiërarchische organisatie gooien we die ruimte op slot. We vertellen de ander middels nauw omschreven procedures en regels precies wat te doen. Daardoor creëren we aangeleerde hulpeloosheid. Dat leidt tot een afwachtende houding. Initiatief verdwijnt en apathie doet zijn intrede.

Mensen verliezen hun autonomie in een strak hiërarchische organisatie (Theo Compernolle in Stress, vriend en vijand). En laat nou de paradox zijn dat autonomie juist leidt tot verbinding. Want bij het ‘oplossen van puzzels’ zoekt het sociale wezen in de mens altijd de ander. Omdat we weten dat we samen meer zijn dan de som der delen. In samenwerking creëren we de krachtigste oplossingen.

Autonomie is dus wat we nodig hebben om verbinding tot stand te brengen. Autonomie schenk je aan mensen door je onderneming plat te organiseren. Het bedrijfsleven heeft dat goed begrepen. Bedrijven moeten wel, want het is de enige manier om in constante verandering te kunnen overleven.

Samen als individuen

Als we het hebben over verbinding, dan hebben we het over het individu. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet.

Het is al gezegd: mensen zijn sociale wezens. Onze individuele ontwikkeling hangt onverbiddelijk met verbinding samen. We zien het in delen dat belangrijker wordt dan bezitten, in het completer gebruik maken van onze ‘zintuigen’ en in de organisaties die platter worden.

De ontwikkeling van ons diepste zelf, de mens die we zijn, is een grote bron van geluk. En daarin zit ook een van de mooiste geschenken van het nieuwe tijdperk. Als we de oerkracht verbinding durven omarmen, dan kunnen we niet alleen gezamenlijk verandering hanteren, maar boeken we ook als individuen grote winst.

Er is een zienswijze uit opnieuw een oude levensbeschouwing – die van de Hawaïanen – die hier mooi past (Ho’oponopono, Ulrich Emiel Dupree):

‘Gezamenlijk zijn we één geheel en zijn we tegelijk individuen.’

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

4 comments… add one
  • Liliane Limpens 26 apr 2016, 11:23

    Ook een levenswijs boek met een Mexicaanse basis: De ontembare vrouw van Clarissa Pinkola Estes. Niet ‘zomaar’ wijs, tot in het uiterste wijs.

    http://tinyurl.com/zbq5ras

  • Leni Minderhoud 27 apr 2016, 14:09

    Wat een steengoed artikel Stan, en ook zeer informeren. Je raakt een kern. Deze ontwikkeling is niet tegen te houden. M.i. ook door het evolutionaire ervan.
    Autonomie en verantwoordelijkheid, en ondernemerschap zijn de oplossingen.

    • Stan Lenssen 27 apr 2016, 17:48

      Dank je Leni,
      Het is fijn om in dit bijzondere tijdsgewricht te leven en mee vorm te mogen geven aan wat jij zo mooi de evolutionaire ontwikkeling noemt.
      Groeten en succes,
      Stan

Leave a Comment

Privacyverklaring