Verbinding, wat levert het op?

In Verbinding, oerkracht van de 21e eeuw schreef ik over de hernieuwde waardering voor verbinding. Dat was vooral een levensbeschouwelijk verhaal.

Wat is nu echter de meerwaarde van verbinding? Wat levert het ons op?

Daar wil ik in dit artikel graag wat over zeggen. Maar voor ik dat doe is het handig enig inzicht te geven in hoe verbinding tussen mensen ontstaat. Dat biedt meteen een mooie gelegenheid om verbinding te ontdoen van haar mystiek.

Hoe werkt verbinding?

Over verbinding wordt vaak met geheimzinnigheid gesproken. Alsof verbinding iets bovenaards is. Maar niets is minder waar. Verbinding is een puur biologisch verschijnsel waar de evolutie ons mensen toevallig meesters in heeft gemaakt.

In eerdere artikelen vertelde ik je van spiegelneuronen; sterk gespecialiseerde zenuwcellen in ons brein. Zij zorgen ervoor dat wij kunnen herkennen wat er in de ander omgaat.

Kleine, soms nauwelijks waarneembare signalen in houding, stemgeluid, oogopslag en gezichtsuitdrukking bij de ander zijn genoeg om deze cellen alert te maken op wat er bij die persoon speelt. Vervolgens ontstaat een spiegeling hiervan in onszelf: we beleven mee wat de ander ervaart en reageren dienovereenkomstig.

Soms is die reactie een letterlijke imitatie van het gedrag van de ander. De man in de trein tegenover je gaapt en jij gaapt mee. Je schiet in de lach, want je gesprekspartner ligt dubbel. Je ziet dat je vriend zijn hoofd stoot; ook jij krimpt ineen.

Comedy’s en soaps op tv doen met achtergrondgeluiden een doortrapt beroep op onze spiegelneuronen. We zijn ons daarvan bewust, maar desondanks werkt het ‘bedrog’ zeer effectief.

Meestal echter, gaat het er subtieler aan toe. Zoals wanneer iemand een bijeenkomst bezoekt terwijl hij vlak daarvoor slecht nieuws ontvangen heeft. Zijn bedrukte stemming kan dan onmiddellijk overslaan op de andere leden van de groep. Zeker als de emotie sterk is. Soms hebben de aanwezigen geen idee waar de plotselinge stemmingswisseling vandaan komt. Totdat alle ogen op de nieuwkomer zijn gericht.

Via onze spiegelneuronen zijn we dus verbonden met elkaar. Dat lijkt weinig op magie. Of zit de magie misschien in de krachtige effecten van dit systeem?

We vormen één groot netwerk dat als één intelligent organisme kan handelen als de situatie daarom vraagt. Dit netwerksysteem ligt aan de basis van onze instituten en bedrijven. Die kunnen indrukwekkend groot zijn. Wereldomvattend zelfs. De EU, de VN, multinationale ondernemingen; we kennen talloze wereldwijde netwerken die in de basis allemaal uit ons als spiegelende individuen bestaan.

De feilbaarheid van verbinding

Feilloos zijn onze spiegelneuronen overigens niet. Martin Appelo maakt dat duidelijk in Het gelaagde brein. Hij heeft het over het gevaar van de neocortiale vertaling van een limbisch proces, waarmee hij wil zeggen dat het rationele deel van ons brein een uitleg probeert te geven aan iets wat zich vooral in het gevoelsdeel van de hersenen afspeelt.

Anders gezegd: wij willen woorden geven aan iets dat zonder woorden zijn werk doet. Dat gaat lang niet altijd goed, want we leggen de signalen niet per se goed uit. Spiegelneuronen laten je niet voelen wat de ander voelt, maar wat je zelf zou voelen wanneer je in de situatie van de ander bent. De kans is daardoor aanwezig dat je de spiegeling verkeerd interpreteert.

Geen wonder dat we elkaar wel eens misverstaan. Of dat we niet de goede woorden kiezen en een heel ander effect oproepen dan we werkelijk beogen. In een wereldomspannend netwerk kan dat grote gevolgen hebben.

Overleven

Waarom is verbinding voor ons mensen zo belangrijk? Het antwoord is eenvoudig: verbinding geeft ons de beste overlevingskansen. Wij zijn een fysiek zwakke diersoort. Alléén overleven in barre, natuurlijke omstandigheden is ons nauwelijks gegeven.

Maar samen komen we verder. Verbinding maakt ons sterk. Onze netwerken maken van ons de meest flexibele soort. Daardoor zijn wij geweldige overlevers in een instabiele wereld. Inspelen op verandering is ons op het lijf geschreven.

Als je die geweldige breinen van ons ‘koppelt’ dan ontstaat een ongekende kracht, die tot ‘wonderen’ leidt. We bouwen kilometerslange bruggen, zetten gebouwen neer als bergen, bedenken techniek waarmee haast alles kan, leggen het onbegrijpelijke vast in wetenschap. Zonder verbinding is dat allemaal ondenkbaar.

Alleen mieren en termieten komen verhoudingsgewijs in onze buurt. Met hun bouwwerken dan. Ook zij zijn geweldige verbinders, maar missen natuurlijk dat krachtige brein dat bij mensen tot vernieuwende ontdekkingen en grote creativiteit leidt.

Dus het antwoord op de vraag ‘wat levert verbinding op?’, is: survival of the fittest! De zichtbare exponenten zijn in overvloed aanwezig. En dat geldt ook voor wat we niet zien en als vanzelfsprekend ervaren. Denk daar eens aan als je een app aantikt op je mobiel, of – heel aards – het toilet bezoekt.

Maar wat geeft verbinding ons nou dat het ons tot overlevers maakt? Wat is die meerwaarde die ons zo helpt?

Daarvoor moeten we die verbinding eens wat nauwkeuriger bekijken, op het niveau waar ze werkelijk plaatsvindt: van individu tot individu.

Daar zien we hoe de onderlinge verbinding van mensen maakt dat we kampioenen zijn in survival of the fittest. Ik neem je mee op een kleine rondreis waar we aanleggen bij 3 punten:

  1. Embodied cognition
  2. Data wordt kennis
  3. Coöperatie versus rivaliteit

1. Embodied cognition

Embodied cognition is eigenlijk een begrip dat betrekking heeft op het individu. De theorie van embodied cognition is dat de bewegingen die je maakt van invloed zijn op je eigen denken en emoties, zo legt Margriet Sitskoorn uit in IK2 (spreek uit: Ik-kwadraat). Het lijkt de omgekeerde wereld. Toch kennen we het allemaal wel. Lachend door een regenbui lopen maakt je vrolijk, al leek de dag vlak daarvoor nog zo somber.

Stel je hierbij de werking van de spiegelneuronen voor. Dan wordt dit natuurlijk reuzekrachtig, want het betekent dat jouw houding en bewegingen niet alleen jouw gedachten en emoties beïnvloeden, maar ook die van anderen. Jouw vrolijkheid in de regen blijft niet beperkt tot één individu. Het werkt heel aanstekelijk.

Behalve dat dat een interessante insteek voor een filmscript is, is het goed nieuws voor elk mens en de naasten om hem heen. Embodied cognition is een heel simpel instrument om jezelf tot enthousiasme te stimuleren en anderen daarin mee te krijgen.

En dàt is handig als je grote projecten wenst te realiseren! En voor enthousiasme kun je uiteraard nog veel meer voorwaarden invullen die bij verbonden individuen aanwezig moeten zijn om gezamenlijke projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen.

Ergo: het hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Met dit mechanisme kunnen we elkaar sterker maken, alleen maar door bij onszelf te beginnen.

Bij veel leidende figuren zie je dat het besef van dit mechanisme aanwezig is en met graagte wordt ingezet. Je ziet dat hun organisaties groeien, sterk zijn en onvoorstelbare dingen tot stand weten te brengen.

2. Data wordt kennis

We poneren de computer makkelijk als een metafoor voor ons brein. Maar, hoe vernuftig ook, de computer is niet veel meer dan een doos met data. Vanuit die data werkelijk iets nieuws creëren is hem niet gegeven.

Ons brein kan dat wel. Het werkt dan ook heel anders. Ons brein lijkt veel meer op een immens netwerk van 86 miljard computers die voortdurend met elkaar in gesprek zijn. Elke hersencel als een computer op zich. (Ter vergelijking: de aarde telt ‘slechts’ 2 miljard echte computers.)

Binnen dat enorme netwerk ontstaan steeds nieuwe ideeën en gedachten, want er wordt ongelimiteerd op los geassocieerd, plus – ook zeer belangrijk – er wordt gereflecteerd. Dat kan een machine niet. Zo wordt data kennis.

Om van data kennis te maken, hebben we dus ons brein nodig. En om die kennis op een hoger plan te brengen en ermee te bouwen, hebben we elkaar nodig.

Breinwetenschapper Theo Compernolle in Stress, vriend en vijand: ‘De enige plek waar kennis zit, is het brein van mensen. Dat is ook de enige bron van creativiteit. Maar die kennis zit zelfs niet in één brein van één persoon! […] De meest creatieve oplossingen komen niet uit één brein, maar uit de discussies in dat breinnetwerk.’

Eigenlijk weten we het ook wel: die kilometerslange bruggen, die gebouwen als bergen en het uitpluizen van het onbegrijpelijke, kunnen we alleen maar doordat we onze kennis weten te bundelen. Doordat we onze onderlinge verbinding inzetten als een instrument van vernieuwing.

Doordat jij en ik, en al die anderen, als individuen bij elkaar gaan zitten en al pratende, gebarende en op allerlei andere manieren communicerend, één creatief netwerk vormen. Eén meta-organisme dat qua denk- en creatiekracht onmetelijk ver uitstijgt boven het individu, dat van zichzelf natuurlijk ook al behoorlijk intelligent is.

Survival of the fittest dus! Voorlopig hoeven we van termieten geen concurrentie te vrezen.

3. Coöperatie versus rivaliteit

De grote organisaties gedragen zich als organismes. Maar grote organisaties bestaan uit individuen. En individuen floreren het beste als zij verbonden zijn met elkaar. Dan ook halen zij het beste uit de organisatie naar boven.

Coöperatie werkt beter dan rivaliteit. Bedrijven die een interne coöperatieve prestatiesfeer stimuleren, presteren op lange termijn beter dan bedrijven die een sterk intern rivaliserende prestatiesfeer creëren (Theo Compernolle in Stress, vriend en vijand).

Theo Compernolle heeft het in dat verband over het creëren van een ‘korpsgeest’. Het is een term die niet iedereen zal aanspreken, maar hij doelt hiermee op een sfeer waarin werknemers zich positief met hun bedrijf identificeren. Zij voelen zich één met elkaar en zullen hun bedrijf als een goed sociaal steunend netwerk ervaren.

Inmiddels weten we uit onderzoek dat sociale steun een grote bron van veerkracht is: ons vermogen om bij tegenslag telkens weer op te staan en er opnieuw voor te gaan. Het is de mate van veerkracht in een persoon die bepaalt hoe goed hij om kan gaan met verandering. En het is de positieve verbinding in elke groep die de veerkracht van elk individu binnen de groep, maar ook van de groep als geheel, omhoog stuwt.

Organisaties zijn dus zeer gebaat bij een coöperatieve prestatiesfeer. Want het maakt ze veerkrachtig en dus flexibel.

Het zich flexibel kunnen aanpassen wanneer verandering zich voordoet, is precies waar het in de natuur om draait. Inderdaad: zo komen verbinding en survival of te fittest ook hier weer bij elkaar!

Over leven

Verbinding gaat dus over overleven. Eigenlijk een ‘open deur’ voor een sociaal wezen als de mens.

En toch blijkt regelmatig dat we de verbinding verliezen en ons storten in het conflict. De oorzaak is vaak dat we elkaar misverstaan. We weten nu in elk geval hoe dat komt: onze spiegelneuronen laten ons voelen wat wij zouden voelen in de situatie van de ander. Dat is niet per se wat die ander voelt.

Wees dus voorzichtig met conclusies en ga nooit uit van oordelen of veronderstellingen! Gebruik je sociale intelligentie en ga daarmee de verbinding aan. Het is een van de meest succesbepalende eigenschappen van de mens.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Privacyverklaring