Waarom het basisinkomen nodig is

Op de poep- en plaspoli van het Maxima Medisch Centrum in Veldhoven ‘werkt’ sinds kort een robot die kinderen met ontlastingklachten normaal poep- en plasgedrag aanleert. De kinderen lopen weg met ‘m. Pepper – zo heet ie – is zo’n succes dat wordt overwogen om hem ook bij ouderen met dementieklachten een plaatsje te geven. Dat kan want Pepper is multi-inzetbaar. Hij is in een wip geherprogrammeerd voor nieuwe taken. Bijvoorbeeld om een oudere erop te wijzen dat het, na het tiende kopje, voor vanochtend echt genoeg geweest is met de koffie.

De digitalisering van de arbeid overrompelt ons volkomen. Door de technologische revolutie worden er momenteel meer banen vernietigd dan er geschapen worden. Veel waarnemers – ik ook – hielden lange tijd vast aan een te hoopvol scenario: een toekomst vol creatief, interactief en vervullend mensenwerk, terwijl eentonige, belastende en gevaarlijke arbeid door robots en computers wordt gedaan.

Het hoopvolle perspectief is een enorme vergissing gebleken. Want, zoals Philipp Blom (2017) schrijft in Wat op het spel staat: ‘(…) in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw hebben computers geleerd te leren, te begrijpen, te spreken, te herkennen en hun vaardigheden aan te passen aan de situatie.’ De apparaten zijn hard op weg hun activiteiten te begrijpen zoals wij onze activiteiten begrijpen. Ze beperken zich niet meer tot rechttoe rechtaan reken-, registratie- en productiewerk, maar programmeren zichzelf om onvoorziene problemen waar ze tegenaan lopen op te kunnen lossen. Ze worden creatief en scheppend.

De snelheid waarmee robots hoogwaardige taken van ons overnemen is alarmerend. Een paar voorbeelden: piloten in vliegtuigen verworden zoetjesaan tot ‘window dressing’, technologisch gezien vliegt het vliegtuig zich al bijna geheel zelfstandig; chirurgenwerk wordt steeds veelvuldiger gedaan door supernauwkeurige robotarmen, versnijden is er straks nooit meer bij; dienstverleners als juristen, schrijvers, consultants en musici moeten ernstig op hun tellen passen, staande dit schrijven worden ze ingehaald door algoritmen die minstens hun equivalenten zijn.

Ontsnappen is onmogelijk. Het gaat allang niet meer alleen om eenvoudig repetitief werk, alle mensenwerk verdwijnt. Hooguit is er straks nog ruimte voor die diensten waarbij een menselijk gezicht de kwaliteit van het product bepaalt; in de horeca bijvoorbeeld, de welzijnswereld en het theater. Misschien nog een of twee decennia, maar daarna is de hele overige boel gedigitaliseerd.

Het is gedaan met onze banen, praktijken en professies – we zullen op een houtje moeten bijten.

Lachende aandeelhouders

Door de chauffeurs van het openbaar streekvervoer wordt gestaakt. Ze willen minder werkdruk, ruimere plaspauzes en een betere beloning. De aandeelhouders en werkgevers lachen in hun vuistje: nog hooguit tien jaar, dan vliegen ze er allemaal uit, dan rijden er robotbussen. Die voelen geen werkdruk, kennen de aandrang van een volle blaas niet, ze vragen nul beloning.

Het is een ontwikkeling om bang voor te zijn. Meer dan een eeuw lang hebben we hard gestreden voor een eerlijke verdeling van welvaart; nu werpt de digitalisering van arbeid ons in luttele jaren terug in de arrogante armen van een rijke bourgeoisie, vergelijkbaar met die van zo rond 1900. Nu heten ze aandeelhouders en deze maal is hun macht onrustbarend veel groter. Want waren de bazen van 1900 nog op de knieën te dwingen door hun afhankelijkheid van de arbeiders – zonder hen geen draaiende fabrieken -, hun moderne pendanten kennen die zorgen niet.

Robots arbeiden door, vierentwintig uur per dag. Ze malen niet om een rechtvaardig inkomen noch om solidariteit. Ze vragen niets, ze voelen (nog) niets voor hun mede-robots. De bourgeoisie van nu bevindt zich in een comfortabele positie.

Waar gaat het geld naartoe?

Mensen hebben door de eeuwen heen twee bronnen van inkomsten gekend: bezittingen en arbeid. In het feodale tijdperk van edellieden en boeren zag dat er grofweg als volgt uit: de edellieden hieven belastingen en pacht op grond van de landerijen waarover zij de heerschappij hadden, de boeren ontvingen een beloning op grond van de producten die zij op die landerijen verbouwden. Later, in het industriële tijdperk van bourgeoisie en arbeiders, waren het de fabriekseigenaren die winst toucheerden op basis van de fabrieken die zij runden en de arbeiders die loon ontvingen voor het werk dat zij in die fabrieken leverden.

Maar nu, in het binnenstormende digitale tijdperk van aandeelhouders en robots stokt het plaatje. De bezitters, de aandeelhouders, innen weliswaar nog steeds een rendement dat zij behalen over hun bezittingen, maar waar is de inkomstenbron arbeid gebleven? Hoe zit het met jou en mij, waar moeten wij van leven?

In het digitale tijdperk is er iets fundamenteel aan het verschuiven. Stap voor stap – beangstigend onvermijdelijk – wordt arbeid als bron van menselijke inkomsten de nek omgedraaid. Arbeid wordt bezit. De slavernij keert terug, in een geheel nieuwe gedaante van tevreden snorrende elektronica. Eindelijk lijkt het ze te lukken; voor het eerst in de geschiedenis krijgen de bezitters de zeggenschap over alle productiefactoren.

Een relatief kleine groep van aandeelhouders en werkgevers – niet zelden dezelfden – is de werkers linksom en rechtsom aan het passeren. Sluipenderwijs krijgt deze machtige groep alle middelen van bestaan in bezit. Jij en ik, die het van arbeid moeten hebben, hebben zich te schikken. We kunnen nog zo gepassioneerd onze talenten inzetten, we worden steeds meer genegeerd. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling.

Het verhaal van het inkomen

De werkelijkheid van het mensdom is een opeenstapeling van verhalen. Wij zijn vertellers, fantasten die vanuit overtuigingen en ideeën eigen realiteiten spinnen. We aanvaarden die realiteiten zolang de overtuigingen en ideeën door voldoende mensen geloofd worden. Maar wat als het geloof nu eens verloren gaat? Dan zit er niets anders op dan dat we aan het herschrijven slaan. De menselijke geschiedenis staat bol van herschrijvingen.

Dat ons inkomen uit arbeid moet komen, is ook maar een verhaal. En het lijkt erop dat de geloofwaardigheid van dat verhaal behoorlijk aan het wankelen is. De ironie van die ontwikkeling is dat het niet, zoals vanouds, de werkende massa is die haar overtuigingen hier ziet veranderen; de ironie is dat het dit keer haar opponenten zijn: de bezitters. Zij geloven er niet meer in dat arbeid een inkomen verdient. En hun verandering in geloof is niet eens irreëel. Of dacht je soms dat de digitalisering van arbeid te stuiten is? Dat is nog nooit gebeurd voor een ontwikkeling ontsproten uit de fantasie, samenwerking en intelligentie van mensenbreinen; het zal ook nu niet gebeuren.

Het is tijd voor een ander verhaal over betaalde arbeid; het is tijd voor het verhaal van het basisinkomen voor iedereen.

Nu is een verhaal herschrijven geen sinecure. We gaan dan morrelen aan wat ons tot dan toe de waarheid heeft geleken. Dat is schokkend voor mensen. Het roept enorme weerstanden op. We vinden dan ook snel allerlei argumenten om de verandering ver van ons te houden. Zo is het ook met het basisinkomen. Toch is het basisinkomen nodig, en het is veelbelovend.

Waarom nodig?

Er zijn veel zaken te noemen: we willen geen oneerlijke verdeling van verdiende rijkdommen, we willen mensen die niet direct economisch rendement opbrengen geen nutteloze werkelozen noemen, we willen geen machtsconcentratie in de kantoorpaleizen van enkelen, we willen geen situatie laten ontstaan die de maatschappij kan ontwrichten. Het rijtje kan nog wel verder groeien, maar waar het bovenal om gaat, is dat een basisinkomen voor iedereen simpelweg eerlijk is. Samen hebben we gezorgd en betaald voor onze scholen, universiteiten, wegen, kanalen, havens, elektronische netwerken onder- en bovengronds, noem maar op. Door die infrastructuur kan de digitalisering bloeien, nergens anders door. Het zou daarom te gek zijn als alleen enkelingen daar de vruchten van zouden mogen plukken, louter en alleen omdat ze bezitters zijn. Uiteindelijk hebben de niet-bezitters in het ontstaan van die infrastructuur een cruciale rol gespeeld met hun arbeid en hun belastinggeld. Een basisinkomen is nodig, want het is rechtvaardig.

Waarom veelbelovend?

Met een basisinkomen worden maatschappelijke taken gewaardeerd die die waardering tot nu toe misten. Neem bijvoorbeeld al die vrouwen (en ook mannen) die gezinshuishoudens runnen met liefde, vakkunde en ontelbare uren werk. Daar zit een onmisbare maatschappelijke bijdrage in die met een basisinkomen eindelijk zichtbare erkenning krijgt. Door een basisinkomen krijgen mensen ook de ruimte om zich persoonlijk te ontplooien of zich voor een hoger doel in te zetten. Mensen komen makkelijker op die plek in de maatschappij die hen persoonlijk past. Hun werk hoeft niet meer een rechtstreeks economisch nut te hebben. Dat zal de maatschappij fantastische dingen brengen op de lange termijn, want hoeveel belangrijke projecten op het gebied van cultuur, wetenschap, milieu, welzijn et cetera krijgen dan opeens een veel eerlijker kans? En denk je ook eens in wat zo’n nieuwe, meer vervullende manier van werken betekent voor de intrinsieke motivatie van die mensen, en uiteindelijk dus voor de kwaliteit van het werk dat zij tot stand brengen voor de maatschappij.

Wat we dus doen dankzij het basisinkomen, is: geminachte maatschappelijke taken eindelijk gaan waarderen, de rijkdom die wij hebben eerlijker verdelen, iedereen meer persoonlijke ontplooiingskansen bieden, projecten realiseren die we altijd best belangrijk vonden maar tot nu toe lieten liggen, verborgen werkeloosheid opheffen die verstopt zit in veel uitkeringen en onder de zzp-ers. Er zijn veel positieve effecten te verwachten van een basisinkomen. Voornaamste gangmaker daarvoor is dat we elkaar op een stimulerender manier appreciëren. We vragen het individu niet meer hoe groot haar of zijn financiële nut is, we verleggen de aandacht naar de maatschappelijke bijdrage.

Een fair, nieuw verhaal

De grote verrassing van het basisinkomen is dat de moderne bourgeoisie van aandeelhouders het in veel gevallen wel ziet zitten. De rechts-liberale economen Friedrich August von Hayek en Milton Friedman, die voor hen spreken, waren zelfs aperte voorstanders (Wat op het spel staat, Philipp Blom, 2017). Robots kopen immers geen producten. Daar heb je mensen voor nodig, mensen met een inkomen.

De weerstand komt misschien wel meer van ons, de werkers. Gedreven door jaloerse motieven verzetten we ons tegen de nieuwe gedachte, terwijl het herschreven verhaal ons juist zo zou kunnen dienen. Maar ja, hoe makkelijk delft de ratio het onderspit als de emotie uitroept: ‘Waarom heb ík er altijd voor moeten werken en krijgt die ánder het straks zo in de hand?’ Verhalen herschrijven doet pijn.

In het Veldhoven van het Maxima Medisch Centrum zetelt ook ASML, die steenrijke onderneming die wereldwijd zo succesvol is in het bouwen van chipmachines. Haar aandeelhouders verdienen massa’s geld aan de digitalisering van arbeid. Zo zijn er een relatief gering aantal bedrijven en groot-bezitters die volop profiteren van een verhaal dat intussen wél herschreven wordt, en niet is tegen te houden.

Misschien moeten wij maar snel onze pijn verbijten en eens met de ASMLs van deze wereld rond de tafel – praten over hoe we het basisinkomen financierbaar willen maken. Ook daar is een verhaal te herschrijven, voor onze politieke vertegenwoordigers een mooie opdracht. De ASMLs weten het, zij zijn erbij gebaat. Voor hen is er een kleine pijn te dragen die op de lange termijn zeer beloond zal worden. De deal is vandaag nog makkelijk te sluiten, niet als we tien jaar verder zijn. De financieringsoplossing ligt redelijk voor de hand: verschuif belasting op mensenarbeid naar belasting op robotarbeid. Dat zou een faire start van een nieuw verhaal zijn: robots die voor óns het inkomen verdienen.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

8 reacties… add one
  • Huub Koch 3 jul 2018, 11:54

    Hallo Stan, Van Harte Gefeliciteerd met je nominatie voor de JINC Award voor Coach van het jaar 2018. Effe duimen… 😉 Net als voor het basisinkomen. En ja… wat was Luis Bunuel zonder ‘Le charme discret de la bourgeoisie’ en Luke Skywalker zonder R2-D2 en C-3PO? Dus we gaan ervoor! Fijne dag nog! Huub.

    • Stan Lenssen 4 jul 2018, 11:32

      Geweldig dat je duimt Huub, donderdag zo rond half zes is het moment suprême.
      Die film van Bunuel moet ik beslist nog eens gaan zien. En ja, wat zouden wij allemaal moeten zonder de hulp van R2-D2 en consorten? We gaan er zeker voor, spannende tijden een veel opzichten. Een voorrecht om erbij te zijn!

  • Noelle 3 jul 2018, 12:04

    Mooi en nuttig verhaal weer Stan … en gefeliciteerd met je nominatie! Het duurt vast nog even voor robitica jouw denkwerk overneemt.

    • Stan Lenssen 4 jul 2018, 11:23

      Hé, dank je wel Noelle! En wat een mooie ontsnappingsclausule heb je voor mij in beeld 🙂

  • Sanja 3 jul 2018, 13:52

    Weer een prachtig artikel, Stan Lenssen. Ik ben het ook helemaal met je eens. Het is alleen moeilijk om mensen daarvan te overtuigen. Arbeidsethos zit diep verankerd in de Nederlandse samenleving en veel andere samenlevingen.

    • Stan Lenssen 4 jul 2018, 11:21

      Dat is waar Sanja, het ziet diep verankerd.
      Gelukkig merk ik, aan de geluiden in de samenleving (en ook aan de reacties op dit artikel), dat er een stroming op gang is die langzaamaan andere ideeën onderschrijft.
      Verandering vraagt tijd en gaat met kleine stapjes, maar ze gaat gestaag en dat maakt me optimistisch.

  • hubrien Meijaard 3 jul 2018, 20:52

    dankjewel Stan voor deze spijker op zijn kop. Blijf denken en delen!

Geef een reactie

Privacyverklaring