Waarom succes ons ongelukkig maakt

‘Het gelukkigst leeft men zonder gedachten.’ – Sophocles

Michel de Montaigne leefde van 1533 tot 1592. Hij was magistraat; hij was politicus; hij was classicus; hij was een edelman. Maar bovenal was Michel de Montaigne filosoof.

De familie De Montaigne was vermogend. Grootvader De Montaigne had een fortuin vergaard met de handel in gezouten vis. In 1477 kocht hij een landgoed op de lommerrijke heuvels ten oosten van de stad Bordeaux. Pronkstuk van het landgoed was een okergeel kasteel op één van die heuvels – het staat er nog. Het kasteel werd met een paar vleugels uitgebouwd door de zoon en er werd extra grond ontgonnen voor het boerenbedrijf.

Vanaf 1568 beheerde kleinzoon Michel het landgoed. Michel had niets met het boerenbedrijf. De uitoefening ervan liet hij over aan anderen. Zelf vertoefde hij liever in de bibliotheek. Die bevond zich op de tweede verdieping van een van de hoektorens van het kasteel. Vanuit de vensters had hij een schitterend uitzicht.

Die bibliotheek was zijn privé-studiedomein. De boekenplanken van deze ruimte droegen het gewicht van meer dan duizend werken: veel klassieken en veel latijn (overigens heel gebruikelijk toendertijd). Als een afgezonderde kasteelheer schreef De Montaigne hier zijn meesterwerk De essays.

Michel de Montaigne kon zich minachtend uitlaten over de menselijke ratio. Het bewuste denken werd volgens hem te zeer geprezen. Rond 1575 stelde hij een opmerkelijke daad. Op de balken van het plafond van zijn geliefde werkvertrek liet hij 57 spreuken schilderen. Hij ontleende ze aan de Bijbel en de klassieken. Alle gaven ze blijk van zijn grote bedenkingen over de waarde van ons redeneringsvermogen. Ze zouden hem gedurende de vele werkuren die hij in zijn leven hier doorbracht, daaraan herinneren. Een ervan heb je zojuist gelezen: de spreuk van Sophocles.

(Bronnen: De troost van de filosofie van Alain de Botton (2016) en Grote denkers van The school of life (2017).)

Een ‘geluks-ik’ en een ‘ego-ik’

Het bewustzijn komt dichter in de buurt van een vloek dan van een zegen – dat was zo’n beetje het oordeel van De Montaigne.

Het bewustzijn creëert ons ‘ik’. Dat ‘ik’ heeft twee kanten. Enerzijds is er het ‘ik’ dat ons gelukkig maakt; anderzijds is er het ‘ik’ dat ons voortdurend sart met zijn ego-dingen om maar oké te zijn in onze eigen ogen en in die van anderen.

Het ‘geluks-ik’ is egoloos; het ‘ego-ik’ is geluksloos. De ‘ikken’ leven met elkaar op gespannen voet. Ze strijden voortdurend om het podium, maar er is er maar één die daar kan staan.

Beide ‘ikken’ zijn natuurlijk een manifestatie van onszelf op een bepaald moment, in een bepaalde situatie. Het liefst zien we ons gemanifesteerd in het ‘geluks-ik’; de paradox is dat we meestal vrij baan geven aan het ‘ego-ik’

Dikdoenerij

Zo komen we terug bij Michel de Montaigne. Het bewustzijn vond hij een vloek, want het maakt met het ‘ik’ ons ego wakker; doorgaans niet onze beste kant.

Volgens De Montaigne voert ons bewustzijn ons maar al te graag naar pedante dikdoenerij. Hij verweet het de oude filosofen: met al hun redenaarstalent en doorwrochte theorieën over hoe goed te leven, kregen ze het maar niet voor elkaar om ook zelf goed te leven.

Een filosoof is ook maar een mens. Dat is een troost voor ons, de moderne mens, die het goede leven gelijk stelt aan een succesvol leven. Want – zo menen we – in een succesvol leven creëren we een podium voor het ‘geluks-ik’. We zien echter één ding over het hoofd: we koppelen succes aan ego-dingen.

De paradox van geluk

In al die jaren dat ik mensen coach, is er één wanhopige vraag die ik steeds weer tegenkom: hoe kan ik succes behalen?

Ik kan mij maar niet onttrekken aan de gedachte dat die zucht naar succes een enorme bron van onvrede is. We willen zó graag het gelukspodium betreden dat we er ongelukkig van worden.

Succes als sleutel tot geluk – het is het grootste misverstand op aarde.

Toch zien we het als synoniem. Maar, begrijp ik uit Raj Raghunathans (2016) Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig?, in ons successtreven zien we ons geluk totaal over het hoofd. We zijn zo obsessief aan het jagen dat we het zelfs niet noemen als ons gevraagd wordt wat we met onze jacht willen bereiken. Hij noemt dit verschijnsel de ‘fundamentele paradox van geluk’.

Wat ons gedrag behelst, is dat we streven naar mediummaximalisatie. We verheerlijken het geld, het diploma, de bokaal, de gouden plak, de platina plaat, de sport op de carrièreladder, etcetera. Dat kortetermijnresultaat overvleugelt alles.

Zelfzucht

Op zijn Hollands zeggen we: ‘Het middel wordt een doel op zich.’ En dat zou helemaal niet rampzalig zijn als al de verworven media tezamen uiteindelijk toch tot geluk zouden leiden.

Maar dat gebeurt dus niet. Wat er wel gebeurt, is dat  we ons identificeren met onze verworven media. Ons ‘ego-ik’ treedt op de voorgrond, dat ‘ik’ dat geluksloos is. Het geld, dat ben ik; het diploma, dat ben ik; de bokaal, dat ben ik; de gouden plak, dat ben ik; de platina plaat, dat ben ik; de carrièrestap, dat ben ik; etcetera.

In Op naar geluk van Ap Dijksterhuis (2015) staat het volgende citaat van John Stuart Mill: ‘Those only are happy… who have their minds fixed om some object other than their own happiness…’ Maar waren we maar gefocust op ons eigen geluk. Zoals je hebt gezien, negeren we het stelselmatig.

John Stuart Mill raakt met zijn uitspraak desalniettemin een belangrijk punt: we zijn te veel met onszelf bezig. Onze zucht naar mediummaximalisatie – lees: plaatsvervangend geluksstreven – ontaardt makkelijk in zelfzucht, een overmatige zelfgerichtheid.

Zelfgerichtheid is rampzalig als het om geluk gaat. Ap Dijksterhuis meldt dat we uit onderzoek weten dat naarmate mensen meer aan zichzelf denken, ze minder gelukkig zijn en vaker depressief.

Wat hier de kip is en wat het ei, is overigens niet helemaal helder: veroorzaakt zelfgerichtheid ongelukkig zijn, of is het juist andersom? Maar het doet er niet zozeer toe; vaststaat dat ze elkaar versterken en als het proces eenmaal draait, ontpopt zich een neerwaartse spiraal.

In een staat van zelfzucht zoeken we geluk; wat we oogsten is ellende. Voor Socrates en de Boeddha was dit geen vreemd fenomeen. Niet gehinderd door enige wetenschap, ontsluierden zij al vroeg dit inzicht.

Je ‘ik’ observeren

Vuur kun je met vuur bestrijden. Het werkt zeer effectief. Wellicht dat de Boeddha die metafoor in gedachten had toen hij zijn promotiecampagne voor het mediteren begon – de methode die al duizenden jaren dienstbaar is aan het geluk van miljarden mensen.

Stine Jensen (2016) zegt in haar boek Go East: ‘(…) of  het nu om een satsang, de kundaliniyoga of meditatie gaat: het gaat erom dat je je ‘ik’ leert observeren. En dat geeft bevrijding. Die ervaring kende ik, en het werkte inderdaad zo. Maar waaróm werkt het eigenlijk?’

Een antwoord op haar vraag vond ze bij de Amerikaanse hersenwetenschapper Julian Paul Keenan. Volgens hem deactiveer je bij het mediteren die hersengebieden die het ego oproepen. Je blokkeert dat deel van het bewustzijn dat oordeelt en vergelijkt.

Door je ‘ik’ te observeren verdwijnt het probleem van de zelfzucht. Je schakelt je ego uit, het sarren stopt; dat opent de poort naar een heel ander gevoel over het leven.

De paradox ontvlochten

Mediteren is je ‘ik’ observeren. En – met alle respect voor De Montaigne – dat lukt dankzij het bewustzijn.

Het hele wonderlijke is natuurlijk dat juist je ‘ik’ bekijken de mond snoert van het ‘ego-ik’. Mediteren schept ruimte voor het ‘geluks-ik’.

Langs die weg verricht mediteren zijn werkelijke wonder: de fundamentele paradox van geluk wordt ontvlochten. Het obsessieve jagen stopt en je ziet veel beter wat werkelijk telt.

Het is dus helemaal niet waar dat succes ons ongelukkig maakt; het enige dat waar is, is dat we neigen te vergeten waar succes om draait.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

2 reacties… add one

  • Liliane Limpens 18 okt 2017, 17:25

    Emily Esfahani Smith, een Amerikaanse psycholoog, zegt het zo:
    “Geluk nastreven werkt averechts.
    Mensen richten zich op geluk in plaats van op betekenis. Terwijl het juist betekenis is dat het leven waardevol en zinvol kan maken.
    Een betekenisvol leven kan haar vorm vinden door onder meer: het eigen verhaal te vertellen, de persoonlijke doelen scherper te krijgen, door onderdeel te zijn van een groter geheel en door het geregeld uitstijgen boven het alledaagse.”

Geef een reactie