Waarom we liever alles bij het oude laten

Toen Tolkien zijn epos In de Ban van de Ring schreef en het land van de Hobbits – de Gouw – bedacht, moet hij Nederland voor ogen gehad hebben.

Een model van een keurig land met aangeveegde, wit belijnde paden tussen groene weilanden en plantsoenen. Waar de tuinen omhaagd zijn, de huizen knus ingericht, en de deuren en luiken strak gelakt.

Een land dat er een zaak van maakt om alles in een tiptop staat te hebben. En om het zo te conserveren, kent zo’n land allerlei afspraken en regels waar iedereen naar leeft.

Veilig, huiselijk, georganiseerd. ‘Gezellig’, zeggen wij Nederlanders.

Maar soms veranderen de regels en komt er een deuk in die gezelligheid…

Een verbod op tasjes

Januari is per traditie de maand van verandering. We gaan de dingen beter doen. Onze wetgever doet daar vlijtig aan mee.

Op 1 januari 2016 veranderde er daarom iets aan Nederlands regels. Er kwam een verbod op de gratis kunststof boodschappentasjes. We willen af van de plastic soep die in onze oceanen drijft en deze nieuwe regel kan dat nobele doel een handje op weg helpen.

Mooie gedachte, mooi idee. Toch?

Maar nog voor de nieuwjaarswens is uitgesproken, word ik bij mijn eerste winkelbezoek in 2016 getrakteerd op de teneur die in veel winkels hangt rond die nieuwe tasjeswet: ‘Ja sorry mijnheer, voor mij hoeft het niet, maar we moeten er allemaal aan geloven. Voortaan is het betalen als u nog een plastic tasje wilt!’

Je zou denken, die Nederlanders met hun keurig geveegde straten, ze scharen zich als één persoon pal achter het nieuwe tasjesbeleid. Maar het bij wet afgedwongen goede voornemen – al in 2014 aangekondigd – stuit op grote weerstand.

Een gedrocht?

Er zoemt een algemene klacht rond: ‘Het tasjesverbod is een gedrocht. Het systeem is veel te lastig.’

Nu heeft de wetgever inderdaad de neiging om zijn bedenksels ingewikkeld vorm te geven. Maar het kersverse tasjesverbod lijkt sterk op de uitzondering die de regel bevestigt. Het voorschrift blinkt uit door eenvoud. Het laat zich samenvatten in 3 simpele punten, precies het aantal dat wij mensen makkelijk onthouden:

  1. Alle soorten plastic tassen vallen eronder
  2. Verkopen mag wel; de richtprijs is een kwartje
  3. Uitgezonderd zijn de dunne vliestasjes die voor de hygiënische bescherming van voedsel dienen

Nee, het zit hem niet in de complexiteit van de verandering. Wat de aanvaarding van deze en vrijwel elke nieuwe regel lastig maakt, schuilt in een geheel andere hoek. Het is onze menselijke weerstand tegen alles wat aan de verworven balans tornt. Zodra de witte lijnen op onze paden anders worden getrokken, schieten we in de stress.

Het is de verandering zèlf die we slecht kunnen verkroppen.

Hoe verandering verloopt

Het zit van nature in ons mensen om tegen verandering te ageren. Verandering triggert allerlei mechanismes. Van onze aversie tegen verlies, tot de angst die in ons wordt opgeroepen als we buiten onze comfortzone gaan.

Verlies is een hele interessante. We nemen afscheid van een bestaande situatie en het lijkt alsof we iets kwijt raken dat ons dierbaar is geworden.

Het is dan ook niet vreemd om bij de verwerking van verandering een parallel te trekken met de gefaseerde golfbeweging van het rouwproces zoals de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross die heeft beschreven.

Kübler-Ross heeft het over 5 fasen (onder andere in Over rouw), bij verandering zie je grofweg 4 fasen:

1. Ontkenning

Eerst is er de fase van ontkenning. Het plastic tasjesverbod is al in 2014 aangekondigd. Dat hebben we echter zorgvuldig weggestopt, gewist uit het bewustzijn, waardoor we nu plots overvallen lijken. Uiteraard strookt dat niet met de objectieve realiteit.

2. Weerstand

Dan is er de fase van de weerstand. Er is boosheid, verwijt en protest. Er is vooral onzekerheid. Onbekend maakt onbemind. Het is nu even noodzakelijk om die nieuwe regel te leren kennen en om de weg te vinden hoe we ermee om moeten gaan.

3. Verwarring

Vervolgens komt er een fase van verwarring. Heen en weer schommelen tussen oud en nieuw. De weerstand verdwijnt. Maar wetgever wees gewaarschuwd: dit is de fase waar het op aankomt. Want deze fase leidt al of niet tot de werkelijke acceptatie van de nieuwe wet.

4. Aanvaarding

En daarmee belanden we in de laatste fase: die van de aanvaarding. Als het proces op een gezonde manier verloopt, gaat hier de lijn weer omhoog. De verandering wordt onderdeel van de nieuwe orde. We voelen ons er perfect comfortabel bij, zien de voordelen en willen idealiter niet anders meer.

Wat is de grote boodschap van deze 4 fasen voor het fenomeen verandering?

Weerstand is normaal en tijdelijk. Het is een fase die komt en ook weer gaat, en van nature hoort bij het veranderingsproces.

Waarom is veranderen lastig?

De fasen van Kübler-Ross, dat is hoe het verloopt. Maar nu de waarom-vraag: wat maakt dat veranderen voor ons dan zo lastig is?

Een deel van het antwoord zit in het volgende: mensen zijn gewoontedieren! Wetenschappelijk onderzoek toont overduidelijk aan dat het brein naar automatisering en gewoontevorming streeft en daar maar moeilijk vanaf te brengen is (Martin Appelo, Socratisch motiveren).

Dat heeft te maken met dierlijke overlevingsmechanismes.

Wij dichten ons graag de rol van rationele wezens toe, en het is waar: wij hebben voor dat bewuste denken een prachtige bult hersenweefsel meegekregen die ons uniek maakt in de dierenwereld. Die bult noemen we neocortex.

Maar diezelfde neocortex – hoe superieur ook in zijn denkvermogen – is helaas gevaarlijk traag. Daarom beschikken wij, net als onze mede-zoogdieren, over een limbisch systeem. In ons hoofd zetelt dat zo’n beetje onder die neocortex.

Dat limbische systeem is razendsnel. Het legt al onze veel gebruikte bedenksels vast in geautomatiseerde patronen. Op het moment dat wij zo’n geprogrammeerd bedenksel – we noemen het zelf een gewoonte – willen gebruiken, wordt het in minder dan een oogwenk opgeroepen en uitgevoerd. Dat gaat zo snel dat we ons er niet eens van bewust zijn. Zie hier onze automatische piloot die ons veilig door het leven loodst.

Er is echter één maar aan dit systeem: het vastleggen van die geautomatiseerde patronen, da’s een heel proces. Dat is niet zomaar gefikst met een paar regeltjes code, zoals je die aan een computer voert. Er is herhaling voor nodig, veel herhaling, en er is verwerkingstijd voor nodig, veel verwerkingstijd.

We zeggen wel eens: ‘Het moet inslijten, zoals karrenwielen in rulle grond langzaam een pad creëren.’

Dat is een mooie metafoor. Het creëren van karrenspoorpaden in rulle grond is moeizaam werk dat slechts traag vordert. Veranderingen in ons leven vragen om nieuwe karrenspoorpaden in ons limbische systeem. En het trekpaard voor de kar is: de neocortex.

Veranderen vermoeit

Er is nog een ander aspect dat veranderen lastig maakt: de neocortex is een energieslurper bij uitstek. Als het limbische systeem kan draaien op een waakvlam, dan verbrandt de neocortex een volle gaspit.

Bij een veranderingsproces hebben we die neocortex heel hard nodig. Elke stap, elke handeling van een nieuw aan te leren vaardigheid, kunnen we in het begin niet anders dan volledig bewust zetten. Een nieuw aan te leren gewoonte is ook zo’n vaardigheid. We maken haar ons slechts eigen als we ons hoofd er volledig bij hebben.

Blind typen met 10 vingers, het lijkt zo simpel als je het ziet. Maar wat als je, net als ik, je hele leven slechts 2 vingers als typegereedschappen hebt ingezet? Ik kan je vertellen, de omschakeling is een uiterst vermoeiende ervaring. Zo vermoeiend dat er in het leerproces vele momenten zijn dat je sterk verleid wordt om op te geven. Het geloof in de uiteindelijke winst wordt continue op de proef gesteld.

Het is vermoeiend om bij elke stap die je zet steeds een beroep te moeten doen op de neocortex. Het kost geweldig veel inspanning om die gaspit hoog te houden.

Het is voor het zoogdier in ons dan ook erg verleidelijk om snel te grijpen naar de automatische piloot. Die korte termijn energiezuinigheid zit ons biologisch ingebakken.

We snappen het best

Ons lichaam – en ons brein staat daar niet los van – weet niet beter dan dat het draait om overleven op de steppe. Snelheid en zuinigheid zijn daar de succesfactoren.

Dat overleven heeft echter een heel ander aanzien gekregen. Van de dreiging van het roofdier zijn we geëvolueerd naar de dreiging van onze eigen afvalstoffen.

Het is een geluk dat we die neocortex hebben. Daardoor snappen we dat en hebben we het besef dat we het tij moeten keren.

Dus dit is een positief verhaal. De weerstand en de verwarring van Kübler-Ross? We zullen er snel doorheen zijn. Dan kan de papieren tas aan zijn comeback beginnen.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Privacyverklaring