Waarom wilskracht hot is

Lagom is een trend uit Zweden lees ik in de NRC van 26 februari 2017. Nog nooit van gehoord; ik blijk schandelijk slecht op de hoogte.

Wat een eigenaardig woord.

Lagom betekent zoiets als matiging begrijp ik als ik verder lees: niet te veel en niet te weinig, van alles precies genoeg. Het artikel kopt dan ook: Zo weersta je alledaagse verleidingen. Prompt verschijnt ernaast – ik lees het op internet – een banneradvertentie die me in een snelle vakantietrip wil lokken. Het is tenslotte februari, we verlangen hevig naar wat warme zon.

Dit gaat over wilskracht. Lagom blijkt niets meer dan een aanhaakpunt uit het koude noorden om een hot westers item aan te snijden. Het is ironisch dat ik direct welgekozen op de proef wordt gesteld; ik zou mij er best in willen koesteren nu, in die warme zon. Gelukkig komt het hoogst ongelukkig uit, dus ik weet me te beheersen.

Wat maakt wilskracht hot?

Er wordt veel geschreven over wilskracht. Ik doe daar zelf vlijtig aan mee.

Wilskracht gaat over het hebben van voldoende doorzettingsvermogen om je leven in te richten zoals jij dat wilt. Meestal bedoelen we dan dat je volhardend bent in het najagen van je langetermijndoelen en dat je weerstand weet te bieden aan de verleidingen onderweg die je langetermijndoelen in de weg zitten. Zoals: ik wil fit en slank worden, ik zeg dus wat vaker nee dan ja tegen snacks, snoepgoed en borrels – met andere woorden: lagom.

Wilskracht is hot in onze samenleving. Hoe komt dat?

Ik zie hier 3 aanleidingen voor:

  1. De hoorn des overvloeds
  2. De waan van de vrije wil
  3. De hedonistische tredmolen

1. De hoorn des overvloeds

We hebben het goed. Ons inkomen gaat voor slechts 14% op aan voedings- en genotmiddelen (rapport Welvaart in Nederland 2016, CBS).

Jezelf kunnen voeden is geen zorg meer. Waar voor de middeleeuwse Nederlander elke dag een gevecht van overleven was, is het voor de 21e-eeuwer ondenkbaar dat hij van de honger omkomt. Voor diezelfde middeleeuwer was er overigens weinig sprake van genotmiddelen. Hij was al blij met zijn karige dagelijkse hap en maalde ook niet om de erbarmelijke kwaliteit ervan.

Misschien hebben we het zelfs wel te goed. We zijn namelijk helemaal niet afgestemd op overvloed. Ons biologische systeem denkt in termen van schaarste: altijd ziet het de dreiging van tekorten.

Zo was het natuurlijk ook in onze oorsprong, zo is het nog steeds in de dierenwereld. In de zomer foerageren de eekhoorn en de vlaamse gaai al voor de barre winter die eraan komt. Eikels, noten en zaden worden op alleen voor hen vindbare plekken in de grond gestopt om de tekorten straks op te vangen.

Het sleutelwoord is overleven. Om dat te kunnen is de mens – net als andere dieren – toegerust met een prachtig systeem van verlangen. Komt er voedsel voorbij, dan wordt dat systeem direct geactiveerd: het brein maakt dopamine aan. Die neurotransmitter zorgt voor een euforisch gevoel van belofte. Hij zegt: ‘Dit mag je niet laten lopen, want hier wordt je ontzettend blij van!’

Zo wordt een ongebreideld verlangen opgewekt dat zorgt dat we achter de beloning aan gaan, en… hem direct verorberen! Want anders dan bij de vlaamse gaai, bevindt onze natuurlijke overlevingsreserve zich niet in een onder de grond verstopte voorraad; wij sjouwen haar voortdurend mee in de vetlaag die we opbouwen.

Fantastisch zoals dat systeem ons beschermt, ware het niet dat we de natuurlijke schaarste in enkele eeuwen wisten te transformeren tot een onbegrensde overdaad. Ons biologische systeem heeft nog vele evolutiejaren nodig om zich hier opnieuw op af te stemmen. In die tussentijd is onze beschermheer van verlangen een wolf in schapenvacht. En die wolf draait overuren, want er zijn zó veel hapjes.

Onze wilskracht wordt zwaar op de proef gesteld. Voortdurend staan we bloot aan verleidingen. En we voelen instinctief dat iets anders dan wijzelf ons leven dirigeert. We voelen ons gemanipuleerd door marketing en media die steeds meer consumeerprikkels bedenken, maar ook door ons eigen onvermogen om aan alle verleidingen weerstand te bieden.

We groeien vast in onze eigen vetlaag en in onze huizen vol spullen, want het gaat allang niet meer alleen om hapjes. De hoorn des overvloeds is verstikkend. Geen wonder dat we wilskracht willen; dit patroon willen we ontvluchten.

2. De waan van de vrije wil

Onze wereld is maakbaar, menen we. Want wij hebben dat fantastische vermogen om zelf te bepalen wat ons overkomt; wij hebben onze vrije wil.

Ik moet je teleurstellen. Dit is een waan. We weten al zowat een halve eeuw dat de vrije wil niet bestaat. Daar is geen twijfel over, hoe onacceptabel je het ook vindt, hoe moeilijk je het jezelf ook voor kunt stellen, hoe oneens je het er ook mee bent.

Inderdaad, wij worden gedirigeerd, het ‘systeem’ heeft ons stuur in handen. Onze beslissingen zijn niet van ons, zij zijn een product van een onbewust mechanisme dat zich diep in ons manifesteert. Gestuurd door externe en interne prikkels die geprogrammeerde patronen in ons activeren, leven wij ons leven.

Onze bewuste gedachten foppen ons. Het zijn achteraf-projecties van wat binnenin allang bekokstoofd is. Het bedrog begint al bij de ervaring dat we voortdurend met ons volle bewustzijn bezig zijn. Maar we hebben ze zelden, die bewuste gedachten. Vrijwel alles binnenin ons speelt zich buiten ons besef af. De beslissingen van ons brein vormen daarop geen uitzondering.

Wij zijn niet de makers van onze wereld. Onze wereld maakt zichzelf, ons incluis. Wij zijn vervolgens haar willoze instrumenten in een oneindige reeks van bewegingen, eigenlijk één tijdloze beweging zonder oorzaak of gevolg.

Een frustrerende gedachte. Maar, als om het goed te maken, doet diezelfde wereld ons de waan van een vrije wil cadeau. We mogen menen dat we het allemaal zelf bedacht hebben. Wij mogen alle credits innen. Het ‘systeem’ maalt daar niet om. Het staat ver daarboven.

Diezelfde waan van de vrije wil heeft ons in de recente eeuwen een steeds groter zelfbeeld gegeven. Vanaf de Verlichting (18e eeuw) kregen we meer en meer het idee dat we over ons eigen lot konden besluiten. We leerden het systeem beetje bij beetje uiteen te rafelen. We gingen er iets van begrijpen. We ontdekten een aantal wetmatigheden. De wetenschap werd belangrijk, de rede kon steeds meer verklaren.

Zo werd het systeem minder geheimzinnig en ontstond er een belangrijk nieuw concept: zelfbeschikking. Want nu we een fractie van het systeem snapten, konden we – zo meenden we – er voortaan boven staan en het besturen. Zelfbeschikking is zoiets als los staan van het geheel.

Het is natuurlijk pure arrogantie. Steeds worden we er mee geconfronteerd dat we toch behoorlijk onmachtig zijn. Hoe kan het toch, vragen we ons dan af, dat we onze wereld kunnen maken naar onze wens, maar daar voortdurend zo slecht in slagen? Dat is het raadsel dat ons behoorlijk dwarszit. En, geheel in de gedachte van de waan van de vrije wil – ofwel de waan van de maakbaarheid – bedenken we een instrument dat ons onmisbaar lijkt om de queeste alsnog te volbrengen. We noemen het wilskracht en het lijkt bij voorbaat kansloos.

3. De hedonistische tredmolen

Jij en ik, we zoeken geluk. Het is de diepste behoefte die in elk mens leeft: het is de reden van ons leven.

Het ergste dat een mens kan overkomen is als geluk niet meer voor hem lijkt weggelegd. Geluk is een staat van zijn, maar een geestelijke ziekte of een ander voorval in het leven kan iemand de mogelijkheid ontnemen om die staat van zijn te bereiken. Als een mens dat ervaart, verliest hij alle levenslust en ziet hij niet zelden nog maar één radeloze uitweg.

Zo belangrijk is dus geluk. Het is dan ook ons continue streven om die staat van zijn te bereiken. Maar hoe doen we dat in de praktijk?

Volgens de vereenvoudigde geluksformule uit Authentic Happiness van de fameuze psycholoog Martin Seligman, is geluk een optelsom van 3 componenten:

  • Geluksbereik
  • Omstandigheden
  • Vrijwillige variabelen

Elke component draagt voor een min of meer vast percentage bij aan ons totale geluksniveau. Geluksbereik doet dat voor 50%, omstandigheden voor 10% en vrijwillige variabelen voor 40%.

Het geluksbereik is voorbeschikt. Voor elk mens. Het ligt vast in de genen. Het is de belangrijkste erfenis van onze ouders. Niet iedereen erft helaas hetzelfde. De ene mens smaakt door zijn genetische constitutie meer geluk dan de ander. Vooralsnog valt daar niets aan te versleutelen, we hebben er geen invloed op.

Maar daarom niet getreurd, er zijn nog 50 andere procenten waar we wel degelijk iets mee kunnen. Daar maken de component omstandigheden en de component vrijwillige variabelen de dienst uit.

De omstandigheden zijn de zaken waarmee wij ons omringen en de dingen die ons overkomen. Hieronder vallen materiële bezittingen, financiën, al of niet getrouwd zijn, gezondheid, opleiding, uiterlijk, enzovoort.

De vrijwillige variabelen zijn al die manieren die we hebben om positieve emoties te activeren, bijvoorbeeld:

  • Dankbaarheid uiten voor de goede dingen die je hebt ervaren
  • Bewust omgaan met de genoegens van het leven (een gezellig diner, een mooie film, een spannend boek)
  • Onrecht vergeven
  • Streven naar flow-ervaringen door jezelf uit te dagen
  • Je beroep zo inrichten dat je er voldoening in vindt
  • Jezelf steeds ontwikkelen
  • Anderen gelukkig maken

En hier piept dan een bizar fenomeen om de hoek: de hedonistische tredmolen.

We zijn voortdurend op jacht naar uiterlijke verworvenheden en we negeren stelselmatig het instrument van de positieve emoties. Niet beseffend dat we daarmee onevenredig veel aandacht geven aan de minst invloedrijke gelukscomponent:  omstandigheden. We focussen ons op slechts 10% invloed. En zelfs minder dan dat, want uiterlijke verworvenheden zijn niet meer dan een klein deel van deze component.

Het wordt nog bizarrer. De hedonistische tredmolen vormt volgens Seligman zelfs een blokkade voor het verhogen van je geluksniveau. Want we wennen aan uiterlijke verworvenheden. We accepteren ze na verloop van tijd als vanzelfsprekend. Dan dragen ze niet meer bij aan ons geluksniveau en zullen we meer materiële bezittingen en successen moeten verzamelen om het vroegere effect te evenaren.

Zo jakkeren we voort en voort. Onderweg wordt het gejaag in de tredmolen nog eens versterkt, doordat we onszelf voortdurend afmeten aan anderen. Het is typerend voor onze samenleving om te denken dat je pas geslaagd bent als je de ander overtreft in verworvenheden. We creëren de ultieme ratrace.

En zo doet de hedonistische tredmolen zijn vernietigende werk. We verwarren geluk met uiterlijke kenmerken, we oogsten niet wat we beogen, maar rennen als een dolgedraaide hamster in haar molen.

In zo’n tredmolen is er steeds meer doorzettingsvermogen voor nodig om aan de torenhoge verwachtingen te voldoen. Het is dus, ook vanuit dit licht beschouwd, niet heel vreemd dat wilskracht hot is.

De misleiding van onze perceptie

Ik weet het, ik schets een cynisch beeld:

  • We storten ons als lemmingen in een verstikkende hoorn des overvloeds
  • We volgen het valse spoor van de vrije wil om maar de illusie te kunnen behouden dat alles maakbaar is
  • We gedragen ons als een hedonistische hamster die zich dood draaft in haar molen

En om deze verslavingen vol te houden, misbruiken we het instrument dat wilskracht heet. Het is als toen we het buskruit ontdekten: er viel ons werkelijk niets anders in dan er bommen mee te maken.

Er is natuurlijk nog een andere weg. Want feitelijk zoeken we slechts iets simpels: geluk.

Het probleem met ons mensen is dat we menen dat geluk een stralende wereld is die ergens aan het einde van een zwaar begaanbaar pad op ons wacht. We zetten vervolgens al onze wilskracht in om dat pad succesvol te bewandelen.

Slechts weinigen slagen daarin. Maar ook de succesvollen zijn net zo slecht af als degenen die falen. Want met elke stap die gezet wordt, zet ook de stralende wereld een stap. Het is de worst die we aan een hengel voor ons uit dragen. Je komt er nooit.

De misleiding zit in onze perceptie. Wat we zoeken, is er al. Ter plekke, waar we lopen. De zwaarte van het pad daagt ons uit onszelf te ontwikkelen. En wie zich ontwikkelt, ontvangt geluk. Ogenblikkelijk, of liever ‘instantly’, zoals het Engels zo mooi uitdrukt.

In al zijn zwaarte biedt het pad ons lichtheid.

Vind je dat ik cynisch was daarnet? Friedrich Nietzsche kon er pas wat van. Hij zei:

‘Gij wilt zo mogelijk het lijden afschaffen; en wij? Wij willen waarschijnlijk liever dat het heviger en heviger wordt dan ooit tevoren.’

Friedrich Nietzsche vond geluk in het gewicht van het pad. Als één van weinig filosofen, zo lees ik in Alain de Bottons De troost van de filosofie, zong hij de lof van moeilijkheden. Hij had ingezien dat alle zwaarte toegejuicht moet worden. Want de paradox is, zo beredeneerde hij, dat het doorleven ervan voldoening geeft.

Vergeet lagom, wij hebben wilskracht maar voor één ding nodig: het durven zien van de andere perceptie.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach – PCC gecertificeerd door ICF – International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

0 reacties… add one

Geef een reactie