Wat hebben we nog aan optimisme?

‘Het gaat erom dat het de goede richting in beweegt’, hoor ik een vrouwenstem achter me zeggen.

Het is maandagavond 11 juni 2018. We nemen deel aan een debat in de Rode Hoed in Amsterdam. Het thema is: Fossielvrij: het nieuwe normaal? Ik heb zojuist opgemerkt dat ik vind dat de meneer die verkondigde dat hij besloten heeft na vanavond geen bitterballen meer te eten – ‘het is het laatste wat ik eet waar nog vlees in zit’ – ook waardering verdient.

‘Alle stappen tellen, ook al lijken ze soms te onbetekenend in relatie tot de urgentie van het probleem. We hebben iedereen nodig, we mogen niemand wegwuiven of weglachen.’ En nu krijg ik bijval. Ik draai me om en zie een vriendelijke dame op leeftijd. Ze kijkt me met een glimlach aan.

Nu en dan gaat het er fel aan toe deze avond. De vraag die voor ons ligt, is dan ook geen kleine: waarom zijn wij zo fossiel? We moeten af van de fossiele brandstoffen maar het gaat lang niet snel genoeg. De klimaatverandering is niet meer aanstaande maar al volop bezig. Het probleem vereist directe en onvoorwaardelijke eendracht. Maar er dreigt voortdurend tweespalt, ook hier in de zaal. Aan de ene kant zijn er de activisten die grote stappen willen zetten; aan de andere kant staan de mensen – al of niet zich net bewust van de omvang van het probleem – die kleine bijdragen leveren in de individuele sfeer.

Later die avond spreken we elkaar nog even, mijn achterbuurvrouw en ik. Ze stelt zich voor als Joos Ockels. Ze is de weduwe van astronaut Wubbo Ockels en bij het thema betrokken via het werk van haar overleden man. Hij zette zich op allerlei fronten in voor een duurzame wereld. Zij zet zijn missie voort, onder meer via happyenergy.com.

Joos vertelt dat optimisme de rode draad in Wubbo’s leven was. Positief en hoopvol blijven is de beste basis om problemen het hoofd te bieden, zo was zijn overtuiging. Hij handelde altijd vanuit zijn lijfspreuk: optimisme is een verantwoordelijkheid.

Hoezo optimisme?

Optimisme is vooruitgangsgeloof, vertrouwen in de toekomst. Daaruit putten mensen kracht, het creëert een atmosfeer waarin de schouders eronder gaan want ‘we zullen het redden’.

Optimisme is een bakermat voor positief emotionele betrokkenheid. En als we iets nodig hebben bij grote maatschappelijke problemen dan is het dat. En liefst niet bij de problemen alleen, maar vooral ook bij de samenleving, de mensheid als geheel – of veel beter nog, ook daarbuiten: het dieren- en plantenrijk, de rotsen en rivieren, de oceanen en de atmosfeer; bij die hele, kwetsbare kleine blauwe planeet die eenzaam rondzweeft in de onmetelijke zwarte ruimte, en waar ook wij uit gemaakt zijn.

Er is behoefte aan een hoopvol verhaal dat het individu verbindt met dat totaal, niemand uitgesloten. Dus we hebben tolerantie nodig, dat wil zeggen: een optimistische kijk op elkaar. Een kijk die respecteert en waardeert. Daarmee smeden we die gemeenschapszin die we zo nodig hebben om de zaak te redden.

We moeten veranderen, dat is zeker, maar we moeten veranderen zonder te vechten, zonder elkaar te stresseren, zonder elkaar onredelijk onder druk te zetten. Het probleem vereist samenwerking, en vechten creëert kampen. Kampen zijn bommen onder elke samenwerking. Ze zijn volledig in strijd met elk idee van duurzaamheid.

We hebben een gevoel van vrede en evenwicht nodig, een tevredenheid met alles wat we hebben en acceptatie van de gebrekkigheid die daarbij hoort – zelfs van de rampen die ons gaan overkomen; hun onafwendbaarheid wordt elke dag bewezen. We mogen niet in de blokkade van angst vervallen noch in apathie noch in bevriezende vijandigheid. Wat overblijft is optimisme.

Optimisme als morele plicht

Optimisme is geen egoïsme. Toch leeft dat idee bij veel mensen, met name in het Westen. Bijna een eeuw neoliberaal denken heeft die gedachte tot een overtuiging gemaakt – laat het individu in de vrije markt zijn gang maar gaan, dan komt het allemaal wel goed.

Inmiddels hebben we ontdekt dat die vrije markt helemaal niet bestaat. Er is altijd een overheid die intervenieert. Ze herverdeelt welvaart, treedt sturend op met belastingregels, kondigt protectionistische maatregelen af. En is het niet de overheid dan zijn het wel de reuzenondernemingen en banken met hun machtige miljarden, die aan de joystick van de markt zwengelen.

En wat het individu betreft: het neoliberale denken heeft hem geleerd alle verantwoordelijkheid te vertalen in monetaire getallen en monetaire prikkels. Als hij maar netjes zijn rente betaalt, zijn hypotheek aflost, zijn huur voldoet, zijn boodschappen pint, zijn belasting afdraagt, zijn liefdadigheidsdonaties stort, dan heeft hij aan alle plichten voldaan, dan mogen de luidsprekers voluit, dan mogen het bier en de wijn vloeien, dan hoeft hij met niemand consideratie te hebben, dan ruimt de allochtone schoonmaker de lege petflesjes en blikjes wel achter zijn rug op.

Nee, het ware optimisme is een karaktertrek van gemeenschapszin. De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper zei in een interview in 1993, kort voor zijn dood: ‘De toekomst hangt af van wat wij doen. Wij dragen alle verantwoordelijkheid. Dus het is onze plicht, niet om het kwaad te voorspellen, maar om te vechten voor een betere wereld.’ (Bron: de Volkskrant, Optimisme is een opdracht, Yvonne Zonderop, 8 januari 2005.)

Popper doelde op de kwaadaardigheid van totalitaire regimes – hij was een groot pleitbezorger van de liberale democratie. Wij hebben te maken met een andere kwaadaardigheid: de terugslag van ons maatschappelijke en ecologische falen. Die terugslag is – ironisch – een product is van de liberale democratie, en neemt inmiddels zo’n omvang aan dat hij de hoop drukt bij veel mensen en licht kan ontvlammen in totalitaire stuipen.

‘Optimism is a moral duty’, concludeerde Popper. Hoezeer lijkt die conclusie niet op de lijfspreuk van Wubbo Ockels? Vijfentwintig jaar na het interview van Karl Popper is zijn gedachtegoed nog zeer actueel.

De dictator

Ik hoor mensen steeds makkelijker roepen: ‘We hebben een wijze dictator nodig, dit redden we niet met een democratie!’

Dat is een levensgevaarlijke gedachte, een ontkenning van de geschiedenis en een grove misvatting. Dat is je terugtrekken in een isolationistische vesting en denken dat alles van daaruit te beheersen is. Het is het bedrieglijke idee dat de macht van het individu de juiste daadkracht oplevert.

Aan de overkant van de grote plas zien we een mooi voorbeeld. Daar heerst zo’n daadkrachtig individu. Het resultaat is slechts erkenning voor de eigen wijsheid. Er is geen ruimte noch een luisterend oor voor anderen, tenzij ze met hem scanderen: ‘Build that wall!’ Intussen worden de problemen die de leider onwelgevallig zijn glashard ontkend.

Gelukkig kan een democratie – zolang zij een democratie blijft – zich ontdoen van haar vergissingen. Karl Popper had goede redenen om geestdriftig aan het democratische model te hechten.

Het is overigens geen persoonlijke hersenschim die ik hier aanroer. Door steeds meer mensen wordt het democratische model daadwerkelijk in twijfel getrokken. Daarbij is er een opvallend verschil tussen oud en jong. Driekwart van de ouderen vindt het nog zeer belangrijk in een democratie te leven; bij de jongeren (onder de dertig) is dat slechts een vierde (uit: Wat op het spel staat, Philipp Blom, 2017). Misschien goed om de ongemakkelijke ontdekking over China nog eens te lezen.

Het draagvlak

De paradox is dat een naar binnen gerichte houding ons precies gebracht heeft waar we zijn. We moeten daarom geen dictators willen om het tij te keren, hoe groot onze haast op dit moment ook is. Democratie is een kans om iedereen deelgenoot te maken.

Het lijkt een cliché maar het zit gewoon in onze genen: we hebben verbinding nodig, we hebben elkaar nodig. Wij zijn een sociaal wezen. Onze evolutionaire geschiedenis en ons succes (hoewel dat woord misschien tijdelijk tussen aanhalingstekens moet) zijn ervan doordrenkt. Door verbinding zijn wij in staat, net als alle sociale wezens, zaken tot stand te brengen die mijlenver boven het individu uitstijgen. Zaken waar ieder mens haar of zijn specifieke aandeel in heeft, haar of zijn specifieke talent in kwijt kan, en uiteindelijk zichzelf in herkent. Die herkenning die al die individuen hebben in de grote zaak, maakt het draagvlak sterk voor die grote zaak.

Bij een dictatuur vervallen we in delen, in binnengeslotenen en buitengeslotenen, in vijandschap. Waar is dan nog het draagvlak? Hoe valt dat te rijmen met duurzaamheid?

Als optimisme een noodzakelijke verantwoordelijkheid is en een noodzakelijke morele plicht, dan dienen we te werken aan onze democratie. Dat is de staatsvorm waaronder optimisme kan gedijen.

De grootste vijand

Haast is onze grootste vijand. Hij heeft ons de problemen in geloodst. We hebben nu geen tijd meer voor haast, voor quick and dirty oplossingen, voor het externaliseren van de negatieve effecten van ons gedrag alsof ze ons niet aangaan, voor het ontkennen van problemen alsof ze ons niet zullen deren, voor wijze dictators die de problemen gaan fiksen. We hebben al veel te lang de zaken te simplistisch voorgesteld; met snelle oplossingen creëerden we steeds nieuwe problemen. We dienen onze westerse haast vaarwel te zeggen en te streven naar oplossingen die all-inclusive zijn.

We dienen ook te leven met het besef dat we deel uitmaken van een proces, een weg die we nou eenmaal af hebben te leggen. Vooral dat is een grote uitdaging. Het is geen vijf voor twaalf meer, het is vijf óver twaalf; we worden vrijwel dagelijks getrakteerd op een wake-upcall. De kans is groot dat onze weg zich decennialang neerwaarts beweegt voor we de opgaande lijn weer bemerken. Aan ons de uitdaging dat te aanvaarden en daar toch volhardend en evenwichtig bij te blijven. En niet als vanouds te vallen voor de illusie van de haastige shortcuts. Een dosis optimisme zal ons daarbij grote diensten bewijzen.

De laatste kans

Er zijn nu mogelijkheden waar vorige generaties niet van konden dromen. We hebben optimisme nodig om die mogelijkheden in te zetten. Laten we onze laatste kans niet verprutsen.

Leo Tolstoj noemde de twee belangrijkste krachten in de geschiedenis tijd en geduld. Dat mag op dit moment beperkend voelen, toch hebben we op die twee te vertrouwen. En op onszelf, allemaal tezamen.

En natuurlijk, zo’n optimistische houding zal ons niets garanderen; pessimisme, apathie, lethargie, totalitair handelen en blinde haast zullen dat wel. Juist daarom is optimisme een verantwoordelijkheid. 

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

6 reacties… add one
  • Sanja 19 jun 2018, 11:34

    Beste Stan, Mooi artikel en ik ben het helemaal met je eens.

  • Berthy Salden-Lenssen 19 jun 2018, 11:48

    Goed stuk Stan!

  • Caroline 19 jun 2018, 12:03

    Wat een wijs en optimistisch stuk heb je geschreven Stan! Optimisme als verantwoordelijkheid en tegenwicht. Mocht het me af en toe toch nog verlaten, dan zal ik jouw stuk herlezen om mijn optimisme weer te voeden. Dank je wel!

    • Stan Lenssen 19 jun 2018, 12:10

      En daar wordt ik dan weer heel blij en optimistisch van Caroline. Je raakt de kern van wat optimisme betekent: voeding voor vooruitgang!

Geef een reactie

Privacyverklaring