Wat moet je dan nog met goud?

Op 15 november 1884 staken 15 machtige Europese naties de koppen bijeen. Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje en andere mogendheden ontmoetten elkaar in wat is gaan heten de Koloniale Conferentie van Berlijn. Voornaamste doel van de bijeenkomst: Afrika verdelen!

Het liep tegen het einde van een tijdperk. De meeste uithoeken van de aarde waren ontdekt. Grote delen van de overzeese continenten waren gekolonialiseerd. Door voornamelijk West-Europese staten. Veel was er niet meer over om nog in te palmen. Maar er was één continent, relatief dichtbij, waar nog rijkdom te halen leek.

Verschillende grote staten hadden met afgunst moeten constateren hoe soms kleine naties, zoals Nederland, België en Portugal, via listige tactieken, en vaker nog, meer door dom toeval dan door wijsheid, het kolonialisatiespel in de voorbije paar eeuwen uiterst lucratief hadden gespeeld.

Nu was het de beurt aan Duitsland en een aantal andere grote landen om zich te laten gelden. Althans, zo vonden zijzelf. En Afrika lag daar als een rijpe vrucht, om zo geplukt te worden; als een  laatste kans om de keizer overzee te spelen. Want ze moesten snel zijn. Er werd inmiddels al 20 jaar lang militair gestreden om grote gebieden.

Het instrument om het continent te verdelen was een simpele lineaal. De lijnen werden getrokken, dwars door stammen en bevolkingsgroepen. Ongevraagd en zonder enige compassie beslisten deftige witte mannen in het verre, kille Europa over het thuis van de Afrikanen. Onder de warme zon op het paradijselijke Afrikaanse continent leefde men intussen zijn leven. De mensen daar hadden geen enkele weet van de donkere wolken die in Europa samenpakten om hun kant op te drijven.

Het was de start van een ellendige Afrikaanse toekomst. Een toekomst die wij nu in de 20e en 21e eeuw aanschouwen. Want de effecten van dit staaltje van arrogant imperialisme zijn anderhalve eeuw later nog volop aan het woeden. Als we op de landkaart kijken kunnen we de opvallende strakke littekens die de lineaal heeft achtergelaten zien. Uit verschillende ervan vloeit letterlijk nog bloed.

De conferentie werd op 26 februari 1885 afgesloten. Duitsland kon tevreden zijn. De lineaal had meer dan een miljoen vierkante kilometer aan de Europese mogendheid toegekend. 14 miljoen Afrikanen zouden Duits onderdaan worden. Zelf wisten ze nog van niets.

Wij kennen het gebied nu als Namibië. Een groot land aan de zuidwest kust van het continent, dat aanschurkt tegen benedenbuur Zuid-Afrika. Neerbuigend werden de Khoisanvolken die er woonden Hottentotten genoemd. Een scheldwoord en een erfenis van de Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika.

Maar het waren trotse mensen en er barstte een grote vrijheidsstrijd los. De Khoisan, met hun fijne haast Aziatische trekken, lieten zich niet zomaar onderwerpen. Zij hielden zich lang staande tegen de Duitse bezetter. Uit hun midden stond een van de grootste vrijheidsstrijders uit de Afrikaanse geschiedenis op: Hendrik Witbooi (uit: Ik ben Hendrik Witbooi, Conny Braam). Zijn Nederlands klinkende naam verwijst cynisch naar dat andere koloniale verleden van zuidelijk Afrika.

Er werd goud gevonden

Het was een botsing van culturen. De Duitse Europeanen hadden hun hang naar het materiële. Zij bouwden hun pompeuze koloniale huizen, reden hun chique rijtuigen en kleedden zich rijk. Zij hadden hun strakke hiërarchie en de drang over de ander te heersen. Zij claimden leefruimte van Moeder Aarde en paalden gebieden af als ware het hun bezit.

Daartegenover stonden de Khoisan, wars van pracht en praal. Bezit zei hen weinig, grenzen kenden ze niet. De Khoisan volgden hun vee. In zijn drang om te grazen wees het hen de weg naar vruchtbare gronden. Daar streken zij neer in eenvoudige nederzettingen van pontoks: kegelvormige hutten, comfortabel gebouwd van takken, leem en huiden.

De Khoisan combineerden een sterk besef van vrijheid met een groot respect voor de ander. Een stam die het leefgebied van een andere stam betrad en verzocht om hulp in de vorm van voedsel of water, werd altijd geholpen. Onvoorwaardelijk. Dat was een ongeschreven wet.

Van geld hadden ze een grote afkeer. Het maakte je ondergeschikt en afhankelijk. In hun streken werd goud gevonden, maar het betekende niets voor de Khoisan. Wat moest je met goud als het water en voedsel was waarvan je leefde?

De Khoisan hadden het allemaal niet nodig. Zij leefden al generaties lang, zonder enige materiële rijkdom, goed en gelukkig op de gronden die Afrika hen bood. Helaas, de Europeanen verlangden het des te meer…

Onder de palmboom

Afrika en Europa zijn nog steeds culturen die botsen. Wij met ons najagen van steeds hogere ambities en onze verering van het materiële. En daarnaast de Afrikanen die het moeten doen met ons oordeel als zouden zij werkschuw zijn en weinig proactief.

Daarbij vragen we ons voor het gemak maar niet af of het misschien om andere waardes gaat die we in hen herkennen. Bijvoorbeeld mindful kunnen leven en bescheiden en respectvol zijn; ik vul er maar even een paar alternatieven voor in. Dat zijn waardes die wij niet zelden in onszelf zouden willen vinden.

Ik herinner mij een gesprek, jaren terug bij mijn oude werkgever Philips. Het ging over ondernemen, een eigen bedrijf starten en in een ander tempo leven. De collega die ik sprak gaf toe dat hij helemaal klaar was met het gejaag en de verstikking van de materiële verplichtingen. Hij was op zoek naar onthaasting – een woord dat toen heel populair was – en eenvoud. Hij miste iets essentieels in zijn toenmalige leven. Hij vertelde letterlijk dat hij wel als een Afrikaan af en toe onder een boom bij de ondergaande zon simpelweg zou willen kunnen genieten van wat de dag hem gegeven had.

Er is dat grappige gezegde dat de Afrikanen over zichzelf gebruiken:

In het westen hebben ze horloges, maar wij hebben de tijd.

Wij hebben toekomstplannen. Ik ben ervan overtuigd dat dat voor andere culturen niet anders is. Maar in de haast om die toekomstplannen te realiseren manifesteert zich bij ons een onvermogen om het heden óók te leven. Ik weet dat, want ik ben een westerling.

Het lijntje naar het heden

Er ligt een lijntje tussen het heden en de toekomst. Dat klinkt als vanzelfsprekend. Toch is dat lijntje doorgeknipt in ons westerse handelen. En dat is jammer, want juist in de verbinding van dat lijntje ligt de mogelijkheid om naar toekomstige doelen te streven en tegelijkertijd te genieten van het heden.

Als wij onszelf verplaatsen in de toekomst en we stellen ons voor dat we onze plannen aan het realiseren zijn, dan vormt zich een eigenaardig beeld. Het is alsof die persoon in de toekomst een vreemde is (De kracht van wilskracht, Kelly McGonigal). En wij kijken naar die vreemdeling: hij doet wat wij graag zouden willen doen, als in een film. We dwalen af van het heden en vergapen ons aan de film van wat komen gaat.

En knip, weg is de connectie met het heden. Je vergeet het nu, je vergeet jezelf. Intussen rolt de film vrolijk door om, eenmaal aangekomen op die magische plek ver weg in de tijd, te onthullen dat de plot zich totaal anders ontvouwt.

Het is makkelijk afspraken maken met een anonieme held in de toekomst; je kunt ze ongestraft breken.

Of is er toch een straf? We bereiken immers niet wat we willen.

Een onbetrouwbaar sujet

We vertrouwen helemaal op die held in de toekomst. Die vreemdeling zal het wel voor ons fiksen. Intussen leven we onbewust het heden. We laten ons sturen door ons dierlijke systeem van verlangen. Dat wil zeggen dat we reageren op elk dopamineshot dat ons brein afgeeft: de Facebook-pling van de mobiel, de frituurlucht van de take-away, de ferrarirode hoogglans van de BMW-reclame; de ‘vriend’ móet beantwoord, de kroket móet gegeten, de nieuwste auto móet gekocht.

We leven niet echt, de tijd passeert volkomen animaal. We werken helemaal niet toe naar onze toekomstige doelen. De vreemdeling-held blijkt dan ook uiterst onbetrouwbaar.

Maar natuurlijk zijn we zelf het onbetrouwbare sujet: de directe verleidingen zijn ons te aanlokkelijk. Wij laten ze met gemak winnen van het haast oneigen beeld ver weg.

Eigenlijk zijn we helemaal niet bezig met wat we werkelijk willen bereiken. Maar we genieten ook niet van het heden. De grote paradox is dat door niet te streven naar de toekomst ons ook het genoegen van het welbevinden in het heden ontglipt. En welbevinden kun je nou eenmaal nergens anders vinden dan in het heden.

‘Knip, de connectie weg’ betekent dat we nooit als die Afrikaan zullen genieten onder de boom. We laten ons zo misleiden door de verlokkingen in het directe dat we simpelweg over het hoofd zien dat voor echt welbevinden een vol bewustzijn nodig is. Ons gedrag is haast plantaardig; zo afhankelijk en instinctief is het.

Een aangenaam leven

Wat staat ons te doen?

Denken aan de toekomst is niet verkeerd; in principe is het een goede activiteit, het verhoogt de verbondenheid met de toekomstige ik begrijp ik uit Kelly McGonigals boek. De vreemdeling-held wordt langzaamaan ik-de-held. Dat maakt het makkelijker het doel ver weg daadwerkelijk te bereiken.

Het antwoord ligt dan ook in ons gedrag in het heden. De paradox is te doorbreken door bewuster te leven. Het aloude adagium ‘pluk de dag’ doet hier opgeld. Maar verwar ‘pluk de dag’ niet met plantaardig gedrag.

Door het instinctieve leven te verlaten en het bewuste leven te betreden, onstaat zicht op de weg die je aflegt richting ik-de-held. Je gaat beseffen – en vooral ook intens voelen – dat je jezelf ontwikkelt, dat je groeit als mens. Dat is echt welbevinden; het voelt veel warmer dan een Facebook-vriend, een kroket uit het vet of het rood van ferrari.

‘Pluk de dag’ is elk moment bewust genieten van het groeiproces. Een mens gaat het leven dan anders waarderen. Wat echt belangrijk is, drijft naar boven. Wat er niet zo toe doet, slokt je minder op. Het leven wordt mindful en aangenaam. De cadeaus zijn dat je ‘in control’ raakt en dat je materiële eisen meer bescheiden worden. Je kunt met minder toe, want de waan van de westerse verleidingen heb je ingeruild voor een grotere rijkdom.

Goud betekende niets voor de Khoisan. Zij voelden zich een met het Afrikaanse land; zonder grenzen, zonder bezit, zonder pracht en praal. Zij vertrouwden op hun vee, schonken elkaar respect en genoten van hun vrijheid.

Hun nomadische bestaan kan in onze ogen een hard en arm leven zijn. Maar pas op, dat is een westers oordeel. Want – naar dat Afrikaanse gezegde – wie gunt zichzelf dat enige dat de mens werkelijk toebehoort in zijn leven?

Foto: Bundesarchiv, Bild 105-DSWA0034 / Walther Dobbertin / CC-BY-SA 3.0

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach - PCC gecertificeerd door ICF - International Coach Federation. Ik ben mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.

2 reacties… add one

  • Yvet 30 mei 2017, 15:56

    Hoi Stan,

    Mooi geschreven, geeft stof tot nadenken! En precies datgene wat ik nastreef, maar wat zeker niet altijd een makkelijke weg is. Dank voor de inspiratie!
    Groet, Yvet

    • Stan Lenssen 30 mei 2017, 16:47

      Dag Yvet,
      Dank je wel voor je reactie. Erg fijn om te lezen dat je inspiratie uit het artikel haalt.
      Warme groet,
      Stan

Geef een reactie