We zijn niet wat we denken

We weten het niet zeker, maar vermoedelijk begon de ellende toen we rechtop gingen lopen. Onze handen kwamen vrij om met soortgenoten te communiceren. Tot dan toe waren we een eenvoudig, kruipend dier – nu werden we een talig wezen.

Taal bleek een openbaring. Bestond zij eerst vooral uit gebaren, later kwamen er geluiden bij. Toen wij die toevoeging gingen hanteren, werd onze uitdrukkingsvaardigheid een stuk gevarieerder … en was het hek van de dam.

Taal was de aftrap voor ons denken. Wij ontdekten dat zij ons iets kon laten doen wat geen enkele aardse soort vóór ons ooit had gepresteerd: met taal konden wij zaken verzinnen, gebeurtenissen fantaseren, het verleden oprakelen en de toekomst projecteren.

De truc om dat allemaal voor elkaar te krijgen, was niet zozeer het woord tot de ander te richten; de truc was jezelf toe te spreken, stilletjes in je hoofd.

Het denken was geboren!

De cognitieve revolutie

Geen mens die het precies weet; we gissen dat taal zich zo’n 500 duizend tot 50 duizend jaar geleden begon te ontwikkelen (uit: Siddhartha’s brein van James Kingsland (2016)). Taal werd het schitterende fundament voor een groot, uniek menselijk avontuur dat zo’n 70 tot 30 duizend jaar terug, ook dat is gissen, startte: de cognitieve revolutie (uit: Sapiens van Yuval Noah Harari (2017)).

Cognitie is het verwerken van waargenomen informatie in een proces van denken. Zo saai als dat klinkt, zo spectaculair is het.

Nu konden we ons dingen voorstellen die nog niet bestonden in de wereld. Van daaruit was het maar een kleine stap naar realiseren. En alle problemen en obstakels die we daarbij tegenkwamen, wisten we met diezelfde vermogens te tackelen. Wat we steeds deden, was gewoon weer iets niet-bestaands erbij bedenken en realiseren. En kijk om je heen, enkele tienduizenden jaren na dato, hoe die wereld naar onze hand is veranderd, de hand van dat dier dat zich aan het kruipen wist te onttrekken.

Intussen ‘bedenken’ we maar door en blijven we obstakels die ons in de weg staan, tackelen. We doen dat inmiddels met een ongelofelijk veel hogere snelheid dan de homo sapiensen die zich als eerste oprichtten  – de revolutie is nog lang niet uitgewoed.

Een mentaal probleem

Homo sapiens heeft waarschijnlijk de wereld veroverd dankzij zijn hoog ontwikkelde taalvaardigheden. Diezelfde taal is, eveneens waarschijnlijk, zijn grootste psychische last.

Taal is ‘het “materiaal” van de gedachten’ verklaart James Kingsland (2016) treffend in zijn boek Siddhartha’s brein. Vervolgens voert hij aanwijzingen op die taal rechtstreeks verbinden met allerlei psychische aandoeningen, van ADHD en angststoornissen tot schizofrenie en bipolaire stoornis. Eerlijk gezegd, er dient nog wel wat onderzocht te worden, maar hoe het ook zij: wij zijn de enige dieren die piekeren!

Zo zijn we weer terug bij het woord ‘ellende’ waar dit artikel mee aanving. Taal opende de poort naar reflecteren: wij kregen een bewustzijn en gingen naar onszelf kijken. Voor de meeste individuen is dat geen pretje, en dat wordt niet veroorzaakt door wat zij daar zien, het probleem zit hem in de aard van de gedachten die zij daarbij hebben.

Heb je je wel eens boos gemaakt om wat een ander over jou leek te vinden? Ik herinner me verschillende situaties. Heel vroeger, van de buschauffeur, toen je aan de deur nog je kaartje kocht: hij vond dat het allemaal wel wat sneller kon bij het tevoorschijn halen van mijn kleingeld. Of van een recenter datum, in een cursusklas, waar een docent op mijn opmerking over een onderwerp reageerde alsof ik er niets van had begrepen.

Het probleem met dat soort situaties is dat onze gedachten ermee aan de haal gaan. Wij projecteren ze op onszelf, wij maken ze persoonlijk. Wij creëren er gedachten over waarmee we ons vereenzelvigen.

En dan begint het gedonder. Er ontstaan gevoelens van een gevaarlijk persoonlijke aard. Want het zal je maar gebeuren dat je wordt ontmaskerd als een trage slak! Of: je dacht dat je zo slim was, blijk je plots een dom konijn! En dat allemaal ‘en plein public’, met tientallen ogen op je gericht, stiekem lachend.

Fijn hoor die taal, dat denken en de cognitieve revolutie; wij werden een spiegelende aap – en een aap kunnen we ons soms voelen. En dan zijn mijn voorbeelden nog maar kleintjes; ik weet zeker dat er lezers zijn die met het grootste gemak veel ellendiger herinneringen weten op te diepen.

Hoe reëel is het probleem?

Maar laten we eens afstand nemen. Hoogleraar en psycholoog Ap Dijksterhuis (2015) zegt in zijn boek Op naar geluk iets belangrijks over dat spiegelen:

‘We zijn geneigd ons te identificeren met die gedachten, maar daarmee misleiden we onszelf. We bestaan niet uit de beelden die op de spiegel verschijnen. We zijn de spiegel zelf.’

Anders gezegd: wij menen dat wij onze gedachten zijn, maar dat beeld is een verzonnen constructie. Wat zijn wij wel? We zijn slechts de spiegel, het apparaat (om het bewust niet persoonlijk te maken) dat de gedachten verwerkt.

Dit inzicht vereist distantie, dus neem er even de tijd voor. Aanschouw het en laat het binnenkomen.

Voor de verzonnen constructie hanteren wij het begrip ‘ego’. Onze eigen, mooie bedenksels creëren doorgaans een prettig ego. Dringen zich daartussen akelige gedachten op, dan schaden die het mooie beeld: au, dat doet pijn!

Pijn is geheel onnodig, toch trappen wij er steeds weer in: een door een apparaat gesponnen verhaal, en wij worstelen in het web. Hoe kunnen we dat voorkomen?

Het probleem schept hier zelf een antwoord.

Metacognitie

Aan ons denken kleeft een bijzondere eigenschap: meta-denken. Dat is denken over het denken. Wij hebben het vermogen om na te denken over wat er zich in ons hoofd afspeelt, over onze eigen gedachten en gevoelens. We gaan er als het ware boven staan en kijken ernaar.

Dat doen we regelmatig, vaak zonder er bij stil te staan. We hebben bijvoorbeeld een mening over iets of iemand, bekijken dat idee nog eens opnieuw, vinden er wat andere argumenten bij, en herzien de mening. ‘Bij nadere beschouwing’, zeggen we dan, ‘vind ik er toch dit of dat van.’

In de psychologie heet dat denken over denken ‘metacognitie’. Metacognitie kunnen we inzetten om objectief naar onze gedachten en gevoelens te leren kijken. Het idee is dat we ons dan niet meer met ze identificeren. ‘Ik ben boos’ wordt dan: ‘Ik voel boosheid.’ Je begrijpt, dat sorteert een heel ander effect.

De valkuil van introspectie

Onze hersenen zijn neuroplastisch. Je kunt ze trainen om op een bepaalde manier te reageren. Als je maar vaak genoeg boosheid waarneemt in plaats van boos te zijn, zul je steeds minder vaak boos worden op het moment dat de drang daartoe zich aandient. Je leert het gevoel te beschouwen als een mentale gebeurtenis die even opkomt en vanzelf weer verdwijnt. Zo kunnen we controle krijgen over veel van onze gedachten en gevoelens.

Nu kunnen we die natuurlijk trachten te analyseren door middel van introspectie, dus zeg maar op eigen houtje, maar daar opent zich een valkuil. Ap Dijksterhuis (2015) waarschuwt in Op naar geluk voor het gevaar van de ‘zelfdienende vertekening’: zodra het onszelf aangaat, zijn we geneigd het beeld rooskleurig voor te stellen.

Berucht, en in dit verband noemenswaardig, is de vooringenomenheid die ons influistert dat we beter dan de ander zijn. Deze beter-dan-gemiddelde-bias (de officiële aanduiding) is bijvoorbeeld de veroorzaker van de onmogelijke rekensom waarin 75 procent van de managers denkt dat ze tot de beste 20 procent behoren. En die andere, waarin 90 procent van de chauffeurs meent dat ze beter rijden dan de gemiddelde chauffeur.

Hulp van een coach

Moet ik mij dan maar niet overgeven aan introspectie? Is zelfdienende vertekening rampzalig? Ach, dat is een groot woord. Maar zij staat een zuivere, objectieve zelfanalyse wel in de weg. Dat kan de effectiviteit behoorlijk frustreren.

Mijn tip zou zijn om het niet alleen te doen. Schakel er een expert bij in. Iemand die ertoe is opgeleid en erin is geoefend om je op een professionele wijze te ondersteunen. Iemand dus die heeft geleerd om biases, vertekeningen, blinde vlekken en dat soort zaken te herkennen, en je er bovendien op een milde en van alle oordeel gespeende wijze op zal attenderen als die zaken zich voordoen. Kortom: neem een erkende, gecertificeerde coach in de arm.

Nu ja, dat komt uit de pen van zo’n gecertificeerde coach; is dat niet ook zelfdienende vertekening?

Goed, voor alle objectiviteit, laten we het over nóg een alternatief hebben.

Hulp van meditatie

Er is een vorm van zelfonderzoek die lang heeft moeten vechten voor zij in het westerse denken een min of meer erkende plaats kreeg. Ik schrijf ‘min of meer’, want nog steeds fronsen zich westerse wenkbrauwen als deze vorm ter sprake komt.

Ik heb het over meditatie. Voor al die fronsende wenkbrauwen nog één maal ter verduidelijking: mediteren is geen spirituele handeling, mediteren is een vorm van zelfanalyse. Dat geldt in elk geval voor de vorm waar ik voor sta.

Dat is de vorm waarbij je rechtop zittend plaatsneemt – in een alerte houding, de ogen zijn dicht of geloken – en je concentreert op je ademhaling. Die laat je rustig vanuit de buik komen. Daarbij tel je van een tot tien – het tellen loopt synchroon met de uitademing. Bij tien aangekomen, begin je weer van voor af aan met tellen. Dit hou je twintig minuten vol.

Je zult al snel merken dat je helemaal niet meer bezig bent met tellen. Een of andere gedachte over iets geheel anders is met je brein aan de haal gegaan. Vermoedelijk weet je niet eens waar je de tel bent kwijtgeraakt. Dat is allemaal geen probleem. Word vooral niet boos op jezelf; laat de gedachte rustig los en start een nieuwe cyclus van tellen, begin wederom bij een.

Wat er gebeurde, is precies de bedoeling. Je bent dus heel goed bezig. Dat punt waarop je je realiseerde dat je hoofd met andere zaken bezig was, is cruciaal. Je werd je bewust van je gedachte en eventjes, zo op het einde van die gedachte, heb je haar van een afstandje aanschouwt. Het staartje heb je nog net voorbij zien fladderen. Dat was even een minuscuul kleine, objectieve blik op de gedachte, alsof je een buitenstaander was.

Wij piekeren de hele dag door; in ons brein passeren duizenden, zo niet miljoenen gedachten. Slechts zeer zelden hebben we een moment dat we ons dat realiseren. Intussen oordelen onze gedachten onophoudelijk over de wereld om ons heen, maar vooral ook over onszelf: wij menen dat wij onze gedachten zijn.

Maar bij meditatie is het anders. Daar heb je veel van die momenten waarbij je je gedachten betrapt. Je ziet ze voorbij fladderen, alsof je een persoon van buiten bent. Eindelijk kun je er eens los van staan, eindelijk kun je er eens objectief naar kijken. Die oefening is cruciaal, want veel van die oefeningen tellen aardig op om dat ellendige identificeren met je gedachten los te kunnen laten.

Mediteren werkt behoorlijk bevrijdend. Nu, niet als je het zo eens een enkel keertje doet; het regime is elke dag, dan wordt het effectief. Hier geldt het adagium ‘oefening baart kunst’. De beloning is ernaar: je bent niet wat je denkt – dat wordt je dan aardig duidelijk.

Boze tongen

Nu zijn er boze tongen die beweren dat meditatie helemaal geen goede manier van zelfonderzoek is. Gelukkig weten Han de Wit en Jeroen Hopster, respectievelijk psycholoog tevens boeddhisme-expert en filosoof-historicus, dat uitstekend te weerleggen in het boekje Boeddhisme voor denkers (geschreven in 2014 en inmiddels al in een vierde druk verschenen, een aanrader).

Door de boze tongen, die met name uit de hoek van de westerse psychologie komen, wordt meditatie gezien als een vorm van de zo gewraakte introspectie. Nu zou je kunnen denken dat het er hier over gaat dat de betrouwbaarheid geschaad wordt vanwege het gevaar van zelfdienende vertekening. Echter, meer nog geldt een ander argument, een van louter wetenschappelijke aard: de onafhankelijkheid van onderzoeker en onderzoeksobject zou in het geding zijn.

Maar, beargumenteren Han de Wit en Jeroen Hopster, bij meditatie is er iets anders aan de hand. Zij voeren de boeddhistische psycholoog op. Ik citeer (De Wit & Hopster, 2017):

‘Hij ziet meditatie als een vorm van geestelijke waarneming, die onderzoek doet naar een andere, daarvan onafhankelijke geestelijke activiteit, namelijk het denken. Waarnemen en denken staan los van elkaar: het zijn activiteiten die wij onafhankelijk kunnen uitvoeren. Wij kunnen denken over onze waarnemingen, maar ook kunnen wij onze gedachtestroom zelf waarnemen. Dat vergt wel oefening: je moet leren om je gedachtestroom als toeschouwer te bekijken.’

Lastige alinea, nog maar eens lezen … Maar dan wordt het klip en klaar toch? Meditatie laat je een onafhankelijke toeschouwer worden van je eigen gedachtestroom.

Laten we ons dus niet druk maken om de wetenschappelijke strijd. Voor ons geldt dat meditatie je helpt om – voorbij je gedachten – te zien wie je werkelijk bent, en om aan die persoon in positieve zin te werken. De praktijk bewijst dat dat mogelijk is, al meer dan 2.500 jaar, sinds de oude tijd. En in de moderne tijd stapelen de onderzoeksbewijzen zich op (boektip: Siddhartha’s brein van James Kingsland (2016)).

Gedachten zien in plaats van zijn

Taal is fantastisch. Taal stelt ons in staat om gedachten te formuleren. Taal stelt ons in staat om ze vast te leggen, zoals ik nu doe.

Taal is ons denken en tegelijkertijd de overdracht van ons denken. Taal stelt ons daarom ook in staat om stilletjes tegen onszelf te spreken. Zij draagt onze gedachten over aan onszelf. Krachtig als zij is, doet zij dat zeer overtuigend: wij gaan denken dat wij zijn wat wij denken – met alle onrustige gevolgen van dien.

De kalmte en realiteit keren pas weer terug als wij het spel van taal en denken doorzien. Dan kunnen wij onthecht raken van onze gedachten en gevoelens. Niet dat we die niet meer hebben, maak je daarover geen zorgen, dat zou een onmogelijkheid zijn; maar we raken doordrongen van het besef dat het slechts voorbij fladderende voorstellingen zijn die worden opgeroepen door het brein.

Je gedachten en gevoelens zíén in plaats van je gedachten en gevoelens zíjn, dat is het idee.

Meditatie is een zeer geschikt instrument om die innerlijke rust te realiseren. Natuurlijk ben je meer dan welkom om een gecertificeerde coach in te schakelen bij het realiseren van je doelen daaromtrent. Dat heeft zelfs de voorkeur, want een professionele coach zal je helpen de objectiviteit te waarborgen en het proces te verdiepen en te versnellen.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 reacties… add one

Geef een reactie (een * betekent een vereist veld)

Privacyverklaring