Welk verhaal gaan wij vertellen?

Regelmatig valt het me moeilijk te geloven dat we ooit leren de aarde duurzaam te delen. Op die momenten voelt mijn bestaan als dat van een Don Quichot, de Spaanse edelman uit de boeken van Cervantes van 1605 en 1615, die in het post-riddertijdperk zoveel ridderromans had gelezen dat zijn brein erdoor verschrompeld was.

Don Quichot meende een opdracht in al die verhalen herkend te hebben: een roep om de herrijzenis van het ridderschap, ter ondersteuning van de zwakken, het herstel van de vervagende deugdzaamheid en het verslaan van het voortdurend de kop opstekende onrecht.

Die roep – zo wist hij – was persoonlijk aan hem gericht. Dus Don Quichot hees zichzelf in het verweerde harnas van zijn voorvaderen, haalde de wetsteen langs een roestig zwaard, duikelde een antieke lans op, zadelde zijn schonkige rossinant en trok eropuit. We weten allemaal hoe dat resulteerde in een eerder lachwekkend dan heldhaftig ridderschap. Don Quichot was een goedbedoelende zot die zich stortte in een dolende en hopeloze strijd.

Misschien moet ook ik wat minder verhalen lezen.

Zoals dat van Philipp Blom in Het grote wereldtoneel:

Wat heb je aan de eeuwige profeten van de vooruitgang die met statistieken wapperen over de laagste kindersterfte ooit, de hoogste levensverwachting, zo weinig armoede en oorlog was er nog nooit, als die mooie dikke tak die ons zo’n fantastische zetel biedt, intussen door onszelf wordt afgezaagd.

Of dat van Bruno Latour in Oog in oog met Gaia:

We kunnen niet meer onverschillig naar wolken kijken. We weten dat het voortaan deels aan ons ligt dat ze er zijn en dat het regent of de zon schijnt.

In 1492 was het motto: verover de wereld. De ruimte werd groter en groter, we kregen steeds meer aarde. Sindsdien is het motto niet veranderd. Maar nu vernauwt de ruimte zich, de aarde krimpt en dreigt met opraken.

Het oude verhaal houdt geen rekening met onafwendbaar onheil. Het is zaak dat we daar iets op verzinnen, want de schade die op ons afkomt is rampzalig. Zij zal ons mentaal laten wankelen. We hebben een nieuwe definitie van toekomst nodig, willen we onszelf redden van de naderende volksdepressie. (Dus je kunt wel menen dat je genoeg gelezen hebt, je zult niet aan een volgend verhaal ontkomen.)

De noodzaak van een nieuwe toekomstdefinitie geldt overigens meer voor ons dan voor de beklagenswaardige mensenkinderen die over tien jaar geboren worden, in die toekomst. Zij worden ‘gered’ door het shifting baseline syndrome; zij zullen niet beter weten dan dat de aarde vijandig is, vol rampspoed en orkanen, zij zullen de natuur niet anders kennen dan in een verarmde staat. Zij zullen geen kolonisators zijn, geen kapitalisten, geen materialisten – hun lotsbestemming, door ons in gang gezet, schrijft ze iets anders voor. Wat zal hun verhaal zijn?

Don Quichots dolende ridderschap eindigde in een zesdaagse koorts, waarin hij van zijn waanzin werd verlost en stierf. Je zou die dood en genezing ook symbolisch kunnen opvatten: hij ontdeed zich van zijn strijdlust en leerde te berusten, waardoor weliswaar niet de wereld maar wel hij zelf gered werd. Dat raakt aan waar ik mee worstel: als redding blijkt uitgesloten, is berusting dan wél toegestaan?

Bronnen:

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

1 comment… add one
  • Huub Koch 14 apr 2021, 21:49

    Beste Stan,

    Of strijdlust en berusting elkaar uitsluiten is maar de vraag. Wat wijsheid is ook trouwens. “We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt” zei Einstein. “Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien” memoreerde Franciscus van Assisi bijna 700 jaar eerder.

    Don Quichot zijn we allemaal, ieder op zijn eigen wijze. Iedere nieuwe generatie schijnt helderheid te moeten brengen in wat de voorgaande heeft nagelaten. Dat levert andere inzichten en antwoorden op, sommige daarvan zullen tijdloos blijken te zijn of voorlopig en typerend voor de tijdgeest.

    Schrijver Adriaan van Dis noemt zichzelf een wanhopig optimist, die zijn uiterste best doet om niet bang en bitter te zijn in deze tijd. Zijn boek De wandelaar staat later dit jaar centraal bij Nederland Leest, dus ging Gijs Groenteman bij hem op bezoek. Een gesprek dat aansluit bij jouw betoog. Apple Podcasts: https://podcasts.apple.com/nl/podcast/met-groenteman-in-de-kast/id1310805889?i=1000517119427

    Aan de waan van de dag ontkomen we enkel door ze te negeren. Strijden tegen onrecht zal nooit stoppen als je uit het juiste hout gesneden bent. In de tussentijd is het leven als een goede fles, vooral met mate te genieten. Worstelen schijnt trouwens iets te maken te hebben met zich vorstelijk gedragen, wat verwijst naar fierheid. Zou het dus gaan om de vorm, tussen moed en wijsheid? Laten we ons vooral ontdoen van de angst.

    Hartelijks van Huub

Cancel reply

Leave a Comment

Privacyverklaring