Wie doet het licht uit?

Er zijn ondernemers die plannen smeden om Mars te koloniseren. We zijn er nog vele jaren van verwijderd, het vraagt het uiterste van onze inventiviteit, het kost vele miljarden – intussen groeit hier de Prachtige puinhoop.

Waar ergens zijn we verdwaald?

Niemand wil meer terug naar de donkerte van de middeleeuwen. Wat voelde het heerlijk toen we dat boek konden sluiten. Weg met de kerk die ons leven dogmatiseerde, weg met de dreigende knevels van hel en verdoemenis. Weg ook met de knechting van keizers en koningen, en weg met al die ander edelen die ons tot lijfeigenen maakten en uitpersten als citroenen.

De renaissance bracht verlichting en autonomie. De zon brak door, we werden individuen, allemaal gezegend met een eigen denkvermogen. Onder aanvoering van mensen als Nicolaas Copernicus, Christiaan Huygens en Isaac Newton leerden we de wereld opnieuw begrijpen.

En we lachten ze uit, die keizers en koningen. Ze hadden ons misbruikt, eeuwen en eeuwen – nu vielen ze keihard door de mand met hun verzonnen waarheid. De wetenschap was aan ons en daarmee ook de toekomst!

Hoogmoed

Zo rond 1700 verrichtten we ons eerste eigen wonder. We ontwierpen een stampende, sissende mechanische slaaf; een krachtpatser die stoom uitblies en alles aankon. Gedaan was het met het menselijk geploeter. Het vuile werk was voortaan aan machines.

Er brak een tijdperk aan van technologie en industrie, van vele nieuwe wonderen. Het platteland liep leeg, de steden groeiden en bloeiden. Het was het einde van de trage tijd, we lieten de natuur los, nu werden we volkomen ‘vrij’.

In die tijd leefde ook Jean-Jacques Rousseau, de Franse filosoof (Grote denkers, The school of life (2017)). Hij zag het als een van de eersten: we lieten niet alleen de natuur los, we verloren ook onze bescheidenheid. Die ruilden we in voor hoogmoed.

Terwijl in de achttiende eeuw de goegemeente vond dat de mensheid op de goede weg was, stelde Rousseau zich zeer kritisch op. Hij vond dat we achteruit waren gegaan. We leefden niet meer in eenvoud in een bevoorrechte situatie, maar waren jaloerse wezens geworden die altijd naar meer verlangden. En Moeder Aarde diende te leveren. Haar hadden we immers onderworpen.

Een nieuw dogma

Dat was de start van de nieuwe knechting. Tot ons geluk vonden we ook een nieuw dogma – het zou het allemaal vergoelijken. ‘Groei’ werd de passende doctrine. Zij werd verdedigd door nieuwe denkers uit onverdachte – want wetenschappelijke – hoek. Zoals Max Weber, zo’n beetje de eerste socioloog.

We zijn dan een dikke eeuw verder; er hangt smog boven de steden en er staan schuimkoppen op rivieren, de machines stampen door. In die setting verkondigt Weber dat onze calvinistische houding ons rijk maakt: winstmaximalisatie is een morele plicht, vrije tijd is zondig, werk is heilig – blijkbaar was de kerk nooit helemaal weggeweest. Maar gelukkig, Weber is niet van adel; hij is een zoon van de verse succesgeneraties. En was het calvinisme niet onze zelf verkozen geloofsleer? Alles is oké, het komt allemaal van ons.

Vastgeketend

Weer een eeuw verder zitten we vastgeketend aan het groeimodel, is in Nederland elke vierkante meter natuurgrond getransformeerd in cultuurgrond, en drijft er plastic soep in de oceanen.

Niemand wil meer terug naar de donkerte van de middeleeuwen, maar de lampen van de verlichting beginnen zoetjesaan gevaarlijk te sputteren. Moeder Aarde geeft niet te missen signalen af: de boel warmt op, het weer wordt onstuimiger, er dreigt schaarste van grondstoffen, kringlopen zijn de weg kwijt.

Al in 1992 kopt de titel van een spraakmakend boek: De grenzen voorbij, en legt de ondertitel van datzelfde boek ons een haast existentiële keuze voor: een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld? Het boek is de opvolger van het Rapport van de Club van Rome van twintig jaar eerder, dat ons toen al waarschuwde voor de grenzen aan de groei. Beide boekwerken kwamen uit onverdachte – want wetenschappelijke – hoek. Maar onbekommerd produceerden en consumeerden wij wellustig voort.

Naar Mars?

Het is nu 2018 en nog steeds wordt vrijwel elke politiek-economische discussie gekoppeld aan de vraag: hoe handhaven wij de groei? In al onze slimheid weten we niets beters te bedenken. Moeder Aarde treurt onderwijl onder onze voeten. Maar ijdel richten wij de blik van haar af en kijken omhoog.

En ja hoor, wat zien wij daar? Hé, dat is Mars – wij hebben een buurplaneet! Het lijkt een lumineus idee: als wij de aarde hebben leeggezogen, kunnen we altijd nog onze biezen pakken. Hoezo grenzen aan de groei, we kunnen het vervuilde nest toch verlaten?

Of naar een donuteconomie?

Zeker, het is spraakmakend om megalomane ambities na te streven. Daarentegen is het weinig moedig, want is het niet tegelijkertijd vasthouden aan een oud paradigma en vluchten voor verantwoordelijkheden? Het geheel riekt naar camouflerend machogedrag dat nauwelijks kan inspireren.

We kunnen onze inventiviteit ook heel anders besteden. Bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een economisch model dat het groeimodel overbodig maakt, een model dat ons in evenwicht brengt met de bronnen van onze moederplaneet. Misschien is dat minder spraakmakend, maar juist daarom is het veel moediger.

Hoe dat te doen?

Er bestaan al ideeën over zo’n model; neem de Donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth (2018). In haar boek met de gelijknamige titel schetst Kate Raworth een stappenplan om tot een nieuw economisch denkkader te komen. Een denkkader waarin het groeidogma geen rol meer speelt. Ze stelt een ‘donutmodel’ voor waarin we op zoek gaan naar balans.  Op twee niveaus: het niveau van Moeder Aarde en het niveau van de menselijke maat. Want: het gaat er niet alleen om dat we in evenwicht komen met de bronnen van onze planeet, het is ook noodzakelijk dat we dat doen met het belang van elk individueel mens voor ogen. Zo pakt dit model in één beweging zowel de uitbuiting van de aarde aan, als de grote ongelijkheid van de verdeling van haar rijkdommen.

Kate Raworth zet het denken van de Club van Rome opnieuw op de kaart. Sommigen vinden dat stoffig en sleets – opnieuw komen de ideeën uit wetenschappelijke hoek -, maar Kate Raworth voegt iets essentieels toe: empathisch, vrouwelijk denken.

Wij hebben een keus: laten we ons leiden door alfa-apengedrag, of laten we ons inspireren door denkers als Kate Raworth?

Baas over de lichtknop

Waar worden we straks voor herinnerd?

Voor onze achterwaartse vlucht naar Mars?

Het is de vraag of het ooit zover kan komen. In onze waan van de wedloop lijken we blind voor de leefbaarheid van de plek waar we horen. Met open ogen denderen we de donkerte weer in – zij zal onheilspellender zijn dan in de middeleeuwen.

Moeder Aarde maant nu nog schuchter tot mededogen, met haarzelf en met elkaar. Intussen beseffen wij één ongemakkelijke waarheid nog onvoldoende: zij is het die uiteindelijk aan onze lichtknop zit.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 reacties… add one
  • Chris Sterkens 4 apr 2018, 13:23

    Erg knap, Stan. Helder, waar en waardevol.
    Tegelijk word ik er moedeloos van, want ook ik koop in de supermarkt en overal. En hoewel ik vaak kwaad word om weer een nieuw product dat me voor de neus en zo mogelijk in de strot wordt geduwd en waar ik absoluut geen behoefte aan heb, krijg ik straks wel de emmer van schuld mee over het hoofd gegooid: “Jij hebt toch ook lekker mee geconsumeerd? Heb jij je verzet? Ben je opgestaan?” Ik weet niet hoe, ik weet niet hoe we de mastodont van kortzichtigheid, megalomanie en geldgewin nog kunnen counteren. En ik besef dat ik al heel mijn leven word gemanipuleerd. Zijn mijn gedachten nog wel de mijne? Ik ben maar een garnaal. Zonder enige interesse in Mars. Hopelijk krijgen we met z’n allen toch een nieuwe golf op gang.

    • Stan Lenssen 4 apr 2018, 17:23

      Dag Chris,

      Dank je wel voor je reactie. Tegelijkertijd kan ik de machteloosheid en het schuldgevoel met je meevoelen. Maar ik voel ook bewustwording van de noodzaak tot verandering, en de wil om anderen daarin mee te nemen. Bespeur je dat ook in jouzelf? Ik vraag me regelmatig af, als ik mezelf zo bezie: wat helpt mij en de wereld het meest, die bewustwording of het schuldgevoel? Het eerste toch. Dat stimuleert me dan weer om zo’n stukje te schrijven om anderen mee te nemen in die bewustwording, net zoals jij je gestimuleerd voelt om een reactie daarop te schrijven. Zo leveren wij een bijdrage om het schip ten goede te keren. Bescheiden? Nee, juist essentieel, want met bewuste klanten veranderen we de supermarkt!
      Dus nogmaals dank je wel Chris, mede namens Moeder Aarde 😉

Geef een reactie

Privacyverklaring