Winkeldief

Ik sta bij Albert Heijn aan de zelfbedieningskassa. Ik heb net een boodschappentas vol gescand. Ik check nog even het lijstje op het scherm met de inhoud en tik dan met mijn wijsvinger op de toets ‘Betaal’. Het apparaat vraagt of ik airmiles wil verzilveren. Nee, dat wil ik niet. Dan mag ik de instructies volgen op de pinautomaat. Dat doe ik. Op een centimeter afstand hou ik mijn betaalpas erlangs. Een paar ogenblikken wordt er gedacht door machines ergens op een bankkantoor. Dan komt de verlossing: ‘Akkoord.’

Of ik een korte of lange bon wil, vraagt het scherm mij nu. Ik kies voor een lange. Dat doe ik altijd. Dat is handig voor het huishoudboekje thuis. Ik weet dat onze gemakzucht milieuonvriendelijk is, maar door het huishoudboekje blijven we ons bewust van ons consumeerpatroon. Zo verschaffen wij onszelf verlof.

De bon duurt altijd even. Ik kijk naar de gleuf. En ja, daar schuift ie tevoorschijn.

Dan ineens, floep, springt het scherm op zwart. Ik schrik me een hoedje. ‘Kassa buiten gebruik’, staat er. De bon hangt er half uit. Ik krijg hem niet los. Wat nu? Ik draai me om naar het centrale eiland. Mijn ogen zoeken die van de juffrouw daar. Ze heeft me echter al in de smiezen. Hoofdschuddend kijkt ze naar haar handcomputer en komt met ferme stappen op me af. Ik voel het, ik ben ergens schuldig aan. Het slaat nergens op, toch kan ik het niet helpen.

En het wordt erger vanbinnen. Nu gaat ze vast mijn tas controleren. Je zult zien dat dan blijkt dat ik iets niet gescand heb. Dat ben ik dan oprecht vergeten. Natuurlijk gelooft de juffrouw me niet. Er komt een bewaker bij – zo’n man in het zwart, die twee keer groter is dan ik. Iedereen ziet dat. Hij neemt mij mee, met mijn tas, naar een donker kantoortje achterin. Daar leg ik hem uit dat ik hier vaste klant ben en dit nog nooit aan de hand heb gehad, want ik ben nauwgezet en gestructureerd en georganiseerd. Ik bezweer hem dat ik zorgvuldig altijd alles één voor één scan, pas daarna in mijn tas doe en op het eind nog even check, voordat ik betaal. ‘Ik weet niet wat er deze keer zo fout is gelopen’, zeg ik hem. ‘Mijn excuses voor alle last die ik veroorzaak.’ Uiteindelijk gelooft hij me, want ik kan overtuigend zijn. Alles lijkt goed te komen; ik zal me echter voortaan altijd schamen in de buurt van onze AH, ik durf er nooit meer in.

Mijn hoofd draait die hele film af in een paar seconden. Het moet een oud trauma zijn dat wordt geactiveerd en ik denk dat ik weet waar het vandaan komt. Het is een voorval van veertig jaar geleden. Op een drukke zaterdagmiddag in een kledingboetiek, kocht ik een spijkerbroek. Ik rekende af met een briefje van vijftig gulden – die waren toen net nieuw, ik vond ze prachtig – en deed er mijn laatste kleingeld bij om de betaling compleet te maken. Het was net niet genoeg. Ik stelde de winkelbediende voor om de broek te reserveren. Thuis zou ik wat extra geld ophalen. Voor hun zekerheid wilde ik alvast het briefje van vijftig achterlaten. Daar ging ze mee akkoord.

Ik nam mijn kleingeld van de toonbank, stopte het in mijn broekzak en verliet de winkel. Op de fiets terug naar huis bedacht ik dat het beter was om de muntjes in mijn portemonnee te doen. Ik stap af en haal hem tevoorschijn om ze erin weg te stoppen en verhip, ik zie een briefje van vijftig zitten. Hoe kon ik me zo hebben vergist? Natúúrlijk had ik wel genoeg bij me.

Terug in de winkel vertel ik triomfantelijk dat ik thuis ben geweest en nu voldoende bij me heb. Dat was een klein, dom leugentje en ik begrijp nog steeds niet waarom ik vond dat ik dat nodig had. Ik leg het geld op de toonbank.

Tot mijn verbazing spreekt de winkelbediende, die een uur daarvoor nog zo toeschietelijk was, me stevig toe: ‘Mijnheer, het is nog steeds niet genoeg! Houdt u ons voor de gek? Dit is hetzelfde briefje van vijftig als daarstraks.’

Terwijl ik zeker wist dat dat briefje van vijftig in de kassala verdwenen was, beweerde de bediende dat ik het in mijn portemonnee had teruggestoken. Ik voelde me diep beledigd. Ik, een oplichter, een winkeldief? Één vraag durfde ik mijzelf niet te stellen: had ik misschien toch onbewust het briefje teruggenomen? Mijn kleine, domme leugentje verbood me dat.

Ik ben daar gebleven, tot sluitingstijd, tot de kassa werd opgemaakt, vastbesloten mijn gelijk te halen. Maar er ontbrak natuurlijk vijftig gulden. De winkelbediende had gelijk. Mijn wisseltruc was zo perfect geweest dat ik hem zelf niet had opgemerkt. De broek heb ik niet meer gekocht. Ik heb mijn excuses aangeboden – uitgebreid uiteraard – en ben nooit meer naar die zaak toe gedurfd.

Ze is bij me met haar stevige passen, de juffrouw van AH.

‘Dag meneer,’ zegt ze, ‘wat vervelend, ik zie het op mijn apparaatje.’ Ze houdt het schermpje naar me toe als om mij mee te laten kijken en verontschuldigt zich nog eens extra met een glimlach.

‘Ja, hij gaat automatisch op zwart als de papierrol op is. Uw bon zit nu misschien vast. Wacht, ik zal even helpen.’

Ze maakt het papiertje voorzichtig los, kijkt erop en zegt: ‘Hij heeft de barcode niet meer afgedrukt. Ik zal het poortje voor u openmaken.’

Ik leef nog half in de oude tijd en denk daarom een moment dat ze daarvoor mee moet lopen. Om haar die moeite te besparen, bied ik aan: ‘Oh, ik kan er ook wel onderdoor kruipen hoor.’

Prompt schieten we samen in de lach om dat idee. Ze richt het apparaatje op de poortjes verderop en, bzzt, daar gaat er eentje voor me open. En tegelijk, grinnikend: ‘U wilt toch zeker niet dat de bewaker u bij de kladden vat?’

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

0 comments… add one

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring