Worden we steeds dommer?

Mensen zijn als alle dierlijke creaturen: wij verplaatsen ons naar die leefgebieden waar we voedsel en veiligheid vinden. Vervolgens gaan we op zoek naar soortgenoten. We kunnen niet anders; we zijn nou eenmaal ‘sociaal gebouwd’, voedsel en veiligheid zijn niet genoeg voor ons overleven. We hebben ook liefde nodig, erkenning en samenwerking met andere mensen.

Dus al gauw knopen we op een vers betreden plek relaties aan, we worden verliefd, we gaan er werken en krijgen zelfs kinderen. En we leren, zo goed als het kan, de taal en de gewoontes van die plek. We dragen ook dingen van onszelf over: ónze taal, ónze gewoontes. Kortom, net als bij alle dierlijke creaturen, wordt de veilige, voedselrijke plaats ons thuis, daar waar we oud en nieuw integreren. Aangeland wordt vestigen.

Vaak tegen alle weerstanden in, volgen we zo de wil van Moeder Natuur: zij heeft ons gemaakt om een leven op te bouwen.

Twee gigantische uitdagingen

Er zijn twee grote ontwikkelingen gaande waar alle mensen vrede mee moeten zien te vinden in de komende jaren:

  1. We worden steeds dommer.
  2. De grenzen vervagen.

1. We worden steeds dommer

Het leek erop dat we het – voor het eerst in de geschiedenis – écht voor elkaar hadden: dankzij onze wetenschap, onze industrialisatie, onze mechanisatie, onze automatisering en onze informatisering, liet de wereld zich eindelijk totaal beheersen.

Maar wat een desillusie toont de werkelijkheid! We bevinden ons weer in chaos. Elke twee jaar verdubbelt de informatie om ons heen. We worden relatief dommer en dommer.

Chaos is normaal. Dat is de staat van de natuur. Af en toe brengen wij iets te berde, waardoor het voor ons wat overzichtelijker wordt. Dat zag je bijvoorbeeld na de neolithische revolutie, elfduizend jaar terug. Toen hadden wij ons zojuist ontworsteld aan de woestenij van het oerwoud en de steppe. De natuur was getemd; we waren boeren geworden. Nooit meer honger – wat een mijlpaal was dat! Uit chaos wordt altijd iets geboren.

De nieuwe woestenij is de data. Minstens zo vol ongrijpbare gevaren als het prehistorische oerwoud en de prehistorische steppe. Die gevaren presenteren zich anders, maar ze doen ons zeker zo sidderen. In die, door mensenhersenen gecreëerde chaos moeten wij onze weg zien te vinden. Wat wordt daaruit geboren?

Volgens sommigen wordt ‘tacit knowledge’ steeds belangrijker. Dat is waar de mens zich onderscheidt van zijn eigen creaturen van glas, metaal, plastics en silicium-chips. Het is de onbewuste kennis in mensenbreinen. Tacit knowledge begint waar de rationaliteit stopt. Zij is niet te halen uit boeken en datasystemen, omdat deze kennis intuïtie vereist: een weten wat goed is!

2. De grenzen vervagen

Van een wereld van landen worden wij een wereld van steden waartussen we hoppen. Het vertrouwde idee van de natiestaat gaat in rap tempo aan gruzelementen.

Het is maar een kleine stap terug in de geschiedenis toen de natiestaten hier in Europa ontstonden. Onze overgrootouders waren er getuige van. Dat was een roerige tijd. Een inspirerende chaos waarover prachtige romans zijn verschenen. Ware tijdsdocumenten soms. Als je weer eens ‘terug wilt proeven’, hier een tip: De tijgerkat van G. Tomasi di Lampedusa.

We bevinden ons dan in de negentiende eeuw. Zo kort geleden, en wij denken dat het altijd zo geweest is. En dat we er rechten aan kunnen ontlenen.

Eerder is de huidige ontwikkeling een herstel van oude, veel traditionelere en misschien ook wel natuurlijker structuren: de stadstaten die Europa en de wereld eeuwenlang gekend heeft. Grote bevolkingsconcentraties op kleine gebieden, met grote lappen niemandsland ertussen.

Je ging te voet, te paard door dat niemandsland en klopte aan op de stadspoort: tok, tok, tok (zo’n beetje letterlijk). Er schoof een luikje open; een schaduw bewoog en keek door het rooster. Je werd getaxeerd. En als de schaduw oordeelde dat jij van goede zin was, liet hij je binnen.

Zoveel is er niet veranderd. Het paard hebben we ingeruild voor het vliegtuig, de afstanden zijn wat groter, en de schaduw achter het rooster heet tegenwoordig douane. Er is geen fundamenteel verschil.

Net als nog maar zo kort geleden, lijkt een wereld zonder landsgrenzen een heel reële status quo.

De wereld wordt weer ons speelveld. Misschien mogen we daar blij mee zijn. Zo krijgt onze ongebonden geest alle ruimte om te exploreren. Dat doet mij denken aan een mooi stukje Tsjechov (één van die overgrootouders) uit zijn korte verhaal Kruisbessen (bron: De dame met het hondje, 2016):

‘De mens heeft geen twee meter grond nodig [T. bedoelt het graf], geen landgoed, maar de hele aardbol, de hele natuur, waar hij vrijelijk alle kwaliteiten en bijzonderheden van zijn ongebonden geest kan ontwikkelen.’

Vluchtelingen

Op het moment dat ik dit schrijf, voert een bekende vluchtelingenorganisatie een intensieve radiocampagne om hun fondsen aan te spekken. In hun spotje komt de volgende zin voor: ‘En zodra het weer veilig is, helpen wij de mensen ook weer terug naar huis.’

Er is iets onzuivers aan deze zin, iets wat direct mijn ‘weten wat goed is’ uitdaagt. Er klinkt iets in door van: bij ons hoef je niet bang te zijn dat ze deze kant op komen. Ik heb het idee dat ze het zinnetje heel belangrijk vinden in hun campagne.

De Joodse Hannah Arendt, gezaghebbend politiek filosofe uit de vorige eeuw die zelf gevlucht was uit nazi-Duitsland, had vlijmscherpe opvattingen over de westerse omgang met vluchtelingen.

In het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties van 1951 hebben wij geregeld hoe wij vluchtelingen beschermen. Zo is vastgelegd dat iemand nooit mag worden teruggestuurd naar een land waar zijn leven of vrijheid in gevaar is. En – heel belangrijk – ook kent het verdrag rechten toe, zoals vrijheid van religie, vrijheid van bewegen, het recht op onderwijs, etcetera.

Wat doen we in de praktijk met die rechten? Wij behandelen asielonderzoek alleen op basis van veiligheid, dat ‘beschermen’ dus. Zodra het kan, bonjouren we de vluchtelingen liefst weer linea recta terug. We ontkennen daarmee de werkelijkheid en die is van een schrijnende simpelheid: vluchtelingen zijn rechteloos op  de plek waar zij vandaan komen. Ze zitten in een ellendige situatie. Ze zijn alles kwijt, ook hun maatschappelijke basis. Probeer het je eens voor te stellen.

‘Zodra het veilig is’ bestaat helemaal niet, of is op zijn minst altijd uiterst discutabel. Mensen zoeken een nieuwe veilige plek, waar zij weer mens kunnen zijn en erbij horen. Hoe kunnen wij ze allerlei mooie rechten toekennen in een vluchtelingenverdrag, maar ze vervolgens geen toegang geven tot die rechten? Dat het mogelijk nieuwe burgers zijn, permanente immigranten, daar willen wij helemaal niet aan. Maar, tegen alle weerstanden in, dat is wel de wil van Moeder Natuur; het is de weg die mensen niet anders dan kunnen volgen.

En dat is wat Hannah Arendt zag. Kijk eens naar deze aflevering van Durf te denken. Die is heel verhelderend.

De winst van vage grenzen

De grenzen vervagen. Ik snap best dat er angsten zijn en dat we de behoefte voelen om het onstuitbare te dempen. Toch gaat Moeder Natuur gewoon haar gang.

Dat deed zij altijd al. Zo zijn vreemde volken met elkaar in aanraking gekomen. Dat bracht vaak veel goeds.

Ik bezocht vorig jaar Berlijn en leerde daar dat de Franse Hugenoten die zich er aan het einde van de zeventiende eeuw als vluchtelingen vestigden, grote invloed hebben gehad op de technische en culturele ontwikkeling van die stad en daarmee van Duitsland. Hoe Duits is dus die bewonderde Duitse technologische en economische cultuur?

En zelf woon ik in Amsterdam: een stad van immigranten, niks Nederlands aan, of het moet zijn dat dat juist typisch Nederlands is. Amsterdam is van begin af aan zo geweest.

In de grootste gloriedagen van de Gouden Eeuw kreeg hier een ongekend ambitieus stedenbouwkundig plan vorm. Amsterdam werd doorregen met kordons van kanalen, nodig voor de onstuimig groeiende handel. Die kanalen moesten worden uitgegraven. Zwaar werk, waarvoor vele handen nodig waren, en veel te weinig mensen ter plekke beschikbaar waren.

Hordes Europeanen, niet zelden op de vlucht voor repressie in het eigen woongebied, ontpopten zich toen als gastarbeiders ‘avant la lettre’. Ze trokken naar Amsterdam en sloegen hun spaden daar in de grond. Hoe Amsterdams is dus die wereldberoemde Amsterdamse grachtengordel?

Het belang van geschiedenis

Natuurlijk, er ging ook heel wat fout bij al die volksverschuivingen. Maar is niet het hele idee van geschiedenis dat we ervan leren? Is geschiedenis niet een discipline bij uitstek waar we tacit knowledge ontwikkelen? Frans Timmermans (2015) schrijft in zijn – hier zeer toepasselijke – essay Broederschap over geschiedenis:

‘Zonder de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, en zeker aan de aanloop naar die oorlog, beseffen wij onvoldoende waartoe een sluipend proces van intolerantie kan leiden – een onweersproken campagne van leugens, een langzame ontmenselijking van wie anders is.’

Wij mogen niet onverschillig zijn. Joseph Roth analyseerde al haarscherp dat het niet de grote boef is die het probleem is, maar de zwijgende meerderheid die het niet wil zien. In 1927 schreef hij een tijdsdocument over de situatie van de Joden in het oosten van Europa. Roth stierf kort voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

Zijn tijdsdocument kan ons nog steeds veel leren. Er verscheen in 2016 een Nederlandse uitgave van, onder de titel Joden op drift. Het boekje bevat een verhelderende introductie van Geert Mak, en het is geïllustreerd met pentekeningen die minstens zo ‘vilein’ zijn als de teksten zelf.

Gelijkheid

Worden we echt steeds dommer in de data-maatschappij? Natuurlijk niet! Van ons mensen wordt verwacht dat we op een hoger abstractieniveau gaan denken en functioneren. Dat is een prachtige nieuwe uitdaging die we over onszelf hebben afgeroepen.

Het vereist wel de inzet van de rede zoals ooit door Socrates bedoeld: een weten wat goed is!

Tacit knowledge zal ons helpen om de wereld steeds beter in haar geheel te leren begrijpen en oplossingen te vinden voor de integrale vraagstukken die spelen, zoals vervagende grenzen. Noch onze landen, noch onze steden, noch wijzelf zijn eilandjes in die wereld. We gedragen ons allemaal als dezelfde dierlijke creaturen. We zijn dus gelijk. Dat is niet zozeer een feit als wel een manier van weten.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

0 reacties… add one

Geef een reactie

Privacyverklaring