Ze doen nog steeds alsof ze werken

‘Kantoormedewerkers zijn slechts drie uur per dag daadwerkelijk voor de baas in touw. De overige tijd verdoen ze met onderlinge kletspraatjes en hangen ze rond op Social Media.’

Zo, dat was een heldere binnenkomer op Radio 4 in de vroege ochtend!

Is er íéts veranderd ten opzichte van dertig jaar geleden toen ik zelf deel uitmaakte van de Jiskefet-cultuur in een comfortabel verwarmde glazen doos? Ja, ze hebben er nu mobieltjes en de sociale media; wij sjouwden schijnheilig rond met onze mappen en koffiemokken.

Technologie verandert, menselijk gedrag blijft hetzelfde.

We kunnen het natuurlijk op de klassieke manier bekijken van pakweg dertig jaar geleden: het zijn luie donders en ze hebben een schop onder hun kont nodig! Dan maken we het patroon pas echt rond van menselijk gedrag dat hetzelfde blijft.

We kunnen ons ook de vraag stellen: hoe zit het met de kwaliteit van de arbeid? Motiveert en stimuleert het werk hen wel?

Vervreemding

Je kunt van alles van Karl Marx vinden, maar minstens één ding had hij goed gezien: een steeds verdergaande specialisatie en een gebrek aan zeggenschap over het werk leiden tot een gevoel van zinloosheid bij de personen die het werk moeten doen.

Dat mag in onze oren weinig verrassend klinken; het was een behoorlijk revolutionaire gedachte in de negentiende eeuw waarin Marx leefde. West-Europa verkeerde in de euforische eerste eeuw van de industriële revolutie. Het kapitalistische systeem begon op stoom te komen en beloofde iedereen rijk te maken. Nou ja, iedereen – er waren wel wat hobbels te overwinnen, maar daarna zou toch iedereen de zoete vruchten plukken. Zo’n kritische tegenwerping als van Marx bracht in die setting de nodige reuring teweeg. De industriëlen van het eerste uur toonden zich dan ook weinig ontvankelijk voor wat die studeerkamergeleerde daar beweerde.

Tegenwoordig kunnen we meer begrip opbrengen voor Marx’ denktrant. Marx doorzag de ingeslagen tendens dat mensen steeds meer vervreemd raakten van hun vak, hun product en van de klant waar ze hun product voor maakten. Als je de arbeid maar ver genoeg specialiseerde zouden ze het zicht op die drie volledig verliezen, zo redeneerde hij, met als gevolg dat ze zich als het spreekwoordelijke minuscule radertje in een alles overheersende machine zouden voelen. Wat die machine uiteindelijk tot stand bracht – laat staan hoe die werkte – was voor hen niet meer te overzien; wel zagen zij dat zij een onbelangrijk, want vervangbaar, stukje mechaniek waren geworden. Hoe onbeduidend kan een mens zijn?

De geschiedenis heeft Marx gelijk gegeven. De ideeën van de studeerkamergeleerde over de vervreemding die door gespecialiseerde arbeid kan ontstaan, bleken niet ver bezijden de realiteit. Daarbij weten we ook veel meer over de stimulerende kracht die van arbeid uit kan gaan. Plusminus een eeuw na Marx hebben knappe economen, sociologen en psychologen zich daar intensief over gebogen. Het begrip intrinsieke motivatie werd geboren.

We erkennen het: in het werk zelf dient de beloning te zitten. Dan stimuleert het ons; dan komen we tot grote prestaties en kunnen we er geen genoeg van krijgen.

Blijkbaar echter heeft onze arbeid die staat nog steeds niet bereikt, ondanks meer dan twee eeuwen vol lessen.

Of spelen er soms andere krachten? Zit er iets heel anders achter ons overmatige sociale gedrag in de baas zijn tijd?

Jager-verzamelaars

Ik gooi de gewaagde stelling gewoon maar op: wij zijn ontworpen voor slechts drie uur echte arbeid per dag!

Laten we eens dertigduizend jaar terug in de tijd gaan, naar onze oorspronkelijke habitat. We zijn jager-verzamelaars en we leven van wat het woud, het eindeloze steppeland en de vruchtbare rivierdelta ons gratis en voor niks leveren. Hoe ziet ons dagpatroon eruit?

’s Ochtends vroeg gaan we op pad. We zwerven rond in het gebied waar we ons kampement hebben opgeslagen. We verkennen het terrein, want het is van levensbelang om er zowel de gevaren als de voedselrijkdommen van te leren kennen. Intussen verzamelen we paddestoelen, planten, knollen, kruiden en kleine amfibieën. En we hebben geluk, want we vinden ook nog wat goed gevormde stenen en rechte, sterke takken die we kunnen bewerken tot handige gereedschappen.

Zo zijn we een uur of drie zoet voor we weer terugkeren in het kamp, onze armen vol met heerlijkheden en handigheden. Het werk zit er zowat op; we moeten alleen nog even aan de slag om de maaltijd te bereiden.

Maar niet veel later doen we dan toch waar we ons het liefste mee bezighouden: gezeten in een ruime kring vertellen we elkaar verhalen. Ertussendoor speelt het jongste grut; een afgezonderd fluisterend groepje deelt smakelijke roddels; en aan de rand van de kring bewerken twee mannen vakkundig de gevonden takken en stenen tot speren en bijlen.

Het tafereel oogt als een zomerkamp waar je zo deel aan zou willen nemen.

Nog niet zo heel lang geleden leefden we ongeveer op die manier. Het ‘echte werk’ besloeg hooguit een paar uur per dag. Die uren waren razend interessant (en soms ook beklemmend spannend als we op de vlucht moesten voor een grote rover). We namen verder verbazingwekkend veel tijd voor het sociale leven. Dat waren uren die we daar met graagte aan besteedden, want op de een of andere manier beseften we dat die gezamenlijkheid onze groepskracht zeer ten goede kwam.

Evolutionair gezien is er niets veranderd. Waar religie, cultuur, wetenschap, industrie en kantoor ons ook allemaal in pogen te proppen, het zijn keurslijven die ons vaak slecht passen. Wij zijn een sociaal dier gebleven, ondanks de ontelbare constructen die we in dertigduizend jaar allemaal bedachten en die ons wegtrokken van onze oorsprong. We ‘verdoen’ onze tijd niets liever dan met kletspraatjes en sociale activiteiten.

Er is dan ook een wijsgerige vraag die we onszelf hier kunnen stellen: wordt de moderne baas er niet juist veel beter van als we hem maar drie uur per dag schenken, zodat we de overige tijd aan onze groepskracht kunnen werken? Denk er eens over na, het kan allerlei kanten opgaan …

(Mocht je na de afgelopen, korte terugblik heimwee hebben gekregen naar ons verleden, lees dan Sapiens van Yuval Noah Harari (2017). Er verschijnt maar af en toe een boek dat ons zo veel leert over het mens-zijn en tegelijkertijd ook zo tot nadenken dwingt.)

Een andere kijk op arbeid

Slechts drie uur echte arbeid per dag – zijn we overgespecialiseerd en daardoor vervreemd van de zin van ons werk, of is het onze sociale natuur?

Misschien nemen we onszelf wel veel te serieus en zijn we toe aan een herwaardering van arbeid. Kijk eens hoe oprecht onze vroege voorouders zich gedroegen. Daar werden geen uren geteld en statistieken bijgehouden. En de directe band met de natuur zorgde dat ‘het werk’ vanzelf wel spannend en stimulerend bleef.

Nee, wij dan, in onze moderne structuren; wij zijn zeer bedreven spelers van het ‘spel van drukbezette ego’s’. Daar is weinig oprechts aan. Koen Haegens (2012) zegt in zijn boek Neem de tijd: ‘Mochten er tegenwoordig mensen zijn die geloven dat tijdgebrek en drukte tot de conditio humanis – de aard van het beestje – behoren, dan toont de geschiedenis hun ongelijk.’ Nou, je hebt het gezien bij je oerouders op de steppe.

We doen alsof we werken, maar intussen zitten we op onze telefoons te lanterfanten op  de sociale media. Het is een vorm van ‘psychologische reactantie’: om onze autonomie te bevestigen, gaan we iets doen wat opstandig is. We stelen gewoon wat tijd terug.

De natuur doet niet aan regels; onze hersenen al evenmin. En – gelukkig – de baas kan van buitenaf niet zien wat zich daar binnenin afspeelt. Het hoeft allemaal niet zo opgefokt. Onze aard herinnert ons daar voortdurend aan.

Natuur en hersenen volgen gewoon hun eigen weg. De baas die daar moeite mee heeft, is vervreemd van zijn eigen mensen. De baas die het begrepen heeft, zal er alles aan doen om de drie uur arbeid die zijn medewerkers hem gunnen, tot een stimulans te laten zijn.

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Professional Certified Coach en schrijver - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat ze hun leven kunnen vormgeven op een manier die bij hen past en die hen gelukkig maakt.'

2 reacties… add one
  • Marlène Langbroek 8 feb 2018, 10:31

    Mooi artikel Stan!
    En oh, zo herkenbaar, het onvoldane gevoel slechts een radertje te zijn in een groter geheel. Het niet zien van resultaat van je werk. Je afvragen of je wel ertoe doet met wat je doet.
    Vaak is dat aanleiding voor mensen om zich te beraden over hoe ze verder willen in hun loopbaan.

    • Stan Lenssen 8 feb 2018, 14:08

      Dank je wel voor je reactie Marlène, het is meen ik ook echt het item waar jouw expertise ligt. Die is o zo nodig.

Geef een reactie (een * betekent een vereist veld)

Privacyverklaring