Zoom-bewustzijn

Nu er zoveel gezoomd wordt de laatste tijd, kijken we ook veel naar onszelf. Niet per ongeluk of noodgedwongen, maar expres. Dat las ik in een nieuwsmail. Het blijkt dat we bij dat zoomen helemaal niet bezig zijn met letten op wat er gezegd wordt, ook al vraagt de organisator van de vergadering of het webinar om onze mail en andere afleiding af te zetten. Dat doen we braaf, misschien. Het grootste probleem echter, is onze eigen snoet.

Zo zit ik zelf in zo’n sessie me voortdurend druk te maken of mijn haar niet te pluizig zit, of mijn bril wel recht staat en of ik niet te lodderig uit mijn ogen kijk. Ik doe dat heel onopvallend, om de anderen om de tuin te leiden dat ik heel oplettend ben. Ik wrijf eens achteloos door mijn haar, duw nonchalant mijn bril omhoog, kantel mijn beeldscherm iets en verander mijn houding per centimeter. Allemaal om maar zo vanzelfsprekend mogelijk vanuit de voordeligste hoek en met de beste ‘look’ voor de dag te komen. Ik mis een hoop intussen.

Ik schaam me voor mijn ijdelheid. Het valt me op dat sommigen daar veel minder last van hebben. Ik zag een keer een vrouw uitgebreid haar kapsel verzorgen in de camera. Met grote zwieren ging de borstel door de lange lokken, waarna met veel omhaal en gedraai van handen een ferme knot werd opgestoken. Er was veel bedrijvigheid rond dat ene hoofd midden tussen alle andere hoofden op het scherm. Ze nam de tijd, dit deed ze vaak, dat kon je zien. Het was nogal afleidend. Ik dacht even slecht over haar: aandachttrekker! Dat was natuurlijk onverdiend. Zij schonk mij en al de anderen in de sessie de kans om voor een paar momenten onze onoplettendheid op haar af te schuiven; ze deed een goede daad.

De meeste mensen zijn niet als die vrouw. Zij verdoezelen hun ijdelheid, net als ik. Vanwaar toch al die schichtigheid als we onszelf in zoom in beeld zien? Ik heb daarover nagedacht en volgens mij komt dat door het geprojecteerde bewustzijnsmoment. Ik ben in beeld dus ik besta. Op zich lijkt daar weinig verontrustends aan; het voelt echter ontwrichtend door het besef dat anderen je tegelijkertijd ook zien. Je toont je aan de ander en van je gedrag wordt direct verslag gedaan, zichtbaar voor jezelf. Dat is confronterend, want je ziet jezelf nooit in een live-verslag. Als je erbij bent, zie je altijd alleen de anderen. En nu opeens is het alsof je niet alleen ín de actie staat maar ook erbuiten. Je wordt lekker gemaakt met de suggestie dat je kunt corrigeren. Natuurlijk ben je altijd te laat. Je bent machteloos. Zo bezien is zoom een akelige vorm van sociale interactie, heel beroerd voor het zelfvertrouwen. Vanzelfsprekend ben ik slechts een amateur-psycholoog; niettemin heb ik het gevoel dat het zo zit.

Gewoon bewustzijn is een stuk fijner dan zoom-bewustzijn. Nu ga ik iets pedants beweren. Ik weet nog hoe het mijne begon. Ik zie mezelf lopen in onze achtertuin. Een klein ventje in een korte, beige broek. Ik draag daarboven een blauwe blouse met korte mouwen. Ik wachel nog wat wankel. Ik duw iets voort en tegelijkertijd hou ik de hobbelige stoep in de gaten. Die is gelegd van kapotte straattegels, halve en hele klinkers en ander stenig afvalmateriaal. In de voegen groeien mossige plantjes. Het binnenplaatsje waar ik loop, ziet eruit als een kunstig en rustiek pleintje. Dat zeg ik nu, want zo dacht ik toen natuurlijk niet. De stoep is gelegd door mijn vader. Daar zou ik later achter komen, net zoals wat voor een handige man hij was. Er is een poort naar buiten. Die is dicht. Wat ik voortduw is een kleine hoepel met een handvat. Hij is gemaakt van een houten wiel met draadijzeren spaken en een houten vork die aan beide zijden van de as van de hoepel naar het handvat loopt dat door mijn rechterknuist omklemd wordt. Zo hobbel ik voort, de hoepel voor me uit. De spaken zijn versierd met houten kralen. Ze hebben vrolijke kleuren. Ik voel ze op en neer schuiven bij het draaien van het wiel. Als ze elkaar raken, geven ze een harde tik. Het apparaat dat ik voortbeweeg is van mij, weet ik. Dit is het eerste beeld dat ik van mezelf heb. Ik span me in om zo veel mogelijk kabaal te maken. Het wonderlijke gedoe van bewustzijn is begonnen.

Ik heb eens gelezen van een eenvoudige proef om te meten wanneer een mens zich van zichzelf bewust is: de spiegeltest. Zet onmerkbaar een stip op het voorhoofd van een peuter. Plaats die peuter voor een spiegel. Kijk wat er gebeurt. Als de peuter, wanneer die in de spiegel kijkt, met de vinger naar het voorhoofd gaat om aan de stip te voelen is het zover! Ook sommige dieren reageren bevestigend op de spiegeltest. Een kraai bijvoorbeeld, en een chimpansee en een olifant. Een hond weer niet, geloof ik.

Er zijn nogal wat mensen die het niet kunnen laten om dagelijks en plein public de spiegeltest te doen. Je herkent ze in de winkelstraten. Als ze langs een etalage lopen, kijken ze opzij om naar zichzelf te turen of alles er oké uitziet. Dat gaat vaak heel onbeschaamd. Ze denken dat alle andere voetgangers denken dat ze de uitgestalde waar bewonderen. Ik denk dat zelf ook. En nu we daar toch zijn: vooral mannen vallen vaak gênant door de mand. Bijvoorbeeld als het in de uitstalling om damesschoenen gaat, of lingerie. Oneerlijk genoeg is dat voor een vrouw nooit zo.

Als ik opeens besef dat ik bij Hunkemöller binnen loop te turen en het gevoel heb dat alle ogen op mij gericht zijn, is dat net zo zelfvertrouwen ondermijnend als zoom-bewustzijn. Alleen, het etalage-turen kan ik wel laten. Bij zoom blijf ik het moeilijk vinden om niet tussen al die andere koppen naar mezelf te kijken. Ik ben bang voortdurend op iets onooglijks of onoorbaars te worden betrapt. Gelukkig staat het scherm altijd vol lotgenoten – het ongemak waarmee ze daar zelf aan hun haar zitten te plukken verraadt ze. We maken ons daar trouwens allemaal druk om niks, want er is niemand die de ander ziet.

Print Friendly, PDF & Email

Een woord over de auteur

Stan Lenssen

Coacht en schrijft op en over thema's van het leven - Professional Certified Coach - gecertificeerd door ICF: de International Coach Federation, die staat voor kwaliteit in coaching. 'Ik voel me mateloos gedreven om mensen te stimuleren het beste in zichzelf te ontdekken en te activeren, zodat we ons leven hier kunnen vormgeven op een manier die iedereen gelukkig maakt.'

2 comments… add one
  • Huub Koch 4 sep 2020, 18:55

    Mooi hoe je met de laatste drie stukken de humor in ere herstelt. De werkelijkheid is vaak te bizar voor woorden, toch goed dat we als schrijvers een poging kunnen wagen om dat wat ons raakt te delen en de lezer aan het denken te zetten. Of anders samen kunnen kijken naar wat zich afspeelt. In weerwil van het idee van maakbaarheid mogen we veelal constateren dat ondanks al onze goede wensen en intenties de realiteit zich aan iedere vorm van grip op de zaak onttrekt. Is dat erg? Kunnen we dat onszelf aanrekenen? Waar ligt de bal? Waarschijnlijk ergens tussen de schaamte voorbij zijn en voluit kunnen genieten van het menselijk tekort. We staan erbij en kijken ernaar. Oh jee ben ik dat?

    • Stan Lenssen 6 sep 2020, 15:28

      Haha, niet schrikken. YEP, that’s me! Voortglibberend op de zeephelling van de wereld.

Leave a Comment

Vorige:

Volgende:

Privacyverklaring