
Op een avond in een zomer raak ik in het park in gesprek met een jonge vrouw over het klimaat.
Ze zegt: ‘Ik maak me zorgen, maar om nou te zeggen dat ik mijn gedrag aanpas. Ik ga gewoon op vliegvakantie en ik pak nog steeds de auto overal naartoe. Hooguit eet ik een stukje minder vlees.’
Ze vertelt ook: ‘Misschien zou het beter zijn als ik wat meer mijn best deed, maar ik kan me nauwelijks schuldig voelen. Ik werk in de geestelijke gezondheidszorg, ik doe mijn best voor de wereld op een andere manier. Ik zie zoveel mensen om mij heen die dakloos zijn, arm, ziek en zonder zorg – het is mooi gedacht om met het klimaat bezig te zijn, maar deze mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd, laten we dat eerst oplossen.’
In diezelfde dagen hoor ik in de media onze premier geïnterviewd worden over de dan lopende EU-top waar onderhandeld wordt over het corona-herstelfonds van 750 miljard euro. Noord-Europa kan weinig begrip opbrengen voor de nood van de Zuid-Europese staten. Het gaat er hard aan toe, met Nederland voorop. Mark Rutte zit daar niet mee. Hij zegt daarover: ‘Iedereen zit hier om zaken te doen voor zijn eigen land. Als het eens stevig botst dan weet je in ieder geval dat het ergens over gaat.’
De jonge vrouw en Rutte spreken zonder gêne, alsof hun logica boven alle twijfel verheven is. Al op het moment zelf voel ik echter dat er van alles rammelt aan hun woorden. Alleen, de reactie heb ik niet paraat. De vanzelfsprekendheid van hun uitlatingen overrompelt mij; ik ga er traag van denken, ik weet er niets tegenin te brengen.
De persoon in de straat en de persoon op het pluche verschaffen zichzelf een morele vergunning om hun keuzes te rechtvaardigen. Ik doe dat vast ook regelmatig; we doen het vast allemaal. Er is altijd een redelijk klinkende reden te vinden om te kiezen voor de weg die je buik je ingeeft. Dat blijft maar in mijn hoofd zitten.
Op een nlp-opleiding die ik jaren geleden volgde, werd mij verteld dat het belangrijk is om ervan uit te gaan dat het gedrag van elk mens een positieve intentie heeft. Dat is onderdeel van de nlp-attitude. Waar of niet, ik denk dat het een goede insteek is om mensen tegemoet te treden vanuit een vooronderstelling van goedwillendheid. Je wordt er ontvankelijk en barmhartig van. Zo kom je samen ergens in plaats van dat het botst.
Maar ik moet wel klaarwakker zijn om dat te denken; het is pure ratio. ’s Ochtends in mijn halfslaap, wanneer net voor het opstaan de radio mij wekt met de gebeurtenissen van de voorbije nacht, ervaar ik de mensheid een stuk minder zonnig. Niet altijd, wel regelmatig. Ik zie dan nog geen namen bij gezichten, maar wel een soort die zijn instincten volgt. Nee, ik spring niet altijd juichend uit mijn bed de nieuwe dag in.
Af en toe hoor ik nog zeggen dat de klimaatverandering gewoon een natuurlijk verschijnsel is. Hoe moet ik dat duiden, denk ik dan. Dat wij zelf deel van de natuur zijn? Dat is onmiskenbaar waar.
En mijn hersenen gaan vervolgens met dat idee aan de haal:
Soms stuurt de natuur haar onderdanen op rare fratsen uit. Je zou de mensheid kunnen vergelijken met een populatie gistcellen in druivensap. De cellen voeden zich met suikers. Ze floreren, ze groeien razendsnel in aantal, onderwijl de verteerde suikers uitpoepend als alcohol. Dat gaat goed totdat het alcoholniveau de vijftien procent bereikt. Het eigen afval vergiftigt dan de cellen, de gistgemeenschap sterft uit. Ze heeft haar eigen leefwereld vernietigd. De enige vraag die overblijft is hoe zoet de wijn smaken zal.
Ik ben vaak bang voor onze aarde. In dezelfde zomer van hierboven nam ik deel aan een protestmars voor dierenrechten. Het was een snikhete dag. Ik liep een tijdje op met een groepje jongeren. We vertelden elkaar over onze redenen om mee te demonstreren. Opeens zei een zestienjarig meisje tegen mij: ‘Ik ben zó bang dat de wereld doodgaat.’ Ze zat veelbelovend op het gymnasium en dit klonk als paniek. Maar ik kon haar niet helpen, ik voelde dat haar angst terecht was.
Ontdek meer van Stan Lenssen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.