
Rijzig icoon van gepasseerde doorzonjaren,
weemoedige vorstin der vensterbank,
tot stakenbos versteend lijkende varen,
standvastige degendot, recht en rank.
Draagt honend de naam ‘wijventongen’
aan beide zijden van de Vlaamse grens.
Toch ook als taaie kamerplant bezongen
voor de gemakzuchtig ingestelde mens.
Want kijk hoe ielig uit een fles een touwtje
de majesteit bekruipt als levensader
en, zonder noodzaak van een steunend houtje,
sijpeling instaat voor haar steile kader.


