
Overal staan de borden; het is bijna tijd om weer het juiste rondje rood te maken.
Deze winter las ik De brug over de Drina van Ivo Andric – over de verwikkelingen van de bewoners van en rond het plaatsje Visegrad aan de Bosnisch-Servische grens. Het verhaal bestrijkt een periode van zo’n 350 jaar, vanaf eind zestiende eeuw tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
De Drina is een rivier die tevens grotendeels grens is. Toen in de zestiende eeuw het Osmaanse rijk zich tot in de balkanregio uitstrekte, is er bij Visegrad een brug over aangelegd.
De uitvoerder was de grootvizier van de sultan. Hij was een christelijke jongen die als bloedpacht was meegenomen door de Turken. Onder de sultan klom hij omhoog naar de toppositie van grootvizier, om in die hoedanigheid weer terug te keren naar zijn geboortegrond bij Visegrad voor de bouw van de brug.
De brug is de constante factor die de geschiedenis van de omliggende rijken en hun krachtenvelden over de Drina verbindt. Het epos vertelt het verhaal van gewone mensen die in de regio – los van de grote krachten, gebeurtenissen en (godsdienst)twisten – hun eenvoudige levens pogen te leiden, zoals dat overal zo is.
Toch kunnen die levens niet onbeïnvloed blijven van de machten die buiten hen om spelen. Ze worden erin meegetrokken; dat is het lot van de gewone mens. Hij wordt verbruikt en gebruikt, en kan daar niets aan doen. Het leiden wordt nogal eens lijden.
Maar er gloort ook wel eens hoop.
Lees verder

