Overal staan de borden; het is bijna tijd om weer het juiste rondje rood te maken.
Deze winter las ik De brug over de Drina van Ivo Andric – over de verwikkelingen van de bewoners van en rond het plaatsje Visegrad aan de Bosnisch-Servische grens. Het verhaal bestrijkt een periode van zo’n 350 jaar, vanaf eind zestiende eeuw tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
De Drina is een rivier die tevens grotendeels grens is. Toen in de zestiende eeuw het Osmaanse rijk zich tot in de balkanregio uitstrekte, is er bij Visegrad een brug over aangelegd.
De uitvoerder was de grootvizier van de sultan. Hij was een christelijke jongen die als bloedpacht was meegenomen door de Turken. Onder de sultan klom hij omhoog naar de toppositie van grootvizier, om in die hoedanigheid weer terug te keren naar zijn geboortegrond bij Visegrad voor de bouw van de brug.
De brug is de constante factor die de geschiedenis van de omliggende rijken en hun krachtenvelden over de Drina verbindt. Het epos vertelt het verhaal van gewone mensen die in de regio – los van de grote krachten, gebeurtenissen en (godsdienst)twisten – hun eenvoudige levens pogen te leiden, zoals dat overal zo is.
Toch kunnen die levens niet onbeïnvloed blijven van de machten die buiten hen om spelen. Ze worden erin meegetrokken; dat is het lot van de gewone mens. Hij wordt verbruikt en gebruikt, en kan daar niets aan doen. Het leiden wordt nogal eens lijden.
Op een avond in een zomer raak ik in het park in gesprek met een jonge vrouw over het klimaat.
Ze zegt: ‘Ik maak me zorgen, maar om nou te zeggen dat ik mijn gedrag aanpas. Ik ga gewoon op vliegvakantie en ik pak nog steeds de auto overal naartoe. Hooguit eet ik een stukje minder vlees.’
Ze vertelt ook: ‘Misschien zou het beter zijn als ik wat meer mijn best deed, maar ik kan me nauwelijks schuldig voelen. Ik werk in de geestelijke gezondheidszorg, ik doe mijn best voor de wereld op een andere manier. Ik zie zoveel mensen om mij heen die dakloos zijn, arm, ziek en zonder zorg – het is mooi gedacht om met het klimaat bezig te zijn, maar deze mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd, laten we dat eerst oplossen.’
In diezelfde dagen hoor ik in de media onze premier geïnterviewd worden over de dan lopende EU-top waar onderhandeld wordt over het corona-herstelfonds van 750 miljard euro. Noord-Europa kan weinig begrip opbrengen voor de nood van de Zuid-Europese staten. Het gaat er hard aan toe, met Nederland voorop. Mark Rutte zit daar niet mee. Hij zegt daarover: ‘Iedereen zit hier om zaken te doen voor zijn eigen land. Als het eens stevig botst dan weet je in ieder geval dat het ergens over gaat.’
Futuristische compositie – vermoedelijk Jules Schmalzigaug – ca. 1912-1915
Het was een kompaan waarvan wij wisten: voor het leven. Maar de grond waarvan hij dacht dat die hem baarde voor zijn listen, werd door ons arrogante zaad verkracht.
Grove teelt leidt tot genen die zich wreken zullen – desnoods na eeuwen pas zal de walging weten uit te breken, over elk zelfingenomen ras.
De korst knapt open en de bondgenoot morft zich tot bedreiging. Geen vriendschap wil graag dood, toch had deze van begin af aan de neiging.