
Ik probeer wat orde aan te brengen; het is allemaal nog nauwelijks in de steigers gezet en té overweldigend. Eén van de eerste beelden die ik schoot in mijn recent gestarte onderzoek, kan daar symbool voor staan.
Hier woonde Piet Mondriaan, deels tijdgenoot van de naam die ik nog ga noemen – en vriend vanwege beider verbondenheid met De Stijl. Toen heette het adres: Rue du Départ 26. In 1923 zag het er op die plek in Parijs allemaal een stuk schraler uit.
Het begon met de vaststelling van een behoorlijke omissie en een collega-vrijwilliger van het museum die mij erop wees dat de invulling daarvan een kolfje naar mijn hand zou kunnen zijn. Hoewel in eerste instantie aarzelend, was mijn reactie uiteindelijk niet anders dan volmondig beamend.
Nu gaat zij er komen, de biografie van Cornelis van Eesteren; de urbanist die als een rode lijn in Nederland de vorige eeuw doorloopt, een lijn die in Amsterdam nadrukkelijk zichtbaar en zeer tastbaar is.
Een stedenbouwer die bouwde voor de gewone mens, maar wiens verhaal nooit voor diezelfde mens waarvoor hij zijn bijzondere talent inzette, is opgeschreven. Het is een verhaal over de decennia van opbouw en de rampzaligheid die daar noodzakelijkerwijs aan vooraf was gegaan.
Aan dat verhaal, aan hem en zijn historie ben ik de komende jaren vastgeklonken. Een fikse opdracht – en absoluut niet tot mijn ongenoegen.



