Gedachte, Leeslengte kort, Verhaal

Materie voor de geest

Amsterdam, Laagte Kadijk – 2026

Wijlen A.L. Snijders verwoordde eens zijn vermoeden dat de materie superieur is aan de geest door te stellen dat de materie het trekpaard van de geest is. Terwijl men met handen en voeten bouwt ontstaan de gedachten, zo bedoelde hij.

Het raam staat open als ik denk aan deze woorden en van buiten snerpt het geluid van een zaag naar binnen. Er wordt geen iep geveld in de wijk, het is eerder een slijptol in iets van steen. Een doorzonflat wordt tot paleis vertimmerd. Liever is mij het geluid van een lezer op het balkon.

Materie superieur aan de geest, betekent dat dat materie vóór de geest gaat? Dat lijfelijke bevrediging het winnen wil van geestelijke voldoening?

Ik stel mij op het standpunt dat je voorzichtig moet zijn met het vellen van oordelen. Waarom namelijk zou het één superieur zijn aan het ander, en vice versa?

Niettemin delft het genieten van de geestelijke zegeningen om ons heen met regelmaat het onderspit als zij tegenover onze materiële verlangens komen te staan. Bijvoorbeeld van de vinkenslag in die niet gevelde iep.

Maar de stal gaat vóór de bibliotheek. Dus die slag wordt overstemd, zoals zo veel intrigerende geluiden van buiten. Dat heerlijke gezang van de straat.

Het hoefgeklepper van trekpaarden heeft allang plaatsgemaakt voor de motorzaag en de slijptol, laat staan dat ik het echt gekend zou hebben. Het is de kunst die laatste twee onder de heerlijkheden te scharen en de verandering stoïcijns te erkennen.

Sine ira et studio, zou A.L. Snijders er misschien wel van gezegd hebben. Hij zat immers vol geestrijke gedachten.

Standaard
Leeslengte kort, Verhaal

Een afgrond

Yiyun Li verloor haar twee hoogbegaafde tienerzonen. Beide kozen voor zelfmoord. Vincent was zestien, James – zes jaar en vier maanden later – was negentien. Voor allebei schreef zij een boek.

Het eerste is dichterlijk, want Vincent was een door passie gedreven jongen. Het tweede boek is feitelijk, want James was een logicus.

Yiyun Li keert zich tegen het woord ‘rouw’. Rouw impliceert in onze cultuur een proces dat op een zeker moment eindigt. Haar verlies zal alleen eindigen bij haar eigen dood. Zoals de lucht en de tijd, blijven tot dan haar kinderen haar vergezellen: ‘Wij zijn nog steeds een gezin van vier.’

Yiyun Li is gaan tuinieren. Dat is een goede training in leven. Het helpt haar om zich alle goedbedoelde troostende cliché’s van het lijf te schudden – futloos denken verpakt in futloze taal waar de geest van slijt.

De natuur doet niet aan cliché’s. Zij doet aan geen enkele diepzinnigheid. De dingen groeien er zonder bijbedoeling.

If an abyss is where I shall be for the rest of my life, the abyss is my habitat. One should not waste energy fighting one’s habitat.

Yiyun Li
Standaard
Leeslengte kort, Verhaal

Kruidenthee

Zofia Kowalska vroeg mij nieuwsgierig wat ik ervan vond. Ze overwoog een verpakking te kopen en ik kende hem immers al.

Ik wilde een eerlijk antwoord geven. Dat zag ze aan mijn neutrale blik, waar ik moeite voor moest doen. ‘Je hebt er een zeer fijnmazig zeefje voor nodig’, vertelde ik haar.

‘Oh?’, was haar geschrokken reactie.

‘Het is het gruis,’ repliceerde ik, ‘dat zit er nogal in.’

De thee was met liefde en zorg ambachtelijk samengesteld en zat in een kunststof snelsluitzakje dat was bedrukt met paarse en gele bloemetjes. Achter de houten balie stond de maakster, die ik kende. Ik wilde haar niet beledigen.

‘Maar dan kun je er echt van genieten’, maakte ik het af.

Dat was het foute voegwoord. Indringend keek Zofia me nog eens aan. Boven het hoornen montuur fronsten haar zware wenkbrauwen.

Ik heb mezelf aan beiden verraden, wist ik.

Toen koos ze diplomatiek een andere kleur en was er niets verloren.

Standaard
Gedachte, Leeslengte kort, Verhaal

De kraanmachinist

Hoog boven wolkenkrabbende kantoren wankelt hij in zijn cabine in het kranenbos. In collaboratie met collega-acrobaten gedoemd tot werken aan neoliberale vergezichten. Want nooit komt de Zuidas aan de einder af.

Een leven wiegend in de wind, ver van de aarde op een staak van ineen geklonken staal. Vreeswekkend, zoals de jarenlang paalzittende monnik. Hij teerde op toegestoken kaas.

Zo schraal zal het de kraanmachinist niet vergaan. Professies vastgezogen aan ergonomische zetels, draaiend en trekkend aan wielen en hendels, kweken armen als ankerkabels boven een obese omvang. Daaraan herken je de buschauffeur. Daaraan herken je de kraanmachinist.

Hoe komt hij boven?

Met een liftje.

En op dezelfde wijze retour richting begane grond. Tegen het avondeten.

Ooit – in kranen uit oude dagen – klom hij angstaanjagend razendsnel de sporten op en af. Hij was een tanige, lenige aap.

Kantoorblokken stapelen tot honderd meter hoog. Hoe voel je je daarboven? Als een kluizenaar met radioverbinding? Verlost van de wereld, die daar beneden twijfelachtig trilt? Meester over de city?

Soms knapt de lift. Dan wordt er opnieuw geklommen – en wringt een buikige gorilla zich door een gele kooiladder heen.

Hoe dan ook, een onverschrokken waaghals.

Dat allemaal dacht ik, kijkend vanaf het balkon van de tiende.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Hart van herinnering

Amsterdam, Laagte Kadijk – 1954

Met de melancholie
kruipend door mijn aderen,
zo ontwaakte ik.

Je ervaringen
ontglippen je
door je vingers
op hun weg
naar herinneringen.

Mooie frisse jonge mensen
pikken jouw taken
voor hun leven op
met nieuw elan.

Wat blijft er over
in de nazomer
van het leven,
vroeg ik mij af.

De opdracht om
op te tekenen
hoe het
in jouw jonge jaren was?

En dat in woorden,
in gedachten,
in gevoelens
nog eens te doorleven?

Bij de foto:

  • De afbeelding van de kinderspeelplaats komt uit Aldo van Eyck: de speelplaatsen en de stad, Stedelijk Museum Amsterdam – NAi Uitgevers, Rotterdam, 2002, p. 57
Standaard