Essay, Leeslengte lang

Afkeer

De Amerikaanse politiek was altijd al bitter en wrang, maar nu het masker is afgevallen van die ene persoon die net president is, kan ik er onmogelijk nog iets over lezen, horen of zien zonder een diepe fysieke afkeer te voelen.

Hij verrast ons keer op keer, deze Donald T., onverdraaglijk out of the box als hij is met zijn ideeën die druipen van vijandigheid en waan, en met zijn gelaat dat, bij het wereldkundig maken ervan, trilt als reuzel.

Het volk dat hem koos gaf hem een mandaat tot regeren vanuit de overtuiging dat hij het land weer groot zou maken. Maar verstopt bleef dat zijn visie van een groot land altijd een veel letterlijker karakter had dan de volkse uitleg: geen land dat zich ging ‘repareren’ met een naar binnen gekeerd beleid, maar een land dat soevereine grenzen loslaat, een land dat snoevend veroveringsdrang uitwasemt.

Het volk zal eraan moeten wennen dat hun wens van een groot Amerika een heel andere is dan die van de door hen gekozen president. En met hen zal de wereld klaar moeten zien te komen met deze leider. Donald T. toont zich een pure imperialist, bezeten van gebiedsuitbreiding.

T. heeft een plat en simpel wereldbeeld, en geeft er blijk van dat het zijn grote ambitie is zijn naam in vette kapitalen in de geschiedenisboeken te krijgen. Dat betekent dat zijn imperiale retoriek niet is af te doen als het loze geblaat van een bullebak: de sterkste jongen van de klas, die de dreiging van zijn brutale aard gebruikt om zijn klasgenoten te koeioneren, maar uiteindelijk niet meer dan een blaffende hond is.

T. drijft zijn ideeën door – niet omdat het zin heeft, maar omdat het in het zijn ogen zo werkt in het internationale verkeer. Hij is de oude imperialist voor wie het allemaal dodelijk serieus is als hij zijn spierballen laat rollen. De wereld is in zijn ogen een plek van louter winnaars en verliezers, een nulsomspel. De anderen zullen en moeten zich aan hem onderwerpen.

Het Panamakanaal, Canada, Groenland, de Gulf of America, er zijn geen rationeel geldige argumenten voor. T.’s militair-economische oppermacht is welbeschouwd het enige argument dat zijn aanspraken staaft.

Het is de grote vraag of hij dat argument zonder al te veel scrupules zal inzetten. Het is nu nog zijn troefkaart die telkens weer dreigend tevoorschijn komt, maar in hoeverre zal ze worden uitgespeeld?

De visie van een wereld waar de VS de hegemonie heeft, roept al decennialang enorme weerstanden op. De groeiende organisatie van BRICS-landen is een voorbeeld daarvan. BRICS streeft naar een multipolaire wereld waarin de VS het niet alleen meer voor het zeggen heeft. En zo’n andere wereld hoeft in de ogen van een aantal van die landen niet per se goedschiks gerealiseerd te worden.

Het Amerikaanse volk zal dan ook nog verrast kunnen worden door de gevolgen wanneer de klasgenoten in de wereld het brallen en sarren van de nieuwe leider zat zijn en zich verder verenigen om zich tegen de blaaskaak te keren. Maar dan, zo ben ik bang, zullen het volk en de wereld niet zo eenvoudig meer van hem afkomen als zij hem binnenlieten … Ik zei het toch: verwar hem niet met een bullebak.

Nu er een nieuwe Poetin bij gekomen lijkt – de parallel dringt zich onwillekeurig op –, voel ik een waanzinnige behoefte om mij op te sluiten met boeken. Om weg te zinken in de wereld van de literatuur, waar alles mooi en zacht is, of waar je op zijn minst daarvoor de keuze kunt maken; om mij te verschuilen achter hoge stapels titels voor wat buiten gaande is.

Lees verder
Standaard
Essay, Leeslengte lang

De Toverberg

Misschien moet ik De Toverberg van Thomas Mann weer eens lezen. Het boek bestaat honderd jaar. In De Groene Amsterdammer werd er een artikel aan gewijd: ‘Beste vriend, ik zal niet doden’ (Bas Mesters, nummer 48, 28 november 2024).

Het moet vijf jaar geleden zijn dat ik De Toverberg voor het eerst in handen kreeg; een filosofisch-satirische roman over volwassen worden, zo las ik het. Mooi en indringend, een boek ook waar je de tijd voor moet nemen; Thomas Mann drukt zich graag uit in lange, ronddwalende zinnen met veel details.

In honderd jaar is de wereld ingrijpend veranderd. Wat echter gelijk is gebleven, is dat enkelen hun machtsspel spelen over de hoofden en ruggen van velen. Vijf jaar na mijn kennismaking met De Toverberg is dat weer heel actueel.

Op de dag dat ik deze woorden schrijf, 12 december 2024, waarschuwt Mark Rutte ons in zijn eerste grote toespraak als secretaris-generaal van de NAVO dat wij ons mentaal op een oorlog moeten voorbereiden.

In enkele jaren tijd is de wereld een plek geworden waar catastrofale dreigingen spelen. Zo’n plek als toen Thomas Mann aan zijn meesterwerk schreef. Het lijkt alsof we afstevenen op een huiveringwekkend déjà vu.

Bas Mesters trekt die lijn door naar Manns meesterwerk:

Lees verder
Standaard
Essay, Leeslengte lang

Kopje onder

De lente zal voor mij altijd verbonden blijven met mijn vestiging in Amsterdam. Dat was op 1 mei 2014. De dag ervoor woonde ik nog in Eindhoven. Het was in een impulsieve bui dat mijn vrouw en ik besloten naar Amsterdam te verhuizen. Dat besluit heeft ons nog geen seconde spijt bezorgd.

Als ik in Amsterdam rondrij op de fiets – en dat doe ik vaak, want hoe kom je hier anders van A naar B? – dan voel ik me verliefd. Verliefd op de culturele rijkdom, op de ontelbare bomen, op de zwanen en meerkoeten en reigers in het water, en ja, ook op de vet doorvoede meeuwen daarboven, die krijsen als mensenbaby’s omdat het ze nooit genoeg is.

Ik voel me verliefd op het ooievaarspaar op zijn hoge nest in het Vondelpark, dat er steeds weer is in februari en dat mijn hart laat overslaan voor het naderende voorjaar. Verliefd voel ik me op de wind die door de straten waait, je ’s winters onbarmhartig nat plenst en ’s zomers dat weer goedmaakt als hij kietelend door je T-shirt wappert.

Het is een verliefdheid waarvan ik weet dat zij alleen maar groeien kan. Telkens als ik besef dat ik daar allemaal bij mag horen, wordt ze een stukje heftiger.

Ik kan genieten van het veeltalige geroezemoes om mij heen, als ik in Amsterdam op straat loop. De stad is een trefpunt van 180 nationaliteiten. Ik heb in mijn leven weinig plekken meegemaakt waar alles en iedereen zo welkom is. Ik ken weinig plekken waar je elkaar – bekend en onbekend – zo makkelijk aan- en toespreekt op straat.

Nooit kwam ik op een plek waar ik zo snel nieuwe mensen leerde kennen. En ik zou niet weten op welke plek nog meer, mensen vrijheid zo onbetwistbaar vieren: absurd is hier geoorloofd, raar is hier normaal, afwijkend de norm – ploeg jij jouw akker dan ploeg ik de mijne, ieder op zijn eigen wijze.

Lees verder
Standaard
Essay, Leeslengte lang

Onsterfelijkheid

Het wezen achter het traliehek is een walgelijk stinkende, aapachtige viervoeter, gekleed in niets anders dan de voddige overblijfselen van een vervuild hemd. Een zijden sjerp, die ooit blauw moet zijn geweest, spant diagonaal over zijn gespierde borst, en aan een koordje rond zijn nek hangt een amulet met een afbeelding van Sint Joris en de Draak. In goud en emaille. De poten van het wezen zijn bedekt met een vervilte vacht van ruw, rossig haar.

Zich oprichtend, intussen met zijn handpalm zijn sjerp gladstrijkend en pulkend aan het koordje van zijn sieraad, murmelt hij met een zangerige grom iets wat lijkt op een melodie, onderwijl pissend op de grond. Het geneurie is een vervormde herinnering aan de serenade van Mozarts Don Giovanni; de aap is de Vijfde Graaf van Gonister, 201 jaar oud.

Een juveniele aap

Er bestaat een hypothetische theorie die ervan uitgaat dat de mens een juveniele aap is, die geslachtsrijp geworden is. Dat is een radicaal idee: homo sapiens als aap die het stadium van volwassenheid in de evolutie verloren heeft. Het zou onze kaalheid verklaren en onze lichamelijke onbeholpenheid. Desalniettemin kunnen we wel nageslacht krijgen en redt ons bovenmatige brein ons (voorlopig) van het delven van het onderspit tegen de fysieke oppermacht van de natuur die ons omringt.

Wij lijken dus op de axolotl, de salamandersoort die het larvestadium nooit te boven komt, maar zich wel voort kan planten. In de vorige eeuw waren er enkele nieuwsgierige wetenschappers die op basis van de juveniele hypothese experimenten hebben gedaan met de axolotl. Zij wilden weten welke invloed het zou hebben op het beestje wanneer het hormooninjecties kreeg toegediend. Het resultaat kwam verrassend overeen met waar zij op hoopten: er groeide een volwassen salamander uit, van een soort die nooit eerder was vastgelegd.

Eén van die wetenschappers was de gelauwerde Britse evolutiebioloog Julian Huxley (1887-1975). Zijn axolotl-experimenten waren niet voorbijgegaan aan zijn jongere broer Aldous, romanschrijver en dichter, en al minstens even geniaal als Julian.

Aldous Huxley (1894-1963) is bij veel mensen bekend als de auteur van de dystopische roman Brave New World, die verscheen in 1932. Een minder bekend boek van hem, maar een zeker zo fraaie literaire parel, is After Many a Summer Dies the Swan uit 1939. Het thema van het verhaal dat hij daarin vertelt, is geïnspireerd op de axolotl-experimenten van broer Julian.

Hieronder volgt een microsamenvatting, waarin ik overigens – waarschuwing(!) – noodzakelijkerwijs de plot onthul:

Lees verder
Standaard
Essay, Leeslengte lang

Veganist of Don Quichot?

Inmiddels vijf jaar geen vlees en vis. Ter viering van dat lustrum, herplaatsing van het onderstaande stuk. Nagenoeg onveranderd en spijtig genoeg nog steeds actueel. Oorspronkelijk gepubliceerd op 30 oktober 2019 op mijn toenmalige blog.


Toen ik dit voorjaar de documentaire #Powerplant zag en kreeg uitgelegd dat een vlees-, vis- en zuivelvrij dieet een van de doeltreffendste manieren is om je aardse voetafdruk te verkleinen, werd ik veganist. Als iedereen dat deed, leerde ik, dan zou de uitstoot van broeikasgassen met 23 procent verminderen, evenveel als de Europese en Amerikaanse emissie bij elkaar opgeteld.

Ons landgebruik voor voedselproductie zou afnemen met een gebied zo groot als het complete continent Afrika. De druk op de laatste regenwouden zou in één klap verdwijnen en we zouden land terug kunnen gaan geven aan de natuur.

De documentaire #Powerplant is een productie van de Nicolaas G. Pierson Foundation. Dat is het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren.

Veganist worden heeft een veruit gunstiger impact op milieu en klimaat dan het veel gehoorde alternatief: overschakelen op duurzaam vlees, duurzame vis en duurzame zuivel. Überhaupt geldt voor de meesten van ons dat wanneer je je een veganistische levensstijl aanmeet, je een veel groter positief effect bereikt voor de leefomgeving dan met welke andere aanpassing in je dagelijkse bezigheden ook.

Het was voor mij geen grote stap naar veganisme. Ik was inmiddels langer dan een jaar vegetariër en dus al ingesteld op een vlees- en visloos dieet. Die verandering van mijn eetpatroon was me enorm meegevallen. Nu ook melk, eieren en kaas eraan moesten geloven, ervoer ik dat als een kleine ingreep.

Achteraf gezien wordt die ingreep aanzienlijk beloond. Er is een wereld voor mij opengegaan die vol is van verrassende, heerlijke en gezonde alternatieven. Het is een wereld die, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, ook nog eens financieel voordelig uitpakt.

Don Quichot

Ik ben blij met mijn geslaagde omschakeling en blij met de onverwachte voordelen die ermee gepaard gaan. Maar er zijn ook momenten van teleurstelling en frustratie, want ik heb moeten constateren dat mijn enthousiasme over mijn switch niet onverdeeld is.

Lees verder
Standaard