
Het leven doet alsof
de tijd oneindig is,
onuitputtelijk, zo slordig
springt het ermee om.
Het stelt zich de waanzin voor
van zijn in een moment;
waanzin, want elk begrip,
elke notie ervan ontgaat het.
Het leert het geheim, wie weet, nog kennen
als het zijn einde in de ogen ziet,
wellicht mijmerend over zijn gedrag –
dan van al die anderen.
Banaal tijdverdrijf,
uitbanning van lamlendigheid,
gemis aan zingeving –
en dat te willen vullen
met knutselen met woorden
die het gevoelsleven prikkelen,
de dopaminepomp stimuleren
om de stemming op te tillen
met bellettrie.
Maar alleen de dode kent het privilege
en is vandaag en alle andere
in elk moment.
Ontdek meer van Stan Lenssen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.