
Op het balkon van de tiende dacht ik aan die evenwichtskunstenaar.
Hoog boven wolkenkrabbende kantoren wankelt hij in zijn cabine in het kranenbos. In collaboratie met collega-acrobaten gedoemd tot werken aan neoliberale vergezichten. Want nooit komt de Zuidas aan de einder af.
Een leven wiegend in de wind, ver van de aarde op een staak van ineen geklonken staal. Vreeswekkend, zoals de jarenlang paalzittende monnik. Hij teerde op toegestoken kaas.
Zo schraal zal het de kraanmachinist niet vergaan. Professies vastgezogen aan ergonomische zetels, draaiend en trekkend aan wielen en hendels, kweken armen als ankerkabels boven een obese omvang. Daaraan herken je de buschauffeur. Daaraan herken je de kraanmachinist.
Hoe komt hij boven?
Met een liftje.
En op dezelfde wijze retour richting begane grond. Tegen het avondeten.
Ooit – in kranen uit oude dagen – klom hij angstaanjagend razendsnel de sporten op en af. Hij was een tanige, lenige aap.
Kantoorblokken stapelen tot honderd meter hoog. Hoe voel je je daarboven? Als een kluizenaar met radioverbinding? Verlost van de wereld, die daar beneden twijfelachtig trilt? Meester over de city?
Soms knapt de lift. Dan wordt er opnieuw geklommen – en wringt een buikige gorilla zich door een gele kooiladder heen.
Hoe dan ook, een onverschrokken waaghals.
Ontdek meer van Stan Lenssen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ja, bewonderenswaardig, Stan! Ik wenste mezelf deze middag nog vleugels toe, om eens te kunnen vliegen. Maar niet op die manier.
LikeLike