
Er staat een lange, overkapte dieplader in de wijk. Vlakbij, in de straat van de lage flats. Die met de platte daken en de garages eronder. Er hangt een geur omheen van chemie en bederf. Je kunt het door de hele buurt ruiken.
Rondom de wagen is een groot hek gezet, met een loket waar je moet betalen om binnen te mogen, als bij een kermisattractie. De zijkant van de laadruimte is opengeklapt. Er ligt een dier in van meer dan twintig meter. Een blauwe vinvis. Maar er is niets blauws aan te ontdekken; het dier is pikzwart, het lijkt wel ingesmeerd met pek.
Ze hebben hem opgezet. Hij zou zijn aangespoeld. Er steken stangen uit om hem te ondersteunen en om de staartvin omhoog te houden. De gigantische bek met baleinen staat open. Ja, daar past wel een Jonas in.
Lees verder





