Leeslengte kort, Verhaal

1969

Er staat een lange, overkapte dieplader in de wijk. Vlakbij, in de straat van de lage flats. Die met de platte daken en de garages eronder. Er hangt een geur omheen van chemie en bederf. Je kunt het door de hele buurt ruiken.

Rondom de wagen is een groot hek gezet, met een loket waar je moet betalen om binnen te mogen, als bij een kermisattractie. De zijkant van de laadruimte is opengeklapt. Er ligt een dier in van meer dan twintig meter. Een blauwe vinvis. Maar er is niets blauws aan te ontdekken; het dier is pikzwart, het lijkt wel ingesmeerd met pek.

Ze hebben hem opgezet. Hij zou zijn aangespoeld. Er steken stangen uit om hem te ondersteunen en om de staartvin omhoog te houden. De gigantische bek met baleinen staat open. Ja, daar past wel een Jonas in.

Lees verder
Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Opbouw

Het is nooit afgekomen,
we mochten niet,
terwijl we zo goed gingen.
Hoe het ons geleerd was
het licht erin te laten,
de harde leerschool.

Opnieuw begonnen we
de maten van de ramen
op te rekken tot het stokte
op de hardnekkig solide wand
van waarde, een solidair
bewegen corrumperend.

Zeg, gaan we nog eens over?

Bij de foto:

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Najaarsnoten

Goud kruipt in iepenkruinen,
eikels vallen als projectielen
fietsers op hun paden aan.

Regen striemt wangen,
opgejaagd;
zefier is zijn mildheid kwijt.

Een kind daagt onbekommerd uit,
schopt bladeren de lucht in.
Hij mengt zich in het spel.

Een wandelaar in trenchcoat
zet de kraag omhoog,
snuift krachtig

de zoete lucht
van rottend blad
stemt het gemoed vol leven.

Een vlaamse gaai raapt voorraad
voor de winter,
schichtig.

Hele vruchten van de eik
worden een voor een verstopt,
listig.

Broer ekster
en broer kauw
doen zich opzichtiger tegoed.

Zij roven,
vechtend
en met vleugels slaand,

de stuk gereden noten,
ontdaan van hun alpinopet,
onbeschermd

door de gescheurde schaal
blootgelegd in partjes
van het asfalt,

gespaakte wielen
van ploeterende pedaleurs
behendig ontwijkend.

De herfst rolt zich uit
in het gekortwiekte licht
van dynamisch natte luchten.

Standaard
Leeslengte kort, Opinie, Verhaal

Corona

Het najaar sluipt binnen, en daarmee de coronaprik voor de risicogroepen. Het virus is ‘normaal’ geworden, de ziekte heeft zich genesteld in ons systeem, zoals de griep. Dus, weten we het nog?

Het is zaterdagochtend 14 maart 2020. De wind is geluwd, het regenen is opgehouden, sinds dagen schijnt de zon weer. Het ruikt naar lente.

Er spelen kinderen op straat. Er rijden weinig auto’s. Een koolmees fluit amechtig, alsof hij een fietsband staat op te pompen. Er hangt één vliegtuig in de lucht. Dat baart opzien.

Het is net drie dagen coronacrisis in Nederland. Om mij heen valt me iets op. Rust! We koelen af. Behalve dan voor wat betreft het verfoeilijke maar begrijpelijke hamsteren in de supermarkten. Maar verder – de economische machine is stopgezet, wat een enorme lucht geeft dat.

Als je me zou zeggen dat het 1965 is, dan zou ik dat beamen.

Lees verder
Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Gedachte-experiment

Een balkon breekt uit
boven de singel;
zoekt zon,
vangt warmte,
speelt waterwachter.

Een vrouw leest hoog
in lage stralen
door spijlen
een boek
van najaarsdagen.

Een meeuw en kraai
krijsen rond resten
beneden op klinkers.

Een kliko op haar kant.

Zij experimenteert
met gedachten:

Wat meent de vogel
over mensenrumoer?

Wat meent de vogel
over het afval
dat zij kwistig kakken?

Ambigue overpeinzingen
volgen elkaar traag.

Slechts het milde
wordt eruit gepikt.

Want in de kou van de wisseling
van wereldse seizoenen,
is de Hollandse herfst
een zachte deken,
die mens en vogel
bedachtzaam met zich toedekt.

Standaard