Dichtwerk, Leeslengte kort

Korstmos

geronnen op steen
roestig rond
gekleefd aan gevel
hard systeem

grijze zone
van neppe netheid
die niets verdraagt
waar niets zich waagt

maar het het daagt
bronstig leeft
vlammend vruchtbaar
vreedzaam groeiend

verbindend ontbindend persisterend
een wederkerig twee op steen
bloed en zongloed
samen een

waar storm en hagel
beton verweert
klopt het geruisloos
in het strijdveld

hart van oker

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Ongenoegen

De donkere draak is
dat niets precies is,
dat alles begint
met verval.

Het is de luis
in de pels
van het zijn,
niets te zien

als goed genoeg,
onvolmaakt,
als verouderd
voor het begint.

Het is het kwaad
in het huis
van bestaan,
niets te beleven

dan gebreken
alom te ervaren,
de vloer te zien slijten
voor het betreden –

domme draak
van afbraak,
imperfectie
van leven.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

P’s dropping

Drie parachutisten kwamen
naar beneden,
in formatie,

uit een vlucht zonder vliegtuig.
Ik hoorde
geen propellers.

Ze vielen in
gehurkte houding,
geklonken aan elkaar.

De tweede hield
de eerste vast

aan zijn opgetrokken
voeten.

De derde klemde zijn
handen stevig

om de rugbepakking
van de eerste.

Zo ging het in compacte
vaart omlaag,

voordat ze elkaar
lieten gaan.

P van de drie maakte
een perfecte
landing.

Een andere bleef steken
in een boom bovenin
de kruin.

De laatste zag zijn parachute
voor een deel niet
opengaan.

Wapperend sloeg hij
in paniek
te pletter,

in een ramp zonder ziekenauto.
Ik hoorde
geen sirenes.

De stunt sloot af
met een receptie.

Groots,
feestelijk en
buiten.

P zat tegenover mij,
drie meter
verder, op

een witte
tuinstoel,

smalend

om zijn geslaagde
val.

Ik schoot vol
met vragen.

Geheel naar P’s natuur kwam
op geen ervan

een serieus te nemen
antwoord.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Voorland?

We waren met een groepje mensen en
we aten
gaar gekookte,
afgedankte kleding.

Op mijn bord lag een textielen schoen,
zwart met rood
geruit.

Ik sneed hem in blokjes en
dacht aan de voet
die erin gezeten had en
aan het straatplaveisel
waar de zool
op had gelopen.

Het eten stond me tegen.
Ik heb de blokjes weggegooid,
keurig in de afvalbak,
en mijn bord
en mijn mes
schoongeveegd.

De rest,
smakkend smullend,
keek mij,
niet begrijpend,
na …

Standaard