Futuristische compositie – vermoedelijk Jules Schmalzigaug – ca. 1912-1915
Het was een kompaan waarvan wij wisten: voor het leven. Maar de grond waarvan hij dacht dat die hem baarde voor zijn listen, werd door ons arrogante zaad verkracht.
Grove teelt leidt tot genen die zich wreken zullen – desnoods na eeuwen pas zal de walging weten uit te breken, over elk zelfingenomen ras.
De korst knapt open en de bondgenoot morft zich tot bedreiging. Geen vriendschap wil graag dood, toch had deze van begin af aan de neiging.
In De Toverberg onderwijst kamerheer Behrens Hans Castorp dat het in beide situaties om ‘niets meer dan zuurstofverbranding van het celeiwit’ gaat.
Hans Castorp heeft in het sanatoriumleven van het hooggebergte een mateloze interesse ontwikkeld voor de grote vragen van het bestaan. De gedachtewisseling waarin hij met zijn dokter Behrens verzeild is geraakt, draait om het leven en de dood – daarboven draait het immers ook om leven en dood.
Ze stellen vast dat het leven en de dood niet zoveel van elkaar verschillen. Na het leven volgt rotting, dat tot oxidatie te herleiden is, en leven is eveneens tot oxidatie te herleiden, want het is verbranding.
‘(…) als je je voor het leven interesseert, dan interesseer je je met name voor de dood. Waar of niet?’, besluit Hans Castorp hun gedelibereer.
‘Nou, nou, er blijft toch altijd nog een verschil’, zegt dokter Behrens dan. ‘Leven is dat in de verandering van de materie de vorm behouden blijft.’
‘Waarom de vorm behouden?’, vraagt Hans Castorp.
Ja, waarom zou de vorm behouden moeten blijven?
Behrens doet het af met: ‘Vorm is gepietepeuter.’ In Castorps vraag steekt volgens hem ‘geen greintje humanisme’. Sterft een mens, dan is het afgelopen met de vorm. ‘Men vloeit uit elkaar, om het zo maar eens te zeggen.’
De fysica is er iets verder in gedoken dan Manns protagonisten.
Leven is daar het verzet tegen de tweede wet van de thermodynamica. Het is het niet toestaan dat warm naar koud loopt, het is het oppotten van energie. Daarmee vertraagt het leven het bereiken van de maximale vermenging waar materie voortdurend naar streeft.
Met andere woorden: leven is het verzet tegen het uiteenvallen van vorm.
Wanneer je er zo naar kijkt, wordt de waarom-vraag ineens minder relevant. Leven is in de fysica een toevalligheid, een samenkomst van deeltjes op hun weg naar een perfecte chaos in een vorm die zichzelf in stand weet te houden.
Dat komt doordat de vorm in staat is verbranding (oxidatie) gereguleerd te faciliteren en voor zelfbehoud aan te wenden.
Dat inzicht reduceert het leven tot niet meer dan een werveling van deeltjes in een kolkende beweging die zich voor ons als een lichaam voordoet. Zoals een cycloon in de lucht zichtbaar is door de materie die zijn draaiende wind kan dragen, of zoals een draaikolk van oplossende limonadesiroop in een glas water, die in zijn tollende trechter energie weet vast te houden.
En dat allemaal zeer tijdelijk.
Want, zoals kamerheer Behrens zegt: ’Tja, leven is sterven, daaraan valt niet veel te vergoelijken.’
Verantwoording:
Hans Castorp en kamerheer Behrens voeren hun discussie in Thomas Manns roman De Toverberg, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen, 2019, pp. 332-333
Ik denk de laatste tijd veel aan de dood. Dat gaat gepaard met melancholie. Zulke periodes heb ik soms. Deze specifieke voerde mijn gedachten vanochtend terug naar het overlijden in februari 2024 van Dries van Agt. Waarom? Ik weet het niet, buien als deze laten zich niet vangen in rationaliteit. Hij was een Brabander, dat ben ik ook. Misschien dat het die band was.
Zijn overlijden vorig jaar had mij geraakt. Niet dat ik fan van hem was. Het kwam door het interview dat Jeroen Pauw hem had afgenomen in 2015 en dat, volgens afspraak, kort na zijn dood pas werd uitgezonden. Op mij maakte Dries van Agt in dat vraaggesprek diepe indruk. Ik ben hem meer gaan waarderen, ondanks zijn maniertjes, ondanks zijn valse bescheidenheid.
Van Agt werd linkser en progressiever na zijn politieke loopbaan. Hijzelf vond van niet. Hij vertelde dat zijn denken niet was veranderd; het was de maatschappij die was veranderd, die was naar rechts opgeschoven, hijzelf was daar blijven staan waar hij altijd al was.
Toch koos hij met zijn vrouw, die hij zijn ‘meisje’ noemde, bewust voor de dood. Het was een door hen samen bepaald moment, hoewel Van Agt in het interview nog vertelde dat hij geen euthanasieverklaring had getekend. Dat hij dat uiteindelijk toch deed, vind ik vooruitstrevend voor een man die als minister van justitie abortusklinieken liet sluiten.
Van Agt bekende ook zijn christelijke geloof op punten te zijn gaan betwijfelen. Hij was zich vragen gaan stellen. Heel soms vond hij een antwoord. Bestaat er wel een hiernamaals? Mag ik beschikken over mijn eigen levenseinde?
Ook brak Van Agt in het gesprek een lans voor de Palestijnse zaak. Na zijn politieke leven – toen hij de ruimte vond om zich meer in de gebeurtenissen in de Levant te verdiepen – liet hij zijn blinde steun voor Israël varen. Hij raakte, vertelde hij, overtuigd van het grote onrecht dat het Palestijnse volk wordt aangedaan.
En toen Jeroen Pauw hem vroeg naar een laatste woord voor ons, toekomstige luisteraars, uitte hij zijn grootste zorg: de onstuitbaar lijkende vernietiging van de aarde door de mensheid.
Van Agt bleek na de politiek wel degelijk van conservatief naar progressief te zijn opgeschoven.