Gedachte, Leeslengte kort

Diepgaand

Twee avonden verstreken – Job van Joseph Roth gelezen. Ik voel me oud en moe. Niemand houdt diepgaand van iemand; niet van zijn vrouw, niet van de kinderen, niet van vrienden.

Iedereen is slachtoffer van het leven, want ondanks oppervlakkig heb uw naaste lief volgt bij verlies diepgaand verdriet. Zo diep dat god, of welk ander allerhoogste, moet branden in de kachel – wordt afgezworen.

Tot het wonder plaatsvindt en het vertrouwen wordt hersteld. Maar, denk ik, dat is misplaatst, vertrouwen is diepgaand, langdurig, en het wonder op de weegschaal slechts kortstondige genoegdoening voor één enkele ramp.

Terwijl veel rampen passeren in een mensenleven – als van Job. Laat Job zich beduivelen door zijn god?

Misschien dat twee avonden te weinig is. Misschien dat ondanks dankzij is. Misschien dat onder de oppervlakte diepgang leeft. Misschien als ik het nog eens lees …

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Schrift

Waar is dat ene woord
dat nog zijn weg zoekt in de regen
van gedachten die te vaag zijn
om zich vast te hechten
aan de vezels van een blad?

Waar is die ene zin
die nog verspreid is in de wind,
in de dwarrel van loze woorden
dat ene nog niet heeft gevonden
als zijn kiem?

Waar is de orde
van een volgorde
die wat zegt?

Niets verhevens,
niets hoogdravends,
maar wel klinkend:

klokkentonen
van een carillon,
die het durven
zich te vlijen
op een ivoren bed
van onschuld,

een arabeske erfenis
in blauw
nalatend
zachte indrukken
in houtpulp.

Standaard
Column, Leeslengte kort

Dictatuur

‘Als ik hiernaartoe ga vragen ze me regelmatig of ik niets leukers weet te doen met mijn vrije tijd.’ Mijn buurvrouw in de collegebank zei mij dat daarstraks. Het was bij de afsluiting van de vierde les in een reeks over dictators en dictaturen, een cursus die wij volgen aan de HOVO, de instelling die onder andere aan de Vrije Universiteit Amsterdam hoger onderwijs verzorgt voor wie een leven lang wil leren.

Zij doelde natuurlijk op het onbegrip waarop zij stuit ten aanzien van het gekozen studieonderwerp: hoe kan een mentaal in orde mens zich daar nou voor interesseren?

‘Maar ik geniet ervan, ondanks de gruwelijkheid die we bespreken hier – ík vind het leuk!’ Het kwam eruit in het gezelschap van een schuldig lachje. En ik kon er niet omheen, ik moest haar ervaring wel bevestigen door te erkennen dat het mij net zo verging.

Hoewel het onderwerp niet fris is in de realiteit van zijn uitvoering, is het bijzonder bevredigend om ermee te puzzelen. Het werpt raadsels op die je wilt ontvlechten, juist vanwege de geur die eromheen hangt. Het is een puzzel die erom vraagt opgelost te worden omdat hij over de raadselachtige, donkere kant van de menselijkheid gaat. Die wil begrepen worden en dus laat je je voeden met feiten en theorieën.

Dat is een vreugdevolle uitdaging. Niet de vreugde van een feestje of de vreugde van ander lichtvoetig vermaak, maar de vreugde van het pogen te doorzien van iets dat zo complex is dat het zich ondoorgrondelijk presenteert. Daar wil je niet voor capituleren – het is de lol van de diepte in te willen duiken.

Voorwaarde om diep te kunnen gaan en de vreugde te kunnen ervaren, het ‘leuk’ te vinden, is dat de uitdaging die je wordt gesteld je serieus weet te raken. Dat doet zowat ieder macaber onderwerp, zo ook het dictatorschap.

Er zijn twee wegen die mensen doorgaans bewandelen als zo’n onderwerp hun pad kruist. De ene weg is de uitnodiging oppakken, de vragen laten binnenkomen en het hoofd aan het werk zetten. De andere is het hoofd af te keren en de vragen niet te zien. De ironie van de tweede weg is dat die het meeste vatbaar maakt om van het macabere onderwerp een onderworpene te worden.

Een leven lang leren maakt dat een mens gewapend is. Die mens verdedigt zijn autonomie en verweert zich tegen manipulatie. Hij loopt de kans een redenaar in zich wakker te maken: een persoon die kritisch is en afgewogen oordeelt, of oordeel achterwege laat; iemand die zich laat sturen door zijn eigen rationaliteit en zijn hartsverbond met zijn normen en waarden; een mens die zich niet laat leiden door andermans nukken en wensen, noch door diens overtuigingen en zeker niet door diens oordeel.

Dictators hebben een hekel aan dergelijke types. Autonome redenaars zijn sujetten die op zijn mildst verstoten dienen te worden. Het probleem is dat zij het hoofd onafgekeerd houden; zíj zien het bedrog. Wie wegkijkt is ze liever; zíj horen wellicht alleen wat hij belooft.

Standaard
Gedachte, Leeslengte kort, Verhaal

Terugblik

Er was een afscheidsreceptie gaande. Het ging om een publieke ambtsdrager en het gebeuren werd bezocht door zo’n honderdvijftig collega’s en vakgenoten: een pensioenganger werd gelauwerd.

Het was leuk en gezellig, met bier en bitterballen, daar viel niets op af te dingen. En toch bekroop hem een gevoel van ambivalentie.

Het viel hem op hoe wel gekleed ze waren, hoe weldoorvoed, hoe welvarend, hoe hoogopgeleid; hoe goed ze het hadden en hoe ingenomen ze daarmee waren.

Niet dat ze zich verwaand toonden of arrogant. Ze acteerden eerder bescheiden en verlegen. Niet te flauw om de champagnefles van de toog te pakken en het eigen glas bij te schenken om zo de barman te ontlasten, en tegelijkertijd een net en nederig excuus te maken, welbewust status en welstand verloochenend.

Hij zag ze aan, zijn nu oud-collega’s. Ze woonden als hij in mooie huizen, in de fijnste wijken, ver van de problemen die ze geacht werden te monitoren en op te lossen. Ver van de stadse rafelranden en de gemeenschappen die daar woonden. Het was waar ze zelf niet kwamen of zich tussen zouden mengen, hoe hevig dat ook wenselijk was.

De epifanie trof hem op de laatste dag: er is geen reden ons te benijden want recepties zoals deze zijn de hoogtepunten – hier werd mij steeds de heilzame tinctuur geschonken tegen een onvervullend ambtelijk leven.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

De berg over

De dromerige blik is gebleven,
verwachtingsvol,
vooruitblikkend,
vol hoop
de toekomst in.

Bevragend,
nieuwsgierig,
dankend,
belevend
het heden.

Denkend aan anderen,
vrienden
en vijanden,
trouwhartigheid
en vetes.

De dromerige blik is gebleven,
denkend aan vroeger,
vergetend,
vol nostalgie
het verleden in.

Denkend aan wandelaars,
aan padgenoten,
broeders in de strijd.

De dromerige blik is gebleven,
de berg over,
het dal in,
de finish in zicht,

de droom niet gedroomd.

Standaard