Dichtwerk, Leeslengte kort

Geloofskwestie

Met mijn hoofd nog op het kussen,
schoot er opzij een dichtwerk tussen.

Kort en goed:
hersengolf, spin-off van een droom.

Ik sprak er met twee pausen over.
Zij wilden het niet geloven,
een wonder komt alleen van boven,
een duivelsvers van onder.

Ze raakten in discussie
welke van de twee het wezen moest,
en speelden klavecimbel,
vooruit in de tijd.

Toen elk
volgens elkaar
niet de juiste toon aansloeg,
bleek het 1378.

Middenin het schisma
werd ik wakker,
zonder absolutie,
zonder zegen.

Ik heb het vers
snel opgeschreven,
voor het op kon branden
in de hel.

Kort en goed:
ketterij, splinters voor de stapel.

Wordt een paus
ooit pantheïst?

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Hartritmestoornissen

Dag van de zonnewende,
dag van de geboorte van de zomer,
de dag waarop mijn hart
twee ritmes slaat.

Het ritme van de vreugde
om het seizoen van de zon
dat begonnen is.

Het ritme van de kommer
om het verlies van het lengen van de dagen
dat is ingegaan.

De pendant van die andere wende,
diep in de donkerte,
waarop mijn hart twee ritmes slaat,
de ritmes van twee vreugdes.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Hoop

Wie bepaalt hoe lang jij moet duren?
Wie bepaalt wat zinvol is?

Je gooit de jaren weg
en ook al doe je dat zelf,
je kunt er niets tegen doen.

Behalve wijsheid
is er niets meer
om voor te vrezen.
Het is goed.

Geïmpregneerd
met schimmel,
wasemt de huid
verwelkt rozenwater
en muskus.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Korstmos

geronnen op steen
roestig rond
gekleefd aan gevel
hard systeem

grijze zone
van neppe netheid
die niets verdraagt
waar niets zich waagt

maar het het daagt
bronstig leeft
vlammend vruchtbaar
vreedzaam groeiend

verbindend ontbindend persisterend
een wederkerig twee op steen
bloed en zongloed
samen een

waar storm en hagel
beton verweert
klopt het geruisloos
in het strijdveld

hart van oker

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Ongenoegen

De donkere draak is
dat niets precies is,
dat alles begint
met verval.

Het is de luis
in de pels
van het zijn,
niets te zien

als goed genoeg,
onvolmaakt,
als verouderd
voor het begint.

Het is het kwaad
in het huis
van bestaan,
niets te beleven

dan gebreken
alom te ervaren,
de vloer te zien slijten
voor het betreden –

domme draak
van afbraak,
imperfectie
van leven.

Standaard