Daar trok een diepe waarheid
een onverbiddelijke lijn
– in Den Beginne was er Licht –
tot onontrafelbaar geheim.
Dan vraagt de gastheer:
‘Een groot wonder dus?’
‘Allicht een breinbreker’,
antwoordt de fysicus.
De schakel waar
licht materie delft
en uit het niets
het leven welft.
Verklaren wordt
een kansberekening,
schouwen de actor
tot verankering.
‘Zijn wij alleen soms?’
‘Onmeetbare opportuniteit.’
Dan draagt het wonder
ontzagbare verantwoordelijkheid.






