
Hier werkt de toegewijde bureaucraat
die zijn ijdele plicht verstaat
en het ambivalente leven leidt
van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid.

Hier werkt de toegewijde bureaucraat
die zijn ijdele plicht verstaat
en het ambivalente leven leidt
van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid.
Nu het nog kan schrijf ik het neer,
zolang de weerstand niet gedoofd is
en vrijuit spreken nog geoorloofd is.
Nu het nog kan schrijf ik het neer,
nu we ons nog veilig wanen
als zijnde vrijgevochten onderdanen.
Nu het nog kan schrijf ik het neer,
omdat ze je nog niet arresteren
wanneer je anders wilt beweren.
Nu het nog kan schrijf ik het neer,
voordat de clementie van ooit de meesten
volslagen verstikt raakt door kleine geesten.
Zolang het nog kan schrijf ik het neer,
want een donker gevoel van onbehagen
vooruitschaduwt de val van onbekrompen vragen.

In de gekte van een tijdperk
waarin angst
de hoop
als heersend sentiment
verdreven heeft,
is men bang,
bang om wat minder haast te hebben,
bang om de trein te pakken,
bang om een tekstbericht te missen,
bang voor onopgespoten lippen,
bang voor mobiele maantjes,
bang voor ontvankelijke grenzen,
bang om zich te laten prikken,
bang om het klagen in te slikken,
bang om de fles te laten staan,
bang voor de voorbije mode,
bang voor de spiegel van reflectie,
bang voor de diepte en de inhoud,
maar, in alle gekte,
hopelijk toch niet te bang
voor dat ene sprankje
liefde voor een madeliefje.


Ik heb er nachten over getobd.
Niets heeft dat opgeleverd.
Of toch?
Het valt me op hoe snel
ik aan de nieuwe werkelijkheid wen.
De draai was kennelijk al gemaakt vanbinnen.
Het alternatief was gewoon
te beloftevol
voor een conservatieve wereld.
Hij zal de eenheid weer herstellen,
hij zal helen, zegt hij toe.
Troost voor wie niet op hem heeft gestemd.
Maar is er een troost voor vreemdelingen,
voor vrouwen, voor de jeugd,
voor het klimaat, voor Oekraïne?
Als dit een plan van God is,
heeft die zich deze keer vergist.
In deze boef schuilt de duivel.

Men ruimt het afval van de zomer.
Een kraan tilt stalen bakken
uit schuilkelders van beton.
Bodems splijten open,
braken de vracht in vuilniswagens,
riekend. Schurend kabaal –
huiverend schuiven containers
hun toevluchtsoord weer in.
Vergeeld kroost dwarrelt
verveeld langs iepenstammen,
hier en daar nog groene kruinen.
In esdoorns houden roodkoperen handen stand.
De herfst treedt traag in dit jaar.
Stormen zijn uitgebleven.
Het blad moet zelf
de kracht vinden om los te laten.
Misschien gaan ze nog komen.
De natuur is eigenzinnig.
Om haar daadwerkelijk te voorspellen,
schiet onze blik tekort
vooruit. Daarom
is onze kleine toekomstvisie
diplomatiek benaamd:
verwachting –
het kan verkeren dus.
En nog is het verder vredig buiten.
