
Het is zaterdag en ik ben laat uit bed. 10.30 uur. Was er een feestje gisteravond? Nee, niet bij ons. Verderop in de wijk was er wel iets gaande. Door de kier van het slaapkamerraam hoorde ik het hossen en teuten van de feestvierders binnenkomen. Het was ver weg, te ver om me lang wakker te houden.
Ik lag erin om ongeveer 1 uur en heb dus zo’n negen en een half uur geslapen. Schandalig lang is dat niet. Kennelijk vraagt het lijf daarom. Ik eet gezond, beweeg regelmatig, lees en studeer elke dag. Wellicht doen die laatste twee ertoe; het hoofd heeft iets te ordenen.
Op deze februarimorgen hangt het zwerk bovendien vol grauwheid. Niet raar dat in die donkerte de slaaphormonen in actie blijven. En ik dus in rust.
‘Het aantal probleemdrinkers in Nederland bedraagt 1 miljoen’, klinkt het onder het tandenpoetsen. Het hoge cijfer wordt door de nieuwsvrouw op de radio nadrukkelijk voorgelezen. Ik bedenk me hoe fijn het elke dag weer voelt dat ik de alcohol heb afgezworen, nu al ettelijke jaren geleden.
Voor velen is dát de oorzaak die ze in het weekend lang in bed houdt. Voor velen is het ook het opiaat, de drug, de tinctuur die van een grijze dag als vandaag iets vrolijks maakt. Een valse noodzaak, want we zijn vergeten welke betovering de Hollandse wolkenluchten ons naast hun somberte ook te bieden hebben.
Lees verder
